Het is niet altijd wat het lijkt (1)

Het zijn barre tijden. Sint Maarten kunnen we nu afstrepen voor dit jaar. De volgende Sint staat alweer te trappelen. Sint Erklaas. Dat geeft uiteraard onrust.
Maar als je zonodig een blog wilt bijhouden, is het natuurlijk van belang om er met enige regelmaat iets op te zetten.

Al graaiend en knabbelend aan Sint’s kruidnoten scrolde ik inspiratieloos door de foto’s op mijn telefoon.

Dat moet je gewoon af en toe ’s doen, gewoon voor de grap. Ik kwam weer allerlei vermakelijke zaken tegen.
Met het gemak van een camera op je tellie blijken een stuk meer zaken dan, pak ‘m beet 20 jaar geleden, fotowaardig. Ik moest soms twee keer kijken, wat er op stond en bezinnen waarom ik er überhaupt een foto van had. Want het is niet altijd wat het lijkt op het eerste gezicht.

Hierbij is dan wel een nieuwe rubriek geboren.

De rubriek heet: Het is niet altijd wat het lijkt.
Zoals je kon lezen ja.

Het gaat als volgt:
Ik laat een foto zien, u bedenkt wat het is, dat schrijf ik er meteen onder. Want ik weet namelijk wat u denkt.

En daarna verklap ik het geheim.

(Ik houd het vandaag maar bij 4 foto’s. Dan bewaar ik de rest wel even.)

Laten we van start gaan.

Foto 1:


  • Sint’s hulpjes hebben geen zin. Vieze zwarte Pieten. Bah.

Ik merk al dat uitleg wel nodig is. Hier hadden we een klei-masker op. Met klei uit de dode zee. Super vol mineralen en voedingsstoffen. (Gekregen van mijn vader, die bij de dode zee was geweest en het blijkbaar zinvol vond voor ons)
Toen we het eraf hadden gehaald, waren we geweldig gereinigd en hadden we fluweelzachte huidjes.
Het hoefde er maar een kwartiertje op blijven zitten, tot de klei hard was. Jongste dochter liet ‘m voor de zekerheid wel een uur zitten. Onder het mom: hoe langer hoe beter.
Daarna was haar gezicht best rood. Laten we het maar blozend noemen.

Goed. Volgende, foto 2:

18da5afc-adb6-4397-88be-007ba96fabc0

  • Nieuwe liefde? Schoonmaker aangenomen? Reclame-uitingen?

Dochter, die van het-kleimasker-van-een-uur, appte laatst dat de allesreiniger op was. Tot voor kort duurde het altijd wel even voor de allesreiniger op was bij ons. Vanwege mijn zuinige instelling uiteraard 😌
Nu was de megafles allesreiniger met fris en fruitige veldbloemengeur in no time op. Leeg.
Die propere dame die in ons huis woont weet er wel raad mee. zie klik> Daarom stuurde ze me tijdens haar schoonmaakwerkzaamheden een foto en vroeg of ze deze kon gebruiken. Prima joh. Mr. Proper. Voor miss Proper.
Binnenkort nog even vertellen dat voor die paar vierkante meter slaapkamer, de inhoud van een halve fles wel wat royaal is.

Foto nummer 3:

  • Ha bah, zij weer met die vieze plaatjes en praatjes. Iemand heeft een keutel op het aanrecht gelegd.

Maar neen menschen! Dit was deegh. Voor den kruidnooten. Inmiddels zal het trouwens al wel poep zijn.

Het bewijs, foto 4:

  • En wie legt die blokjes daar zo keurig recht?

Nee. Ik niet nee. Halverwege de eerste rij geef ik de moed altijd al op en wordt het een rommelig zooitje. Uiteindelijk is het bij mij altijd één plakkaat die ik na het bakken maar in stukken breek. Uiteindelijk net zo effectief. Maar niet zo netjes.

Deze dochter heeft… geduld. Dit is trouwens een andere dochter dan de Miss Proper.
Déze dochter dweilt niet zo vaak. Nooit eigenlijk. Zij is alleen wel heel keurig met kruidnootjes recht leggen.

Maar het moet ergens beginnen. Toch?

Advertenties

lang leve de liefhebberij

vissen

Over jagers en verzamelaars gesproken: Dat zijn we.
Dat zit zogezegd in ons DNA, zie klik.

Ik ben dan welbeschouwd meer de verzamelaar. Mijn jongste zoon daarentegen is de jager. En hij jaagt op vis.
Een maand geleden kwam hij thuis, met een trommeltje achterop zijn fiets. Met daarin een vis. Bij de meting ter plaatse was gebleken dat de vis officieel groot genoeg was om legaal mee te nemen en op te eten.
Hij was in ieder geval groter dan het trommeltje.

Zijn handen en jas waren vies en roken ook naar vis. Maar dat hoort bij jagers.
De visser wilde de vis vervolgens graag zelf villen. Zijn ondernemingszin en zelfredzaamheid zijn immer bewonderenswaardig.

Ik twijfelde of ik hem een scherp en gevaarlijk (maar efficiënt) mes moest geven of een botter en minder gevaarlijk mes. Ik koos het laatste, omdat voor mijn geestesoog ineens een afgehakt vingertje verscheen.

Een bot mes bleek uiteindelijk toch niet handig bij het villen van een vis. Het werd een slachtpartij.
Het duurde al met al best lang en ik moest inmiddels weg. Gelukkig liep het goed af.
Toen ik weer thuiskwam, was de vis gebakken en was nog wat voor me over. Ik kreeg een stukje vis van 1 cm². Dat smaakte wel goed volgens mij. Eigenlijk was het al op voor ik goed kon proeven. Maar zoals mijn vader altijd zei; Lekker is maar 1 vinger lang. Wat ik nooit helemaal begrepen heb maar ik zag opeens wel weer dat afgehakte vingertje voor me.

