0

Piemelfruit

mandarijn

Mijn zoons zijn erg bezig met vitamines en fruit tegenwoordig. In het bijzonder met mandarijnen. Ik koop kisten vol, die ook buitengewoon snel weer leeglopen.

Terwijl het gekuch en gesnotter hand over hand toenam in mijn omgeving heb ik geprobeerd potentiële verkoudheid af te weren door preventief vitamines te nemen, voldoende buitenlucht opsnuiven, mijn gezicht af te wenden in de nabijheid van snotteraars.
En chocolade fruit eten natuurlijk. Want dat is heel gezond.

Het gaat m’n jongens niet om de vitamines vermoed ik.
Maar om de pel.
Het is allerfijnst als je ze hun jasje kunt uittrekken in 1 lange pel. Dat krijg ik dan daarna dan onmiddellijk te horen.
‘Mooi Man, Gefeliciteerd, Echt Superknap’ zucht ik, als er weer zo’n oranje pel voor mijn neus bungelt.

‘Zeg, hoeveel mandarijnen had je daar eigenlijk voor nodig?!’, roep ik even later, als ik in de bijkeuken kom, waar ik de echo al terug hoor kaatsen uit het bijna lege kistje.
Maar daar krijg ik merkwaardig genoeg geen duidelijk antwoord op.

‘Hihihi’ hoor ik jongste even later wel giechelen.
Jawel, het geeft een hoop plezier, dat fruit.
Hij heeft nu een hele leuke schil, zegt hij en wij mogen het zien.

‘Ha, heel bijzonder. Enne, wat zie je erin?’ vraag ik.
‘Hihi…’
Man ziet het vanzelfsprekend meteen; ‘Ja, mooie piemel, ziet er goed uit jongen’.
‘Hihi…’
‘Zal ik maar een foto maken?’ vraag ik. Welja, die past er nog wel bij in de reeks met hetzelfde onderwerp, van fruit, frikandel met 2 bitterballen, sculpturen van pannenkoekbeslag en composities met andere levensmiddelen.

Graag natuurlijk:

pel

Naast het feit dat je aan deze foto kunt zien dat de camera van mijn toestel niet meer topkwaliteit levert, zie je toch een heel mooie oranje schil. Hier nog iets te hoog vastgehouden door een jongetje in batman-onesie.
En heel spannend detail; op de achtergrond zie je oudste zoon aanlopen. Met enge oplichtende ogen. – voel die dreiging –
Met een plotselinge armbeweging grist hij de schil uit de handen van kleine broer, waarbij hij roept:  ‘Hé, die was van mij!’

En toen…

Werden we uiteindelijk toch een beetje verkouden,
ging het leven gewoon door,
lag de oranje piemel op het aanrecht,
dagenlang,
waar hij geleidelijk kleiner en bruiner werd
en verschrompelde,
zoals dat gaat…
met mandarijnenschillen.

0

Nieuw licht op september

september_072

De gouden gloed van zonlicht verwarmt de Nederlandse bodem. Het is ongekend warm voor een septembermaand. Ik herinner me niet ooit zo laat in het jaar actief te zijn geweest in een buitenzwembad (lees: loom dobberend afkoelen in het opgewarmde lauwe zwembadwater).

Ik herinner me trouwens überhaupt niet, ooit zo enthousiast te zijn geweest over de maand september.

Was augustus voor mij altijd nog wel een echte blije zomermaand, met mijn verjaardag, waar ik overigens ook ieder jaar wel iets minder enthousiast over word, – maar goed een jaar erbij is toch iets om dankbaar voor te zijn-  september was toch altijd de maand van; echt weer beginnen, opstartende activiteiten, verrrplichtingen, rrr- in de maand ja, dát, dreiging van naderende herrfststorrmen, korrter wordende dagen, langerre donkerre nachten…

En nu  is het 2016, ik ben nog geen 40 maar voel de verandering komen, ik ben in transitie als het ware, ik voel dat ik helemaal om ga.
Die wereldwijde klimaatverandering heeft wat mindere kanten, maar laten we ook oog houden voor de mooie kant. Als dit het gevolg is tenminste.

