lang leve de liefhebberij

vissen

Over jagers en verzamelaars gesproken: Dat zijn we.
Dat zit zogezegd in ons DNA, zie klik.

Ik ben dan welbeschouwd meer de verzamelaar. Mijn jongste zoon daarentegen is de jager. En hij jaagt op vis.
Een maand geleden kwam hij thuis, met een trommeltje achterop zijn fiets. Met daarin een vis. Bij de meting ter plaatse was gebleken dat de vis officieel groot genoeg was om legaal mee te nemen en op te eten.
Hij was in ieder geval groter dan het trommeltje.

Zijn handen en jas waren vies en roken ook naar vis. Maar dat hoort bij jagers.
De visser wilde de vis vervolgens graag zelf villen. Zijn ondernemingszin en zelfredzaamheid zijn immer bewonderenswaardig.

Ik twijfelde of ik hem een scherp en gevaarlijk (maar efficiënt) mes moest geven of een botter en minder gevaarlijk mes. Ik koos het laatste, omdat voor mijn geestesoog ineens een afgehakt vingertje verscheen.

Een bot mes bleek uiteindelijk toch niet handig bij het villen van een vis. Het werd een slachtpartij.
Het duurde al met al best lang en ik moest inmiddels weg. Gelukkig liep het goed af.
Toen ik weer thuiskwam, was de vis gebakken en was nog wat voor me over. Ik kreeg een stukje vis van 1 cm². Dat smaakte wel goed volgens mij. Eigenlijk was het al op voor ik goed kon proeven. Maar zoals mijn vader altijd zei; Lekker is maar 1 vinger lang. Wat ik nooit helemaal begrepen heb maar ik zag opeens wel weer dat afgehakte vingertje voor me.

Op zich houd ik best van vis eten. Hmm, lekker visje…
Niet van vissen vángen. Dat is dan weer geen hobby van me.
Vissen vangen staat zelf onderaan in de top-10, nee dal-10, van mijn minst favoriete hobby’s.  Ik vind ik het saai, zielig voor de vis, saai, oh dat had ik al gezegd, en vies, vooral met wormpjes en maden (bah).
Vissen komt in dat niet-favoriete lijstje zelfs na gamen, voetbal kijken, postzegels verzamelen, suffe filmpjes bekijken en aan auto’s sleutelen. Stuk voor stuk verrukkelijke hobby’s voor de liefhebber. ’t Is alleen niet mijn lievelings.

Toch valt over hobby’s niet te twisten.

Ik bedoel; die visser-boy hoeft van mij ook echt niet te houden van gedichtjes maken.

Maar hij kan het wel!
Dat zag ik, toen hij thuiskwam uit school en ik een kreukelig A-4tje uit de tas haalde.
Op school waren kennelijk de ‘elfjes’ aan de beurt geweest.

Hij maakte een ontroerend elfje over vissen:

IMG_9527

En daaronder stond er nog een, ‘nu voor de grap’.

Ik vind ‘m werkelijk briljant.
Lees het bij voorkeur even hardop.  Dan komt ie beter binnen.
Voel je ‘m?

IMG_9526

Advertenties

Déjà Vu

 

praying mantis
ivo van der ent

Mijn man had een déjà vu.
Dat beweerde hij tenminste, toen hij me niet zulke nette dingen hoorde sputteren.
‘Wat is er?!’ riep hij vanaf beneden.
Ik heb een ladder in mijn nieuwe panty, riep ik geagiteerd, en het is nog wel een laddervrije panty!
‘Volgens mij heb ik een déjà vu’, zei hij toen.

Déjà Vu is Frans,  wat al gezien betekent. Het is zogezegd, de vreemde gewaarwording dat men een gebeurtenis al eens eerder heeft meegemaakt of een persoon of ding al eens eerder heeft gezien (terwijl dat in werkelijkheid niet het geval is): Ik was er zeker van dat ik nooit eerder in deze stad was geweest, maar toen het huis binnenging, kreeg ik een (vreemd gevoel van) déjà vu…

Volgens mij had man trouwens helemaal geen déjà vu. Dat panty-drama heeft hij gewoon echt vaker meegemaakt.

Vroeger had ik het trouwens heel vaak, zo’n déjà vu. Gedurende mijn hele jeugd tot in mijn volwassenheid had ik van die Hè, Hu, eh…, momenten, die ik vaker dacht te hebben beleefd. Of in ieder geval het gevoel daarvan.
Eigenlijk was mijn leven een aaneenschakeling van déjà vu’s. Regelmatig riep ik bij gebeurtenissen en uitspraken: Hé, is dit wat er precies nu gebeurt, al eerder gebeurd?
‘Neeneeneenee’, riep men dan.

Toch was het tamelijk fascinerend eigenlijk. Mijn déjà vu-leven van toen was in bepaalde opzichten beslist boeiender dan het nu is. Het leverde interessante en diepzinnige gedachten op.
Ik  had dan wel gelezen dat deze ervaring te maken had met kortsluiting in de hersenen. Dat iets dat wat we zien eerst dat terecht komt in het geheugen, en we ons daarna  bewust van worden.
Maar liever geloofde ik dat niet. En eigenlijk stelde ik me dan toch graag voor dat mijn leven tegelijkertijd misschien al eerder geleefd was, of verweven was met de hedendaagse werkelijkheid. Alsof je toch in een soort van parallel universum leeft. Dat ik dan eigenlijk meer dan alleen mijn eenvoudige zelfje van nu was. En dat tijdreizen dan toch mogelijk zou zijn?

Volgt u het nog? Nou ja, dat soort filosofische kwesties dus. Bij het wegblijven van mijn déjà vu’s tegenwoordig, heb ik ook niet meer van die diepzinnige bespiegelingen met mezelf. Wat jammer is, maar tegelijkertijd het leven een stuk eenvoudiger maakt.

Hoewel ik laatst wel weer bijna een déjà vu ervoer;

Want potverdikkie, dat terrarium, waarin Billy’s wandelende takjes in hadden geleefd en ook waren gestorven – of beter gesnorven, zoals F-je dat vroeger altijd zei, wat ik persoonlijk iets  mooier vind klinken en bij voorkeur gebruik, hoewel ik dat meestal toch niet doe omdat mensen dan zouden kunnen denken dat ik het woord niet goed ken of kan uitspreken, wat dan weer gek is voor een logopedist, enfin…  – hoe dan ook, dat terrariumpje, dat schoongemaakt en weggezet was, dat al bijna met foto’s op marktplaats stond, zag ik opeens weer prachtig ingericht staan op de oude plek.