Op zich houd ik best van vis eten. Hmm, lekker visje…
Niet van vissen vángen. Dat is dan weer geen hobby van me.
Vissen vangen staat zelf onderaan in de top-10, nee dal-10, van mijn minst favoriete hobby’s.  Ik vind ik het saai, zielig voor de vis, saai, oh dat had ik al gezegd, en vies, vooral met wormpjes en maden (bah).
Vissen komt in dat niet-favoriete lijstje zelfs na gamen, voetbal kijken, postzegels verzamelen, suffe filmpjes bekijken en aan auto’s sleutelen. Stuk voor stuk verrukkelijke hobby’s voor de liefhebber. ’t Is alleen niet mijn lievelings.

Toch valt over hobby’s niet te twisten.

Ik bedoel; die visser-boy hoeft van mij ook echt niet te houden van gedichtjes maken.

Maar hij kan het wel!
Dat zag ik, toen hij thuiskwam uit school en ik een kreukelig A-4tje uit de tas haalde.
Op school waren kennelijk de ‘elfjes’ aan de beurt geweest.

Hij maakte een ontroerend elfje over vissen:

IMG_9527

En daaronder stond er nog een, ‘nu voor de grap’.

Ik vind ‘m werkelijk briljant.
Lees het bij voorkeur even hardop.  Dan komt ie beter binnen.
Voel je ‘m?

IMG_9526

DNA onbekend

 

kurt-adler-Vintage-rendier-2
Toen ik eind september in een korte broek, met blote benen bij de Action liep, waar de ballen, hertjes en lichtjes alweer uitgestald lagen, dacht ik: Verrek ja, dat is ook zo, het is bijna kerst!

En zeg je kerst, dan zeg je…

Zwarte pieten-discussie!
Je zou het toch bijna missen , die hele warme, droge zomer lang, oh ik dacht dat er geen einde aan zo kohomen…

Toch is Nederland zich weer aan het opstellen voor het strijdfeest.
Je moet wat, als je in een van de meest welvarende landen ter wereld woont, waar in al meer dan 70 jaar geen oorlog is geweest, je bevindt tussen de gelukkigste inwoners van deze aardkloot. Dan mis je gewoon een beetje gevecht, wat confrontatie, een lekkere knokpartij. En dat heet dan zwartepietendiscussie.
Ik ben nogal conflict vermijdend en heb me er zoveel mogelijk van afzijdig gehouden. Daarbij ontging me het motief om er zo’n strijd van te maken. Maar kort gezegd komt het volgens mij hierop neer:

Er zijn altijd mensen die onvrede ervaren in tijden van vrede.
Zo heb je bewoners van deze welvarende natie, die na honderden jaren nog steeds de hinder ondervinden van hun slavernijverleden. De mensen die namens hun voorouders nog steeds blijven opkomen voor de rechten van de onderdrukte mens. Zijzelf dus. Deze vaak donkergekleurde mensen protesteren tégen racisme, maar – opmerkelijk genoeg – ook tégen Zwarte Piet.

Daartegen hebben we de partij van mensen die zich zórgen maken. Zorgen om de teloorgang van ons immaterieel cultureel erfgoed. Volwassen mensen die zich inzetten voor het behoud van een eeuwenoud traditioneel kinderfeest -verdraaidnogaantoe,-we-blijven-af-van-kinderfeesten, het is 100% kinderfeest-en-dat-moet-zo-blijven.
Deze, veelal boze witte blanke man m/v, is meestal ook best wel een beetje tegen racisme, op zich, maar is in ieder geval wel vóór zwarte Piet.

Dat maakt de strijd boeiend, edoch buitengewoon ingewikkeld voor de Nederlandse kinderen, blank en bruin. Die snappen er geen hout van. Laat staan dat ik dat doe.
Ik  heb geen idee heb voor wie ik ben; zwarte piet, witte piet, vieze piet, welke partij er gelijk heeft…  Schiet mij maar lek, het is mij om het even. Maar het. hoort. Er. Gewoon. Bij.
Deze hele strijd behoort volgens mij inmiddels ook al tot het immaterieel cultureel erfgoed. Ofzo. Maar wel een die maar niet te lang moet aanhouden. Want als mensen er verdrietig of boos om worden, lijkt het mij geen leuk kinderfeest.

En ergens tussen de zattepietendiskusjie en kerst in zit: Sinterklaas! Ja, daar hebben we ‘m, want oh, dat komt ook maar even zo, hop hop hop in volle galop, met rasse schreden naderbij.
– Makkersstaaktuwwildgeraas –
‘Watgaanwedoenmetsinterklaas’ riepen mijn kinderen alweer. Wordt het lootje trekken, surprise, gedicht, een spel of alles maar.
Ieder jaar worden er door ons – hoort er ook een beetje bij – enkele alternatieven aangeboden (lees: we kunnen ook ’s uit eten, 1 groot cadeau voor het hele gezin, of gewoon een keertje niks doen) Deze worden traditioneel weer verworpen, want ach, die gezélligheid, die zak van Sinterklaas, boordevol met cadeautjes… die wil je niet missen. Behalve BaasB. dan. Die heeft er iets minder mee. ‘Geef mij dit jaar maar gewoon meteen geld.’

Daarentegen hadden anderen het verlanglijstje al bijna klaar.

Waarbij F-je wel met het meest opmerkelijkste verlangen sinds jaren kwam:

‘Ik vraag voor Sinterklaas: een DNA-onderzoek’.

dus

‘Ik wil dat heel graag’

Waarom? Waarom? Waarom? Twijfel je eraan of je een kind van ons bent?

Dat niet meteen, hoewel (…) maar, het leek haar interessant om haar herkomst te achterhalen. De verre voorouders, waar kwamen die vandaan, welk bloed stroomde er door haar aderen, dat was de vraag.

‘Dan wil ik ook wel’, riep BaasB.

‘Denk je niet dat je dan een beetje dezelfde uitslag krijgt?’ Vroeg ik hem.

Hij dacht van niet, hij leek toch totaal niet op haar?

Man las toen, ter informatie op internet, dat het grootste deel van de Nederlanders van oorsprong jagers-verzamelaars waren, en een kleiner deel boeren. Dus heel simpel; óf je bent een boer, óf je bent een jager-verzamelaar.

Als je denkt dat je er zo makkelijk vanaf komt… Daar nam F-je uiteraard geen genoegen mee.