Ik ben helemaal into the indian summer! Wat een heerlijkheid, zo’n zon die mijn huid verwarmt zonder het te verbranden, die stabiele warmte met late warme nachten, waarop we eindelijk met goed fatsoen eens buiten blijven zitten, nippend aan een koel biertje of rosé, net wat nog in het vat zit, want dát vliegt erdoor natuurlijk, haha.
Jaahaa, dát vliegt weI ja, die arme vliegjes hebben het natuurlijk wat moeilijker in deze tijd van het jaar, met vliegen, door al die webben.
Ik kan het dan nog wel hebben, zo’n ingenieus opgezette val in webvorm, op onverwachte plaatsen onverhoeds vastklevend in mijn gezicht en haar, met een druk trappelende spin bij mijn oor… Maar ben je van insect-formaat, dan is het wel even een ander verhaal.

spider-263279_1280
Je hoort mij overigens niet klagen over spinnen hoor, het zijn tenslotte heel ijverige schepseltjes, die ook recht hebben op hun bestaan. Dat ze dan net wat onhandige plekken opzoeken voor hun werkzaamheden is niet onoverkomelijk, alleen wel lastig.
Maar laten we wel wezen, zo’n spin kijkt toch anders naar de wereld dan, nou ja, ik bijvoorbeeld.

Wel denk ik overigens, dat ik met mijn nieuw aangepaste mening over de maand september, ook  moet wennen aan wat daar verder bij hoort.

Dat ik oppas dat ik niet te snel van slag raak, van winterse vooruitzichten bijvoorbeeld.

Hoewel ik ieder jaar in september wel weer, met een heel licht schokje de eerste zakken pepernoten waarneem, kan ik er doorgaans prima mee dealen.
Wel wisselend in succes, met name wat betreft voornemens om er niet té vroeg mee te beginnen, but… who cares.

Maar dat dit jaar voelde het als een buitengewoon eigenaardige droom.
Na een zwembadbezoek, aangenaam opgewarmd in het gouden zonlicht, van binnen nog nagloeiend, klepperde ik in een vrolijk zomerjurkje op mijn slippertjes de Appie binnen.   Terwijl ik, met de afdruk van de badhanddoek nog op mijn achterste, wat je uiteraard niet kon zien, een licht pijnlijke nek – door het te lang in dezelfde houding liggen lezen- met piekerige touwachtige haren en een walmpje van chloor en kokos-achtige zonnebrandolie-combinatie om mij heen, diep in gedachten (zoals je dat kunt zijn in de supermarkt) over al dan niet barbecue of gewoon een andere zomerse maaltijd met frisse salade, en o ja straks nog even wat ijs uit de diepvries…rondliep, signaleerde ik, gevoelig als ik ben voor chocola:
Chocoladenootjes.
Hmm, lekker. Chocolade. Nootjes.

??

Chocolade…

Peper…

Nootjes.

Pepernootjes?

Makkers staakt uw wild geraas, de maan schijnt door de bomen, wordt er aan de deur geklopt, wie zou dat zijn? Wat brengt hij jou en mij? Oh kom er eens kijken, ook al ben ik zwart als roet, zie het toch goed.

En voor het eerst in mijn leven… voelde ik totaal geen aandrang.
Niet.
Geen.

En dat is apart.
Overigens niet te verwarren met apartheid. (Hoewel we daarover later in het jaar nog kunnen discussiëren.)

En dat, lieve mensen, dat is dus het nieuwe september.

Dat je het even weet.

 

 

/

1

Donald Duck en het kauwgom-mysterie

 

Een van de meest zinloze activiteiten van de afgelopen week was, na het:

  • opvouwen van de was en sorteren in keurige stapeltjes p.p .
  • gezellig aansteken van kaarsjes – ras uitgewapperd door niet te bedwingen zucht –en blaasneigingen van huisgenoten
  • verstoppen van de snoepvoorraad

wel het sorteren van Donald Duckjes.