Wwasdatnoudan? riep ik verbaasd naar Man.
‘Oh, da’s voor BaasB. Die wil er wat mee’
uh?
‘Ja, hij wil een bidsprinkhaan’
Okee… waarom?
‘Ja, de bak stond leeg…’

Naast zijn intense relatie met z’n computer houdt hij zich zijdelings bezig met dier-gerelateerde hobby’s. Ter uwer informatie; zijn interesse gaat uit naar macrofauna en zijn vogel, de vreselijke Eddy. Eddy-de vrouwenhater, die zijn kopje buigt voor alle mannelijke gezinsleden om gekriebeld te worden, maar hatelijk met z’n snaveltje naar de dames pikt.

BaasB speurde vervolgens bij een webshop voor(?) over(?) met(?) ongewervelde dieren.
Die sites bestaan ja.
Daar had hij, vermoed ik, vorig jaar ook de mieren besteld voor zijn mierenboerderij, die toen op zijn slaapkamer stond.
Terwijl ons leven op de begane grond in het teken stond van De Bestrijding, werd boven in ons huis naar hartenlust met mieren en fruitvliegjes gekweekt. Waar wij als een gek met mierenpoeder  in het rond strooiden, vanwege de steeds verder oprukkende terror-mieren en daarnaast ook de fruitvliegjes buiten de deur probeerden te houden, stonden er potjes op zolder met ondefinieerbare fruitprakjes, waar vleugelloze fruitvliegjes werden gekweekt. Als voer voor de mieren.

Gelukkig Helaas stierven de mieren. Het valt niet mee om ze in leven te houden als het juist wél moet. Het zal iets te maken hebben met de wet van omgekeerde inspanning.
Die overigens ook van toepassing lijkt op het B’s aquarium met vuurgarnaaltjes. Door een mysterieuze ziekte is een aantal weken geleden een groot deel van de populatie uitgestorven. In de bak dan. Ik tuurde erin en berichtte aan B; nou, ze zijn allemaal dood volgens mij, er zijn alleen nog wat slakjes.
‘Nee hoor, wist B. ‘Er zijn er nog een paar over. De sterksten overleven, dat is natuurlijke selectie. Het komt goed.’

Houd moed makker.

Blijkbaar ontbrak er toch nog wat in zijn leven.
En daarom: een bidsprinkhaan.

Ik vind het ergens wel een mooie gedachte, dat hij een bídsprinkhaan wil, zei ik vroom tegen man.
‘Nou zulke lieverdjes zijn het anders niet.’ Wist hij. ‘De vrouwtjes eten de mannetjes vaak op.’
Oei, schrok ik, zouden we het wel doen dan?
‘Jij hoeft je geen zorgen te maken hoor, ze eten jou heus niet op.’
Oh, daar maakte ik me ook geen zorgen over. Meer over jullie eigenlijk. Haha.
Ha
Ha ha

Maar man was niet bang.

Nu ik de plaatjes van die dieren heb gezien, voel ik wel een lichte angst opkomen.

ghost-bidsprinkhaan-phyllocrania-paradoxa-1

Jammer genoeg waren de specifieke bidsprinkhanen die B. op het oog had, niet op voorraad. Er waren nog wel andere, duurdere, bidsprinkhanen die  ook ‘geschikt waren voor de oplettende beginner’ zoals de website vermeldde. Alleen werd het dan, inclusief verzendkosten zo duur, vond B.

Ik kwam niet meer bij. Hoe dan? Hoe gaan ze die beesten verzenden dan, aan de oplettende beginner? schaterde ik. Ik zag al een platgedrukt sprinkhaantje in een envelopje voor me.

‘Gewoon, per post.’ (Zoon is vaak niet van de meest mededeelzame soort hè)

Dus nu zien we uit naar de komst van een betaalbare bidsprinkhaan.
Spannend, ik kan eigenlijk niet wachten tot ik de post uit de brievenbus kan halen en een springend envelopje vind…

Ondertussen heb ik toch nog maar even wat meer info opgezocht over mijn toekomstige huisgenoot.
Ik las dat dit beest eigenlijk meer verwant is aan de kakkerlak, -kak bah- en dat het efficiënte jagers zijn. Dat ze met de  pootjes op elkaar hangend wachten op hun prooi (waar hij z’n naam aan te danken heeft.)

Ik laat het bezinken.

Dan lees ik iets verderop ineens dat ze slechts enkele maanden tot een jaar leven.

Aaach, dat overleef ik wel.cg5022697e4b192

Vieze praatjes

Ik schrok me een hoedje toen ik gisteren naar de wc wilde. Een dag ervoor had ik ‘m nog grondig schoongemaakt.

Eeej riep ik, allemensen wat een keutel!

–  Ik waarschuw je nu maar vast, het wordt een vies verhaal. Dat heb je soms.
Wanneer je er niet van houdt, stop acuut met lezen. Bij stiekem wel – gewoon doorlezen –

Daar lag dus echt een waanzinnig grote drol in de pot, in een bedje van wc-papier. Snel riep ik iedereen die in de buurt was erbij, om te kijken. En zo  keken vier mensen met stomme verbazing naar de enorme keutel in de pot en we waren het erover eens dat dit wel uit een reuzenpoepert moest zijn gekomen.
Man nam een foto en plaatste ‘m op de gezinsapp. Ook raar. Maar waar.

Iedereen reageerde met gepaste afschuw. Het was trouwens niemand uit ons gezin die het had gedaan. Nee. Natuurlijk niet. Ha.

Ik herinner me nu opeens weer een bericht in een of ander nieuws, over een inbreker die tijdens het inbreken plotseling zo nodig moeten poepen, dat hij eerst ergens in het huis, waar hij op dat moment aan het werk was, zijn behoefte deed.
Logisch natuurlijk, het lucht lekker op en scheelt gewicht als je de buit mee wilt nemen.

Alleen moet je dan wel doorspoelen.

