0

Rustgevend groen

sloth-grass

Mijn buurman maait het gras. Zoals altijd, al bijna 10 jaar lang met grote regelmaat.
Hoe vaak kun je maaien, vraag ik me dan steeds af. In ieder geval steeds als ik in de tuin zit.

Ik had zojuist besloten om wat meer tijd aan mijn hobby’s te besteden. En een van de grootste daarvan is niks doen. Niets is zo heerlijk als laveloos voor je uit liggen staren, zo nodig wat onzinnige opmerkingen uitkramen naar degenen die toevallig passeren. Zoiets. Heerlijk.

Meestal, als ik dan al lig niks te doen, heb ik wel een boekje bij me. Wellicht omdat iets in me zegt: ‘Je gaat toch niet zomaar niks doen, je moet nog zoveel uitlezen’. Begrijp me goed, lezen is dan ook weer een hobby van me. Maar blijkbaar is de drang om toch iets te doen vaak groter dan het nietsdoen.
En… het moet je wel gegund worden, genieten van de rust.
Dat is met zo’n aangrenzende lawaaiende, maaiende buurman een hele opgave.

Of misschien is het de buurvrouw wel, die het gras maait. Ik weet het niet, maar nu ik erover nadenk kan dat natuurlijk best. Een schutting scheidt de grenzen van onze tuin en daarmee het zicht op wat zich daar afspeelt. Niet het geluid, dat gaat over houten grenzen.
Nu ik er zo over nadenk, is het vast mijn buurvrouw die het gras maait.
Want mijn buurman is een rustige man. Ik heb hem zelden horen spreken. Het is een man die alles in stilte doet denk ik. Nou, bijna alles.
Aan 1 ding weet ik zeker dat hij een stem heeft. Dat is zijn nies. Mijn buurman niest echt als een malle. Zo ingetogen als hij in het gewone leven is, zo buitengewoon hard laat hij zich gaan in zijn niezen.
Iedereen heeft een uitlaatklep nodig, ook ingetogen mensen en het is voor mij wel duidelijk wat dat voor hem is. Dan komt ie helemaal los.

Ik moet eerlijk zeggen dat ik mezelf ook heerlijk kan laten gaan in het niezen. Niets is dan zo heerlijk om bij een opkomende kriebel al die opgekropte energie de wijde wereld in te laten spetteren. Dat is dan bij mij meestal 1 keer, soms nog een keer. En dan laat ik het daar gewoon bij.

Wanneer mijn buurman op dreef is, is ie niet te houden. Keer op keer knalt met donderend geweld zijn krachtige nies vanuit het openstaande slaapkamerraam naar beneden. Hij haalt met gemak 30 keer achter elkaar.
Om na een korte pauze gewoon ook weer vrolijk verder te gaan.

hatsjoe_0

Hoezeer ik ook mijn begrip kan opbrengen voor een krachtige explosie -het onbegrip van mijn huisgenoten over mijn eigen niesgedrag in mijn achterhoofd- ‘man man ik schrik me rot, kan het niet wat rustiger?’ het heeft ook voor mij z’n grenzen..
‘Jonge jonge’, roep ik dan na de zoveelste uitbarsting, ‘houd nou maar weer op zeg’. Gek genoeg hoor ik mijn huisgenoten hier niet eens over.
Man denkt vergoelijkend dat de buurman misschien hooikoorts heeft.
En hooikoorts is een naar ding lijkt me. Die tranende ogen, volle neus, niet te stuiten kriebel, je zou er gek van worden. Ik moet wat meer begrip opbrengen.

Gelukkig hoor ik vandaag alleen het maaien van het gras. Dat is al erg genoeg wanneer je net Zen voor je uit wilt liggen staren.
Ik dommel weg bij het brommende geluid van de grasmaaier, het is net als in een auto, het geeft dat ook een slaapverwekkend effect. Telkens wanneer het geluid even ophoudt schrik ik wakker en denk verheugd: ‘yes, eindelijk is het klaar’, om kort daarop weer teleurgesteld te worden wanneer ik hoor dat de buur aan een volgend rondje op hetzelfde gazonnetje is begonnen.
‘Grondig’ mijmer ik, dat is wel een woord wat bij deze buren past.
Een paar uur later wordt het gebrom eindelijk afgezet. De bak wordt leeg gekieperd in de container, zo te horen.