Terwijl nog 101 zinvolle huishoudelijke bezigheden op uitvoering wachtten, zette ik me aan het sorteren van D.D.- pockets, Donald Duck extra, de Katrien en de gewone Donald Duck.
En dat deed ik. Gewoon… werk-ontwijkend gedrag omdat die ordelijkheid fijn zou zijn voor de kinderen. (?)

Onze kinderen houden van lezen, dat moet gezegd. Ze hebben zich daardoor inmiddels een schat van wijsheid vergaard. Dat het Donald-Duck-wijsheid is, doet er nu even niet toe, ze lezen per slot van rekening.
We zijn dan ook in het bezit van een ontelbare hoeveelheid ‘duckkies’. De meeste trouwens niet verkregen door abonnementen maar door aanschaf van stapels- en -stapels op de rommelmarkt.
We kopen ze meestal voor een cent of10 p/st. en het liefst per jaargang, keurig neergelegd op datum.
Ik vind dat zo mooi, zo’n keurig gesorteerd stapeltje,  het heeft wel iets aandoenlijks. Ik kan me daaraan wel vergapen, zulk een ordelijkheid.

Ik bedoel; hoe is het mogelijk dat ze er nog i.z.g.s. verkeren, er zelfs z.g.a.n. uitzien? Na verblijf van een week in ons huis zijn ze ofwel zeer vintage verkreukeld of kaftloos en half verscheurd. En nummer en jaargang zijn al helemaal niet meer te achterhalen.

Ik vraag me in alle ernst af, hóe deze mensen de Donald Duck lezen. Heel netjes in ieder geval. Zonder ruzie, eerlijk om de beurt. Zonder neuspeuteren en vinger-likken. Zonder om en dubbel te vouwen. En ze lezen zeker niet onder de bank, in bed of onder het matras.

Misschien hebben ze speciale opbergmappen. Met een aftekenlijst, wie ‘m het laatst heeft gelezen. Verstandig is dat natuurlijk wel, want anders kun je ze niet meer voor 10 ct. p/st verkopen.

We hebben ook eens een aantal jaargangen gekregen van een DD lezende oom. In echte DD-mappen. Heel netjes met speciale haakjes opgehangen. Het zag er heel mooi uit, toen we ze kregen.

Kortom; we hebben nog veel te leren in de categorie zinvolle activiteiten.

Met 1 actie in de reeks zinloze activiteiten is Man enkele weken geleden gestopt. Dit betrof: het verwijderen van plakjes kauwgom op de oprit.
Voor een heldere schone entree verplichtte hij zichzelf om af en toe de propjes en plakjes kauwgom te verwijderen. Tot het moment kwam dat hij dacht: ‘Ik ben daar gekke Henkie niet’ waarop hij er acuut mee staakte.

donald duck kauwgom

Het resultaat van deze beslissing kunnen we nu dagelijks aanschouwen. Het zal niet lang meer duren of onze voordeur kan niet meer bereikt worden zonder over een volle zee van witte plak te treden.

Bij de dagelijkse-gespreksonderwerpen-aan-tafel, hoort nu dus ook de discussie: ‘Wie flikkert kwakt er z’n uitgekauwde kauwgom juist bij ons op de oprit’.

Diverse theorieën doen hier al de ronde. Als daar zijn:

  • Een boosaardige buurtbewoner die welbewust bij ons de uitgekauwde propjes hatelijk uitspuwt;
  • Een arglistige folder- of postbezorger die een hekel heeft aan onze brievenbus;
  • Iemand die iedere dag zijn/haar hond uitlaat volgens vaste route en net ter hoogte van ons huis zat is van zijn/haar kauwgompje.

Even heb ik voorzichtig de mogelijkheid beroerd dat de dader zich Onder Ons, (gezinsleden) Zou Kunnen bevinden. Deze hardop uitgesproken gedachte bracht zo’n storm van protest en emotie te weeg, dat ik die optie maar snel heb laten vallen.