Het kán zijn dat hij gisteren bij ons was . En dat ie er na zijn boodschap meteen helemaal klaar mee was, want ik mis verder geen kostbaarheden.
Ik heb er zogezegd alleen maar iets bij gekregen.

En we hebben er verder niets van gemerkt. Het is natuurlijk ook niet zo dat je heel erg let op iemand die poept. Dat is toch wel een privé aangelegenheid.

Dat vindt ons hondje Jip trouwens ook. Het is een heel net en preuts hondje. Als we hem uitlaten en hij wil een drolletje draaien, dan moeten we op het moment suprême echt niet naar hem kijken. Want als we kijken dan lukt het hem niet zo goed. Met ogen vol schaamte blikt ie een beetje schuin omhoog.  Ik kijk dan altijd even respectvol de andere kant op. Gevolg is wel, dat ik daarna met mijn hondenpoep-zakje weer op zoek moet naar het keuteltje, terwijl Jip er dan al snel vandoor is gegaan (alsof er niks is gebeurd -lalalala). Jip is namelijk een klein hondje die z’n kleine hoopjes het liefst verstopt in het hoge gras. Ik moet met mijn neus tussen de grassprietjes  speuren tot ik het drolletje met het zakje kan oprapen.

Dat is overigens, nu we het over vies hebben, ook best een vies gevoel, zo’n warme keutel in een plastic zakje.
Terwijl het eigenlijk heel schoon is wat je doet.

Als honden uitlater let ik ook op mijn collega-uitlaters. Ik zou allerlei conclusies die ik al wandelend formuleer, met jullie kunnen delen. Ik houd het vandaag maar bij een ding;

Wat me tot nu toe bijvoorbeeld is opgevallen aan de hondenuitlaters, is dat er globaal twee soorten hondenbaasjes zijn.
De eerste soort doen altijd net of ze niet zien dat hun hondje poept. (Waarvan een deel doet of hun hond helegaar niet gepoept heeft – fluit fluit- tralala – en een ander deel omstandig een knisperend zakje opent om de hoop weg te toveren).
De andere soort baasjes kijkt juist wel. Die zie ik, met hondenriempje in de hand, met een intense blik naar hun hond te staren, alsof ze de keutel er hoogstpersoonlijk uit willen kijken. (Waarvan een deel van hen vervolgens alsnog doet of hun hond niet gepoept heeft -fluit fluit fluit – en een ander deel dan weer de truc met het zakje doet)

En dan heb je nog van die hondjes die je ziet lopen, waarvan je denkt; waar is zijn baasje nou? Die zijn zo slim om te ontsnappen om vervolgens zelf een geschikte route en poepplek te kiezen. Maar dat is weer een ander verhaal.

Om nog even terug te komen op soort 2; Wat denk je dan op zo’n moment, dat je je hond ziet poepen? Voel je dan even hetzelfde als je hond? Leef je mee? Lucht het op?
Ik wil het niet te weten… eigenlijk wel maar ik ben een wegkijker dus ik weet het niet.
Maar het fascineert me wel.

Dus dat hebben mijn kinderen niet van een vreemde. Hoewel ik het helemaal niet aanmoedig dat ze tijdens de maaltijd het poep-onderwerp nogmaals aansnijden, praten we hier tijdens het eten wel opvallend vaak over.
F-je houdt daar dan weer niet van. Ja, dat is die propere dame ja, van de huishoudelijke opvoeding. Toen haar broers gisteren weer wat iets viezigs riepen, liet ze boos weten dat ze op deze manier niet meer van haar toetje kon genieten.

‘Nee??’ riep BaasB opgetogen. ‘Poep…!… Tarrel…. Poepkorreltjes’

‘Whaha’ joelde Billy, ‘Wwwind, scheet!’

‘Hou op’ schreeuwde ze door, ‘nou lust ik het echt niet meer!’

‘Nee? Mag ik ‘t? Geef maar aan mij!’ riep BaasB.

‘Nou jij niet, stommert, door JOU heb ik er helemaal geen zin meer in.’

‘Nou geef dan, geef aan mij, ik lust het wel…! Tarrel*…’

*Timmerende vuisten over. En weer*

En zo eindigde een redelijk vreedzame maaltijd wederom in een jammerlijke ruzie…

Kák!

De vieze toiletfoto is al verwijderd, die kan ik niet meer laten zien. Maar kijk wat ik vond in mijn galerij; we maakten vorige week ook poppetjes van kastanjes. Let op de details. Dat zegt wel weer genoeg.

*zoek de betekenis zelf maar op

alle hamsters en pompoenen nog-an-toe! (deel 3)

Het was een vruchtbare zomer dit jaar.

hamster, zwart, bumba,

Hoe het afliep met het nageslacht riep ik de vorige keer. Als je denkt dat iets is afgelopen, dan is dat natuurlijk nooit zo. Tuurlijk niet. Life goes on.

Onze jongste zoon kreeg voor de zomervakantie pompoenpitjes mee naar huis. Voor een wedstrijd. ‘Wie kweekt de grootste pompoen’.
Billyboy bekeek de zaadjes en dacht: ‘Daar heb ik geen zin in hoor’.
De pitjes wierp hij in een hoekje bij het schoolplein. Met zijn voet schoffelde hij ze nog wat onder het zand, zodat ze niet meer te zien waren.
Hij was er fatsoenlijk vanaf gekomen.

Kort daarna werd hij jarig. Van zijn jongste zus kreeg hij een hamster. Een Hamster-To-Be. Want heel die hamster bestond nog niet. Die moest nog gemaakt worden.
Hij was al reuze-blij met deze belofte. Met zijn optimistische karakter heeft hij altijd een grenzeloos vertrouwen in welke goede afloop dan ook. Dus dit zou helemaal goed komen.
De hamster werd gemaakt. Zie deel 1 & 2.

Ondertussen gingen wij op vakantie. Toen we terug kwamen waren Billy’s andere huisdieren behoorlijk gestorven. Hij was eigenlijk een soort van vergeten om oppas hiervoor te vragen.
Niet om het goed te praten maar het waren ook tamelijk saaie huisdieren. Van het soort dat je nogal snel vergeet, die wandelende takken. Dus in die glazen bak was het, net als buiten vanwege de droogte, ook al een dooie boel.
Hij treurde kort, daar ga ik vanuit. De takjes lagen een tijdje later morsdood in de kliko.

