2

Rare mensen

sloth running

Langs de flats slenterde een vrouw in haar badjas. Ze had een grote roze haai, met wijd opengesperde bek  vol gevaarlijke punt-tanden onder haar arm.
Langzaam werd de stad weer wakker, het was al een uur of negen, deze zondagochtend waar de vrouw op fluffy pantoffels met haar haai over het pad sjokte.

‘Ja Tien, je maakt weer een grapje, je verzint een verhaaltje’ dacht je natuurlijk.
Dat dacht ik eerst ook, dat het niet echt was wat ik zag. Dat ik misschien nog wat beneveld was van al die glazen wijn van de avond ervoor.

sloth_sketch_by_bathhousemorning-d64ikbb.png

Even verderop liep een vrouw met een herdershond. De vrouw keek verbaasd over haar schouder. En toen nog een keer. En nog een keer, naar de vrouw met de grote roze pluchen haai. Toen keek ze naar mij. Ik zag haar nadenken. Wij lachten voorzichtig naar elkaar met een blik van verstandhouding.
Zij vond het misschien wat gek, denk ik.

De vrouw met de haai nam geen enkele notitie van haar omgeving. Ze liep daar maar onderweg te zijn naar…
Tja, waar loop je dan in vredesnaam naar toe, met zo’n haai.

Soms geloof je je eigen zintuigen niet. Dat heeft iedereen wel eens toch? Soms verwacht je zelfs dat er een tv -camera ergens verdekt staat opgesteld.

Ja, je wordt voor de gek gehouden waar je bij staat. Zoals er nu op t.v. bijvoorbeeld al een hele tijd regelmatig grappen gemaakt wordt over een zogenaamde nieuwe president van Amerika, die man met dat rare oranjegele haar, je hebt hem vast ook wel ’s gezien.

trump smile yellowToen ik die man voor het eerst op t.v. zag, wist ik eigenlijk meteen wel dat het een grapje was hoor. Maar op een gegeven moment ga je het dan toch bijna geloven, zo vaak lieten ze beelden van hem zien.
Dat is raar he, dat je je zo voor de gek laat houden terwijl je weet dat zoiets helemaal niet kan. Heel gênant eigenlijk.
Ik bedoel; Amerika, dat is een supergroot land, alsof zo’n persoon serieus president zou worden. Alsof er geen geschiktere persoon te vinden is daar.
Zelfs ík zou nog geschikter zijn.

Want ik wordt vast ook wel eens raar aangekeken. Het kan best zijn dat ik tijdens mijn ochtendlijke hardlooprondje afgelopen zondagochtend, een paar uur voor ik de vrouw met de haai aanschouwde, ook raar ben aangekeken.
Door iemand.
Waarom niet. Het kan best.

Ik beeld me altijd in dat ik de enige ben, die wakker is om 7 uur op zondagochtend.
Heel soms kom ik dan nog wel een kudde schapen tegen, die eerder die week door een schaapherder naar een nieuwe grazige weide zijn gebracht om het land daar kaal te vreten. Ze roepen dan altijd heel hard naar me. Ik versta niet zo goed wat ze steeds zeggen, maar het klinkt als ‘beaaah!’ Ik zeg dat dan ook altijd maar terug, heel hard. Daar schrikken ze dan meestal een beetje van. Maar ja, moeten ze ook maar niet zo hard naar mij roepen.
En als ik me dan even helemaal alleen zit te wanen en heerlijk mijn rondje door de stille natuur ren, met lekkere muziek uit de oordopjes in mijn oren, een beetje vals -want ik hoor mezelf dan niet- meezing en ondertussen af en toe wat coole dansmoves maak…
Kan dat er van een afstandje ook wel raar hebben uitgezien. Of gehoord.
Ik had er alleen geen idee van.

Trouwens uhm; als iemand me zondagochtend denkt te hebben gezien: Ik was het niet. Serieus.ice_age_cute_full

0

Rustgevend groen

sloth-grass

Mijn buurman maait het gras. Zoals altijd, al bijna 10 jaar lang met grote regelmaat.
Hoe vaak kun je maaien, vraag ik me dan steeds af. In ieder geval steeds als ik in de tuin zit.