WP_20160210_15_51_51_Pro.jpg

Gevolg is dat iedere kauwgom-kauwer als potentiële verdachte wordt gezien.

Er wordt gedacht aan verschillende opsporingsmethoden zoals een DNA-onderzoek en het ophangen van camera’s. Maar het beste is natuurlijk een heterdaadje.

Het is een fascinerend raadsel, passend in de reeks mysterieuze activiteiten die ons huis al jaren omringen. Zie (klik) en ook (klikk)

Het is misschien flauw om ‘De Man Op Zolder Die Nog Nooit Iemand Heeft Gezien’
weer de schuld te geven, hoewel het natuurlijk ook wel aan hemzelf ligt. Want dat krijg je ervan, als je onzichtbaar bent.

Maar misschien ligt de oplossing ook wel wat meer voor de hand. En is mijn zinloze activiteit toch zinvol gebleken: Het waren gewoon Kwik Kwek en Kwak!

dd kauwgom

3

Chocolalala

choco

De afgelopen dagen ben ik weer behoorlijk preventief bezig geweest. Ik heb gegeten tegen dreigende gezondheidsproblemen.

Eigenlijk doe ik dat al jaren, onbewust, wat zeg ik; mijn hele leven al. Maar sinds kort weet ik dat het nuttig is wat ik doe. Zonder schuldgevoel kan ik nu rustig dagelijks een portie chocola nemen.

Het laatste chocolade-nieuws te weten is, dat chocolade een remedie kan zijn bij een hardnekkige hoest.
Dat komt allemaal door de theobromine, die van nature in chocolade blijkt te zitten. Deze vermindert symptomen van hoest. In een reep pure chocolade zit al voldoende theobromine om effect te hebben op je hoest.
In het bericht las ik aan het eind nog, dat het ook ongewenste effecten kan hebben, zoals gewichtstoename. Maar dat laatste is natuurlijk onzin.

Jaren geleden bleek al dat er in chocola ook flavonols zit, wat het functioneren van de hersenen opvoert en ouderdom vertraagt. Verder wist ik inmiddels al dat het helpt bij het verlagen van de bloeddruk, waar ik dus geen last van heb. Het is goed voor je tanden en de antioxidanten in donkere chocolade remmen ook nog ’s vrije radicalen in het lichaam.
En als klap op de vuurpijl word je er nog ’s heel gelukkig van, doordat bepaalde stoffen die in chocola zitten ervoor zorgen dat endorfine wordt aangemaakt. Jawel.

Nu waai ik met vele gezondheidswinden mee, heb al menig superfood geprobeerd, E-nummers een hele korte tijd in de gaten gehouden, een tijdje suiker geminderd, heb zelfs het boek ‘broodbuik’ in huis gehad en wilde ik al bijna stoppen met brood eten. Het boek was alleen nog dikker dan mijn eigen broodbuik. En toen bleek dat ik zoveel bladzijden moest doornemen om te weten waarom ik geen brood meer zou moeten eten, vond ik het niet meer geloofwaardig. Dus die heb ik snel weer ingeleverd bij de bieb.

chocola

bron: Boeff

Mijn voorkeur gaat dan ook uit naar handige weetjes, en berichten als ‘dit blijkt plotseling supergezond te zijn’. Ik lees dat soort berichten graag. Met name in relatie tot chocolade. Het leuke is dan dat de rest van de gezinsleden deze berichten eindelijk ook eens ogenblikkelijk geloven. De leden van mijn huis hebben namelijk een behoorlijk ziekelijke zucht naar chocolade met mij gemeen.  Dit soort berichten gaan er hier dus in als de spreekwoordelijke zoete chocolade-koek.

