lang leve de liefhebberij

vissen

Over jagers en verzamelaars gesproken: Dat zijn we.
Dat zit zogezegd in ons DNA, zie klik.

Ik ben dan welbeschouwd meer de verzamelaar. Mijn jongste zoon daarentegen is de jager. En hij jaagt op vis.
Een maand geleden kwam hij thuis, met een trommeltje achterop zijn fiets. Met daarin een vis. Bij de meting ter plaatse was gebleken dat de vis officieel groot genoeg was om legaal mee te nemen en op te eten.
Hij was in ieder geval groter dan het trommeltje.

Zijn handen en jas waren vies en roken ook naar vis. Maar dat hoort bij jagers.
De visser wilde de vis vervolgens graag zelf villen. Zijn ondernemingszin en zelfredzaamheid zijn immer bewonderenswaardig.

Ik twijfelde of ik hem een scherp en gevaarlijk (maar efficiënt) mes moest geven of een botter en minder gevaarlijk mes. Ik koos het laatste, omdat voor mijn geestesoog ineens een afgehakt vingertje verscheen.

Een bot mes bleek uiteindelijk toch niet handig bij het villen van een vis. Het werd een slachtpartij.
Het duurde al met al best lang en ik moest inmiddels weg. Gelukkig liep het goed af.
Toen ik weer thuiskwam, was de vis gebakken en was nog wat voor me over. Ik kreeg een stukje vis van 1 cm². Dat smaakte wel goed volgens mij. Eigenlijk was het al op voor ik goed kon proeven. Maar zoals mijn vader altijd zei; Lekker is maar 1 vinger lang. Wat ik nooit helemaal begrepen heb maar ik zag opeens wel weer dat afgehakte vingertje voor me.

Op zich houd ik best van vis eten. Hmm, lekker visje…
Niet van vissen vángen. Dat is dan weer geen hobby van me.
Vissen vangen staat zelf onderaan in de top-10, nee dal-10, van mijn minst favoriete hobby’s.  Ik vind ik het saai, zielig voor de vis, saai, oh dat had ik al gezegd, en vies, vooral met wormpjes en maden (bah).
Vissen komt in dat niet-favoriete lijstje zelfs na gamen, voetbal kijken, postzegels verzamelen, suffe filmpjes bekijken en aan auto’s sleutelen. Stuk voor stuk verrukkelijke hobby’s voor de liefhebber. ’t Is alleen niet mijn lievelings.

Toch valt over hobby’s niet te twisten.

Ik bedoel; die visser-boy hoeft van mij ook echt niet te houden van gedichtjes maken.

Maar hij kan het wel!
Dat zag ik, toen hij thuiskwam uit school en ik een kreukelig A-4tje uit de tas haalde.
Op school waren kennelijk de ‘elfjes’ aan de beurt geweest.

Hij maakte een ontroerend elfje over vissen:

IMG_9527

En daaronder stond er nog een, ‘nu voor de grap’.

Ik vind ‘m werkelijk briljant.
Lees het bij voorkeur even hardop.  Dan komt ie beter binnen.
Voel je ‘m?

IMG_9526

Advertenties

Déjà Vu

 

praying mantis
ivo van der ent

Mijn man had een déjà vu.
Dat beweerde hij tenminste, toen hij me niet zulke nette dingen hoorde sputteren.
‘Wat is er?!’ riep hij vanaf beneden.
Ik heb een ladder in mijn nieuwe panty, riep ik geagiteerd, en het is nog wel een laddervrije panty!
‘Volgens mij heb ik een déjà vu’, zei hij toen.

Déjà Vu is Frans,  wat al gezien betekent. Het is zogezegd, de vreemde gewaarwording dat men een gebeurtenis al eens eerder heeft meegemaakt of een persoon of ding al eens eerder heeft gezien (terwijl dat in werkelijkheid niet het geval is): Ik was er zeker van dat ik nooit eerder in deze stad was geweest, maar toen het huis binnenging, kreeg ik een (vreemd gevoel van) déjà vu…

Volgens mij had man trouwens helemaal geen déjà vu. Dat panty-drama heeft hij gewoon echt vaker meegemaakt.

Vroeger had ik het trouwens heel vaak, zo’n déjà vu. Gedurende mijn hele jeugd tot in mijn volwassenheid had ik van die Hè, Hu, eh…, momenten, die ik vaker dacht te hebben beleefd. Of in ieder geval het gevoel daarvan.
Eigenlijk was mijn leven een aaneenschakeling van déjà vu’s. Regelmatig riep ik bij gebeurtenissen en uitspraken: Hé, is dit wat er precies nu gebeurt, al eerder gebeurd?
‘Neeneeneenee’, riep men dan.

Toch was het tamelijk fascinerend eigenlijk. Mijn déjà vu-leven van toen was in bepaalde opzichten beslist boeiender dan het nu is. Het leverde interessante en diepzinnige gedachten op.
Ik  had dan wel gelezen dat deze ervaring te maken had met kortsluiting in de hersenen. Dat iets dat wat we zien eerst dat terecht komt in het geheugen, en we ons daarna  bewust van worden.
Maar liever geloofde ik dat niet. En eigenlijk stelde ik me dan toch graag voor dat mijn leven tegelijkertijd misschien al eerder geleefd was, of verweven was met de hedendaagse werkelijkheid. Alsof je toch in een soort van parallel universum leeft. Dat ik dan eigenlijk meer dan alleen mijn eenvoudige zelfje van nu was. En dat tijdreizen dan toch mogelijk zou zijn?

Volgt u het nog? Nou ja, dat soort filosofische kwesties dus. Bij het wegblijven van mijn déjà vu’s tegenwoordig, heb ik ook niet meer van die diepzinnige bespiegelingen met mezelf. Wat jammer is, maar tegelijkertijd het leven een stuk eenvoudiger maakt.

Hoewel ik laatst wel weer bijna een déjà vu ervoer;

Want potverdikkie, dat terrarium, waarin Billy’s wandelende takjes in hadden geleefd en ook waren gestorven – of beter gesnorven, zoals F-je dat vroeger altijd zei, wat ik persoonlijk iets  mooier vind klinken en bij voorkeur gebruik, hoewel ik dat meestal toch niet doe omdat mensen dan zouden kunnen denken dat ik het woord niet goed ken of kan uitspreken, wat dan weer gek is voor een logopedist, enfin…  – hoe dan ook, dat terrariumpje, dat schoongemaakt en weggezet was, dat al bijna met foto’s op marktplaats stond, zag ik opeens weer prachtig ingericht staan op de oude plek.