Ik had zojuist besloten om wat meer tijd aan mijn hobby’s te besteden. En een van de grootste daarvan is niks doen. Niets is zo heerlijk als laveloos voor je uit liggen staren, zo nodig wat onzinnige opmerkingen uitkramen naar degenen die toevallig passeren. Zoiets. Heerlijk.

Meestal, als ik dan al lig niks te doen, heb ik wel een boekje bij me. Wellicht omdat iets in me zegt: ‘Je gaat toch niet zomaar niks doen, je moet nog zoveel uitlezen’. Begrijp me goed, lezen is dan ook weer een hobby van me. Maar blijkbaar is de drang om toch iets te doen vaak groter dan het nietsdoen.
En… het moet je wel gegund worden, genieten van de rust.
Dat is met zo’n aangrenzende lawaaiende, maaiende buurman een hele opgave.

Of misschien is het de buurvrouw wel, die het gras maait. Ik weet het niet, maar nu ik erover nadenk kan dat natuurlijk best. Een schutting scheidt de grenzen van onze tuin en daarmee het zicht op wat zich daar afspeelt. Niet het geluid, dat gaat over houten grenzen.
Nu ik er zo over nadenk, is het vast mijn buurvrouw die het gras maait.
Want mijn buurman is een rustige man. Ik heb hem zelden horen spreken. Het is een man die alles in stilte doet denk ik. Nou, bijna alles.
Aan 1 ding weet ik zeker dat hij een stem heeft. Dat is zijn nies. Mijn buurman niest echt als een malle. Zo ingetogen als hij in het gewone leven is, zo buitengewoon hard laat hij zich gaan in zijn niezen.
Iedereen heeft een uitlaatklep nodig, ook ingetogen mensen en het is voor mij wel duidelijk wat dat voor hem is. Dan komt ie helemaal los.

Ik moet eerlijk zeggen dat ik mezelf ook heerlijk kan laten gaan in het niezen. Niets is dan zo heerlijk om bij een opkomende kriebel al die opgekropte energie de wijde wereld in te laten spetteren. Dat is dan bij mij meestal 1 keer, soms nog een keer. En dan laat ik het daar gewoon bij.

Wanneer mijn buurman op dreef is, is ie niet te houden. Keer op keer knalt met donderend geweld zijn krachtige nies vanuit het openstaande slaapkamerraam naar beneden. Hij haalt met gemak 30 keer achter elkaar.
Om na een korte pauze gewoon ook weer vrolijk verder te gaan.

hatsjoe_0

Hoezeer ik ook mijn begrip kan opbrengen voor een krachtige explosie -het onbegrip van mijn huisgenoten over mijn eigen niesgedrag in mijn achterhoofd- ‘man man ik schrik me rot, kan het niet wat rustiger?’ het heeft ook voor mij z’n grenzen..
‘Jonge jonge’, roep ik dan na de zoveelste uitbarsting, ‘houd nou maar weer op zeg’. Gek genoeg hoor ik mijn huisgenoten hier niet eens over.
Man denkt vergoelijkend dat de buurman misschien hooikoorts heeft.
En hooikoorts is een naar ding lijkt me. Die tranende ogen, volle neus, niet te stuiten kriebel, je zou er gek van worden. Ik moet wat meer begrip opbrengen.

Gelukkig hoor ik vandaag alleen het maaien van het gras. Dat is al erg genoeg wanneer je net Zen voor je uit wilt liggen staren.
Ik dommel weg bij het brommende geluid van de grasmaaier, het is net als in een auto, het geeft dat ook een slaapverwekkend effect. Telkens wanneer het geluid even ophoudt schrik ik wakker en denk verheugd: ‘yes, eindelijk is het klaar’, om kort daarop weer teleurgesteld te worden wanneer ik hoor dat de buur aan een volgend rondje op hetzelfde gazonnetje is begonnen.
‘Grondig’ mijmer ik, dat is wel een woord wat bij deze buren past.
Een paar uur later wordt het gebrom eindelijk afgezet. De bak wordt leeg gekieperd in de container, zo te horen.