Gelukkig ging het leven door en werden de hamstertjes geboren. Ik werd over-pleeg-oma, mijn dochter werd pleeg-oma en zoon werd een pleegvader van een vers hamstertje, dat sinds vorige week bij ons thuis woont.
Het is een gaan en komen van huisdieren hier.

En daar is dan… Bumba! (Ja van Bumba balu, het circus komt eraan, Bumba beli wat is dat voor een clown, het blijft hangen hè, die peuterperiode).

Er werd mij heus wel gevraagd naar suggesties voor een geschikte hamsternaam. Uiteraard, dat kan ik. Ik vind dat ik mooie namen kan bedenken. Ik vond bijvoorbeeld Janneman (Robinson) wel een leuke naam. Of Prins Charles. Of Humberto. Of Willem. Of Barack.
Of Usain Bolt wat een man – ik ben fan, vond ik ook wel toepasselijk.usain

 

Belachelijk, waren mijn suggesties. Vonden mijn kinderen.
Daarom heet hij Bumba. Nee, dat is niet belachelijk. Haha. Ha. Ha.

Bumba is een superschattig zwart peuter-hamstertje. Hij heeft ontroerend kleine witte oortjes en als hij zich even opricht om heel aandoenlijk met zijn pietepeuterige minipootjes rond zijn snuitje te poetsen, zie je zijn snoezige lieve zachte witte buikje.
Bijvoeglijke naamwoorden schieten tekort om de schattigheid van dit diertje te omschrijven. Wij kirren dat het een aard heeft. Het ratelende hamsterrad iedere avond en de piepkleine poepjes, die als zwarte suikerkorreltjes op de tafel liggen nemen we voor lief.
Op de táfel ja; om het de schattigheid van het hamstertje keer op keer te kunnen beoordelen laat baasje Billyboy hem met enige regelmaat op de eettafel rondlopen. Oeeehww! kirren we dan.

Ondertussen is de vakantie voorbij. Billyboy ging weer naar school. Onze baby zit inmiddels in al groep 8. Opgetogen kwam hij na de eerste dag thuis:

‘Weet je’, riep hij, ‘ik had voor de vakantie pompoenzaadjes gekregen, voor een wedstrijd ofzo. Maarre die had ik maar bij school in de tuin gepleurd.
En nu hè… groeien er supergrote pompoenen bij school in de tuin!’

Dat was goed nieuws, zo maakte hij zelfs onverwacht nog kans om te winnen. Winnen in een wedstrijd waar hij helemaal niet aan had meegedaan.
Het leven zit vol verrassingen. Zo heb je niks, zo ben je een winnaar.

En zo heb je weer niks. Na het weekend waren de pompoenen… weg. Kapot getrapt door voetballende pompoen-vandalen.

Dat was een verdrietig moment.

Gelukkig hebben we Bumba nog.
We zullen goed voor hem zorgen.

IMG_9093
– hij had pompoenpitjes vast heel smikkelbaar gevonden –

Hoe het afliep met het nageslacht (deel 2)

 

Afbeeldingsresultaat voor hamster t shirt

Nu ik  jullie heb verteld dat Henk zwanger was, is het ongetwijfeld interessant om te weten hoe het verder ging.
Als je het nieuws over de zwangerschap hebt gemist: zie klik.

Henk was maar kort zwanger. Twee weken slechts. Maar dat is normaal bij hamsters.
Dus ik ben blij verheugd dat ik jullie kan meedelen dat een tweeling is geboren.
Geslacht: onbekend. (En dat blijft een verrassing, ook als je het weet)
Kleur: zwart en wit. Dus 1 zwart en 1 wit exemplaar.

Dat kan dus, 2 kindjes krijgen, waarvan de 1 zwart en de ander wit is. Maakt Henk echt niet uit. Geen hamster- racisme in de kooi. Daar doen we niet aan.

Hoewel je tegenwoordig voor je het weet van racisme wordt beschuldigd.
Dat gebeurde mij gisteren nog. Met mijn laptop op schoot was ik druk bezig wat mail te beantwoorden, toen de boel plotseling uitviel.
Boos en wanhopig wierp ik mijn handen in de lucht en riep tegen het beeldscherm: ‘Wáárom ben Jij nu zwart?’
Ik praat dus ook tegen niet-levende voorwerpen. Dat heet antropomorfisme, heb ik even opgezocht. Fijn om even te weten. Als ik eens iets interessants over mezelf wil vertellen.

Oudste zoon die naast me op de bank zat en zelf vaak niet vies is van racistische grapjes en opmerkingen hier en daar puur door slechte invloeden van buitenaf, riep schijnheilig: ‘Héje, we doen hier niet aan racisme he. Wát heb jij tegen zwart?’

Jongste zoon hoorde ik kakelen: ‘Waarom ben jij zwart? Tegen wie zeg je dat?
Waaaarom ben jíj Zwart? Hahahahaha.’

Ik mopperde en mompelde iets over de batterij die weer zo snel leeg was.

En toen vroeg man zich af of ik op straat soms ook zomaar tegen mensen riep: ‘Waarom ben jij zwart’ en of ik daarna ook vraag: ‘Is je batterij soms leeg?’

‘Doe normaal’ zei ik.

‘Doe normaal, waarom ben jij zwart? hahaha. Héé, waarom ben jij zwart?’ hoorde ik jongste zoon, die inmiddels eindelijk boven was gearriveerd omdat ie nodig ’s naar bed moest, roepen.

Ik houd best van mijn mannen maar vaak kun je er geen fatsoenlijk gesprek mee voeren.
Daarom praat ik tegen voorwerpen denk ik.

Volgens gedragswetenschapper Nicholas Epley is dat overigens niet dom, dat praten tegen voorwerpen maar is het een bijproduct van het hebben van een actieve, intelligente sociale cognitie. Hij zegt dat hetzelfde psychologische effect optreedt wanneer je je bewust bent van de geest van ander persoon en wanneer je een geest herkent in andere dieren. Het is een weerspiegeling van het grootste vermogen van onze hersenen.

Nou dat dus hè. Heb ik jullie zomaar even een kijkje gegeven in het grootste vermogen van mijn hersenen.