Wwasdatnoudan? riep ik verbaasd naar Man.
‘Oh, da’s voor BaasB. Die wil er wat mee’
uh?
‘Ja, hij wil een bidsprinkhaan’
Okee… waarom?
‘Ja, de bak stond leeg…’

Naast zijn intense relatie met z’n computer houdt hij zich zijdelings bezig met dier-gerelateerde hobby’s. Ter uwer informatie; zijn interesse gaat uit naar macrofauna en zijn vogel, de vreselijke Eddy. Eddy-de vrouwenhater, die zijn kopje buigt voor alle mannelijke gezinsleden om gekriebeld te worden, maar hatelijk met z’n snaveltje naar de dames pikt.

BaasB speurde vervolgens bij een webshop voor(?) over(?) met(?) ongewervelde dieren.
Die sites bestaan ja.
Daar had hij, vermoed ik, vorig jaar ook de mieren besteld voor zijn mierenboerderij, die toen op zijn slaapkamer stond.
Terwijl ons leven op de begane grond in het teken stond van De Bestrijding, werd boven in ons huis naar hartenlust met mieren en fruitvliegjes gekweekt. Waar wij als een gek met mierenpoeder  in het rond strooiden, vanwege de steeds verder oprukkende terror-mieren en daarnaast ook de fruitvliegjes buiten de deur probeerden te houden, stonden er potjes op zolder met ondefinieerbare fruitprakjes, waar vleugelloze fruitvliegjes werden gekweekt. Als voer voor de mieren.

Gelukkig Helaas stierven de mieren. Het valt niet mee om ze in leven te houden als het juist wél moet. Het zal iets te maken hebben met de wet van omgekeerde inspanning.
Die overigens ook van toepassing lijkt op het B’s aquarium met vuurgarnaaltjes. Door een mysterieuze ziekte is een aantal weken geleden een groot deel van de populatie uitgestorven. In de bak dan. Ik tuurde erin en berichtte aan B; nou, ze zijn allemaal dood volgens mij, er zijn alleen nog wat slakjes.
‘Nee hoor, wist B. ‘Er zijn er nog een paar over. De sterksten overleven, dat is natuurlijke selectie. Het komt goed.’

Houd moed makker.

Blijkbaar ontbrak er toch nog wat in zijn leven.
En daarom: een bidsprinkhaan.

Ik vind het ergens wel een mooie gedachte, dat hij een bídsprinkhaan wil, zei ik vroom tegen man.
‘Nou zulke lieverdjes zijn het anders niet.’ Wist hij. ‘De vrouwtjes eten de mannetjes vaak op.’
Oei, schrok ik, zouden we het wel doen dan?
‘Jij hoeft je geen zorgen te maken hoor, ze eten jou heus niet op.’
Oh, daar maakte ik me ook geen zorgen over. Meer over jullie eigenlijk. Haha.
Ha
Ha ha

Maar man was niet bang.

Nu ik de plaatjes van die dieren heb gezien, voel ik wel een lichte angst opkomen.

ghost-bidsprinkhaan-phyllocrania-paradoxa-1

Jammer genoeg waren de specifieke bidsprinkhanen die B. op het oog had, niet op voorraad. Er waren nog wel andere, duurdere, bidsprinkhanen die  ook ‘geschikt waren voor de oplettende beginner’ zoals de website vermeldde. Alleen werd het dan, inclusief verzendkosten zo duur, vond B.

Ik kwam niet meer bij. Hoe dan? Hoe gaan ze die beesten verzenden dan, aan de oplettende beginner? schaterde ik. Ik zag al een platgedrukt sprinkhaantje in een envelopje voor me.

‘Gewoon, per post.’ (Zoon is vaak niet van de meest mededeelzame soort hè)

Dus nu zien we uit naar de komst van een betaalbare bidsprinkhaan.
Spannend, ik kan eigenlijk niet wachten tot ik de post uit de brievenbus kan halen en een springend envelopje vind…

Ondertussen heb ik toch nog maar even wat meer info opgezocht over mijn toekomstige huisgenoot.
Ik las dat dit beest eigenlijk meer verwant is aan de kakkerlak, -kak bah- en dat het efficiënte jagers zijn. Dat ze met de  pootjes op elkaar hangend wachten op hun prooi (waar hij z’n naam aan te danken heeft.)

Ik laat het bezinken.

Dan lees ik iets verderop ineens dat ze slechts enkele maanden tot een jaar leven.

Aaach, dat overleef ik wel.cg5022697e4b192

Op kamers

was

Het is rustig hier.

Oudste dochter is op kamers. En dat scheelt door de weeks nogal. In het aantal personen, in geluidsvolume, gespreksstof, eten, was. En gezelligheid vooral.

Ze woont niet ver van hier hoor, een kilometer of 30 verderop. Maar toch. Wel weg.

Een vriendin van me heeft al haar kinderen, voor ze uit huis gingen, huishoud-les gegeven. Zodat ze konden koken en wassen, voor op zichzelf gingen wonen.
Toen ik dat hoorde, vond ik dat een fantastisch idee. Het was nooit in me opgekomen, maar ik nam meteen voor: Dat ga ik ook doen als het zover is!

Maar, voor ik het wist was ze al weg.
Was ze uit huis.
Zat ze op haar kamer zonder huishoud-les te hebben gehad!

Heb ik met open ogen blijkbaar toch ergens iets gemist, onderweg naar haar zelfstandigheid.
Of heb ik mijn ogen er onbewust voor gesloten.
Of dacht ik  stiekem dat het niet nodig zou zijn. Dat alles vanzelf zou gaan.

Gelukkig kan haar nichtje, die nu bij haar in de buurt woont, wel koken.
En eet ze met anderen mee.
En lust ze ook graag crackers en koekjes. Ofzo.

En de was nam ze eerst maar gewoon mee naar huis.
Niemand kan namelijk zo goed de was doen als ik.