Dan kijk ik naar ons eigen gazon. Lange sprieten, weelderige bos. Ik zucht.

Ik vind lang gras eigenlijk ook gewoon veel mooier.

grass

Advertenties
8

Glazenkast

hoedje

Mijn zoon wil een glazen kast. Of een glazenkast.
Dat maakt op zich niet uit. Zolang zijn hoedje van papier er maar in kan. Dat zou zo mooi passen. Dan klopt het liedje namelijk ook weer. Je weet wel.

Ik kan eigenlijk wel een aparte rubriek beginnen over oprispende hobby’s van mijn jongste.
De hobby van deze week is: 1 2 3 4: Hoedjes van papier. En vervolgens een bootje van papier.

Mooi dat daar op school aandacht voor is. Vroeger hield het vouwen na groep 2 wel op. Vouwde je je voordien een slag in de rondte met al die vouwblaadjes op de kleuterschool, in groep 3 was het blijkbaar opeens niet meer belangrijk.
Ik ben blij dat origami onderwijs tegenwoordig ook nog aandacht krijgt in groep 6.
Wat zeg ik, zelfs op het voortgezet onderwijs is het weer belangrijk.
Toen F-je zich vorige week aan het oriënteren was op haar vervolgschool na groep 8, mocht ze bij een proefles op een school in de buurt zo veel mogelijk vliegtuigjes vouwen. Het idee erachter werd me niet helemaal duidelijk. Iets technisch, of met samenwerken of handvaardigs, zoiets. Vervolgens mocht ze naar een Engelse les.
Het was haar daarna meteen duidelijk waar ze volgend jaar naar school wil.
Niet naar deze school dus… ‘Mam, ik geloof dat deze school niet zo bij me past.’

Maar allez, een hoedje is voor mijn zoon toch een mooi begin. ‘Ik heb eindelijk eens geleerd hoe ik een hoedje moet vouwen,’ roept Billy enthousiast vouwend. En flop, vouw vouw vouw-  ‘Dan maak ik er zo een bootje van!’|
Hoppa, het volgende papier wordt uit de printer getrokken.
‘Kijk, ik zal het nog ’s doen’ zegt hij geduldig.
Vouw vouw vouw…
‘Wil je een hoedje mam?’
‘Ja hoor’ zeg ik enthousiast.
Flapperdeflap – daar overhandigt hij mij al het hoedje. En ik zet ‘m op.
‘Hij is wel iets te klein.’ Peinzend kijkt hij me aan. ‘Tja… eigenlijk moet ie groter.’
‘Móet ik ‘m ophouden?’
‘Dat mag je zelf weten’
‘Dan zet ik ‘m af’
‘Goed hoor. Dan maak ik er een bootje van.’hoedje-bootje

En zo is geen papier meer veilig, heel klein maar ook groot, kranten, folders, snoeppapiertjes. Het zijn de hoedjes van papier, wat de klok slaat hier.  En daarna bootjes van papier. Want van hoedjes kun je dus bootjes maken. Dat is de grap.

Opeens hoor ik zijn adem stokken en zie hem naar de muur staren, waar een grote gebiedskaart hangt van 2 x A 0 papierformaat, en zegt dromerig: ‘Oh, hier kan ik een Heel Groot hoedje van vouwen.’
‘Uhmme, je kunt ook overdrijven schat’ roep ik.

Terwijl we de volgende ochtend de tas inpakken  voor een nieuwe dag origamiplezier op school, vraag ik me af wat ik met al die hoedjes / bootjes in de keuken moet.
‘Ohh, Ho… Ja… die neem ik wel mee naar school. Die ga ik verloten.’ Roept onze vouwkunstenaar, terwijl hij de bootjes bij elkaar grist.

Ik vraag voorzichtig of er wat vraag naar is, naar die hoedjes/bootjes. Hij is overtuigd van wel. ‘Vooral deze kleine gekleurde, die vinden ze wel speciaal.’
‘Ah ja, tuurlijk.’

Dat verloten, is trouwens zijn tweede leuke hobby deze week. Hij verloot namelijk ook graag. Met getallen onder de 20. Misschien heeft hij dat ook op school geleerd.