En nu weten jullie inmiddels nog steeds bijna niks over de hamsters.Afbeeldingsresultaat voor im only talking to my hamster Maar eerlijk gezegd weet ik zelf ook niet zoveel meer dan dit. Want Henk woont immers niet bij ons. En ik ben nog niet op kraamvisite geweest. Gaat binnenkort gebeuren. Ik ben nu al benieuwd welke geest ik dan in de hamsters herken.

Dus het wordt vervolgd.

Gelukkig zijn er al wel een foto’s:

aaaaahw….

 

Hoe Henk vrouw werd (deel 1)

oma kind

Mijn dochter is een overbezorgde moeder. Sinds een maand of wat. (Oh daarom was het hier zo stil)
Ze wist goed waar ze aan begon. Heel het wereldwijde web was al geraadpleegd, forums bezocht en bij elke vraag is op Youtube wel iemand te vinden met een passend antwoord.
Nu haar kleintje er is, blijft het zoeken. Wat natuurlijk heel herkenbaar is, want is niet elke ouder een beetje onzeker?
Ze heeft een meisje. Ik mocht het ukkie al een paar keer vasthouden, onder haar waakzame oog, dat wel. Heel even.

Mijn dochter neemt haar taak als ouder/verzorger heel serieus. En als ik sommige bezorgdheden te luchthartig wegklets, is het commentaar niet van de lucht. Ik ben véél te gemakkelijk. Ik ben absoluut niet bezorgd genoeg, nooit geweest ook trouwens. Dat was wel gebleken tijdens haar eigen opvoeding. Ik was bijvoorbeeld ook nooit bezorgd als ze bijvoorbeeld alleen wegging met de trein en lang wegbleef. Ik vroeg verbaasd wanneer dat was gebeurd, was het wel gebeurd? ‘Nou nee, antwoordde ze, maar je zou niet ongerust zijn geweest.’
Aha.
Er waren trouwens meer voorbeelden waaruit mijn lakse onverschilligheid zou blijken. Die weet ik niet meer. Wat bovenstaande wel weer bevestigt.

Dit hele verhaal houdt dus in dat ik een Oma ben. Een soort ván hoor. Ik zou het eerder iets van pleegoma noemen. Ja, welk mens is er nou oma van een hamster?
Toch is dat ook zeker geen eenvoudige taak. Want hoewel ik bij mijn eigen opvoeding op vele punten tekort ben geschoten, wordt mijn mening over diverse hamstervraagstukken regelmatig geraadpleegd. (Als extra na de deskundigen om de forums). Meestal wordt mijn advies dan juist niet opgevolgd. Een beetje in de lijn van hoe ik dat vroeger deed met mijn oma; als mijn oma afkeurend over mijn kleding sprak – zat het wel goed. Als ze er complimenten over gaf… dán moest ik nog eens goed bekijken wat er aan de hand was. Grote kans dat ik dat in ieder geval nooit meer aantrok. Dat werk zeg maar.

En toen gingen we op vakantie. Met de eigen kinderen. Zonder hond, vogel, garnalen, wandelende takken en de hamster (want vakántie he).
Voor de meesten hadden we al passende opvang. Maar Winnie… dat was uiteraard wel een dingetje. Want Wie Is Goed Genoeg Voor de verzorging van Winnie de Poop?
Misschien opa? Opperde ik. Maar opa had in het verleden, tijdens onze eerste hamsterperiode, die we -ten onrechte blijkt nu- al voorgoed afgesloten dachten te hebben,  al eens hamsters laten ontsnappen. Opa was ongeschikt. Eigenlijk kende ze niemand die, én kon én geschikt was.

In dezelfde periode dat we hierover nadachten, speelde bij dochter ook nog de wens om zelf ook al heel snel hamsteroma worden. Het zou kortom, echt te gek zijn als Winnie lieve, schattige, kleine babyhamstertjes zou krijgen.
Dat gaat uiteraard niet vanzelf -bla bla bla-, we moesten een geschikte vader zoeken.

F-je had alvast uitgezocht wat de aanstaande moeder aan verzorging nodig zou hebben. Best veel, bleek. Zoveel rekening is er tijdens mijn zwangerschap overigens nooit met me gehouden. Nu we toch aan het vergelijken zijn. Ik kreeg helemaal geen extra eiwitten of een liksteen. Ik mocht nog prima rennen in het looprad.
Maar ik ben dan ook geen hamster (en de kans dat ik de kleintjes op zou eten was ook minder groot).

Gelukkig bleek een jongen uit haar klas ook een hamster te hebben. Een mannetje. Een aanstaand vadertje. Niet bijzonder knap (beetje grijs) of lief (bijtgraag) maar wel mannelijk.
Jongen-uit-de-klas vond het prima dat Winnie een paar weken bleef logeren. En zijn Henk mocht ook zorgen voor de bevruchting. Jongen-uit-de-klas was de beroerdste niet. Hij kreeg haar hele zwangerschapsinstructie er alvast maar bij. Voor het geval dat. Want zo’n hamster is maar twee weken zwanger. F-je vond hem hierover eerlijk gezegd wel een beetje ongeïnteresseerd, maar ze wilde de instructies t.z.t. of op verzoek  vanaf het vakantieadres nog wel weer herhalen.

En zo kon Winnie logeren bij Henk. Top!
Wij blij, Fje blij, hamsters blij.

Vooral Henk.
Want Henk is nu zwanger. Henk krijgt lieve kleine babyhamsters.

Dus Winnie is straks vader. Zo raar kan het gaan.
Misschien kan ik heel binnenkort wel op kraamvisite bij Henk, mijn hamster-pleeg-schoon-kleinzoon.

Zoethoudertje

borstplaat

Daar zitten we dan, met onze borstplaat. Wat heeft me überhaupt bezield om borstplaat te kopen?
Vlak voor de viering van ons sinterklaasfeest, kreeg ik opeens nostalgische oprispingen.
Borstplaat mocht niet ontbreken, vond ik, evenals een letter van banket. Geholpen door het feit dat alles inmiddels voor de helft van de prijs in de winkel lag, heb ik een keur aan zoethoudertjes aangeschaft.
Dat scheelt wel, als je Sinterklaas wat naar achteren schuift. Lekker slim.