Tegenover alle soorten berichten, fabels en feitjes, die ik thuis geestdriftig voorlees over gezondheid zoals: neem eens een koude douche, wok je groenten, smeer kokosolie op je huid, gebruik je ‘andere hand’ wanneer je eet, raak ’s ochtends met je handen je tenen aan, drink zuur in de ochtend staat Man doorgaans uiterst sceptisch; ‘dat had ik je ook wel kunnen vertellen’ of ‘ggh wat een onzin’ of ‘hou nou maar weer op‘ .
Behalve dan natuurlijk op berichten als: snuif mannenzweet op, heb regelmatig seks en ga op tijd naar bed, (in willekeurige volgorde…) daar kan ie zich dan wel weer prima in vinden.
En… bij positieve chocoladeberichten dus. Daar stemt hij dus meestal meteen hartgrondig mee in. ‘Natuurlijk, dat geloof ik wel. Heb je trouwens nog ergens chocola Tien?’.
niet meer…

Op zich heb ik momenteel totaal geen last van hoest. Maar dat kan natuurlijk komen door de chocola. Die theobromine remt alle potentiële hoestprikkels onmiddellijk. Het werkt vermoedelijk dus ook preventief. Vandaar.
Van stoppen met chocolade eten is voorlopig vanzelfsprekend geen sprake meer.

Derhalve ben ik van het laatste chocoladenieuws weer erg vrolijk, blij en gelukkig geworden. Geen idee hoe dat komt…
Nja, het zal die endorfine wel zijn.

0

Vissen met een bakje

In de rubriek ‘Help, mij kind heeft een hobby!’   hebben we het vandaag over dingen die je misschien nog niet wist en handig zijn om te weten, of dingen die je misschien al wel wist maar evengoed handig zijn om te weten in het kader van vissen.

Vissen is een vrij nutteloze hobby, waaraan jongens over het algemeen, om onduidelijke redenen een groot genoegen beleven.
Ik persoonlijk zou niemand iets van deze geneugten willen onthouden en bijkomend voordeel is dat de mannen even onder de pannen zijn. In de buitenlucht nog wel en dat is natuurlijk gezond.
Maar ik heb nog nooit een gevangen visje uit de buurt in mijn pan gehad, want de geschubde vriendjes worden na een uurtje rondjes doelloos zwemmen in de emmer, weer vrijgelaten in het water waarna de visser huiswaarts keert. Vaak stinkend naar vis of slootwater.

Daarbij zijn we meteen bij de nadelen aangekomen, hoewel ik het natuurlijk niet meteen moet overdrijven.
Met mijn speurneus, vond ik Billy laatst wel heel erg naar vis stinken. ‘Manoman, wat stink je naar vis’ riep ik uit, en een kwartier na zijn vertrek ik riep naar vaderdeman, dat ik het nog steeds naar vis vond ruiken.
‘Zeg Tien’, sprak hij meewarig, ‘die jongens vangen echt geen gebakken vis hoor’.
Goed, dat kwam dus ergens anders vandaan. Bij iemand die de vis thuis wel in de friteuse had gegooid.

Voor een beetje begrip ben ik maar eens meegegaan met mijn vissertje, want dat leek hem gezellig. Hoewel ik het behoorlijk griezelig vond, ben ik de beroerdste niet en was aanwezig bij de aanhaking van een wit wurmpje, ´ach, kijk maar even de andere kant uit hoor mam´.

We zaten verder heerlijk in het zonnetje.
vissen, maden, koelkast

Gelukkig Jammer genoeg werd er geen vis gevangen. Billy dacht dat het misschien kwam door mijn geklets. Dat leek me sterk eigenlijk.
Gelukkig voor hem, ging het de volgende keer, toen ik er nét niet bij was, een stuk beter met de vangst.

Hebben we meteen het volgende nadeel bij de kop en staart:
maden, vissen
Het schijnt van buitengewoon groot belang om maden te gebruiken en die, tussen de visbeurten door, in de koelkast te bewaren waar ze een een heerlijk koud en sluimerend bestaan leiden.
Lijden.

De aangeschafte maden – daar betaal je dan ook nog voor – zaten aanvankelijk heel veilig in een flesje, in een zakje, in een ijsbakje dat voorheen gevuld was met overheerlijke Pecan-Caramel-Roomijs, in de koelkast.
Toen ik ze naar de rand tussen het bakje en deksel zag wriemelen, besefte ik dat ze al uit de fles en het zakje ontsnapt waren en reeds aangekomen in het buitenste bakje. Slimme rakkers dat ze daar waren.