Zo kan hij het broodje ei waar hij geen zin had, maar Fje wel, mooi verloten. Aan haar dus.
Dan zucht hij: ‘Ik hoef niet meer’
‘Ik wil ‘m wel!’ roept F-je dan.
‘We gaan loten. Moet je raden. Getal onder de 20’ zegt meneer.

Eindeloos lang duurt het, voor ze het goede cijfer onder de 20 heeft geraden. Maarrr, dan is ie wel voor haar!
Zo blijven we lekker bezig.

Dat brengt me plots op een idee. Voor een beetje meer feedback op deze blog, want het blijft vaak wel wat rustig bij de reacties hieronder. En ik heb fantastische prijzen te verloten! Werkelijk waar.

Wat gaan we doen:
Ik heb een Getal in mijn hoofd.
Jullie Moeten Raden Welk Getal. (Vul in bij de reactie.)

Voor de mensen met het goede antwoord liggen de prijzen al klaar.
Hele Speciale!

liedje

1

Waarom Henk?

waarom

Hoera, we worden gek van vreugde! Want de moestuintjesweken zijn weer aangebroken bij de Appie. En iedereen weet hoe dol ik ben op moestuintjes, daarom.

Ik dacht heel stiekem nog: als niemand erover begint weet ik van niks.
Ik houd natuurlijk wel echt enorm van de natuur en kick ook heus wel op omhoog piepende, pril ontluikende sprietjes in het potgrond, vol beloftes aan rijke oogsten  maar help, die rommelende rondslingerende potjes en kruimels.

Dat had ik dus gedroomd, van niemand erover beginnen: Billyboy begon er bij de eerste reclame natuurlijk meteen over. Want hij is dol op gadgets van broekzakformaat. En deze kan er wel weer bij, nu we net het verhaal met Henk en de rasp hebben afgerond.

Ongeveer een week heeft hij rondgelopen met Henk in z’n broekzak. Af en toe mocht Henk even genieten van de frisse lucht, misschien mocht ie in de klas wel op tafel liggen en onder het eten lag ie ook vaak op tafel.
Henk is een harde jongen. Bikkelhard, van buiten maar ook van binnen.

Wat er is gebeurd weet ik niet, maar de liefde is inmiddels over. Henk de Steen ligt nu gewoon boven op het bureau.

henk

Maar altijd nog liever een kei dan een ei. Jaren geleden hebben we een, zelfs tot twee maal toe identiek incident beleefd.
Ik zal er 1 vertellen, dan weet je die andere meteen ook.
Eens had Billyb. heimelijk een ongekookt ei in z’n broekzak meegesmokkeld. Om uit te broeden, in de kerk. Toen ik een benauwd gezucht hoorde en me naar opzij wendde, keek ik in zijn paniekerige gezicht. We staarden vervolgens beiden naar de natte vlek bij z’n broekzak. ‘Wat is dat?’ fluisterde ik. ‘Ei’ fluisterde hij terug.
Einde kuikentje.

Heel jammer. Onbegrijpelijk, dat het zo moest aflopen.

‘Hee, Sil…Uh… Wáárom?’ vroeg grote zus dan.
‘Nou, daarom.’

Na het ei en talloze andere snuisterijen kwam Henk de steen dus. En daarna, de minirasp.

rasp

Want toen we op een dag in een hele leuke winkel liepen waar hij op me moest wachten omdat ik diverse onmisbare goederen wilde aanschaffen, zag hij deze schattige laat-mij-niet-liggen-rasp. Hij zou ‘m zelf betalen.
En omdat ik de laatste ben die ontluikende culinaire talenten in de kiem wil smoren, heb ik er uiteraard in toegestemd. Want een rasp is ook gewoon superhandig.
Voor als je wat wilt raspen. Zoals, kaas ofzo.

Bovendien was ie dus best klein.

Ter vergelijking leg ik ‘m even naast…

Laawezegge een gespikkelde banaan:

rasp2

zo klein dus

Het duurde wel een tijdje voor we kwamen tot het werkelijke gebruik.

Maar uiteindelijk dacht ik eraan en legde een stukje kaas klaar op het aanrecht.
Tegen de tijd dat Billy eraan toe was, vroegen we ons weer verwonderd af waar het stukje kaas was gebleven.