Alleen, die borstplaat wil maar niet op.
Ik heb me een groot deel van mijn kindertijd overigens afgevraagd wat borstplaat nou eigenlijk was. Ik denk dat ik het eerst niet durfde vragen, want als die peuters van een Jip en Janneke het wel wisten, zou ik het toch zeker moeten weten.
Maar ik had geen idee. Ik had ook geen idee wat een kaakje was. Wij aten nooit een ‘kaakje’ thuis. Natuurlijk had ik wel een vermoeden, geholpen door de context, het moest immers wel verrekte lekker wezen als Jip en Janneke er zo euforisch van werden.

Jammer genoeg sloeg de borstplaat hier totaal niet aan. Mijn kinderen vonden zo’n hap suiker maar niks. Wat op zich vreemd is want van andere gesuikerde eetwaren zijn ze volstrekt niet vies. Ze nemen normaal gesproken zonder beperking, als het ook maar enigszins mogelijk is, alle suikers tot zich, inclusief kant en klare suikerklontjes.

Vaak verstop ik het snoep dat ik koop. Niet dat dat helpt, want ook al ben ik zelf de verstopplaats vergeten, altijd komt er een moment waarop ik lege folietjes terugvind op plekken waarbij ik denk:  ‘oooh ja, hier had ik het neergelegd’.
Dat zal met de borstplaat niet lukken. Het staat open op het aanrecht, maar niemand die maar een hap neemt.
Dus daar zit ik dan, met mijn borstplaat.
Ik vind het zelf ook niet lekker. Eigenlijk. Eerlijk gezegd. Dus.

Voor de rest wordt er overigens genoeg gegeten.
Het is ongelofelijk welke hoeveelheden ik wekelijks naar huis breng, net als het commentaar ik dan krijg van het thuisfront, dat ik zo belachelijk veel boodschappen doe.
En de week erop zijn ze weer net zo verbaast.
Raar.

Overigens kreeg ik dat commentaar ook eens van een oude man, toen ik al mijn boodschappen op de fiets stapelde (wat dus heel old-school en milieuvriendelijk was) en hij met een afkeurende blik opmerkte dat dat vroeger wel anders was.
Toen kochten ze niet zoveel boodschappen.

Dûh, lekkertje. Toen aten ze ook nog niet zoveel.

Hij had vast ook niet zo’n puberzoon, waar het eten als in een zwart gat verdwijnt, zo een die geen verzadiging kent.
Zo een die verticaal op de bank hangt, met zijn hoofd naar beneden.

Dat zijn zorgen hoor!
sloth down
‘He, je hangt met je hoofd naar beneden’ waarschuwde ik hem toen ik zag dat hij omgekeerd leefde.
‘Dat doe ik expres’, zei hij ‘want dan stroomt áál mijn bloed naar mijn hoofd’
‘Ooh’ zei ik.
‘Daar word ik extra slim van’.

‘Nou, blijf dan nog maar even hangen’ zei ik.
En dat deed hij.

Lekker slim.
Lekker rustig.

luiaard pak

 

 

 

 

 

 

Diezelfde zoon kreeg overigens een onesie-luiaard-pak voor Sinterklaas.
Sint had nog nooit zo’n passend cadeau gegeven.

dierendag, luiaard, poepen

Hond in de pot

dierendag, luiaard, poepen

Het feest begon vanmorgen meteen al.

Van dierendag bedoel ik.
Oudste zoon kreeg van zijn zus de hartelijke felicitaties met deze dag, op de familieapp.

Hij begreep het niet meteen, die grap op dierendag.

Gelukkig hebben wij ook echte dieren om te verwennen. Zo hebben we naast Eddy onze vogel, sinds gisteren ook enkele maden in de koelkast ach nee he, niet weer! en niemand minder dan onze most famous dog.
Want Jip is een echte BH-er*. Jip van de buurt, wordt hij genoemd.

Dat Jip BH is geworden heeft hij louter aan zichzelf te danken.  Het is enkel en alleen dankzij zijn eigen inzet, geduld, eigenwijsheid en onorthodoxe manier van zijn. Je kunt ervan denken wat je wilt maar hij doet het toch maar.
Het kán natuurlijk zijn dat jullie nog nooit over hem hebben gehoord, maar hij is een rijzende ster, eerst in het klein, dichtbij, maar zijn gebied wordt steeds groter. Houd het in de gaten.

Pas enkele weken geleden werd ik me er overigens goed van bewust. Dat was nadat ik een appje had gekregen van de buurvrouw, dat Jip inmiddels bekend was in de hele buurt, zie de melding in de buurt app.

Na mijn aanvankelijke enthousiasme over de buurtapp  – klik werd het me uiteindelijk toch wat te veel, die eindeloze reeks meldingen en reacties van de voor mij totaal onbekende buren. Zelf nadat ik alleen de meldingen voor Hele Belangrijk Dringende oproepen had aangeklikt, stroomde mijn mail nog steeds vol met buurtsputters. Dus ik heb de app er maar af gegooid.
En als het echt belangrijk is, sturen buren het wel door tenslotte.

Zoals laatst. Want toen ging het over ons.
Of liever over ons hondje.
Maar die is deel van ons gezin dus zijn wij erbij betrokken. Geschrokken zag ik de screenshot van de melding met een foto van ons Jip in een beschamende houding. Daaronder allerlei beschuldigingen, verdenkingen en verwijzingen van buurtbewoners.
Vreselijke mensen dat wij daar zijn, totaal ongeschikt voor het houden van een hond. Ook al is het nog zo’n rot-hond.

IMG_3609IMG_3610

Ik hoopte het te hebben opgelost door mijn excuses te brengen aan de voordeur van de melder, een buurvrouw van 60 huizen verderop. En gelukkig vond ik na enig speurwerk het dropstaafje en heb het keurig in een zakje gestopt en weggegooid. Er zou er maar iemand met z’n grote teen in stappen, ik moet er niet aan denken. Iech!

De rest van het gezin kwam niet bij na dit verhaal. ‘Die Jip, hahahaha!’ Die dag en dagen erna werden er tal van goeie grappen over gemaakt.
‘Ja lach maar’, riep ik naar de nog nahikkende gezinsleden, ‘jullie laten hem elke keer ontsnappen en nu zijn wij een schande voor de buurt’.

De buurtapp had er opeens fans bij, mijn kinderen hebben zich ogenblikkelijk aangemeld voor de app, dit was sensatie! Vooral de opmerkingen over Jip. ‘Oooh, kijk eens wat die zegt!’ werd er dan geroepen.