Wij wel overigens, toen man en ik die middag in het bos tamme kastanjes zochten en we bijna niet konden stoppen met rapen, zeiden we instemmend tegen elkaar; ‘wij zijn echte jager-verzamelaars.’

Ik zocht later die dag nog maar even verder op het internet en las op een site de aanprijzing: ‘Uw DNA legt uw unieke erfgoed bloot – de etnische groepen en de geografische regionen waar u oorspronkelijk vandaan komt. Vind nieuwe verwanten waarvan u het bestaan nooit kende via het DNA dat u met hen deelt.’  (Whoo, wie dan he?!)

Het maakt, hoe dan ook, toch enigszins nieuwsgierig.
Ik bedoel; Stel je voor dat we op pakjesavond een envelop in de zak vinden. Dat F-je hem openmaakt en de uitslag van het DNA-onderzoek krijgt en leest, dat ze gedeeltelijk verwant is aan…  Zwarte Piet!

Dan weet ik meteen voor wie ik in het vervolg ben; Vóór Zwarte Piet natuurlijk!
Ter illustratie hier nog een foto van mijn kind:

piet, zwart, staphorsterstip
en zeg nou zelf… ik zou er niet eens raar van opkijken eerlijk gezegd

 

Déjà Vu

 

praying mantis
ivo van der ent

Mijn man had een déjà vu.
Dat beweerde hij tenminste, toen hij me niet zulke nette dingen hoorde sputteren.
‘Wat is er?!’ riep hij vanaf beneden.
Ik heb een ladder in mijn nieuwe panty, riep ik geagiteerd, en het is nog wel een laddervrije panty!
‘Volgens mij heb ik een déjà vu’, zei hij toen.

Déjà Vu is Frans,  wat al gezien betekent. Het is zogezegd, de vreemde gewaarwording dat men een gebeurtenis al eens eerder heeft meegemaakt of een persoon of ding al eens eerder heeft gezien (terwijl dat in werkelijkheid niet het geval is): Ik was er zeker van dat ik nooit eerder in deze stad was geweest, maar toen het huis binnenging, kreeg ik een (vreemd gevoel van) déjà vu…

Volgens mij had man trouwens helemaal geen déjà vu. Dat panty-drama heeft hij gewoon echt vaker meegemaakt.

Vroeger had ik het trouwens heel vaak, zo’n déjà vu. Gedurende mijn hele jeugd tot in mijn volwassenheid had ik van die Hè, Hu, eh…, momenten, die ik vaker dacht te hebben beleefd. Of in ieder geval het gevoel daarvan.
Eigenlijk was mijn leven een aaneenschakeling van déjà vu’s. Regelmatig riep ik bij gebeurtenissen en uitspraken: Hé, is dit wat er precies nu gebeurt, al eerder gebeurd?
‘Neeneeneenee’, riep men dan.

Toch was het tamelijk fascinerend eigenlijk. Mijn déjà vu-leven van toen was in bepaalde opzichten beslist boeiender dan het nu is. Het leverde interessante en diepzinnige gedachten op.
Ik  had dan wel gelezen dat deze ervaring te maken had met kortsluiting in de hersenen. Dat iets dat wat we zien eerst dat terecht komt in het geheugen, en we ons daarna  bewust van worden.
Maar liever geloofde ik dat niet. En eigenlijk stelde ik me dan toch graag voor dat mijn leven tegelijkertijd misschien al eerder geleefd was, of verweven was met de hedendaagse werkelijkheid. Alsof je toch in een soort van parallel universum leeft. Dat ik dan eigenlijk meer dan alleen mijn eenvoudige zelfje van nu was. En dat tijdreizen dan toch mogelijk zou zijn?

Volgt u het nog? Nou ja, dat soort filosofische kwesties dus. Bij het wegblijven van mijn déjà vu’s tegenwoordig, heb ik ook niet meer van die diepzinnige bespiegelingen met mezelf. Wat jammer is, maar tegelijkertijd het leven een stuk eenvoudiger maakt.

Hoewel ik laatst wel weer bijna een déjà vu ervoer;

Want potverdikkie, dat terrarium, waarin Billy’s wandelende takjes in hadden geleefd en ook waren gestorven – of beter gesnorven, zoals F-je dat vroeger altijd zei, wat ik persoonlijk iets  mooier vind klinken en bij voorkeur gebruik, hoewel ik dat meestal toch niet doe omdat mensen dan zouden kunnen denken dat ik het woord niet goed ken of kan uitspreken, wat dan weer gek is voor een logopedist, enfin…  – hoe dan ook, dat terrariumpje, dat schoongemaakt en weggezet was, dat al bijna met foto’s op marktplaats stond, zag ik opeens weer prachtig ingericht staan op de oude plek.

Wwasdatnoudan? riep ik verbaasd naar Man.
‘Oh, da’s voor BaasB. Die wil er wat mee’
uh?
‘Ja, hij wil een bidsprinkhaan’
Okee… waarom?
‘Ja, de bak stond leeg…’

Naast zijn intense relatie met z’n computer houdt hij zich zijdelings bezig met dier-gerelateerde hobby’s. Ter uwer informatie; zijn interesse gaat uit naar macrofauna en zijn vogel, de vreselijke Eddy. Eddy-de vrouwenhater, die zijn kopje buigt voor alle mannelijke gezinsleden om gekriebeld te worden, maar hatelijk met z’n snaveltje naar de dames pikt.

BaasB speurde vervolgens bij een webshop voor(?) over(?) met(?) ongewervelde dieren.
Die sites bestaan ja.
Daar had hij, vermoed ik, vorig jaar ook de mieren besteld voor zijn mierenboerderij, die toen op zijn slaapkamer stond.
Terwijl ons leven op de begane grond in het teken stond van De Bestrijding, werd boven in ons huis naar hartenlust met mieren en fruitvliegjes gekweekt. Waar wij als een gek met mierenpoeder  in het rond strooiden, vanwege de steeds verder oprukkende terror-mieren en daarnaast ook de fruitvliegjes buiten de deur probeerden te houden, stonden er potjes op zolder met ondefinieerbare fruitprakjes, waar vleugelloze fruitvliegjes werden gekweekt. Als voer voor de mieren.