Ik ben niet echt een huishoudelijk type en word niet dolblij van de poetserij.
Maar de was is wel echt mijn ding.
Ik geef het schoorvoetend toe, maar, ja… nou ja, Ik Hou Ervan! Ik ben – to be honest- een freakin’freak op dat gebied.
Laat ik nou toevallig dagelijks genoeg was hebben om me flink te kunnen uitleven. En dat doe ik. Geluksvogel dat ik daar ben.

Ik ken dus mensen met, serieus, slechts 1 wasmiddel. Universeel.
Dat is ondenkbaar voor mij. Ik heb zoveel soorten wasmiddel, daar word je gewoon koud van. Het is niet alleen vanwege de lekkere geurtjes, waardoor ik zoveel soorten heb; poedertjes en vloeibaar en wasverzachter. Ook vanwege de mooie fles. En de betoverende namen; klein&krachtig, puur&zacht, stralend, pinksensation. Of Eco als ik in een milieubewuste bui ben. Of seepje dus. Daar word je toch week van?

seepje-wasmiddel-bont

Ik sorteer nijver het wit, bont, fijn, wol, licht, donker, heet, koeler, koud, eventjes-snel-wasje, lekker lang. etc. etc. En alles mag een eigen middeltje. Lekker hoor.

Alle kleding keer ik uiteraard voor het wassen binnenste buiten.
En na het wassen hang ik zoveel mogelijk aan kleerhangers. Want ik háát knijperafdrukken en puntjes in de zijkant van mijn kleren.
-wee degene die in al z’n onschuld, de spullen verkeerd ophangt-
En als het schone goed droog is, vouw ik de kleding meteen strak op.

Maar het moet gezegd; ik verpruts zelden een kledingstuk.

Geen wonder dat mijn man een heilig ontzag voor de wasmachine heeft. Wanneer ik ’s een paar dagen weg ben moet ik steeds weer een hele beschrijving geven van alle handelingen. Hij vindt het doodeng.
Geen wonder dat niemand zich er thuis mee durft te bemoeien.

En dochter… heeft dus nooit was-les gehad. Ik heb haar alleen maar angstig gemaakt. Wasangst. Ik moet me schamen.

Geen wonder dat ze in nood zat.
Ze appte me voorzichtig. Of ik nog wastips had.

Wastips…

IMG_9373 (1)


Dat ik dát zei he.
Dat is een antwoord van niks natuurlijk.

We namen vervolgens telefonisch de was door. En met haar i Phone liet ze me de knopjes van de wasmachine zien. Lang leve video-bellen.
Met mijn hoofd schuin om rechtop mee te kunnen lezen tuurde ik naar de knoppen en riep instructies.

We kwamen er wel uit. Heus.
Druk nu maar op start, riep ik, ja dat knipperende lampje ja.

huishoudelijke opvoeding

schoonmaken

Stel je gewoon eens even voor:

Je hebt een puberdochter van een jaar of 13, op zo’n leeftijd waarop ze ’t net niet allemaal meer even weten. Lief dat ze dan zijn! Maar ach, het gaat allemaal niet vanzelf.

Maar dan: dan kom je ’s avonds thuis, je opent de voordeur en een frisse lentegeur komt je tegemoet. Allesreiniger bloemen, een frisse bloemengeur voor een stralend schoon huis.ajax Er hangt een dekbed over de balustrade te luchten, de stofzuiger staat net gebruikt op de overloop. Er wordt gedweild door die dochter, alsof haar leven ervan afhangt. Nou dat.

En dat het bed daarna wordt opgemaakt, de hamster intussen fris en fruitig tussen het knisperende schone hooi zit te knipperen om even later te worden teruggezet wordt op z’n plekje in die schone slaapkamer.

De wasmanden zitten boordevol met was. Dat wel natuurlijk… Maar dochter zingt ondertussen wel een vrolijk liedje.opruimen

‘Oooh’ hoor ik je al vol verlangen zuchten ‘hou maar op met je utopische verhalen, dit klinkt te mooi om waar te zijn!’

Maar nee, dat was het nog niet. Lees nog even mee.
Dit gebeurt dan iedere week. Ie-de-re week is die slaapkamer superschoon gedweild en opgeruimd. Iedere dag, is het bed netjes opgemaakt, de kleren opgeborgen. Tiptop.

En dat je dan als moeder zegt: ‘Nou nou, nu al weer? Is dat nou echt nodig? Je hoeft toch niet iedere week te dweilen en je bed te verschonen?’ (dat het zover komt hè?)
En dat die dochter dan zegt: ‘Natuurlijk wel, wat zeur je nou, het is toch heerlijk schoon?’

Dat was een wonderschoon verhaal. Jawel.

En wat? Ik zal het je vertellen;
Het gebeurt dus echt hier, hè! Niet gelogen! Niks niet utopie, dit is de glanzende werkelijkheid in dit huishouden.

Ik kan het zelf na zoveel weken nog steeds niet helemaal geloven, hoewel ik het met eigen blote ogen heb gezien en met mijn eigen blote neus heb geroken.
Er gebeuren iedere dag nog wonderlijke dingen. En dit is er een van.

Oh wacht; en dat die dochter zegt: ‘Dan kan ik altijd zóóó  lekker slapen, als alles weer schoon en opgeruimd is’. (Zie mij instemmend knikken en traantjes wegpinken)

Snap je dat ik daar ook heerlijk van kan slapen?
Want als ik wakker wordt, is het nog steeds zo! Niet dat ik jullie jaloers wil maken eigenlijk wel natuurlijk, maar , dit gebeurt hier gewoon!
Ze heeft bij tijden rare streken, die dochter, is daarnaast regelmatig zeer puberaal onredelijk. Maar met de hygiëne is het dik voor mekaar!

Onder de schoonmaakgeluiden keken wij intussen met de voetjes omhoog naar het nieuws. We hoorden over de ongelijkheid van vrouwen op de arbeidsmarkt, een nieuwsitem over nieuwe CAO’s voor deze en gene en daarna dat eczeem flink in opmars is. Volgens huidspecialisten kan de forse stijging te maken hebben met het feit dat we in een steeds beter beschermde omgeving leven, waardoor we minder worden blootgesteld aan bacteriën die juist beschermend kunnen werken. Met andere woorden zeggen internationale huidspecialisten: „Een beetje viezigheid kan geen kwaad”.

