Een schone deerne

Afgelopen week kocht ik een plumeau.
Ik kocht een plumeau.
Dus, un plumeau.

Wie had dat gedacht.

Ik dacht zelf altijd dat een plumeau niets voor mij was. Wij hadden vroeger thuis ook niet zo’n ding.
Mijn moeder was een schone vrouw. Zij vond een plumeau vies.

plumeau

Mijn oma had er wel een. Een mooie zachte met allemaal kleuren.
Als ik ‘m zag liggen pakte ik ‘m altijd even, om met mijn hand over de zachte haren te aaien. Heen en weer terug. Ik draaide de stok tussen mijn handen, zodat de haartjes sierlijk rondzwierden, als een wijd uitwaaierend rokje.
Ik kriebelde ermee over mijn gezicht. Lekker zacht en kriebelig. Of ik streek er mijn broertje mee in z’n nek. Of mijn moeder. Dan vroeg ik: ‘Waarom hebben wij niet zo’n ding? Wij moeten ook zo een hebben!’
‘Nee’ fluisterde mijn moeder dan, ik denk zodat oma het niet zou horen ‘bah, doe weg dat ding, da’s een vies ding’.
Ik vroeg me af waarom mijn oma zo’n vies ding in huis had. Ik nam altijd aan dat ze ermee schoonmaakte. Blijkbaar kon je met vieze dingen wel iets schoonmaken.
Alleen mijn moeder dacht er anders over.

Ik had dus ook nooit een plumeau. Want ik houd ook van schoon. Schoonmáken is weer een ander ding, daar heb ik iets minder kaas van gegeten.
Maar hoe dan ook, het leek me in ieder geval niet dat in een schoon huishouden een plumeau zou horen.

Bijna 19 jaar heb ik erover gedaan om er een in huis te halen. Dat ging zo:

We hebben een lamp, een hele hoge in de hal. Een mooie, zware, glimmende lamp. Leunend op een hoge wiebelige ladder heb ‘m zo ongeveer zelf opgehangen. Dat was heel spannend, niet omdat ik last van hoogtevrees had  -integendeel, daarom was ik het die op die ladder stond- maar omdat ik ook iets met draadjes moest doen, enzo. Draadjes met verschillende kleuren en een kroonsteentje en een speciale schroevendraaier. Met instructies vanaf de begane grond.
Gelukkig is het wel gelukt.  Dat was goed voor mijn zelfvertrouwen.

Ter illustratie even de lamp met de ladder:

lamp

Jaaaa… waagstukje…

Zo hing deze lamp er alweer ja-ren.

Al een tijd lang heb ik met enige regelmaat, peinzend naar die lamp gekeken, waar ik een stoffig waasje over het glimmende plaatjes zag. En ik zag spinnenwebben. Maar ik kon er niet bij.

En toen schoot plots me een helder inzicht te binnen: Ik moest een plumeau! Mét een telescoopsteel.
Ik zag het opeens helemaal voor me. Ik zou vanaf de overloop heerlijk met dat zachte geval aan een lange steel de stofjes kunnen weghalen.

Daarvoor ging ik naar de Blokker.
Ik heb me vaak afgevraagd wat ik bij de Blokker zou kunnen kopen. Ik kom er wel eens maar meestal loop ik net zo hard de deur weer uit.
Maar nu had ik eindelijk een serieuze missie om het noodlijdende Blokker te steunen.
Ze hadden Het dus wel bij de Blokker.
Een plumeau. Met een telescoopsteel. Tot  mijn grote verdriet niet in mooie regenboogkleuren. (Maar dat zou welhaast te mooi zijn geweest.) Het werd er een met saaie grijze haren.

Nu komt het mooiste van het hele verhaal: Het Werkt.
Ik blijk onverwacht toch te beschikken over een goed schoonmakelijk inzicht. Mán, wat heb ik die lamp heerlijk schoon gestoft. Het ging fantastisch!
Wie mij een beetje kent kan zich helemaal voorstellen dat ik nu de hele dag rondloop met een plumeau in mijn hand. Op zoek naar onbereikbare stoffige plekken.
Ik weet van geen ophouden.

En als ík er niet meer rondloop, heeft Billyboy ‘m wel in z’n hand. Hij vindt het een mooi ding. En lekker zacht ook.

Dan kriebelt hij er zachtjes mee over zijn gezicht.

De viespeuk.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s