Dan kijk ik naar ons eigen gazon. Lange sprieten, weelderige bos. Ik zucht.

Ik vind lang gras eigenlijk ook gewoon veel mooier.

grass

0

Ontvoerd

luiaard geel

Zijn fiets stond er wel.
In huis was het doodstil.

Ik riep naar boven, er kwam geen antwoord terug.
Op de meest voor de hand liggende plek, in de werkkamer achter de computer, geen spoor van mijn zoon.

Toen wist ik het; mijn zoon is ontvoerd.

Ja, wat anders?

oops

Het zijn barre tijden. Met aanslagen. En codes. Geel bijvoorbeeld.

De angst regeert, dat moge duidelijk zijn.

Mijn leven, ook jouw leven… kan in een klap veranderen. Omslaan. Op z’n kop staan.

Zo denk je het ene moment bijvoorbeeld nog dat je kinderen die avond gaan meedoen aan de avond4daagse.
De hele ochtend dacht ik het nog gewoon. Tot ik ’s middags bericht kreeg dat het evenement vanwege de veiligheid werd afgelast. De wandeling kon niet doorgaan.

Vanwege het voorspelde noodweer met harde onweers- en regenbuien. Ja, want Code Geel.

En zo kan het gebeuren dat je dacht dat je een lekker rustige avond zou hebben, kopje koffie, glaasje wijn erbij, je kent het wel, een paar uur zonder kinderen want die lopen zo heerlijk sportief en gezond de snoepwandel4daagse…
Dat je ineens de hele warme zomerse avond kinderen om je heen hebt springen. Vanwege het onweer, dat in geen velden of wegen te bekennen is. Dat maakt het nog wel het meest dreigend.

Maar terug naar mijn ontvoerde zoon, ik heb een heel zwaar leven, dat moge duidelijk zijn.

Toen ik dus na een kwartier nog niks had gezien en geroken hij ook niet uit de w.c. kwam, appte ik hem maar even: ben je ontvoerd ofzo?

Ik zag dat hij een paar minuten daarvoor nog online was geweest.

Hij had daar dus wel wifi.
In die kelder.

Toen ik het al  bijna was vergeten, kreeg ik antwoord.

ontvoerd

Toen vroeg hij om een hartslagmeter dus.

Ik schrok me helemaal kapot omdat ik toen besefte dat hij waarschijnlijk hartproblemen had.
Niet echt natuurlijk, want BaasB heeft nooit problemen.
Alleen kleine.
Zoals ik.
Met mij, op momenten, wanneer ik soms thuiskom, zijn fiets zie staan en denk dat hij thuis is.
En tot de ontdekking komt dat hij er ook echt is, op zijn vaste plek, te gamen achter zijn computer.
En dan begin te mopperen en zeuren, zoals zeurmoeders dat kunnen, over de kruimels die zijn blijven liggen rond de plek waar hij heeft gegeten. En ik daarna allerlei andere nalatigheden er meteen maar even bij opnoem.
Dat zijn de problemen in zijn leven, om te zuchten.

‘Mam, wánneer werk je eigenlijk?’ Vraagt hij, met zijn koptelefoon op zijn oren.

‘Werken, werken?! Ik werk ALTIJD, ik werk DAG en NACHT, ik werk me helemaal te pletter!’

‘Oempf’ mompelt hij waarop hij snel verder gamet.

Dus waar híj een hartslagmeter voor nodig heeft…
Misschien voor mij.

ontvoerd2

Oh nee.
Voor natuurkundeproefjes in Walibi. Ah natuurlijk…

En z’n zakgeld is nog kapot.

Lijkt me typisch een geval van Code Geel.

0

Niemand wil niet

sloth

Het voordeel van een suffe oudere auto, is het hebben van een stuk minder zorgen.
Zolang ie niet al te oud is tenminste.