Man en ik knikten elkaar eens toe. ‘Nou, daar zullen wij hier niet zo snel last van krijgen ’ zeiden we tevreden en draaiden ons hoofd weer naar het scherm. Tot we elkaar opeens verschrikt aankeken en vervolgens, met een blik naar de schoonmaakgeluiden boven zuchtten; ‘Als zij maar geen last van eczeem krijgt.’

En zo heb je, voor je het weet, er een nieuwe zorg bij.

alle hamsters en pompoenen nog-an-toe! (deel 3)

Het was een vruchtbare zomer dit jaar.

hamster, zwart, bumba,

Hoe het afliep met het nageslacht riep ik de vorige keer. Als je denkt dat iets is afgelopen, dan is dat natuurlijk nooit zo. Tuurlijk niet. Life goes on.

Onze jongste zoon kreeg voor de zomervakantie pompoenpitjes mee naar huis. Voor een wedstrijd. ‘Wie kweekt de grootste pompoen’.
Billyboy bekeek de zaadjes en dacht: ‘Daar heb ik geen zin in hoor’.
De pitjes wierp hij in een hoekje bij het schoolplein. Met zijn voet schoffelde hij ze nog wat onder het zand, zodat ze niet meer te zien waren.
Hij was er fatsoenlijk vanaf gekomen.

Kort daarna werd hij jarig. Van zijn jongste zus kreeg hij een hamster. Een Hamster-To-Be. Want heel die hamster bestond nog niet. Die moest nog gemaakt worden.
Hij was al reuze-blij met deze belofte. Met zijn optimistische karakter heeft hij altijd een grenzeloos vertrouwen in welke goede afloop dan ook. Dus dit zou helemaal goed komen.
De hamster werd gemaakt. Zie deel 1 & 2.

Ondertussen gingen wij op vakantie. Toen we terug kwamen waren Billy’s andere huisdieren behoorlijk gestorven. Hij was eigenlijk een soort van vergeten om oppas hiervoor te vragen.
Niet om het goed te praten maar het waren ook tamelijk saaie huisdieren. Van het soort dat je nogal snel vergeet, die wandelende takken. Dus in die glazen bak was het, net als buiten vanwege de droogte, ook al een dooie boel.
Hij treurde kort, daar ga ik vanuit. De takjes lagen een tijdje later morsdood in de kliko.

Gelukkig ging het leven door en werden de hamstertjes geboren. Ik werd over-pleeg-oma, mijn dochter werd pleeg-oma en zoon werd een pleegvader van een vers hamstertje, dat sinds vorige week bij ons thuis woont.
Het is een gaan en komen van huisdieren hier.

En daar is dan… Bumba! (Ja van Bumba balu, het circus komt eraan, Bumba beli wat is dat voor een clown, het blijft hangen hè, die peuterperiode).

Er werd mij heus wel gevraagd naar suggesties voor een geschikte hamsternaam. Uiteraard, dat kan ik. Ik vind dat ik mooie namen kan bedenken. Ik vond bijvoorbeeld Janneman (Robinson) wel een leuke naam. Of Prins Charles. Of Humberto. Of Willem. Of Barack.
Of Usain Bolt wat een man – ik ben fan, vond ik ook wel toepasselijk.usain

 

Belachelijk, waren mijn suggesties. Vonden mijn kinderen.
Daarom heet hij Bumba. Nee, dat is niet belachelijk. Haha. Ha. Ha.

Bumba is een superschattig zwart peuter-hamstertje. Hij heeft ontroerend kleine witte oortjes en als hij zich even opricht om heel aandoenlijk met zijn pietepeuterige minipootjes rond zijn snuitje te poetsen, zie je zijn snoezige lieve zachte witte buikje.
Bijvoeglijke naamwoorden schieten tekort om de schattigheid van dit diertje te omschrijven. Wij kirren dat het een aard heeft. Het ratelende hamsterrad iedere avond en de piepkleine poepjes, die als zwarte suikerkorreltjes op de tafel liggen nemen we voor lief.
Op de táfel ja; om het de schattigheid van het hamstertje keer op keer te kunnen beoordelen laat baasje Billyboy hem met enige regelmaat op de eettafel rondlopen. Oeeehww! kirren we dan.

Ondertussen is de vakantie voorbij. Billyboy ging weer naar school. Onze baby zit inmiddels in al groep 8. Opgetogen kwam hij na de eerste dag thuis:

‘Weet je’, riep hij, ‘ik had voor de vakantie pompoenzaadjes gekregen, voor een wedstrijd ofzo. Maarre die had ik maar bij school in de tuin gepleurd.
En nu hè… groeien er supergrote pompoenen bij school in de tuin!’

Dat was goed nieuws, zo maakte hij zelfs onverwacht nog kans om te winnen. Winnen in een wedstrijd waar hij helemaal niet aan had meegedaan.
Het leven zit vol verrassingen. Zo heb je niks, zo ben je een winnaar.

En zo heb je weer niks. Na het weekend waren de pompoenen… weg. Kapot getrapt door voetballende pompoen-vandalen.

Dat was een verdrietig moment.

Gelukkig hebben we Bumba nog.
We zullen goed voor hem zorgen.

IMG_9093
– hij had pompoenpitjes vast heel smikkelbaar gevonden –

Hoe het afliep met het nageslacht (deel 2)

 

Afbeeldingsresultaat voor hamster t shirt

Nu ik  jullie heb verteld dat Henk zwanger was, is het ongetwijfeld interessant om te weten hoe het verder ging.
Als je het nieuws over de zwangerschap hebt gemist: zie klik.

Henk was maar kort zwanger. Twee weken slechts. Maar dat is normaal bij hamsters.
Dus ik ben blij verheugd dat ik jullie kan meedelen dat een tweeling is geboren.
Geslacht: onbekend. (En dat blijft een verrassing, ook als je het weet)
Kleur: zwart en wit. Dus 1 zwart en 1 wit exemplaar.

Dat kan dus, 2 kindjes krijgen, waarvan de 1 zwart en de ander wit is. Maakt Henk echt niet uit. Geen hamster- racisme in de kooi. Daar doen we niet aan.