Gelukkig Helaas stierven de mieren. Het valt niet mee om ze in leven te houden als het juist wél moet. Het zal iets te maken hebben met de wet van omgekeerde inspanning.
Die overigens ook van toepassing lijkt op het B’s aquarium met vuurgarnaaltjes. Door een mysterieuze ziekte is een aantal weken geleden een groot deel van de populatie uitgestorven. In de bak dan. Ik tuurde erin en berichtte aan B; nou, ze zijn allemaal dood volgens mij, er zijn alleen nog wat slakjes.
‘Nee hoor, wist B. ‘Er zijn er nog een paar over. De sterksten overleven, dat is natuurlijke selectie. Het komt goed.’

Houd moed makker.

Blijkbaar ontbrak er toch nog wat in zijn leven.
En daarom: een bidsprinkhaan.

Ik vind het ergens wel een mooie gedachte, dat hij een bídsprinkhaan wil, zei ik vroom tegen man.
‘Nou zulke lieverdjes zijn het anders niet.’ Wist hij. ‘De vrouwtjes eten de mannetjes vaak op.’
Oei, schrok ik, zouden we het wel doen dan?
‘Jij hoeft je geen zorgen te maken hoor, ze eten jou heus niet op.’
Oh, daar maakte ik me ook geen zorgen over. Meer over jullie eigenlijk. Haha.
Ha
Ha ha

Maar man was niet bang.

Nu ik de plaatjes van die dieren heb gezien, voel ik wel een lichte angst opkomen.

ghost-bidsprinkhaan-phyllocrania-paradoxa-1

Jammer genoeg waren de specifieke bidsprinkhanen die B. op het oog had, niet op voorraad. Er waren nog wel andere, duurdere, bidsprinkhanen die  ook ‘geschikt waren voor de oplettende beginner’ zoals de website vermeldde. Alleen werd het dan, inclusief verzendkosten zo duur, vond B.

Ik kwam niet meer bij. Hoe dan? Hoe gaan ze die beesten verzenden dan, aan de oplettende beginner? schaterde ik. Ik zag al een platgedrukt sprinkhaantje in een envelopje voor me.

‘Gewoon, per post.’ (Zoon is vaak niet van de meest mededeelzame soort hè)

Dus nu zien we uit naar de komst van een betaalbare bidsprinkhaan.
Spannend, ik kan eigenlijk niet wachten tot ik de post uit de brievenbus kan halen en een springend envelopje vind…

Ondertussen heb ik toch nog maar even wat meer info opgezocht over mijn toekomstige huisgenoot.
Ik las dat dit beest eigenlijk meer verwant is aan de kakkerlak, -kak bah- en dat het efficiënte jagers zijn. Dat ze met de  pootjes op elkaar hangend wachten op hun prooi (waar hij z’n naam aan te danken heeft.)

Ik laat het bezinken.

Dan lees ik iets verderop ineens dat ze slechts enkele maanden tot een jaar leven.

Aaach, dat overleef ik wel.cg5022697e4b192

Op kamers

was

Het is rustig hier.

Oudste dochter is op kamers. En dat scheelt door de weeks nogal. In het aantal personen, in geluidsvolume, gespreksstof, eten, was. En gezelligheid vooral.

Ze woont niet ver van hier hoor, een kilometer of 30 verderop. Maar toch. Wel weg.

Een vriendin van me heeft al haar kinderen, voor ze uit huis gingen, huishoud-les gegeven. Zodat ze konden koken en wassen, voor op zichzelf gingen wonen.
Toen ik dat hoorde, vond ik dat een fantastisch idee. Het was nooit in me opgekomen, maar ik nam meteen voor: Dat ga ik ook doen als het zover is!

Maar, voor ik het wist was ze al weg.
Was ze uit huis.
Zat ze op haar kamer zonder huishoud-les te hebben gehad!

Heb ik met open ogen blijkbaar toch ergens iets gemist, onderweg naar haar zelfstandigheid.
Of heb ik mijn ogen er onbewust voor gesloten.
Of dacht ik  stiekem dat het niet nodig zou zijn. Dat alles vanzelf zou gaan.

Gelukkig kan haar nichtje, die nu bij haar in de buurt woont, wel koken.
En eet ze met anderen mee.
En lust ze ook graag crackers en koekjes. Ofzo.

En de was nam ze eerst maar gewoon mee naar huis.
Niemand kan namelijk zo goed de was doen als ik.

Ik ben niet echt een huishoudelijk type en word niet dolblij van de poetserij.
Maar de was is wel echt mijn ding.
Ik geef het schoorvoetend toe, maar, ja… nou ja, Ik Hou Ervan! Ik ben – to be honest- een freakin’freak op dat gebied.
Laat ik nou toevallig dagelijks genoeg was hebben om me flink te kunnen uitleven. En dat doe ik. Geluksvogel dat ik daar ben.

Ik ken dus mensen met, serieus, slechts 1 wasmiddel. Universeel.
Dat is ondenkbaar voor mij. Ik heb zoveel soorten wasmiddel, daar word je gewoon koud van. Het is niet alleen vanwege de lekkere geurtjes, waardoor ik zoveel soorten heb; poedertjes en vloeibaar en wasverzachter. Ook vanwege de mooie fles. En de betoverende namen; klein&krachtig, puur&zacht, stralend, pinksensation. Of Eco als ik in een milieubewuste bui ben. Of seepje dus. Daar word je toch week van?

seepje-wasmiddel-bont

Ik sorteer nijver het wit, bont, fijn, wol, licht, donker, heet, koeler, koud, eventjes-snel-wasje, lekker lang. etc. etc. En alles mag een eigen middeltje. Lekker hoor.

Alle kleding keer ik uiteraard voor het wassen binnenste buiten.
En na het wassen hang ik zoveel mogelijk aan kleerhangers. Want ik háát knijperafdrukken en puntjes in de zijkant van mijn kleren.
-wee degene die in al z’n onschuld, de spullen verkeerd ophangt-
En als het schone goed droog is, vouw ik de kleding meteen strak op.

Maar het moet gezegd; ik verpruts zelden een kledingstuk.