En blijkbaar had de verre buurvrouw er toch meer last van gehad dan ik had gedacht, gezien een volgende post hierover op Facebook, die we weer van anderen doorgestuurd kregen.
Nu heeft Jip van ons zelf al vele bijnamen gekregen, en spreken wij hem afwisselend aan met wolharige mammoet, cavia of een poes. Maar dat iemand onder de post reageert met een aandoenlijke opmerking, dat zij wel over die cavia heen zou rijden als ie weer los op straat zou lopen, was wel heel roerend.

Toen vond men het hier in huis tijd om de achtergrond van de verre buurvrouw te googelen en bleek ze, jawel, een social influecer te zijn.
Ja, waren we wel even stil van. Ik bedoel maar, ik wist niet eens dat het beroep bestond.
Potverdikkie, die Jip, die weet wél bij wie hij voor de deur schijt.

Zo doe je dat.

Hoewel ik er zelf een beetje stress van krijg om hem in de gaten te houden (en te zorgen dat hij niet weer ontsnapt voor zijn rondjes in de buurt) om zo onze a-sociale imago in de buurt wat op te vijzelen, doet het verscherpte toezicht hem ogenschijnlijk niet zoveel. Natuurlijk blijft het toch onduidelijk wat er van diep vanbinnen in zo’n klein hondenkopje omgaat. Ik hoop maar dat zijn geaardheid desondanks nog voldoende tot uiting kan komen.

Het maakt al met al wat los, dat is duidelijk. Niet in de eerste plaats bij mijzelf. Want ik heb er opeens een signatuur bij.
Want in mijn hoedanigheid als schrijver van dit blogje hier, vind ik mezelf eigenlijk ook wel een ‘social influencer’. Ook al heb ik maar een piepklein ienieminie influensje, who cares…
En, zijn wij mensen, niet allen social influencers?
Dat dus. Top!

Kortom; de moraal van dit verhaal is:

  1. Ik ben een Social Influencer
  2. Besef goed waar je poept

*Bekend Huisdier.

Even lekker zuchten

Ik zie dat het rustig is op mijn blog. Geen idee hoe dat komt

De tijd vliegt. Enzo.

Er gebeuren genoeg leuke dingen, daar niet van.

Zoals deze opmerkelijk groeizame zomer. Waarin de langste dag opnieuw weer onopgemerkt voorbij is gevlogen zonder dat ik ´m intens heb kunnen beleven als een warme, zwoele en eindeloos durende midzomernacht. Waar ik midden in koude winternachten van droom.

Iets na deze stilletjes gepasseerde midzomernacht, passeerde een familieweekend, waarbij we met de doldwaze familie van ´s mans kant een midden-zomerlijke bijeenkomst hadden, om de verjaardagen van de ouders te vieren, op een sprookjesachtige rustige camping in Drenthe, die korte tijd ineens zinderde van bulderende stemmen en schaterend gelach.

DSC02288IMG_1087IMG_1072

Maar voor het zover was, zoals dat gaat met vakanties en weekendjes weg, heeft het weer heel wat voeten in aarde gehad om het volkje thuis te mobiliseren, aan te zetten tot inpakken en instappen.

Oudste moest tijdens het inpakken voortdurend praten en afscheid nemen van vriendje aan de telefoon. De anderen dachten wel bijzonder vaag na over hun in te pakken spullen en namen vooral weer onbelangrijke dingen mee.

Toen we uiteindelijk die vrijdag, een uur na geplande tijd, in de auto stapten, waren we er helemaal klaar voor. De lege gaten in de kofferbak vol tassen en spullen werden nog snel opgevuld door na geworpen schoenen.
Met zes mensen in de auto gepropt, Eddy-de-vogel-in-de-kooi bij BaasB. op schoot en Jip-de-hond die zenuwachtig kermend heen en weer sprong van achterbank op schoot naar voeten op de grond, vertrokken we vol goede moed.
Jip en Eddy zouden we onderweg afzetten bij het pension .

Vlak voor vertrek vond Man het het oliepeil opeens zorgelijk laag, zodat we na enkele kilometers al pauzeerden bij een tankstation, voor een slokje olie voor de auto. Daarna konden we opgewekt verder rijden, terwijl oudste dochter om de paar minuten verontrust meedeelde wat ze was vergeten.
Oeps ik ben mn hemd vergeten.
Onee, ik ben mn jas vergeten.
Ach, ik ben ook iets warms vergeten.
We reden natuurlijk gewoon verder.

Toen riep ze iets harder: ‘Oeps ik ben m’n slaapzak vergeten’.

gtsfregtss#%hmn..?&((DFjsdfajjj..!

Of, om BaasB. te citeren: grumble humpf 

Ik bleef overigens opmerkelijk kalm verder.

Man iets minder. Ja, iemand moet boos worden, hij keerde met piepende banden op de weg en zo reed de familie met fladderende vogel in de kooi en grommende hond die van schrik weer naar beneden sprong, ijlings terug.
Na enkele minuten zwijgen was iedereen weer wat gekalmeerd. De een na de ander durfde opeens op te noemen wat ze waren vergeten.

Ik ben ook m’n jas vergeten

Dan kan ik m’n onderbroeken nog pakken

En ik m’n zwemkleren.

En m’n lange broek.

Zo reden we zo’n 20 minuten na vertrek alweer de straat in, verbaasd begroet door een wegrijdende buurvrouw, die ons kort daarvoor nog had uitgezwaaid.

Uiteindelijk kwam alles goed en hadden we een geweldig leuk weekend.

IMG_1089

En om met Billyboy te spreken, die laatst opbiechtte: mam, weet je

Ik: hmm

Hij: nou ja, kijk

Ik: ja wat?

Hij: weet je wat ik eigenlijk heel lekker vind?

Ik: uhu?

Hij: het is vaak zo lekker om even heel hard te zuchten.

zucht

 

politie, agent, moord, doden,

Moordenaar

Zo, weer een moord gepleegd.
In het toilet. Met mijn blote handen.

Na een eerste moord, lang geleden inmiddels, leek ik een soort van grens over te zijn.

Wij eigenlijk. Want mijn man heeft het ook hoor, die moordlust.