Hoewel je tegenwoordig voor je het weet van racisme wordt beschuldigd.
Dat gebeurde mij gisteren nog. Met mijn laptop op schoot was ik druk bezig wat mail te beantwoorden, toen de boel plotseling uitviel.
Boos en wanhopig wierp ik mijn handen in de lucht en riep tegen het beeldscherm: ‘Wáárom ben Jij nu zwart?’
Ik praat dus ook tegen niet-levende voorwerpen. Dat heet antropomorfisme, heb ik even opgezocht. Fijn om even te weten. Als ik eens iets interessants over mezelf wil vertellen.

Oudste zoon die naast me op de bank zat en zelf vaak niet vies is van racistische grapjes en opmerkingen hier en daar puur door slechte invloeden van buitenaf, riep schijnheilig: ‘Héje, we doen hier niet aan racisme he. Wát heb jij tegen zwart?’

Jongste zoon hoorde ik kakelen: ‘Waarom ben jij zwart? Tegen wie zeg je dat?
Waaaarom ben jíj Zwart? Hahahahaha.’

Ik mopperde en mompelde iets over de batterij die weer zo snel leeg was.

En toen vroeg man zich af of ik op straat soms ook zomaar tegen mensen riep: ‘Waarom ben jij zwart’ en of ik daarna ook vraag: ‘Is je batterij soms leeg?’

‘Doe normaal’ zei ik.

‘Doe normaal, waarom ben jij zwart? hahaha. Héé, waarom ben jij zwart?’ hoorde ik jongste zoon, die inmiddels eindelijk boven was gearriveerd omdat ie nodig ’s naar bed moest, roepen.

Ik houd best van mijn mannen maar vaak kun je er geen fatsoenlijk gesprek mee voeren.
Daarom praat ik tegen voorwerpen denk ik.

Volgens gedragswetenschapper Nicholas Epley is dat overigens niet dom, dat praten tegen voorwerpen maar is het een bijproduct van het hebben van een actieve, intelligente sociale cognitie. Hij zegt dat hetzelfde psychologische effect optreedt wanneer je je bewust bent van de geest van ander persoon en wanneer je een geest herkent in andere dieren. Het is een weerspiegeling van het grootste vermogen van onze hersenen.

Nou dat dus hè. Heb ik jullie zomaar even een kijkje gegeven in het grootste vermogen van mijn hersenen.

En nu weten jullie inmiddels nog steeds bijna niks over de hamsters.Afbeeldingsresultaat voor im only talking to my hamster Maar eerlijk gezegd weet ik zelf ook niet zoveel meer dan dit. Want Henk woont immers niet bij ons. En ik ben nog niet op kraamvisite geweest. Gaat binnenkort gebeuren. Ik ben nu al benieuwd welke geest ik dan in de hamsters herken.

Dus het wordt vervolgd.

Gelukkig zijn er al wel een foto’s:

aaaaahw….

 

Hoe Henk vrouw werd (deel 1)

oma kind

Mijn dochter is een overbezorgde moeder. Sinds een maand of wat. (Oh daarom was het hier zo stil)
Ze wist goed waar ze aan begon. Heel het wereldwijde web was al geraadpleegd, forums bezocht en bij elke vraag is op Youtube wel iemand te vinden met een passend antwoord.
Nu haar kleintje er is, blijft het zoeken. Wat natuurlijk heel herkenbaar is, want is niet elke ouder een beetje onzeker?
Ze heeft een meisje. Ik mocht het ukkie al een paar keer vasthouden, onder haar waakzame oog, dat wel. Heel even.

Mijn dochter neemt haar taak als ouder/verzorger heel serieus. En als ik sommige bezorgdheden te luchthartig wegklets, is het commentaar niet van de lucht. Ik ben véél te gemakkelijk. Ik ben absoluut niet bezorgd genoeg, nooit geweest ook trouwens. Dat was wel gebleken tijdens haar eigen opvoeding. Ik was bijvoorbeeld ook nooit bezorgd als ze bijvoorbeeld alleen wegging met de trein en lang wegbleef. Ik vroeg verbaasd wanneer dat was gebeurd, was het wel gebeurd? ‘Nou nee, antwoordde ze, maar je zou niet ongerust zijn geweest.’
Aha.
Er waren trouwens meer voorbeelden waaruit mijn lakse onverschilligheid zou blijken. Die weet ik niet meer. Wat bovenstaande wel weer bevestigt.

Dit hele verhaal houdt dus in dat ik een Oma ben. Een soort ván hoor. Ik zou het eerder iets van pleegoma noemen. Ja, welk mens is er nou oma van een hamster?
Toch is dat ook zeker geen eenvoudige taak. Want hoewel ik bij mijn eigen opvoeding op vele punten tekort ben geschoten, wordt mijn mening over diverse hamstervraagstukken regelmatig geraadpleegd. (Als extra na de deskundigen om de forums). Meestal wordt mijn advies dan juist niet opgevolgd. Een beetje in de lijn van hoe ik dat vroeger deed met mijn oma; als mijn oma afkeurend over mijn kleding sprak – zat het wel goed. Als ze er complimenten over gaf… dán moest ik nog eens goed bekijken wat er aan de hand was. Grote kans dat ik dat in ieder geval nooit meer aantrok. Dat werk zeg maar.

En toen gingen we op vakantie. Met de eigen kinderen. Zonder hond, vogel, garnalen, wandelende takken en de hamster (want vakántie he).
Voor de meesten hadden we al passende opvang. Maar Winnie… dat was uiteraard wel een dingetje. Want Wie Is Goed Genoeg Voor de verzorging van Winnie de Poop?
Misschien opa? Opperde ik. Maar opa had in het verleden, tijdens onze eerste hamsterperiode, die we -ten onrechte blijkt nu- al voorgoed afgesloten dachten te hebben,  al eens hamsters laten ontsnappen. Opa was ongeschikt. Eigenlijk kende ze niemand die, én kon én geschikt was.

In dezelfde periode dat we hierover nadachten, speelde bij dochter ook nog de wens om zelf ook al heel snel hamsteroma worden. Het zou kortom, echt te gek zijn als Winnie lieve, schattige, kleine babyhamstertjes zou krijgen.
Dat gaat uiteraard niet vanzelf -bla bla bla-, we moesten een geschikte vader zoeken.