Geen wonder dat mijn man een heilig ontzag voor de wasmachine heeft. Wanneer ik ’s een paar dagen weg ben moet ik steeds weer een hele beschrijving geven van alle handelingen. Hij vindt het doodeng.
Geen wonder dat niemand zich er thuis mee durft te bemoeien.

En dochter… heeft dus nooit was-les gehad. Ik heb haar alleen maar angstig gemaakt. Wasangst. Ik moet me schamen.

Geen wonder dat ze in nood zat.
Ze appte me voorzichtig. Of ik nog wastips had.

Wastips…

IMG_9373 (1)


Dat ik dát zei he.
Dat is een antwoord van niks natuurlijk.

We namen vervolgens telefonisch de was door. En met haar i Phone liet ze me de knopjes van de wasmachine zien. Lang leve video-bellen.
Met mijn hoofd schuin om rechtop mee te kunnen lezen tuurde ik naar de knoppen en riep instructies.

We kwamen er wel uit. Heus.
Druk nu maar op start, riep ik, ja dat knipperende lampje ja.

Vieze praatjes

Ik schrok me een hoedje toen ik gisteren naar de wc wilde. Een dag ervoor had ik ‘m nog grondig schoongemaakt.

Eeej riep ik, allemensen wat een keutel!

–  Ik waarschuw je nu maar vast, het wordt een vies verhaal. Dat heb je soms.
Wanneer je er niet van houdt, stop acuut met lezen. Bij stiekem wel – gewoon doorlezen –

Daar lag dus echt een waanzinnig grote drol in de pot, in een bedje van wc-papier. Snel riep ik iedereen die in de buurt was erbij, om te kijken. En zo  keken vier mensen met stomme verbazing naar de enorme keutel in de pot en we waren het erover eens dat dit wel uit een reuzenpoepert moest zijn gekomen.
Man nam een foto en plaatste ‘m op de gezinsapp. Ook raar. Maar waar.

Iedereen reageerde met gepaste afschuw. Het was trouwens niemand uit ons gezin die het had gedaan. Nee. Natuurlijk niet. Ha.

Ik herinner me nu opeens weer een bericht in een of ander nieuws, over een inbreker die tijdens het inbreken plotseling zo nodig moeten poepen, dat hij eerst ergens in het huis, waar hij op dat moment aan het werk was, zijn behoefte deed.
Logisch natuurlijk, het lucht lekker op en scheelt gewicht als je de buit mee wilt nemen.

Alleen moet je dan wel doorspoelen.

Het kán zijn dat hij gisteren bij ons was . En dat ie er na zijn boodschap meteen helemaal klaar mee was, want ik mis verder geen kostbaarheden.
Ik heb er zogezegd alleen maar iets bij gekregen.

En we hebben er verder niets van gemerkt. Het is natuurlijk ook niet zo dat je heel erg let op iemand die poept. Dat is toch wel een privé aangelegenheid.

Dat vindt ons hondje Jip trouwens ook. Het is een heel net en preuts hondje. Als we hem uitlaten en hij wil een drolletje draaien, dan moeten we op het moment suprême echt niet naar hem kijken. Want als we kijken dan lukt het hem niet zo goed. Met ogen vol schaamte blikt ie een beetje schuin omhoog.  Ik kijk dan altijd even respectvol de andere kant op. Gevolg is wel, dat ik daarna met mijn hondenpoep-zakje weer op zoek moet naar het keuteltje, terwijl Jip er dan al snel vandoor is gegaan (alsof er niks is gebeurd -lalalala). Jip is namelijk een klein hondje die z’n kleine hoopjes het liefst verstopt in het hoge gras. Ik moet met mijn neus tussen de grassprietjes  speuren tot ik het drolletje met het zakje kan oprapen.

Dat is overigens, nu we het over vies hebben, ook best een vies gevoel, zo’n warme keutel in een plastic zakje.
Terwijl het eigenlijk heel schoon is wat je doet.

Als honden uitlater let ik ook op mijn collega-uitlaters. Ik zou allerlei conclusies die ik al wandelend formuleer, met jullie kunnen delen. Ik houd het vandaag maar bij een ding;

Wat me tot nu toe bijvoorbeeld is opgevallen aan de hondenuitlaters, is dat er globaal twee soorten hondenbaasjes zijn.
De eerste soort doen altijd net of ze niet zien dat hun hondje poept. (Waarvan een deel doet of hun hond helegaar niet gepoept heeft – fluit fluit- tralala – en een ander deel omstandig een knisperend zakje opent om de hoop weg te toveren).
De andere soort baasjes kijkt juist wel. Die zie ik, met hondenriempje in de hand, met een intense blik naar hun hond te staren, alsof ze de keutel er hoogstpersoonlijk uit willen kijken. (Waarvan een deel van hen vervolgens alsnog doet of hun hond niet gepoept heeft -fluit fluit fluit – en een ander deel dan weer de truc met het zakje doet)

En dan heb je nog van die hondjes die je ziet lopen, waarvan je denkt; waar is zijn baasje nou? Die zijn zo slim om te ontsnappen om vervolgens zelf een geschikte route en poepplek te kiezen. Maar dat is weer een ander verhaal.

Om nog even terug te komen op soort 2; Wat denk je dan op zo’n moment, dat je je hond ziet poepen? Voel je dan even hetzelfde als je hond? Leef je mee? Lucht het op?
Ik wil het niet te weten… eigenlijk wel maar ik ben een wegkijker dus ik weet het niet.
Maar het fascineert me wel.

Dus dat hebben mijn kinderen niet van een vreemde. Hoewel ik het helemaal niet aanmoedig dat ze tijdens de maaltijd het poep-onderwerp nogmaals aansnijden, praten we hier tijdens het eten wel opvallend vaak over.
F-je houdt daar dan weer niet van. Ja, dat is die propere dame ja, van de huishoudelijke opvoeding. Toen haar broers gisteren weer wat iets viezigs riepen, liet ze boos weten dat ze op deze manier niet meer van haar toetje kon genieten.

‘Nee??’ riep BaasB opgetogen. ‘Poep…!… Tarrel…. Poepkorreltjes’

‘Whaha’ joelde Billy, ‘Wwwind, scheet!’

