Was ik?

Ik heb een obsessie.
En het duurt nu al weken.

Ik denk dat ik mezelf niet meer ben.
Of dat ik nu eindelijk bij mijn echte IK kom. Dat kan natuurlijk ook.

Het begon toen ik in de kringloopwinkel was. Tot zover nog normaal, ik hou van kringloopwinkels. Als je even door die eerste lucht heen bent, is het behoorlijk geinig, zo’n winkel met ouwe meuk. Toch koop ik doorgaans weinig in de kringloopwinkel. Mijn verstand en mijn gevoel voeren een constant gevecht in de winkel. En meestal wint mijn verstand het met de verstandige redenering: ‘Man, die ouwe troep, straks zit je er weer mee’.
Vaag lijkt de verstandige stem in mijn hoofd wel wat op die van mijn man, of van mijn moeder, maar helemaal helder heb ik het nog niet. Dat komt misschien wel omdat ik mezelf niet ben. Of juist wel.

Maar laatst kocht ik… een puzzel.

Van 1000, mille, tauzend, duuuuzend stukjes. Duizend dus.

Heel wonderlijk was het eigenlijk, dat ik met een puzzeldoos in mijn fietsmand terug rammelde naar huis.

Heel vaag kan ik me herinneren dat ik dacht dat mijn kinderen het misschien wel leuk zouden vinden om er samen eensgezind aan te werken. Dat ze er uren zoet mee zouden kunnen zijn, genoeglijk in STILTE stukjes zoekend en vindend. En dat ik misschien, heel af en toe hoor, er ook achteloos een stukje in zou werpen.

Puzzelen is zeg maar echt niet mijn ding. Ik heb zelfs meerdere keren serieus verklaard dat ik nooit, maar dan ook nooit aan zo’n stomme puzzel zou beginnen, zekerrr niet van 1000 stukjes, ofzo.
Ik ben tamelijk ongeduldig van aard, hoewel dat natuurlijk afhankelijk is van omstandigheden en onderwerp. Maar wat prutskarweitjes betreft, waaronder een puzzle eigenlijk ook valt, ben ik zeker ongeduldig te noemen.

En nu, dat is het merkwaardige, zit IK al weken op een krukje voor de puzzel te turen.
En er is niemand die me wil meehelpen.
Als ik ze lief, of smekend, of dwingend vraag om een stúkje mee te helpen, roepen mijn kinderen stuk voor stuk: ‘Je weet toch dat ik niet van puzzelen hou’. Waarop ik wanhopig uitroep dat ik puzzelen ook haat, maar dat ze best kunnen meehelpen.

‘Heb je niks beters te doen?’ zegt Nonus als ze thuiskomt uit school. ‘Jawel, zeker wel!’ roep ik dan hard, ‘ik heb heel veel te doen’.
Ook dochter snapt me niet meer.

Zelfs meneer Kruidkoek keek op een bepaald moment met een verbaasde blik naar zijn vrouw, schudde zijn hoofd en verwonderde zich hardop over het eindeloze geduld van zijn vrouw-in-de-Puzzle wie was dit mens?.

puzzel, stukjes, geheel

In gestolen en vrije uurtjes, tot middernacht, zoek ik kleine stukjes, op kleur en vorm, tracht ik piepkleine onderdeeltjes van het geheel te ontdekken. Mijn rug doet zeer door een verkeerde houding maar ik blijf obsessief turen naar het ontbrekende geheel.

Het leuke kenmerk van deze WASGIJ? puzzel, wat de kenner ongetwijfeld ogenblikkelijk zal herkennen, is dat het nog een verrassing is wat de uiteindelijke afbeelding zal worden. Het is zogezegd een oplossing van het raadsel dat op de voorkant van de doos staat afgebeeld. Echt. Enorm. Leuk.
En dat is nu de vraag die ik mezelf stel.  Vind ik dit echt enorm leuk? Waarom wil ik dit? Waarom heb ik nog niet heel agressief alle stukjes door elkaar gegooid?

Van gooien is echter (nog) totaal geen sprake, ik ben juist heel beschermend. ‘Jongens, stoei maar ergens anders, kijk in ieder geval uit voor de puzzel!’
Ik krijg zelfs hele filosofische en heldere gedachten onder het puzzelen. Zoals: ’Dit stukje heb ik al heel vaak gezien en bekeken. Nooit wist ik wat z’n plekje was. Ik heb steeds verkeerd gekeken, maar ook hij heeft zijn plekje nu gevonden’. Plok, stukje erin.

puzzelstukje, geheel, deel

En ‘ieder heeft z’n plekje, ook jij’ plok.
‘Jou had ik nodig om dit stukje erin te krijgen’ plok.
En ‘samen komen we er wel uit…’ plok.
Of ik voel me net een manager;’ik zoek voor jou het juiste plekje in de organisatie, pggh, oh nee hier pas je niet, maar daar?’ plok ‘ja, jij hebt je plek gevonden!’
Stukjes worden personen. En wanneer ik even wegloop en daarna terugkom, zie ik ineens een groter geheel ontstaan, hoewel de uitkomst vooralsnog, ook voor mij, niet helemaal helder is.

Het is als het leven. Het leven is net een puzzel. Waarom kijk ik de hele tijd over een stukje heen en zie ‘m dan opeens wel liggen? Welk stukje ben ik in het geheel?

Ik ben duidelijk mezelf niet meer. Of juist wel.

Toch ga ik door tot het laatste stukje z’n plekje heeft gevonden en ik het grote geheel kan zien.
En nu maar hopen dat er geen enkel stukje mist.

Want dan smijt ik alles door elkaar.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s