Wad een dag

Op een mooie dag waren de treinkaartjes van de treinkaartjesactie, plotseling bijna verlopen. We hadden eigenlijk genoeg te doen thuis, het was mooi weer, wat zoek je dan in de trein. Thuisblijven, de dierentuin of het Rijksmuseum werden even als mogelijkheid geopperd maar we besloten de natuur maar op ons af te laten komen op deze schilderachtige dag.

En zo treinde de familie, zonder oudste dochter – die tegenwoordig meestal niet meer in gezelschap van mensen als wij gezien wenste te worden, richting Terschelling, wad een eiland!

Gelukkig kwamen we meteen in de stemming zodra we in de trein stapten, zodat de lange reis ons niet lang viel. Want hé, we gingen naar zee. Glijdend door het Friese landschap wezen we joelend de Hollandse zwart-wit gevlekte landorka’s en wollige grasrobben aan. Boven ons vloog een krijsende ter-land-ter-zeemeeuw.

orka koeien waddeneiland

toen zagen we zwart – wit gevlekte landorka’s

We troffen het overigens ook buitengewoon dat we zo´n ruime plek in de trein vonden, waar we breeduit plaats konden nemen. Een slonzige jongen met een hoofdtelefoon en wat andere vage gasten trokken ook naar het noorden, verder viel het mee met het aantal reizigers. Toen we er uiteindelijk achter kwamen dat we toch weer in zo´n verdraaide stiltecoupe waren beland, was het natuurlijk al te laat om te verkassen. Luid fluisterend werd de reis vervolgd, waarbij we, SSST! elkaar behoedden voor te hard praten.

Het vooruitzicht van de zeelucht maakte al hongerig, dus voor we een spatje zeewater gezien hadden, waren de gesmeerde bolletjes al op. De pakjes drinken maakten we in Leeuwarden soldaat, onze uitrusting werd steeds lichter.

Tijdens de reis op de veerboot spotten we tot onze vreugde een zeehond, een echte niet onze eigen, in de zee. B. had zijn mobiele rechthoekige vriend thuis gelaten, dus ook hij kon de dag live meebeleven. Zowaar, hij kon het nog! Hoewel hij dat enige tijd geleden ook al had bewezen. Toen zijn vader zich eens wanhopig en hardop afvroeg of B. z´n mobiel een week zou kunnen inleveren in ruil voor 10 euro, hoorden we hem ´wacht even´ roepen. B. drukte op wat knopjes, schakelde de foon uit en leverde ´m ogenblikkelijk in. Ha, eenvoudig 10 euro verdienen!

Dat hebben dus we geweten. De tijd die hij overhad, werd gebruikt om zeer aanwezig te zijn, moeders te laten schrikken en zich in te lezen. Meneer ging namelijk nadenken over welke dieren hij nog miste thuis en dat waren er uiteraard nogal wat. We werden dit keer met name lastig gevallen met verhalen over een Baardagaam, een van de bekendste hagedissen die redelijk tam kan worden, gemakkelijk te verzorgen is en niet agressief. Ik had er nog nooit van gehoord. Bijzonder dat we zo’n dier nog niet hadden…

‘Geef ‘m snel die mobiel terug’, riep manlief uit ‘hij heeft veel te veel tijd om na te denken’.

Nu heeft vaders´ naar mijn mening niet veel recht van spreken, de appel valt niet ver van de boom. Als ik de verhalen van mijn schoonfamilie moet geloven hebben ze het vroeger ook niet makkelijk gehad met mijn geliefde. Blijkbaar wist hij zíjn ouders nog wel regelmatig over te halen tot de aanschaf van een nieuw huisdier. Hoewel hij veelvuldig om een papegaai scheen te hebben gezeurd, werd hier de grens getrokken, deze kwam er niet in. Lijkt me ook logisch, met 8 kinderen waren er genoeg papegaaiachtigen aanwezig.

Ik vermoed dat deze dierfascinatie al over z’n hoogtepunt heen was toen wij elkaar ontmoetten, hoewel ik door de familie wel met belangstelling werd geïnspecteerd. Leek ik ook op een happend visje, was ik ook zo geïnteresseerd in het voortplantingsgedrag van cichliden? Lieve help, wie was het, die in staat was gebleken meer zijn aandacht te trekken dan vreemde vissen of vogels? Jaháá, dat was ik. En dat duurt voort tot de dag van vandaag, houd ik mezelf graag voor. Want een papegaai komt er in ons eigen huis zelfs niet meer in, hoe onze zoon er ook om zeurt. Ik bedoel maar…

Hoe dan ook, wat een dieren, op Terschelling. Een kiekedief, wulp, grutto, aalschover, zilvermeeuw, lepelaar, het hield niet op, niet vanzelf.

Terug met de boot, dan de trein, in een goede coupe, troffen we, echt waar(!) weer de slonzige jongen met hoofdtelefoon. F-je hoorde hem zuchten: ‘Nee hè, niet zíj weer!’. Jawel, daar waren we weer!

En zo kwamen we langzaam weer aan vaste wal. De wollige grasrobben werden schapen en de Hollandse zwart-wit gevlekte landorka’s weer runderen. S. wilde er nog wel een rundgenfoto van maken. Dat was een goed idee, een mooie afsluiting van de dag. Wad een dag.

strand en koeien

je maakt wat mee

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s