‘Hou op’ schreeuwde ze door, ‘nou lust ik het echt niet meer!’

‘Nee? Mag ik ‘t? Geef maar aan mij!’ riep BaasB.

‘Nou jij niet, stommert, door JOU heb ik er helemaal geen zin meer in.’

‘Nou geef dan, geef aan mij, ik lust het wel…! Tarrel*…’

*Timmerende vuisten over. En weer*

En zo eindigde een redelijk vreedzame maaltijd wederom in een jammerlijke ruzie…

Kák!

De vieze toiletfoto is al verwijderd, die kan ik niet meer laten zien. Maar kijk wat ik vond in mijn galerij; we maakten vorige week ook poppetjes van kastanjes. Let op de details. Dat zegt wel weer genoeg.

*zoek de betekenis zelf maar op

huishoudelijke opvoeding

schoonmaken

Stel je gewoon eens even voor:

Je hebt een puberdochter van een jaar of 13, op zo’n leeftijd waarop ze ’t net niet allemaal meer even weten. Lief dat ze dan zijn! Maar ach, het gaat allemaal niet vanzelf.

Maar dan: dan kom je ’s avonds thuis, je opent de voordeur en een frisse lentegeur komt je tegemoet. Allesreiniger bloemen, een frisse bloemengeur voor een stralend schoon huis.ajax Er hangt een dekbed over de balustrade te luchten, de stofzuiger staat net gebruikt op de overloop. Er wordt gedweild door die dochter, alsof haar leven ervan afhangt. Nou dat.

En dat het bed daarna wordt opgemaakt, de hamster intussen fris en fruitig tussen het knisperende schone hooi zit te knipperen om even later te worden teruggezet wordt op z’n plekje in die schone slaapkamer.

De wasmanden zitten boordevol met was. Dat wel natuurlijk… Maar dochter zingt ondertussen wel een vrolijk liedje.opruimen

‘Oooh’ hoor ik je al vol verlangen zuchten ‘hou maar op met je utopische verhalen, dit klinkt te mooi om waar te zijn!’

Maar nee, dat was het nog niet. Lees nog even mee.
Dit gebeurt dan iedere week. Ie-de-re week is die slaapkamer superschoon gedweild en opgeruimd. Iedere dag, is het bed netjes opgemaakt, de kleren opgeborgen. Tiptop.

En dat je dan als moeder zegt: ‘Nou nou, nu al weer? Is dat nou echt nodig? Je hoeft toch niet iedere week te dweilen en je bed te verschonen?’ (dat het zover komt hè?)
En dat die dochter dan zegt: ‘Natuurlijk wel, wat zeur je nou, het is toch heerlijk schoon?’

Dat was een wonderschoon verhaal. Jawel.

En wat? Ik zal het je vertellen;
Het gebeurt dus echt hier, hè! Niet gelogen! Niks niet utopie, dit is de glanzende werkelijkheid in dit huishouden.

Ik kan het zelf na zoveel weken nog steeds niet helemaal geloven, hoewel ik het met eigen blote ogen heb gezien en met mijn eigen blote neus heb geroken.
Er gebeuren iedere dag nog wonderlijke dingen. En dit is er een van.

Oh wacht; en dat die dochter zegt: ‘Dan kan ik altijd zóóó  lekker slapen, als alles weer schoon en opgeruimd is’. (Zie mij instemmend knikken en traantjes wegpinken)

Snap je dat ik daar ook heerlijk van kan slapen?
Want als ik wakker wordt, is het nog steeds zo! Niet dat ik jullie jaloers wil maken eigenlijk wel natuurlijk, maar , dit gebeurt hier gewoon!
Ze heeft bij tijden rare streken, die dochter, is daarnaast regelmatig zeer puberaal onredelijk. Maar met de hygiëne is het dik voor mekaar!

Onder de schoonmaakgeluiden keken wij intussen met de voetjes omhoog naar het nieuws. We hoorden over de ongelijkheid van vrouwen op de arbeidsmarkt, een nieuwsitem over nieuwe CAO’s voor deze en gene en daarna dat eczeem flink in opmars is. Volgens huidspecialisten kan de forse stijging te maken hebben met het feit dat we in een steeds beter beschermde omgeving leven, waardoor we minder worden blootgesteld aan bacteriën die juist beschermend kunnen werken. Met andere woorden zeggen internationale huidspecialisten: „Een beetje viezigheid kan geen kwaad”.

Man en ik knikten elkaar eens toe. ‘Nou, daar zullen wij hier niet zo snel last van krijgen ’ zeiden we tevreden en draaiden ons hoofd weer naar het scherm. Tot we elkaar opeens verschrikt aankeken en vervolgens, met een blik naar de schoonmaakgeluiden boven zuchtten; ‘Als zij maar geen last van eczeem krijgt.’

En zo heb je, voor je het weet, er een nieuwe zorg bij.

alle hamsters en pompoenen nog-an-toe! (deel 3)

Het was een vruchtbare zomer dit jaar.

hamster, zwart, bumba,

Hoe het afliep met het nageslacht riep ik de vorige keer. Als je denkt dat iets is afgelopen, dan is dat natuurlijk nooit zo. Tuurlijk niet. Life goes on.

Onze jongste zoon kreeg voor de zomervakantie pompoenpitjes mee naar huis. Voor een wedstrijd. ‘Wie kweekt de grootste pompoen’.
Billyboy bekeek de zaadjes en dacht: ‘Daar heb ik geen zin in hoor’.
De pitjes wierp hij in een hoekje bij het schoolplein. Met zijn voet schoffelde hij ze nog wat onder het zand, zodat ze niet meer te zien waren.
Hij was er fatsoenlijk vanaf gekomen.

Kort daarna werd hij jarig. Van zijn jongste zus kreeg hij een hamster. Een Hamster-To-Be. Want heel die hamster bestond nog niet. Die moest nog gemaakt worden.
Hij was al reuze-blij met deze belofte. Met zijn optimistische karakter heeft hij altijd een grenzeloos vertrouwen in welke goede afloop dan ook. Dus dit zou helemaal goed komen.
De hamster werd gemaakt. Zie deel 1 & 2.