Natuurlijk deed het een altijd wel een beetje pijn wanneer we op een nieuwe 5e hands-auto een vers bijgekomen krasje zagen. Dat was echter maar even, het is maar relatief natuurlijk.
Zeker met een persoon als Niemand in de buurt, daarmee houd je immers niks krasvrij.

Wanneer Niemand weer ’s met een fiets of stepje met een stuur zonder handvat, een lijn schreef in de lak van de auto, die met een natgemaakte vinger niet meer weg te poetsen was, viel er echt wel ’s een lelijk woord, heus.
Maar ja, daarna maakte het toch niet meer uit.  En was het minder erg als ik met de achterkant in de bosjes reed. 

Een-bekraste-auto-Foto-Politie

Ik vermoed trouwens dat het diezelfde Niemand is die hier steeds de koekjes opeet, snoep-verstop-plekjes weet op te sporen, broodkruimels door het huis strooit, handafdrukken op de ramen en witte muren maakt, lichten aanlaat,  en de w.c. bij tijden laat verstoppen met rollen w.c. papier.

Maar onze auto,  waar ik liefde voor, noch een band mee voel, daar wordt al een paar dagen wel een hoop plezier aan beleefd. We horen een vrolijk gejoel en het slaan van de deuren.

Het blijkt dat onze jongste twee aan auto-tikkertje doen. Dat is een nieuw ontworpen spel met vage spelregels waarbij je in en uit de auto mag springen, er doorheen kan rennen en klimmen en de deur snel moet dichtslaan. Kortom; niet al te ingewikkeld en bere-leuk, aan het gejoel te horen.
‘Wat vinden we ervan?’ vragen man en ik nog even weifelend aan elkaar, waarna we schouderophalend zuchten ‘ach, ze hebben wel lol hè’ om vervolgens te verder gaan met stofzuigen/koffie drinken/poepsporen van de w.c.bril te boenen/de hond een aai geven/een doek over de vogelkooi met schreeuwende vogel gooien/ramen schoonpoetsen met glassex.

eendje

Bij tijden kijk ik wel eens, heel even, verlangend uit naar later.
Wanneer de hond van ouderdom gestorven is, de vogel ook op een vredige manier zijn laatste adem heeft uitgefloten, we de kinderen hebben uitgezwaaid naar een degelijk zelfstandig leven.
En ik vermoed zomaar dat Niemand tegen die tijd de buurt hier ook wel zal hebben verlaten.

En dan…
Dan zullen we geld voor een nieuwe auto overhebben.
Dan zal het huis schoon zijn. En zonder al teveel moeite schoon blijven.
Dan kan ik allerlei exotische gerechten koken die we allemaal met z’n tweeën lekker vinden.
Dan zal het hier eens heerlijk rustig zijn.
En een beetje saai ook misschien. Dat wel.

Maar vooralsnog zijn we er nog niet aan toe.
Wij niet. En Niemand niet.

 

0

Wat zeg je?

Ik heb een Oost-Indisch verleden.
Dat zou je niet zeggen als je me ziet.

voc
En dat is nu ook wel voorbij hoor.

Ik ben namelijk een beetje doof. En nu echt.

Altijd gevaarlijk, als je roept dat je nooit ziek bent. Vroeg of laat krijgt een of ander virus je toch weer te pakken. En zo kwam bij mij een virus aanwaaien die mijn keel deed opzetten zodat ik vreselijke keelpijn kreeg en ik een dag niet kon praten.
Het was heel rustig die dag.
Gelukkig was de keelpijn na die dag verdwenen. Helaas steeg de zwelling een stukje op naar mijn oor. En een dicht oor is super lastig.