Op zich leek me een leven als made al niet bijster opwindend, dus geef ze eens ongelijk om ’s op avontuur te willen, weg uit zo’n besloten omgeving van een ijsbakje   …
Maar… ik vind ze er gewoon niet zo tof uitzien.

ijs, bakje, maden

Ontsteld riep ik uit:

‘Iehh – Waarom?’

‘Lusten de vissen tegenwoordig geen brood meer?’

´Moet dat echt in de koelkast?!’

Dat moest dus, want dan zouden ze langer goed blijven.
Wanneer maden niet in de koelkast zijn, zijn het al snel geen maden meer. En dat is dus niet de bedoeling.
Van vissers.

Want vissers willen vissen met maden. En niet met vliegen. Behalve vliegvissers. Die vissen met vliegen.

‘Kun je ze dan niet beter in de diepvries bewaren?’ vroeg ik behulpzaam. Maar nee, dat zou te koud zijn voor de maatjes van Billy.

En dat begreep ik ergens ook wel, want je kunt niet zomaar alles in de diepvries stoppen, dan kunnen er ook gekke dingen gebeuren.

Wanneer je bijvoorbeeld iets in de vriezer stopt om het sneller te laten afkoelen, dan is de kans groot dat je het vergeet eruit te halen.

Zoals een flesje bier.

Of koolzuurhoudend bronwater, wat ik laatst deed. En er de volgende dag pas aan dacht, vervolgens de deur van de diepvries opentrok en zag dat het plastic flesje wel een hele rare vorm had gekregen.
Snel haalde ik het flesje uit de vriezer en liep ermee naar de bijkeuken. Daar aangekomen wist ik niet wat ik moest doen en legde het in de wasbak. Nog geen 2 seconden later explodeerde het flesje. Brokken ijs vlogen door de bijkeuken.
Ik kwam er nog goed vanaf, maar Billy werd geraakt door een ijsschots. Hij huilde van de schrik en een beetje van de pijn.

Nee, dan kun je beter vissen. Dat is veiliger dan flesjes koolzuurhoudende drank in de diepvries stoppen.

Dat hebben we ervan geleerd.

Een diepvries is voor het bewaren van andere zaken. Bijvoorbeeld voor ijsbakjes, met Pecan-Caramel-Roomijs.

pecan caramel roomijs, vissen, maden, diepvries

0

Wilde verhalen

Ik heb iets heel spannends gedaan. In de supermarkt. Ik moet eerlijk toegeven dat het niet de eerste keer is dat ik het gedaan heb, maar het blijft spannend. Je weet maar nooit of je ermee weg komt.

Ik nam wat mee uit de supermarkt. Voor ik het pakte keek ik schichtig om me heen en griste de verpakking vervolgens uit het schap.

Niemand had iets door en ik kon ongemoeid de winkel verlaten.

wild thing

Zo spannend, om Wilde Perziken te kopen.

Mijn hart begint altijd meteen te bonken als ik dat soort etiketten zie.

wilde perzik, sappig en zoet,

Ik kom nog uit de tijd van gewone perziken. Gewone perziken die, wanneer je ze op het juiste moment opat, niet te hard, niet te zacht, maar precies goed, de juiste zoetheid en sappigheid hadden. Gewoon uit de hand, waarbij het harige velletje wat onwennig aan de tong voelde, maar na even doorbijten het zoete sap de overhand had en heerlijk smaakte.
Toen daar de nectarine op een bepaald moment in opkomst kwam, nam ik bij voorkeur liever dit gladde zusje met haar kale vel, vanwege een iets minder harige, dus fijnere 1e hapervaring.

En nu, is daar na een hééle tijd zoeken blijkbaar, een wilde perzik gevonden. Een wilde perzik!
Zo spannend, dat mensen eerst een tamme perzik hebben gevonden en plots blijkt daar ook een wilde perzik te bestaan!