Ondertussen gingen wij op vakantie. Toen we terug kwamen waren Billy’s andere huisdieren behoorlijk gestorven. Hij was eigenlijk een soort van vergeten om oppas hiervoor te vragen.
Niet om het goed te praten maar het waren ook tamelijk saaie huisdieren. Van het soort dat je nogal snel vergeet, die wandelende takken. Dus in die glazen bak was het, net als buiten vanwege de droogte, ook al een dooie boel.
Hij treurde kort, daar ga ik vanuit. De takjes lagen een tijdje later morsdood in de kliko.

Gelukkig ging het leven door en werden de hamstertjes geboren. Ik werd over-pleeg-oma, mijn dochter werd pleeg-oma en zoon werd een pleegvader van een vers hamstertje, dat sinds vorige week bij ons thuis woont.
Het is een gaan en komen van huisdieren hier.

En daar is dan… Bumba! (Ja van Bumba balu, het circus komt eraan, Bumba beli wat is dat voor een clown, het blijft hangen hè, die peuterperiode).

Er werd mij heus wel gevraagd naar suggesties voor een geschikte hamsternaam. Uiteraard, dat kan ik. Ik vind dat ik mooie namen kan bedenken. Ik vond bijvoorbeeld Janneman (Robinson) wel een leuke naam. Of Prins Charles. Of Humberto. Of Willem. Of Barack.
Of Usain Bolt wat een man – ik ben fan, vond ik ook wel toepasselijk.usain

 

Belachelijk, waren mijn suggesties. Vonden mijn kinderen.
Daarom heet hij Bumba. Nee, dat is niet belachelijk. Haha. Ha. Ha.

Bumba is een superschattig zwart peuter-hamstertje. Hij heeft ontroerend kleine witte oortjes en als hij zich even opricht om heel aandoenlijk met zijn pietepeuterige minipootjes rond zijn snuitje te poetsen, zie je zijn snoezige lieve zachte witte buikje.
Bijvoeglijke naamwoorden schieten tekort om de schattigheid van dit diertje te omschrijven. Wij kirren dat het een aard heeft. Het ratelende hamsterrad iedere avond en de piepkleine poepjes, die als zwarte suikerkorreltjes op de tafel liggen nemen we voor lief.
Op de táfel ja; om het de schattigheid van het hamstertje keer op keer te kunnen beoordelen laat baasje Billyboy hem met enige regelmaat op de eettafel rondlopen. Oeeehww! kirren we dan.

Ondertussen is de vakantie voorbij. Billyboy ging weer naar school. Onze baby zit inmiddels in al groep 8. Opgetogen kwam hij na de eerste dag thuis:

‘Weet je’, riep hij, ‘ik had voor de vakantie pompoenzaadjes gekregen, voor een wedstrijd ofzo. Maarre die had ik maar bij school in de tuin gepleurd.
En nu hè… groeien er supergrote pompoenen bij school in de tuin!’

Dat was goed nieuws, zo maakte hij zelfs onverwacht nog kans om te winnen. Winnen in een wedstrijd waar hij helemaal niet aan had meegedaan.
Het leven zit vol verrassingen. Zo heb je niks, zo ben je een winnaar.

En zo heb je weer niks. Na het weekend waren de pompoenen… weg. Kapot getrapt door voetballende pompoen-vandalen.

Dat was een verdrietig moment.

Gelukkig hebben we Bumba nog.
We zullen goed voor hem zorgen.

IMG_9093
– hij had pompoenpitjes vast heel smikkelbaar gevonden –

Hoe het afliep met het nageslacht (deel 2)

 

Afbeeldingsresultaat voor hamster t shirt

Nu ik  jullie heb verteld dat Henk zwanger was, is het ongetwijfeld interessant om te weten hoe het verder ging.
Als je het nieuws over de zwangerschap hebt gemist: zie klik.

Henk was maar kort zwanger. Twee weken slechts. Maar dat is normaal bij hamsters.
Dus ik ben blij verheugd dat ik jullie kan meedelen dat een tweeling is geboren.
Geslacht: onbekend. (En dat blijft een verrassing, ook als je het weet)
Kleur: zwart en wit. Dus 1 zwart en 1 wit exemplaar.

Dat kan dus, 2 kindjes krijgen, waarvan de 1 zwart en de ander wit is. Maakt Henk echt niet uit. Geen hamster- racisme in de kooi. Daar doen we niet aan.

Hoewel je tegenwoordig voor je het weet van racisme wordt beschuldigd.
Dat gebeurde mij gisteren nog. Met mijn laptop op schoot was ik druk bezig wat mail te beantwoorden, toen de boel plotseling uitviel.
Boos en wanhopig wierp ik mijn handen in de lucht en riep tegen het beeldscherm: ‘Wáárom ben Jij nu zwart?’
Ik praat dus ook tegen niet-levende voorwerpen. Dat heet antropomorfisme, heb ik even opgezocht. Fijn om even te weten. Als ik eens iets interessants over mezelf wil vertellen.

Oudste zoon die naast me op de bank zat en zelf vaak niet vies is van racistische grapjes en opmerkingen hier en daar puur door slechte invloeden van buitenaf, riep schijnheilig: ‘Héje, we doen hier niet aan racisme he. Wát heb jij tegen zwart?’

Jongste zoon hoorde ik kakelen: ‘Waarom ben jij zwart? Tegen wie zeg je dat?
Waaaarom ben jíj Zwart? Hahahahaha.’

Ik mopperde en mompelde iets over de batterij die weer zo snel leeg was.

En toen vroeg man zich af of ik op straat soms ook zomaar tegen mensen riep: ‘Waarom ben jij zwart’ en of ik daarna ook vraag: ‘Is je batterij soms leeg?’

‘Doe normaal’ zei ik.

‘Doe normaal, waarom ben jij zwart? hahaha. Héé, waarom ben jij zwart?’ hoorde ik jongste zoon, die inmiddels eindelijk boven was gearriveerd omdat ie nodig ’s naar bed moest, roepen.

Ik houd best van mijn mannen maar vaak kun je er geen fatsoenlijk gesprek mee voeren.
Daarom praat ik tegen voorwerpen denk ik.