‘Waar is de kaas gebleven?…
Hee, wáár is dat stukje kaas gebleven??’

‘Dat kleine stukje? Wat hier net lag, op het aanrecht?’ Vroeg Vaderdeman. ‘…  heb ik opgegeten’.

Echt heel jammer.

Gelukkig heeft het raspje vandaag eindelijk gedaan waarvoor ie is bedoeld.
Eventjes hoor. Want het duurde vet lang, voor je zo’n klein stukje kaas opgeraspt had. Kun je eigenlijk beter meteen in je mond stoppen.

Grootste zus heeft vol onbegrip naar de rasp gekeken. En naar haar broertje.
Waarom? … Waarom wil je raspen? Waarom zo’n klein shit-ding? Waar-om Sil?’

‘Nou. Gewoon. Daarom.’

 

0

Moordenaar

Zo, weer een moord gepleegd.
In het toilet. Met mijn blote handen.

Na een eerste moord, lang geleden inmiddels, leek ik een soort van grens over te zijn.

Wij eigenlijk. Want mijn man heeft het ook hoor, die moordlust.

We liquideren dat het een lieve lust is. We draaien er onze hand of vuist niet voor om. Moord en doodslag wat de klok slaat. En ook een beetje dodelijk gif hier en daar schuwen we niet. gif, doden, beestjes, dieren, moorden

 

Ik loop nog steeds vrij rond, hoewel ik de schrik wel een beetje te pakken kreeg toen ik in 1 week 3 dagen achter elkaar met de politie wordt geconfronteerd.

Op mijn (vrije) dag 1 lag ik vrolijk in mijn niemendalletje in bed te sluimeren met een kopje thee, toen ik de bel hoorde. Het eerste wat op zo’n moment in me opkomt is dan toch: ‘politie!’
Nou nee, geintje, tuurlijk niet.

Maar zoontje deed de deur open. Hij moest zijn moeder halen, hoorde ik vanuit mijn sluimerholletje.

‘Mam, de politie aan de deur!’

politie, agent, moord, doden,
‘Verdraaid, dan toch, daar zul je ’t hebben’, dacht ik.
Ik schoot een fatsoenlijke broek aan en dat was meteen het enige wat er fatsoenlijk uitzag aan mij. Maar ja.

‘Schrik niet’, zei de agent geschrokken. ‘Ik kijk alleen of er ook braakschade aan jullie auto te zien is’, waarop hij een rondje om onze auto liep. ‘Wel schade maar geen braak’, dacht hij vermoedelijk.
Natuurlijk niet. Dûh, als ik dief was, zou ik ook wel een andere auto uitproberen. Zoals die andere auto in de buurt waar wij ’s nachts een onmenselijk hard alarm van hoorden afgaan. Zo’n alarm zit er bij ons geeneens op.

Maar goed, op dag 2 fietste ik op mijn gemakje al fluitend naar huis uit mijn werk. Ondertussen at ik een banaan. Hoe gezond was ik daar bezig. Tot er een bananenschil overbleef. En wat doe je dan met een lege bananenschil?

Juist, je kijkt schichtig om je heen, omdat je niet al te aso over wilt komen als zwerfvuilvervuiler, voor je de bananenschil met een sierlijk boogje in het groen laat belanden.
Ik had een optimistische bui blijkbaar, ik keek dit maal niet om me heen maar knikkerde de schil gewoon achteloos in de berm. Nog geen 10 seconden later stopte er een politieauto naast mij. Of het klopte dat ik net wat weggegooid had.

‘Ha, jawel, een bananenschil’, riep ik luchtig. banaan, schil, bananenschil, gooien, politie

Oke, wij dachten al…blabla…niet erg… organisch… prima…daag…

Hahahahahaha.
Fjoe.

En op dag 3… zag ik ergens een politieauto rijden onderweg.

Nou, dat was me wel een weekje dus. En ondertussen maar doormoorden he.

’t Zijn weliswaar maar dieren, beestjes die ik vermoord. Ja.

Maar rotbeestjes hoor; die eikenprocessierupsen, slakken, zilvervisjes, maden. En mieren. En vliegen. En teken.