Hoe zou dat zijn gegaan, die ontdekking… Zouden het woeste taferelen zijn geweest, toen de ontdekkers achter de wilde perzik aangingen? Zouden ze de vruchten met pijlen en geweren overmeesterd hebben? Of was het met een valstrik? Hoe is het zover gekomen dat dit wilde exemplaar zich heeft laten vangen?
Dat staat er dan niet bij hè, als je wilde perziken koopt.

Eerlijk gezegd heb ik het wel eerder geprobeerd, in de afgelopen jaren, met die wilde perziken. En tot nu toe ging het ook altijd wel goed. Maar het blijft spannend! Stel je voor dat ze na vertrek uit de winkel helemaal door hun plastic dakje zouden springen van gekkigheid. Of dat ik niet veilig thuis zou komen op mijn fiets omdat de wilde perziken het zo bont zouden maken.
Wanneer zouden ze hun echte wilde aardje tonen. Daar wilde (…) ik wel eens achter komen.

De eerste dagen bleek mijn veiligheid geheel geen gevaar te lopen. Mak als zachte zoete perzikjes lagen ze keurig in hun bakje. Wat dat betreft verschilden ze niet zoveel van de eveneens aangeschafte zachte zoete abrikozen. Daar had ik dan ook helemaal geen zorgen over. Die zachte zoete abrikozen, daar hoef je niet zoveel reuring van te verwachten.

In afwachting van de perfecte staat om opgegeten te worden, legde ik ze nog even rustig in hun plastic bakje op het aanrecht. Enkele dagen tot rust laten komen. En ook om hun ware aard naar boven te laten komen.

Dat is gelukt.

Wat blijkt? De wilde perzik is echt wild. Maarr, ´t zijn wel stiekemerds. Toen ik een paar dagen geleden op een ochtend een perzik pakte voor een sappigheidscheck, vertoonde deze sporen van flinke nachtelijke uitzinnigheid. Allemaal witte wollige vlekken werden zichtbaar op hun zachte velletje. Ik denk echt dat ze die nacht flink tekeer zijn gegaan.

Het zag er werkelijk heel onsmakelijk uit. Ik heb ze nog een tijdje laten liggen in de hoop dat het wat weg zou trekken. Maar het werd alleen maar erger. Niet te eten!

wilde perzik blauwe plekken

Conclusie: Houd de wilde perzik dus goed in de gaten, eet ‘m op tijd, voor hij wild wordt. Of lees het etiket meteen zodat je weet dat ze in de koelkast bewaard moeten worden om verdere rijping te voorkomen..

Loopt u liever geen risico, koop dan zachte zoete abrikozen. Want zoals verwacht, liggen die nog steeds heerlijk zacht en zoet in hun bakje, zo lief en snoezig, om op te eten eigenlijk…

En aldus geschiedde…

zachte zoete abrikozen perziken

2

Krijg nou toch plantjes!

‘Leuk hoor die moestuintjes’ dacht ik, toen ik ze kreeg bij de kassa. Dus ik nam ze mee om ze aan de kindertjes bij mij op school te geven.

Dat ging een week goed. Tot mijn eigen kindertjes er lucht van kregen. Die wilden namelijk ook Heel Graag Moestuintjes. Nah, Waarom mogen die kindertjes van jouw school wel en Wij Niet??
Dus vanaf dat moment spaarde ik ze ook maar voor thuis. Want ze hadden wel een punt; het is natuurlijk heel educatief. En gezond. Als het allemaal gaat lukken uiteindelijk.
En het geeft troep. Dat wel. Daar was ik al bang voor. Die potgrondjes kruimelen me daar wat in het het rond, overal vind ik druppeltjes water en overal staan nu plantjes in diverse stadia van ontkiemen.

Je kunt het zo gek niet bedenken.

Op het aanrecht:

tuintje, moestuintje, potgrond, zaadjes

Op de grond:

plantjes, grond, bak, potgrond,

Op de vensterbank:

tuinkers, vensterbank, moestuin

In de koelkast:

tuinkers, koelkast, plantje??