F-je had alvast uitgezocht wat de aanstaande moeder aan verzorging nodig zou hebben. Best veel, bleek. Zoveel rekening is er tijdens mijn zwangerschap overigens nooit met me gehouden. Nu we toch aan het vergelijken zijn. Ik kreeg helemaal geen extra eiwitten of een liksteen. Ik mocht nog prima rennen in het looprad.
Maar ik ben dan ook geen hamster (en de kans dat ik de kleintjes op zou eten was ook minder groot).

Gelukkig bleek een jongen uit haar klas ook een hamster te hebben. Een mannetje. Een aanstaand vadertje. Niet bijzonder knap (beetje grijs) of lief (bijtgraag) maar wel mannelijk.
Jongen-uit-de-klas vond het prima dat Winnie een paar weken bleef logeren. En zijn Henk mocht ook zorgen voor de bevruchting. Jongen-uit-de-klas was de beroerdste niet. Hij kreeg haar hele zwangerschapsinstructie er alvast maar bij. Voor het geval dat. Want zo’n hamster is maar twee weken zwanger. F-je vond hem hierover eerlijk gezegd wel een beetje ongeïnteresseerd, maar ze wilde de instructies t.z.t. of op verzoek  vanaf het vakantieadres nog wel weer herhalen.

En zo kon Winnie logeren bij Henk. Top!
Wij blij, Fje blij, hamsters blij.

Vooral Henk.
Want Henk is nu zwanger. Henk krijgt lieve kleine babyhamsters.

Dus Winnie is straks vader. Zo raar kan het gaan.
Misschien kan ik heel binnenkort wel op kraamvisite bij Henk, mijn hamster-pleeg-schoon-kleinzoon.

dierendag, luiaard, poepen

Hond in de pot

dierendag, luiaard, poepen

Het feest begon vanmorgen meteen al.

Van dierendag bedoel ik.
Oudste zoon kreeg van zijn zus de hartelijke felicitaties met deze dag, op de familieapp.

Hij begreep het niet meteen, die grap op dierendag.

Gelukkig hebben wij ook echte dieren om te verwennen. Zo hebben we naast Eddy onze vogel, sinds gisteren ook enkele maden in de koelkast ach nee he, niet weer! en niemand minder dan onze most famous dog.
Want Jip is een echte BH-er*. Jip van de buurt, wordt hij genoemd.

Dat Jip BH is geworden heeft hij louter aan zichzelf te danken.  Het is enkel en alleen dankzij zijn eigen inzet, geduld, eigenwijsheid en onorthodoxe manier van zijn. Je kunt ervan denken wat je wilt maar hij doet het toch maar.
Het kán natuurlijk zijn dat jullie nog nooit over hem hebben gehoord, maar hij is een rijzende ster, eerst in het klein, dichtbij, maar zijn gebied wordt steeds groter. Houd het in de gaten.

Pas enkele weken geleden werd ik me er overigens goed van bewust. Dat was nadat ik een appje had gekregen van de buurvrouw, dat Jip inmiddels bekend was in de hele buurt, zie de melding in de buurt app.

Na mijn aanvankelijke enthousiasme over de buurtapp  – klik werd het me uiteindelijk toch wat te veel, die eindeloze reeks meldingen en reacties van de voor mij totaal onbekende buren. Zelf nadat ik alleen de meldingen voor Hele Belangrijk Dringende oproepen had aangeklikt, stroomde mijn mail nog steeds vol met buurtsputters. Dus ik heb de app er maar af gegooid.
En als het echt belangrijk is, sturen buren het wel door tenslotte.

Zoals laatst. Want toen ging het over ons.
Of liever over ons hondje.
Maar die is deel van ons gezin dus zijn wij erbij betrokken. Geschrokken zag ik de screenshot van de melding met een foto van ons Jip in een beschamende houding. Daaronder allerlei beschuldigingen, verdenkingen en verwijzingen van buurtbewoners.
Vreselijke mensen dat wij daar zijn, totaal ongeschikt voor het houden van een hond. Ook al is het nog zo’n rot-hond.

IMG_3609IMG_3610

Ik hoopte het te hebben opgelost door mijn excuses te brengen aan de voordeur van de melder, een buurvrouw van 60 huizen verderop. En gelukkig vond ik na enig speurwerk het dropstaafje en heb het keurig in een zakje gestopt en weggegooid. Er zou er maar iemand met z’n grote teen in stappen, ik moet er niet aan denken. Iech!

De rest van het gezin kwam niet bij na dit verhaal. ‘Die Jip, hahahaha!’ Die dag en dagen erna werden er tal van goeie grappen over gemaakt.
‘Ja lach maar’, riep ik naar de nog nahikkende gezinsleden, ‘jullie laten hem elke keer ontsnappen en nu zijn wij een schande voor de buurt’.

De buurtapp had er opeens fans bij, mijn kinderen hebben zich ogenblikkelijk aangemeld voor de app, dit was sensatie! Vooral de opmerkingen over Jip. ‘Oooh, kijk eens wat die zegt!’ werd er dan geroepen.

En blijkbaar had de verre buurvrouw er toch meer last van gehad dan ik had gedacht, gezien een volgende post hierover op Facebook, die we weer van anderen doorgestuurd kregen.
Nu heeft Jip van ons zelf al vele bijnamen gekregen, en spreken wij hem afwisselend aan met wolharige mammoet, cavia of een poes. Maar dat iemand onder de post reageert met een aandoenlijke opmerking, dat zij wel over die cavia heen zou rijden als ie weer los op straat zou lopen, was wel heel roerend.

Toen vond men het hier in huis tijd om de achtergrond van de verre buurvrouw te googelen en bleek ze, jawel, een social influecer te zijn.
Ja, waren we wel even stil van. Ik bedoel maar, ik wist niet eens dat het beroep bestond.
Potverdikkie, die Jip, die weet wél bij wie hij voor de deur schijt.

Zo doe je dat.

Hoewel ik er zelf een beetje stress van krijg om hem in de gaten te houden (en te zorgen dat hij niet weer ontsnapt voor zijn rondjes in de buurt) om zo onze a-sociale imago in de buurt wat op te vijzelen, doet het verscherpte toezicht hem ogenschijnlijk niet zoveel. Natuurlijk blijft het toch onduidelijk wat er van diep vanbinnen in zo’n klein hondenkopje omgaat. Ik hoop maar dat zijn geaardheid desondanks nog voldoende tot uiting kan komen.