Vage mededelingen en haastige gesprekjes bleek ik plotseling niet meer te kunnen opvangen. De t.v. stond gisteren aan en ik verstond er niks van, besefte ik een tijd later pas.
Na 20 minuten vroeg ik aan Man-met-de-afstandsbediening of ie wat harder kon, want ik verstond er niks van. Verstoord keek hij mij aan.
Speciaal voor mij had hij op deze zender geduwd (omdat ik geen voetbal en actiefilm bliefde te zien) bleek ik dus al 20 min voor niks te hebben gekeken naar iets wat ik wilde volgen maar niet kon horen, en hij ook, naar iets wat hij niet wilde zien en wel moest horen.
‘Sorry,’ piepte ik ‘maar ik ben een beetje doof’.
‘Ja, Oost-Indisch zeker.’
Alsof ik voor mijn plezier koloniale trucjes zat uit te halen. Als ik dan ’s een beetje ziek ben, wel een beetje respect graag…

oostindisch

Eerder die avond, tijdens het eten, ving ik ook al iets niet goed op. Over het eten. Dat het lekker was ofzo. Maar dat moest ik wel zeker weten natuurlijk.
‘Huh, wat zei je?’ vroeg ik toen.
‘Dat dit hele lekkere snert is 10’ zei man.
‘Ze wou het gewoon nog ’s horen’ verdacht oudste dochter me.
‘Nou nee, mijn oor zit dicht, ik ben een beetje doof’, mompelde ik’.
‘Jaja Oost-Indisch zeker.’

Dat is wel verdrietig, om niet geloofd te worden. Om nu steeds beschuldigd te worden van Oost-Indische doofheid.
Vaak klopt het, maar nu ik op dit moment even echt slechthorend ben, voelt het zo oneerlijk.

Er zijn nu eenmaal dingen die ik graag wil horen.
Er zijn trouwens ook dingen die ik niet wil horen.
Ik bleek namelijk al misofonie te hebben, en kan ik sommige dingen heel moeilijk wegfilteren, zoals eetgeluiden, maar dit terzijde, zie: klik

Maar soms lukt dat filteren me best wel weer redelijk.
Zoals toen Billyboy me weer eens belaagde met zijn kletspraatjes, die overigens vaak heel gezellig zijn.
Goeie grappen en leuke verhalen, daar leg ik mijn werk en leesvertier graag voor aan de kant.

Maar als het gaat over computerspelletjes ,< gaap gaap>, You tube filmpjes die worden naverteld <zucht, haak af> en spannende voetbaltactieken <knikkebol- knikkebol> dan denk ik dat meestal wel op te kunnen vangen en combineren met goed getimede ’ja’s’  en ‘hm hm’s’ onder het lezen van een krant of boek.

Dat lukt helaas niet altijd even overtuigend.

‘He, luister je wel?’ vroeg hij af en toe waarschuwend.
‘Jajajaja, hm zeker’

Dus toen ik ondertussen een paar bladzijden verder was, wat overigens wel veel minder snel leest omdat ik steeds even uit m’n verhaal was om op gepaste momenten overtuigend gespeeld een verbaasde of instemmende blik te werpen, hoorde ik opeens een ander geluid vlak naast me.
Geluid als van pieptonen door het induwen van de toetsen van de telefoon.
Ik keek op en zag dat ik het goed had gehoord. Meneer zat zuchtend op de stoel en toetste overtuigende een reeks cijfers in.

‘Wie ga jij dan bellen?’ Vroeg ik verbaasd.
‘Hé? Oh…’
Had ik iets gemist? ‘Hé, wie bel je nou?’
‘Nou’, piep piep piep, ‘Ik bel even die man van Beter Horen’.

….

En dat… werkte heel goed toen.doof1

Maar misschien mag hij ‘m nu wel echt bellen.

oostindisch2

0

Hartverwarmend

rozen

 

 

 

Ik heb er vanaf vorig jaar alweer een jaar op gewacht maar nu is het eindelijk zover:
De dag die warmte brengt in deze koude wintermaanden, de 14e  februari, de dag van de liefde,  de dag waarop geliefden of stille aanbidders elkaar verrassen met een presentje, leukigheidje, liefdesbetuiging, je kunt het zo gek niet bedenken.
Ik kan echt heel veel bedenken.
Al meer dan 22 jaar hou ik hartstochtelijk veel van mijn eigenste man. En hij van mij. Alleen… is het niet af te lezen aan de verrassingen op Valentijnsdag. Traditiegetrouw doet hij op de 14e februari nadrukkelijk niet aan Valentijnsdag.
‘Ik hou elke dag van jou, dat commerciële gedoe erachter heb ik niet nodig’, zegt hij dan lief. ‘Bovendien is het voor je geheime liefde’ vindt hij en dat ben ik immers al jaren niet meer.