In de kast bij de schoteltjes:

tuinkers, kast, moestuin, potgrond, plantje

??

En toen riep ik: ‘Krijg nou toch plantjes zeg! Nou staat het hier ook al!’

Maar die laatste drie waren van BaasB. Want dat bleek bij zijn opdracht voor school te horen. ‘Waar groeit de tuinkers het best’ of iets dergelijks.

Dat wordt nog een spannende strijd voor de tuinkersjes, maar ik heb al een gokje gewaagd:

In de koelkast –  dat wordt ‘m niet. Veel te koud, veel te donker, dat worden nooit blije tuinkersjes.

In de kast – die plantjes komen zowaar boven maar ze hebben zo’n vieze gele kleur. Lijkt me niet gezond.

Voor het raam – wat een prachtige tuinkers. Om óp te eten gewoonweg. Zie die prachtige glanzend groene blaadjes. Tuinkers zoals je van tuinkers mag verwachten hoe hij zijn moet. Lekker op, in, bij, uhm, wat doe je eigenlijk met tuinkers nou vult u zelf maar in. U weet het ongetwijfeld nog wel van vroeger.

Maar de rest van de groene jongelingen in ons huis, vallen onder de verantwoordelijkheid van onze jongsten. Ze zijn er maar druk mee. Al om 6 uur ’s ochtends zijn ze in de weer met het begieten, stickeren, beschrijven, overplanten. En laatst hoorden we al roepen: ‘Zoo héé, dat is een mega-groeispurt hier!’ Het bleek echter een bos klavertjevier te zijn, die vadertjelief er in had gestopt. Had ie ook weer z’n pretmomentje.

Het probleem met die moestuintjes is dat het een heimelijk supermarkt-spaarsysteem is waardoor alle kinderen Alle Soorten Willen Hebben, zodat ouders steeds weer naar diezelfde supermarkt moeten, zo gaat dat.
Met een levendige ruilhandel in de buurt zijn ze al een heel eind gekomen. Maar er moest nog wel andijvie en aubergine en weet-ik-veel komen.

Daar ga je dan weer.

Billy wilde me vorige week nog best even vergezellen voor een bezoekje aan de Appie. Terwijl hij er vrolijk op los scande met z’n handscanner begon ik me tijdens het winkelen zieker en zieker te voelen. Echt ziek dus. Na het afrekenen mocht meneer helaas bij de uitgang nog uitgebreid in de potjes kijken en zoeken van de aardige mevrouw van de winkel, om te zien of er een Aubergine, Prei of Andijvie of… tussen zat.

Helaas. Maar ik beloofde hem maandag op ‘mijn’ school te zullen kijken, waar er vast nog wel een paar van ‘de goeien’ bijzaten.
Toch een paar potjes rijker, kwamen we die middag thuis waar ik aanstonds met 2 paar sokken, een dik vest, een paar handschoenen en 3 kruiken mijn bed indook, desondanks nog een paar uur lag te bibberen, daarna een paar uur lag te koken, in de nacht zwom in mijn eigen zweet en er de volgende dag voorzichtig uitkwam om te douchen, om er vervolgens snel weer in te duiken.

Zondagavond zag ik een bezorgd gezichtje voor mijn ogen zweven. Billy klopte een paar keer liefdevol op mijn wangen, rook in mijn hals, streek over mijn borsten en informeerde of ik nog ziek was en of ik morgen wel naar mijn school zou kunnen.

‘Ik weet het niet’ zuchtte ik amechtig terwijl ik mijn ogen weer sloot.

‘Hoezo?’ dacht ik.

Dus ik vroeg: ‘Hoezo?’ terwijl ik mijn ogen weer opende.

‘Voor die andijvie’ lispelde mijn zoontje.

‘Wil je zo graag andijvie eten?’ fluisterde ik.

‘Nou, nee hoor, ik hoef alleen maar het moestuintje’ was zijn reactie.

Ach, alleen het moestuintje, ’t lieve kind is ook zo snel tevreden…