Het maakt al met al wat los, dat is duidelijk. Niet in de eerste plaats bij mijzelf. Want ik heb er opeens een signatuur bij.
Want in mijn hoedanigheid als schrijver van dit blogje hier, vind ik mezelf eigenlijk ook wel een ‘social influencer’. Ook al heb ik maar een piepklein ienieminie influensje, who cares…
En, zijn wij mensen, niet allen social influencers?
Dat dus. Top!

Kortom; de moraal van dit verhaal is:

  1. Ik ben een Social Influencer
  2. Besef goed waar je poept

*Bekend Huisdier.

Later, als ik groot ben

luiaard, peuter, puber,

Later, als ze groot zijn, dan kom ik bij ze op bezoek. Later, als mijn kinderen zelf vadertje of moedertje moeten spelen.
Dan zullen ze voelen hoe het was, voor mij.
Om mij te zijn, met hun.

Je zult maar mij zijn. Of een moeder in het algemeen.
Want moeder zijn is een moeilijk ding. Dat heb ik me onvoldoende gerealiseerd, vroeger toen ik puber was.
Toen leek me het wel leuk. Want ja, hoe moeilijk kan het zijn.

Op zich is het nog wel te doen, om moeder te zijn, alleen moet je dan geen kinderen hebben.

Of je moet het een beetje treffen. Met jezelf of met je kinderen. Ik ben nog aan het nadenken waar het bij mij op vastzit:

óf 1. ik heb moeilijk opvoedbare exemplaren

óf 2. ik heb van opvoeden nog niet zoveel terecht gebracht

óf 3. beide bovenstaande punten.

Misschien ben ik zelf nog teveel puber. Puber in het lijf van een moeder. Als ik snode plannen smeed en me nu al kan verheugen op mijn bezoek, bij hun later.

Ik stel me voor hoe dat zal gaan.
Als ik met vieze schoenen de achterdeur binnen stamp. En ze begroet met een onverstaanbare keelklank, terwijl ik, met mijn oordopjes in  ondertussen op het schermpje tuur en wat selfies maak van mij in de nieuwe omgeving.
Als ik neerplof ik op de bank of op een stoel en mijn benen op tafel gooi.

Al vroeg ik de middag vraag ik dan wat we gaan eten. Maakt niet uit wat het antwoord is, ik antwoord gewoon met: ‘Aaaaah, baaah, waarom geen pataaat?’

Ondertussen eet ik een banaan en leg de schil ergens neer. Bij de t.v. ofzo, of achter een stoel, zodat ie hopelijk wordt gevonden als ie hard zwart en opgekruld schilletje is geworden. En als ze ‘m dan vinden weet ik van niets. Ik geef gewoon de eerste de beste persoon die ik zie dan de schuld.
Ik denk dat ik stiekem nog wat snoepjes uit de kast eet, en koekjes, vooral lekkere en laat hier en daar wat kruimeltjes liggen. Als ze zich afvragen waarom er een lege verpakking ligt weet ik natuurlijk weer van niks, dat gebeurt gewoon.

Ik blijf natuurlijk mee-eten, maar vlak voor het eten klaar is, ga ik nog een boterham roosteren. En nog een. En als het meezit nog een, die ik dan bestrooi met suiker, voor de ultieme kruimelervaring. Daarna laat ik alles gewoon staan en liggen als ik wegloop.

Wanneer we echt gaan eten, kom ik gewoon net iets te laat. En dan zeg ik dat ik geen honger heb, eigenlijk. Ondertussen maak ik wat prikkelende opmerkingen tegen wie er wel of niet op zitten te wachten.
Tegen de tijd dat het tijd is voor een toetje heb ik opeens wel weer veel trek, dus daar neem ik weer lekker veel van.

Opeens bedenk ik dat ik blijf slapen, en laat ze fijn een bed opmaken op een logeerkamer. Ik leg vieze kleren gewoon makkelijk her en der op de grond. Overal wat, mooi verdeeld over de slaapkamer en badkamer. Ik poets mijn tanden terwijl ik op de wc zit en laat mijn tandpasta-speeksel links en rechts wat rond druipen voor mooie witte spateffecten in de badkamer.

Ja, ze zullen dolblij zijn als hun moeder komt.

Zou ik me, als het zover is, al mijn huidige irritaties dan nog kunnen herinneren?
Weet ik dan nog waar ik vroeger om moest zuchten?

Ik vergeet vaak verontrustend snel. Want nu al kan ik me nog maar met moeite herinneren hoe wanhopig ik soms was toen mijn kinderen huilden als baby. Behalve wanneer ik nu een baby hoor huilen.
Wanneer de poep op hun rug zat. Hoe dwars ze waren als peuter. Toen ze met hun kleverige vingertjes overal aanzaten en vieze afdrukken maakten op alle oppervlakken onder de 1 meter. Toen overal speelgoed lag en ik voor de zoveelste keer met mijn blote voeten op zo’n stom legoblokje stond.

Ik denk er nu vooral aan hoe schattig ze toen waren, met die dikke buikjes waar ik steeds in wilde prikken (niet te hard natuurlijk) Aan de zachte kussentjes op hun handen en die heerlijke zoete geur in hun nekjes. En hoe lief hun stemmetjes waren en wat voor grappige dingen ze zeiden.
Hoe ik soms mijn geluk niet op kon omdat ik me zo’n bofkont voelde dat uitgerekend ík de allerleukste kinderen van de wereld had gekregen.

Misschien herinner ik me later, als mijn kinderen vader en moedertje gaan spelen in het echte leven, van die tienerleeftijd alleen nog hoe levendig het toen was.
De rake opmerkingen, de lachsalvo’s en hoe ze me lieten lachen tot de tranen me over de wangen liepen. En hoe ze mijn taarten de lekkerste vonden. Hoe fijn die knuffels van hen waren en hoe gezellig het geklets. Hoe ik geamuseerd zag hoe snel ze groeiden. En dat ik geen moment kans had voor verveling.

En zelfs die onhandige maar liefdevolle stompen tegen m’n bovenarm, geworstel op de grond waarbij ik soms nog kon winnen. En denk ik dan zowaar met weemoed terug aan die blauwe plekken die ik daarbij had opgelopen, als indrukwekkende souvenirs op mijn armen.
En verlang ik naar de momenten op de bank voor de tv waarop ik opeens klem zat tussen een paar lieve kinderlijven. Warm, dat wel.

