Een gruwelijke ontdekking, een waargebeurd verhaal.

Een snerpend gegil was te horen tot aan het einde van de straat. Het kwam vanuit de keuken en ging door merg en been.
Kort daarvoor was er nog niets aan de hand geweest. Aan tafel werd vreedzaam gekeuveld en een boterhammetje gegeten.

In de bijna 16 jaar dat Nonus op de wereld rondliep, was ze altijd al dol geweest op witbrood met vruchtenhagelslag.

Met een nonchalant gebaar streek ze haar gestylde haar achter haar oren en nam een hap van haar boterham, terwijl de hagelslagkorrels op het bord rinkelden. Het was niet zo dat het er buitensporig veel slagjes van haar boterham vielen want in tegenstelling tot haar broertjes, was ze dol op boter. Waar bij hen hagelslag dan meestal rijkelijk op het gebied rond de eettafel neer regende, bleven bij haar de meeste hageltjes wel plakken aan het brood.

Toch ontkwam je blijkbaar niet aan weggesprongen hageltjes. Ze maakte haar vinger nat om een verdwaald hageltje op haar vinger te laten plakken, zodat deze ook veilig in haar mond terecht zou komen. Maar in het korte moment waarop haar vinger zich naar de tafel bewoog sperde ze, naast haar ogen, ook haar mond open om daarmee een ijselijke gil te slaken, toen ze verbijsterd zag dat het hageltje bewoog!

verhaal, maden, gruwelijk, vruchtenhagelslag, hagel

De gebeurtenissen daarna volgden elkaar snel op. Ze sprong op van haar stoel, spuugde haar brood uit, ging verder met gillen en riep vervolgens jammerend, terwijl ze voorzichtig met een bevende vinger naar de tafel wees: ‘#%^&*)(##   Wwat is dat?! DOE DAT WEG, IEH AAAH, Neeee!’

Onthutst keek ook haar moeder naar het bewegende hagelslagje en al voor ze begon te gillen, wist ze dat nu gebeurd was waar ze al weken voor had gevreesd (Klik) : ‘ZE WAREN ONTSNAPT!’

Verontrust keek vader naar zijn gillende keukenmeiden. Hij speurde naar verwondingen, bloed, dacht aan verstikking, maar toen niets van dit alles het geval bleek te zijn, concludeerde hij voor zichzelf dat hij  de EHBO-doos niet hoefde te pakken. Hij luisterde naar de geschokte kreten en volgde met zijn ogen de richting van de wijzende vinger, naar het punt van ontzetting. Hij kon niet laten om even te zuchten waarop hij schouderophalend het wriemelende beestje  koelbloedig tussen duim en wijsvinger pakte, waarop de dochter opnieuw hyperventilerend begon te gillen.

‘Zijn er nog meer?’ vroeg vader kalm.

Zijn – er – nog – meer?
Alsof hun ogen geopend werden, zagen ze in de het bakje van de kaas, bij de worst plotseling nog meer wriemelende wormpjes voortbewegen.

Pure horror was dit!

Nooit eerder was de bibberende dochter zo blij geweest met haar doortastende vader en de kermende moeder met haar man.
Met klamme handen keken ze toe hoe vader de koelkastdeur opentrok en met zijn scherpe blik nog meer wurmpjes ontwaarde. Ook deze werden gepakt om ze uiteindelijk naar buiten te werpen in de krochten van de duistere kliko of in de bosjes, dat wisten ze niet precies. En dat maakte ook niet uit, als ze maar weg waren, allemaal, zonder uitzondering.

Het was maar goed dat jongste broertje niet aanwezig was bij dit incident. Hij had het onverteerbaar gevonden die kostbare maatjes zo achteloos weggegooid te zien worden. Hij zou er uiteindelijk wel achter komen, wanneer hij zijn visuitrusting weer ter hand zou nemen. Maar daar dachten ze op dit ogenblik nog niet aan.

Bedaard keek vader nogmaals in de koelkast en controleerde hij het plastic huiver-verblijf, het ijsbakje zonder ijs, waar nog enkele traag bewegende larven aan het sluimeren waren of bezig met hun zoektocht naar een uitweg. ´Het dekseltje zit er niet helemaal goed op´ was zijn conclusie.
Een onvergeeflijke daad van nalatigheid, vond de dochter. Hoe dit had kunnen gebeuren, ze kon er met haar verstand niet bij.

Ze stond hierin niet alleen. ´Ik wil ze nooit meer in de koelkast zien!´ riep moeder ontsteld, waarbij de spettertjes spuug tussen haar lippen ontsnapten.

De eetlust leek nu wel volledig verdwenen.
Hoewel vader even later nog wel een lekkere boterham met kaas nam. ‘Je kunt ze trouwens ook best eten’ onderrichtte hij intussen ‘er zijn genoeg landen waar ze dat doen’ en nam nog een hap. Van zijn boterham.

Hoe snel kan je blik op de wereld, of op broodbeleg alleen al, kan veranderen.  Zo zou vruchtenhagelslag voor haar nooit meer zijn wat het ooit was geweest.

En dat nam ze haar broertje zeer kwalijk.

Toen enkele dagen later haar broertje een boterham nam en nietsvermoedend het pak vruchtenhagelslag pakte om zijn bammetje rijkelijk te bestrooien, zweeg ze. Ze keek alleen en wachtte af…

Houd je van gruwelen, waargebeurde verhalen, interessante cursussen, heldere inzichten en andere wetenswaardigheden  – volg dan deze pagina met de volg-knop om wekelijks op de hoogte te worden gehouden.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s