Laatst zag ik zowaar voor het eerst een teek. Bij Jipje, tussen zijn ogen. Ik kriebelde hem zachtjes op zijn kop en voelde plots een pukkeltje, een gezwelletje. Ik krabde en keek en keek nog eens goed en zag daar een bolletje met hele kleine wriemelende pootjes. Ieuw!
Het goede nieuws was dat ik wel eindelijk voor het eerst de tekentang uit de verpakking kon halen. Ik moest met een speciaal voorwerpje de haartjes opzij duwen en het tangetje op de teek zetten. Ik heb nog een tijdje verdwaasd met de teek in het tangetje rondgelopen onderwijl ‘uh uh uhmme’ prevelend waarop ik het mormel uiteindelijk verdronken heb met stromend water uit de kraan in de gootsteen.

Wat betreft de mieren; iedere zomer verkeren we met dit volk in staat van oorlog. Twee jaar geleden liepen de mieren ergens via een geheime ingang aan de voorkant ons huis binnen. Wel zagen we zagen ze in colonne door de kamer in een keurige bocht richting de keuken lopen alwaar ze bij tegen aanrecht opklommen en bleven hangen bij allerhandige zoetigheid. ‘Bah’, vond ik dat. Maar zij vonden het wel lekker.

Het is natuurlijk niet zo dat ik meteen aan het massamoorden sla.
Ik heb eerst hele vredelievende oplossingen verzonnen en het boek ‘Oma weet raad’ er weer eens bijgehaald:
Ik heb, serieus!, krijtstreepjes getrokken door het hele huis,
Mieren-LOK-doosjes, ja hah, dom he, geplaatst…
Kopergeld gezocht en de stuivers en centen –weliswaar eurostuivers, maar dat zien die mieren toch niet dacht ik– op strategische plekken neergelegd
Ook nog de vloer abnormaal vaak gedweild (voor mijn doen) om geursporen uit te wissen.mieren portret

Maar verdraaid, ze waren me steeds te slim af.

Dus die zomer daarop namen we serieuze maatregelen. We pakten het probleem bij de bron aan en strooiden de giftigste giften in hun holletjes alwaar ze gelegerd waren, rondom ons huis. Hele volksstammen zijn heel effectief afgeslacht. Op een sporadische verdwaalde mier, ze zijn ons huis niet meer binnengedrongen.

En dan hebben we nog de zilvervisjes. Wat een terror-beestjes zijn het. O-ver-al lopen ze, bij voorkeur in badkamer en toilet. Hoewel gemakkelijk dood te knijpen, toch vlug als water. En irritant hoor, ik voel me dan toch altijd een beetje bekeken daar op het toilet. Daar waar ik het liefst even alleen zit, loopt er altijd wel zo’n exemplaartje schijnbaar onschuldig – pompiedompiedom – rond.zilvervisje, moordenaarzilvervisje, moordenaarzilvervisje, moordenaar
Zo’n schepsel kan en mag eenvoudig niet langer blijven leven, er zit dan niks anders op dan deze meteen om te brengen.

Kortom;. ik heb voorlopig geen andere keuze dan te blijven omleggen, koud maken en executeren.

Ik zou het liever niet doen natuurlijk, een beetje begrip voor deze moordenaar dus… Want eerlijk is eerlijk; het – is – wel- killing hoor. Dat wel.

0

Vissen met een bakje

In de rubriek ‘Help, mij kind heeft een hobby!’   hebben we het vandaag over dingen die je misschien nog niet wist en handig zijn om te weten, of dingen die je misschien al wel wist maar evengoed handig zijn om te weten in het kader van vissen.

Vissen is een vrij nutteloze hobby, waaraan jongens over het algemeen, om onduidelijke redenen een groot genoegen beleven.
Ik persoonlijk zou niemand iets van deze geneugten willen onthouden en bijkomend voordeel is dat de mannen even onder de pannen zijn. In de buitenlucht nog wel en dat is natuurlijk gezond.
Maar ik heb nog nooit een gevangen visje uit de buurt in mijn pan gehad, want de geschubde vriendjes worden na een uurtje rondjes doelloos zwemmen in de emmer, weer vrijgelaten in het water waarna de visser huiswaarts keert. Vaak stinkend naar vis of slootwater.