Volgens gedragswetenschapper Nicholas Epley is dat overigens niet dom, dat praten tegen voorwerpen maar is het een bijproduct van het hebben van een actieve, intelligente sociale cognitie. Hij zegt dat hetzelfde psychologische effect optreedt wanneer je je bewust bent van de geest van ander persoon en wanneer je een geest herkent in andere dieren. Het is een weerspiegeling van het grootste vermogen van onze hersenen.

Nou dat dus hè. Heb ik jullie zomaar even een kijkje gegeven in het grootste vermogen van mijn hersenen.

En nu weten jullie inmiddels nog steeds bijna niks over de hamsters.Afbeeldingsresultaat voor im only talking to my hamster Maar eerlijk gezegd weet ik zelf ook niet zoveel meer dan dit. Want Henk woont immers niet bij ons. En ik ben nog niet op kraamvisite geweest. Gaat binnenkort gebeuren. Ik ben nu al benieuwd welke geest ik dan in de hamsters herken.

Dus het wordt vervolgd.

Gelukkig zijn er al wel een foto’s:

aaaaahw….

 

Hoe Henk vrouw werd (deel 1)

oma kind

Mijn dochter is een overbezorgde moeder. Sinds een maand of wat. (Oh daarom was het hier zo stil)
Ze wist goed waar ze aan begon. Heel het wereldwijde web was al geraadpleegd, forums bezocht en bij elke vraag is op Youtube wel iemand te vinden met een passend antwoord.
Nu haar kleintje er is, blijft het zoeken. Wat natuurlijk heel herkenbaar is, want is niet elke ouder een beetje onzeker?
Ze heeft een meisje. Ik mocht het ukkie al een paar keer vasthouden, onder haar waakzame oog, dat wel. Heel even.

Mijn dochter neemt haar taak als ouder/verzorger heel serieus. En als ik sommige bezorgdheden te luchthartig wegklets, is het commentaar niet van de lucht. Ik ben véél te gemakkelijk. Ik ben absoluut niet bezorgd genoeg, nooit geweest ook trouwens. Dat was wel gebleken tijdens haar eigen opvoeding. Ik was bijvoorbeeld ook nooit bezorgd als ze bijvoorbeeld alleen wegging met de trein en lang wegbleef. Ik vroeg verbaasd wanneer dat was gebeurd, was het wel gebeurd? ‘Nou nee, antwoordde ze, maar je zou niet ongerust zijn geweest.’
Aha.
Er waren trouwens meer voorbeelden waaruit mijn lakse onverschilligheid zou blijken. Die weet ik niet meer. Wat bovenstaande wel weer bevestigt.

Dit hele verhaal houdt dus in dat ik een Oma ben. Een soort ván hoor. Ik zou het eerder iets van pleegoma noemen. Ja, welk mens is er nou oma van een hamster?
Toch is dat ook zeker geen eenvoudige taak. Want hoewel ik bij mijn eigen opvoeding op vele punten tekort ben geschoten, wordt mijn mening over diverse hamstervraagstukken regelmatig geraadpleegd. (Als extra na de deskundigen om de forums). Meestal wordt mijn advies dan juist niet opgevolgd. Een beetje in de lijn van hoe ik dat vroeger deed met mijn oma; als mijn oma afkeurend over mijn kleding sprak – zat het wel goed. Als ze er complimenten over gaf… dán moest ik nog eens goed bekijken wat er aan de hand was. Grote kans dat ik dat in ieder geval nooit meer aantrok. Dat werk zeg maar.

En toen gingen we op vakantie. Met de eigen kinderen. Zonder hond, vogel, garnalen, wandelende takken en de hamster (want vakántie he).
Voor de meesten hadden we al passende opvang. Maar Winnie… dat was uiteraard wel een dingetje. Want Wie Is Goed Genoeg Voor de verzorging van Winnie de Poop?
Misschien opa? Opperde ik. Maar opa had in het verleden, tijdens onze eerste hamsterperiode, die we -ten onrechte blijkt nu- al voorgoed afgesloten dachten te hebben,  al eens hamsters laten ontsnappen. Opa was ongeschikt. Eigenlijk kende ze niemand die, én kon én geschikt was.

In dezelfde periode dat we hierover nadachten, speelde bij dochter ook nog de wens om zelf ook al heel snel hamsteroma worden. Het zou kortom, echt te gek zijn als Winnie lieve, schattige, kleine babyhamstertjes zou krijgen.
Dat gaat uiteraard niet vanzelf -bla bla bla-, we moesten een geschikte vader zoeken.

F-je had alvast uitgezocht wat de aanstaande moeder aan verzorging nodig zou hebben. Best veel, bleek. Zoveel rekening is er tijdens mijn zwangerschap overigens nooit met me gehouden. Nu we toch aan het vergelijken zijn. Ik kreeg helemaal geen extra eiwitten of een liksteen. Ik mocht nog prima rennen in het looprad.
Maar ik ben dan ook geen hamster (en de kans dat ik de kleintjes op zou eten was ook minder groot).

Gelukkig bleek een jongen uit haar klas ook een hamster te hebben. Een mannetje. Een aanstaand vadertje. Niet bijzonder knap (beetje grijs) of lief (bijtgraag) maar wel mannelijk.
Jongen-uit-de-klas vond het prima dat Winnie een paar weken bleef logeren. En zijn Henk mocht ook zorgen voor de bevruchting. Jongen-uit-de-klas was de beroerdste niet. Hij kreeg haar hele zwangerschapsinstructie er alvast maar bij. Voor het geval dat. Want zo’n hamster is maar twee weken zwanger. F-je vond hem hierover eerlijk gezegd wel een beetje ongeïnteresseerd, maar ze wilde de instructies t.z.t. of op verzoek  vanaf het vakantieadres nog wel weer herhalen.

En zo kon Winnie logeren bij Henk. Top!
Wij blij, Fje blij, hamsters blij.

Vooral Henk.
Want Henk is nu zwanger. Henk krijgt lieve kleine babyhamsters.

Dus Winnie is straks vader. Zo raar kan het gaan.
Misschien kan ik heel binnenkort wel op kraamvisite bij Henk, mijn hamster-pleeg-schoon-kleinzoon.