We liquideren dat het een lieve lust is. We draaien er onze hand of vuist niet voor om. Moord en doodslag wat de klok slaat. En ook een beetje dodelijk gif hier en daar schuwen we niet. gif, doden, beestjes, dieren, moorden

 

Ik loop nog steeds vrij rond, hoewel ik de schrik wel een beetje te pakken kreeg toen ik in 1 week 3 dagen achter elkaar met de politie wordt geconfronteerd.

Op mijn (vrije) dag 1 lag ik vrolijk in mijn niemendalletje in bed te sluimeren met een kopje thee, toen ik de bel hoorde. Het eerste wat op zo’n moment in me opkomt is dan toch: ‘politie!’
Nou nee, geintje, tuurlijk niet.

Maar zoontje deed de deur open. Hij moest zijn moeder halen, hoorde ik vanuit mijn sluimerholletje.

‘Mam, de politie aan de deur!’

politie, agent, moord, doden,
‘Verdraaid, dan toch, daar zul je ’t hebben’, dacht ik.
Ik schoot een fatsoenlijke broek aan en dat was meteen het enige wat er fatsoenlijk uitzag aan mij. Maar ja.

‘Schrik niet’, zei de agent geschrokken. ‘Ik kijk alleen of er ook braakschade aan jullie auto te zien is’, waarop hij een rondje om onze auto liep. ‘Wel schade maar geen braak’, dacht hij vermoedelijk.
Natuurlijk niet. Dûh, als ik dief was, zou ik ook wel een andere auto uitproberen. Zoals die andere auto in de buurt waar wij ’s nachts een onmenselijk hard alarm van hoorden afgaan. Zo’n alarm zit er bij ons geeneens op.

Maar goed, op dag 2 fietste ik op mijn gemakje al fluitend naar huis uit mijn werk. Ondertussen at ik een banaan. Hoe gezond was ik daar bezig. Tot er een bananenschil overbleef. En wat doe je dan met een lege bananenschil?

Juist, je kijkt schichtig om je heen, omdat je niet al te aso over wilt komen als zwerfvuilvervuiler, voor je de bananenschil met een sierlijk boogje in het groen laat belanden.
Ik had een optimistische bui blijkbaar, ik keek dit maal niet om me heen maar knikkerde de schil gewoon achteloos in de berm. Nog geen 10 seconden later stopte er een politieauto naast mij. Of het klopte dat ik net wat weggegooid had.

‘Ha, jawel, een bananenschil’, riep ik luchtig. banaan, schil, bananenschil, gooien, politie

Oke, wij dachten al…blabla…niet erg… organisch… prima…daag…

Hahahahahaha.
Fjoe.

En op dag 3… zag ik ergens een politieauto rijden onderweg.

Nou, dat was me wel een weekje dus. En ondertussen maar doormoorden he.

’t Zijn weliswaar maar dieren, beestjes die ik vermoord. Ja.

Maar rotbeestjes hoor; die eikenprocessierupsen, slakken, zilvervisjes, maden. En mieren. En vliegen. En teken.

Laatst zag ik zowaar voor het eerst een teek. Bij Jipje, tussen zijn ogen. Ik kriebelde hem zachtjes op zijn kop en voelde plots een pukkeltje, een gezwelletje. Ik krabde en keek en keek nog eens goed en zag daar een bolletje met hele kleine wriemelende pootjes. Ieuw!
Het goede nieuws was dat ik wel eindelijk voor het eerst de tekentang uit de verpakking kon halen. Ik moest met een speciaal voorwerpje de haartjes opzij duwen en het tangetje op de teek zetten. Ik heb nog een tijdje verdwaasd met de teek in het tangetje rondgelopen onderwijl ‘uh uh uhmme’ prevelend waarop ik het mormel uiteindelijk verdronken heb met stromend water uit de kraan in de gootsteen.

Wat betreft de mieren; iedere zomer verkeren we met dit volk in staat van oorlog. Twee jaar geleden liepen de mieren ergens via een geheime ingang aan de voorkant ons huis binnen. Wel zagen we zagen ze in colonne door de kamer in een keurige bocht richting de keuken lopen alwaar ze bij tegen aanrecht opklommen en bleven hangen bij allerhandige zoetigheid. ‘Bah’, vond ik dat. Maar zij vonden het wel lekker.

Het is natuurlijk niet zo dat ik meteen aan het massamoorden sla.
Ik heb eerst hele vredelievende oplossingen verzonnen en het boek ‘Oma weet raad’ er weer eens bijgehaald:
Ik heb, serieus!, krijtstreepjes getrokken door het hele huis,
Mieren-LOK-doosjes, ja hah, dom he, geplaatst…
Kopergeld gezocht en de stuivers en centen –weliswaar eurostuivers, maar dat zien die mieren toch niet dacht ik– op strategische plekken neergelegd
Ook nog de vloer abnormaal vaak gedweild (voor mijn doen) om geursporen uit te wissen.mieren portret

Maar verdraaid, ze waren me steeds te slim af.

Dus die zomer daarop namen we serieuze maatregelen. We pakten het probleem bij de bron aan en strooiden de giftigste giften in hun holletjes alwaar ze gelegerd waren, rondom ons huis. Hele volksstammen zijn heel effectief afgeslacht. Op een sporadische verdwaalde mier, ze zijn ons huis niet meer binnengedrongen.

En dan hebben we nog de zilvervisjes. Wat een terror-beestjes zijn het. O-ver-al lopen ze, bij voorkeur in badkamer en toilet. Hoewel gemakkelijk dood te knijpen, toch vlug als water. En irritant hoor, ik voel me dan toch altijd een beetje bekeken daar op het toilet. Daar waar ik het liefst even alleen zit, loopt er altijd wel zo’n exemplaartje schijnbaar onschuldig – pompiedompiedom – rond.zilvervisje, moordenaarzilvervisje, moordenaarzilvervisje, moordenaar
Zo’n schepsel kan en mag eenvoudig niet langer blijven leven, er zit dan niks anders op dan deze meteen om te brengen.

Kortom;. ik heb voorlopig geen andere keuze dan te blijven omleggen, koud maken en executeren.

Ik zou het liever niet doen natuurlijk, een beetje begrip voor deze moordenaar dus… Want eerlijk is eerlijk; het – is – wel- killing hoor. Dat wel.