Mijn dochters hebben er geen boodschap aan, ‘wat een onzin’ en vooral ‘wat zielig voor mama’, hoor ik ze hardop denken. ‘Hij is niet echt romantisch mam, houdt hij wel echt van je’, vraagt oudste.
‘Nou, ja, hij houdt elke dag van me’ verklaar ik, ‘maar Valentijnsdag is commercieel, daar doet ie niet aan.’
’Krijg je niet eens een bosje bloemen dan?’
‘Jawel, maar juist op een andere dag’ zucht ik.

Ik ben wel super benieuwd wanneer dat is. Waarschijnlijk weer op mijn trouwdag.

Overigens moet ik heel eerlijk zeggen dat ik dit jaar zelf ook weer weinig moeite heb gedaan om de commercie te steunen.
Aaach, misschien koop ik vandaag nog wel een leuk bosje bloemen. Of een reep chocola, die we dan samen opeten. Altijd goed, hmm, heerlijk.lief

 

Mijn dochters maken er meer werk van, dat moet gezegd. Jongste dochter zat vanmorgen al met haar cadeautje in de folie klaar, om haar geliefde een prachtig presentje op school te kunnen overhandigen. Gisteren heeft ze al feestelijk geshopt, een fotolijstje waar nog een foto in moest en wat lekkers. We zijn er hier eigenlijk allemaal druk mee geweest, met het hele proces van haar cadeau.

En oudste heeft voor haar liefste een hele impulsieve aankoop gedaan waar ze al snel daarna spijt van had. Weer heel passend dus. Dat wordt ook een leuk verrassing.

Mijn jongens lijken te aarden naar hun vader, ik heb ze niet over geheime geliefden gehoord, laat staan cadeautjes.
Ze zullen de sneeuw niet laten smelten door hun warmbloedige liefdesacties.

Integendeel, in de zomer zal er hier nog sneeuw liggen.
Jongste zoon wil de sneeuw namelijk tot diep in de zomer vasthouden en bewaren.
Daarom ligt er nu een sneeuwbal in de diepvries. Het lijkt hem grandioos om in de zomer nog een sneeuwbal te kunnen gooien.
Het bleef nog even de vraag wie de gelukkige ontvanger zou worden. Gelukkig heeft hij de knoop niet lang daarna snel doorgehakt.
Toen oudste dochter mijmerde over de zomer, een nieuwe bikini en zonnen in de achtertuin, deelde hij heel warm mee: ‘Ik zal dan de sneeuwbal op jouw buik gooien!’
We verwachten uiteraard een buitengewoon blijde en gloeiende warme reactie.

winter_handschoenen_hart-2

8

Glazenkast

hoedje

Mijn zoon wil een glazen kast. Of een glazenkast.
Dat maakt op zich niet uit. Zolang zijn hoedje van papier er maar in kan. Dat zou zo mooi passen. Dan klopt het liedje namelijk ook weer. Je weet wel.

Ik kan eigenlijk wel een aparte rubriek beginnen over oprispende hobby’s van mijn jongste.
De hobby van deze week is: 1 2 3 4: Hoedjes van papier. En vervolgens een bootje van papier.