Maar lief, lief!

Zo lief zijn ze mij. Nu al.

En later, als ze groot zijn…

Dán kom ik bij ze op bezoek…
En geef ik ze eerst een heerlijke knuffel.

sloth hug

p.s. oh ja, ik wil dus ook ooit nog een keer een luiaard knuffelen.

Ouwe hipster

ouder sloth mephisto

Ik word ouder. Dat is een gegeven.
Ik word nu echt oud.

Dat ik daar nu achter ben, ligt niet aan het feit dat ik onlangs 40 ben geworden.
Evenmin aan het feit dat dankzij die heuglijke mijlpaal van 40 jaren jong, een -door een paar grapjassen- 10 jaar te vroeg geplaatste opblaas-Sara in de tuin stond, waardoor ik van de schrik bijkans voortijdig in de overgang schoot.
Ook ligt het niet aan mijn dagelijkse confrontatie met mijn voorbij groeiende kinderen, waarbij kind 2 zijn kin op mijn kruin kan leggen, en hierbij hoofdschuddend constateert dat ik echt wel heel klein word.
Al deze dingen lachte ik tot voor kort fluitend weg, want dat zei immers niks.

Nee, het iets heel anders wat serieus aan de loop gaat met mijn leeftijd.

Aanleiding is eigenlijk diezelfde zoon, met dat lange 15-jarige lichaam.

mephisto3

Sinds kort heeft hij namelijk de moed opgevat om krantenbezorger te worden.
Enkel en alleen voor het geld. Uiteraard.
Waarom zou je anders op zo’n onmogelijk tijdstip om 5.00 uur ’s morgens al je bed uit stommelen om met veel lawaai steeds met de deur in (en uit) huis te vallen, om kranten in je fietstassen te stoppen, hierbij je moeder uit haar vredige slaap te halen, met handen zwart van de inkt de witte deuren van kamer, hal, keuken, bijkeuken, vol met grijze vingerafdrukken te stempelen. Dat kan niet anders zijn dan voor de inzameling voor het goede doel: Een Echt Goeie Computer.

Enige werklust juichen we uiteraard wel van harte toe maar van die vingerafdrukken werd ik niet zo heel blij dus ik zei voorzichtig: ‘Hé, Braham…’
Wanneer ik dat zeg, ‘He, Braham…’  weet puberzoon meestal niet hoe snel hij z’n t-shirt al ‘nananana’ roepend over zijn hoofd moet trekken. Dat soort opmerkingen wil hij bij voorbaat niet horen.

Dus kondigde ik tijdens de maaltijd maar aan dat ik vanaf NU liever geen vingerafdrukken op de deuren wilde zien.
Dus vanaf nu: € 0,10 per vingerafdruk.

‘Ha’ zei hij ‘die zijn niet van mij, dat heb ik niet gedaan’.
‘Jawel hoor’ zei ik
‘Nou, bewijs het maar’
‘Ik heb je vingerafdrukken vriend’

Oudste dochter wist: ‘Nou, straffen werkt meestal niet zo goed hoor’
‘Nee straffen werkt niet zo goed’, beaamde baasB.
‘Belonen werkt meestal beter’ zei dochter.
‘Ja!’ BaasB  veerde op ‘Belonen werkt stukken beter’ wist hij plotseling ook.
‘Je kunt beter € 0,50 geven voor elke dag zonder afdruk’, bedacht hij toen.

Leuk bedacht.

De volgende dag was het al raak, (theoretische) kassa voor mij:

vingerafdruk
Het deed duidelijk wel wat met mij, want mijn spelling zag er opeens niet meer zo autochtoon uit.

Maar het bijkomende voordeel was wel, eerlijk is eerlijk, iedere dag 1 of 2 overblijvende kranten. Dat was uiteindelijk dan wel weer heel fijn.
Met de eurotekens in zijn ogen bekeek zoon mij, zijn lezende moeder en zag opeens nog een extra bron van inkomsten, ik zat nu tenslotte steeds gratis zijn krantjes te lezen.

Ik ging er even niet op in.
Want wat las ik daar in die krant, en nou komt het, was de hele aanleiding voor mijn opkomende oud-voelende gevoel:

mephisto mephisto

 

 

 

 

 

 

‘Haha’, riep ik ongelovig. ‘Oh bah, oh bah. Mephisto. Nou dát geloof ik niet zo. Daar gaat toch echt niemand meer mee lopen?’

Tot mijn schrik riep mijn dochter van bijna 18, nadat ze het eens had bekeken vrolijk: ‘Oh ja hoor, dat kan ik me wel voorstellen. Ik vind ze eigenlijk best leuk!’

Best leuk?!

De Mephisto’s roepen bij mijn heel andere herinneringen op.
En ik vertelde haar over haar opa, die altijd met díe schoenen liep, gewoon, omdat ze zo lekker liepen. En dat hij dat ook altijd vertelde, dat ze zo geweldig liepen.
Dat ik ze altijd al afschuwelijk heb gevonden.
Ik vertelde haar over de, bij mijn herinnering aan Mephisto’s  horende strontgeur van mijn vaders schoenen, omdat hij overdag, toen hij als vertegenwoordiger bij boerderijen liep, die geur meenam naar huis. En dat die geur ook daarin bleef hangen.
Dat ik er alles aan had gedaan, toen ik haar leeftijd had, om mijn vader aan hippere acceptabele schoenen te helpen, en vertelde dat hij daar veel beter mee zou verkopen.
En dat het me uiteindelijk gelukkig wel gelukt was.
En dat het echt heel, maar dan ook heel erg zou zijn als zij ooit van die schoenen zou gaan dragen.
En dat haar opa haar verschrikkelijk zou uitlachen.

Mijn dochter keek me even twijfelend aan en zei:

‘Mam, weet je, aan deze reactie kan ik wel merken dat je nu echt ouder wordt. Zo was je nooit, maar echt…’

Geen idee waar mijn tolerantie was gebleven maar opeens zag ik zes paar Mephisto’s in de hal staan, in grote en kleine maatjes, voor elk een paar.

hipster

Ik vraag me nu af of ik dat wel goed heb gezien.

Misschien heb ik wel een leesbril nodig.