Daarbij zijn we meteen bij de nadelen aangekomen, hoewel ik het natuurlijk niet meteen moet overdrijven.
Met mijn speurneus, vond ik Billy laatst wel heel erg naar vis stinken. ‘Manoman, wat stink je naar vis’ riep ik uit, en een kwartier na zijn vertrek ik riep naar vaderdeman, dat ik het nog steeds naar vis vond ruiken.
‘Zeg Tien’, sprak hij meewarig, ‘die jongens vangen echt geen gebakken vis hoor’.
Goed, dat kwam dus ergens anders vandaan. Bij iemand die de vis thuis wel in de friteuse had gegooid.

Voor een beetje begrip ben ik maar eens meegegaan met mijn vissertje, want dat leek hem gezellig. Hoewel ik het behoorlijk griezelig vond, ben ik de beroerdste niet en was aanwezig bij de aanhaking van een wit wurmpje, ´ach, kijk maar even de andere kant uit hoor mam´.

We zaten verder heerlijk in het zonnetje.
vissen, maden, koelkast

Gelukkig Jammer genoeg werd er geen vis gevangen. Billy dacht dat het misschien kwam door mijn geklets. Dat leek me sterk eigenlijk.
Gelukkig voor hem, ging het de volgende keer, toen ik er nét niet bij was, een stuk beter met de vangst.

Hebben we meteen het volgende nadeel bij de kop en staart:
maden, vissen
Het schijnt van buitengewoon groot belang om maden te gebruiken en die, tussen de visbeurten door, in de koelkast te bewaren waar ze een een heerlijk koud en sluimerend bestaan leiden.
Lijden.

De aangeschafte maden – daar betaal je dan ook nog voor – zaten aanvankelijk heel veilig in een flesje, in een zakje, in een ijsbakje dat voorheen gevuld was met overheerlijke Pecan-Caramel-Roomijs, in de koelkast.
Toen ik ze naar de rand tussen het bakje en deksel zag wriemelen, besefte ik dat ze al uit de fles en het zakje ontsnapt waren en reeds aangekomen in het buitenste bakje. Slimme rakkers dat ze daar waren.

Op zich leek me een leven als made al niet bijster opwindend, dus geef ze eens ongelijk om ’s op avontuur te willen, weg uit zo’n besloten omgeving van een ijsbakje   …
Maar… ik vind ze er gewoon niet zo tof uitzien.

ijs, bakje, maden

Ontsteld riep ik uit:

‘Iehh – Waarom?’

‘Lusten de vissen tegenwoordig geen brood meer?’

´Moet dat echt in de koelkast?!’

Dat moest dus, want dan zouden ze langer goed blijven.
Wanneer maden niet in de koelkast zijn, zijn het al snel geen maden meer. En dat is dus niet de bedoeling.
Van vissers.

Want vissers willen vissen met maden. En niet met vliegen. Behalve vliegvissers. Die vissen met vliegen.

‘Kun je ze dan niet beter in de diepvries bewaren?’ vroeg ik behulpzaam. Maar nee, dat zou te koud zijn voor de maatjes van Billy.

En dat begreep ik ergens ook wel, want je kunt niet zomaar alles in de diepvries stoppen, dan kunnen er ook gekke dingen gebeuren.

Wanneer je bijvoorbeeld iets in de vriezer stopt om het sneller te laten afkoelen, dan is de kans groot dat je het vergeet eruit te halen.

Zoals een flesje bier.

Of koolzuurhoudend bronwater, wat ik laatst deed. En er de volgende dag pas aan dacht, vervolgens de deur van de diepvries opentrok en zag dat het plastic flesje wel een hele rare vorm had gekregen.
Snel haalde ik het flesje uit de vriezer en liep ermee naar de bijkeuken. Daar aangekomen wist ik niet wat ik moest doen en legde het in de wasbak. Nog geen 2 seconden later explodeerde het flesje. Brokken ijs vlogen door de bijkeuken.
Ik kwam er nog goed vanaf, maar Billy werd geraakt door een ijsschots. Hij huilde van de schrik en een beetje van de pijn.

Nee, dan kun je beter vissen. Dat is veiliger dan flesjes koolzuurhoudende drank in de diepvries stoppen.

Dat hebben we ervan geleerd.

Een diepvries is voor het bewaren van andere zaken. Bijvoorbeeld voor ijsbakjes, met Pecan-Caramel-Roomijs.

pecan caramel roomijs, vissen, maden, diepvries