Mooi dat daar op school aandacht voor is. Vroeger hield het vouwen na groep 2 wel op. Vouwde je je voordien een slag in de rondte met al die vouwblaadjes op de kleuterschool, in groep 3 was het blijkbaar opeens niet meer belangrijk.
Ik ben blij dat origami onderwijs tegenwoordig ook nog aandacht krijgt in groep 6.
Wat zeg ik, zelfs op het voortgezet onderwijs is het weer belangrijk.
Toen F-je zich vorige week aan het oriënteren was op haar vervolgschool na groep 8, mocht ze bij een proefles op een school in de buurt zo veel mogelijk vliegtuigjes vouwen. Het idee erachter werd me niet helemaal duidelijk. Iets technisch, of met samenwerken of handvaardigs, zoiets. Vervolgens mocht ze naar een Engelse les.
Het was haar daarna meteen duidelijk waar ze volgend jaar naar school wil.
Niet naar deze school dus… ‘Mam, ik geloof dat deze school niet zo bij me past.’

Maar allez, een hoedje is voor mijn zoon toch een mooi begin. ‘Ik heb eindelijk eens geleerd hoe ik een hoedje moet vouwen,’ roept Billy enthousiast vouwend. En flop, vouw vouw vouw-  ‘Dan maak ik er zo een bootje van!’|
Hoppa, het volgende papier wordt uit de printer getrokken.
‘Kijk, ik zal het nog ’s doen’ zegt hij geduldig.
Vouw vouw vouw…
‘Wil je een hoedje mam?’
‘Ja hoor’ zeg ik enthousiast.
Flapperdeflap – daar overhandigt hij mij al het hoedje. En ik zet ‘m op.
‘Hij is wel iets te klein.’ Peinzend kijkt hij me aan. ‘Tja… eigenlijk moet ie groter.’
‘Móet ik ‘m ophouden?’
‘Dat mag je zelf weten’
‘Dan zet ik ‘m af’
‘Goed hoor. Dan maak ik er een bootje van.’hoedje-bootje

En zo is geen papier meer veilig, heel klein maar ook groot, kranten, folders, snoeppapiertjes. Het zijn de hoedjes van papier, wat de klok slaat hier.  En daarna bootjes van papier. Want van hoedjes kun je dus bootjes maken. Dat is de grap.

Opeens hoor ik zijn adem stokken en zie hem naar de muur staren, waar een grote gebiedskaart hangt van 2 x A 0 papierformaat, en zegt dromerig: ‘Oh, hier kan ik een Heel Groot hoedje van vouwen.’
‘Uhmme, je kunt ook overdrijven schat’ roep ik.

Terwijl we de volgende ochtend de tas inpakken  voor een nieuwe dag origamiplezier op school, vraag ik me af wat ik met al die hoedjes / bootjes in de keuken moet.
‘Ohh, Ho… Ja… die neem ik wel mee naar school. Die ga ik verloten.’ Roept onze vouwkunstenaar, terwijl hij de bootjes bij elkaar grist.

Ik vraag voorzichtig of er wat vraag naar is, naar die hoedjes/bootjes. Hij is overtuigd van wel. ‘Vooral deze kleine gekleurde, die vinden ze wel speciaal.’
‘Ah ja, tuurlijk.’

Dat verloten, is trouwens zijn tweede leuke hobby deze week. Hij verloot namelijk ook graag. Met getallen onder de 20. Misschien heeft hij dat ook op school geleerd.

Zo kan hij het broodje ei waar hij geen zin had, maar Fje wel, mooi verloten. Aan haar dus.
Dan zucht hij: ‘Ik hoef niet meer’
‘Ik wil ‘m wel!’ roept F-je dan.
‘We gaan loten. Moet je raden. Getal onder de 20’ zegt meneer.

Eindeloos lang duurt het, voor ze het goede cijfer onder de 20 heeft geraden. Maarrr, dan is ie wel voor haar!
Zo blijven we lekker bezig.

Dat brengt me plots op een idee. Voor een beetje meer feedback op deze blog, want het blijft vaak wel wat rustig bij de reacties hieronder. En ik heb fantastische prijzen te verloten! Werkelijk waar.

Wat gaan we doen:
Ik heb een Getal in mijn hoofd.
Jullie Moeten Raden Welk Getal. (Vul in bij de reactie.)

Voor de mensen met het goede antwoord liggen de prijzen al klaar.
Hele Speciale!

liedje