0

Een schone deerne

Afgelopen week kocht ik een plumeau.
Ik kocht een plumeau.
Dus, un plumeau.

Wie had dat gedacht.

Ik dacht zelf altijd dat een plumeau niets voor mij was. Wij hadden vroeger thuis ook niet zo’n ding.
Mijn moeder was een schone vrouw. Zij vond een plumeau vies.

plumeau

Mijn oma had er wel een. Een mooie zachte met allemaal kleuren.
Als ik ‘m zag liggen pakte ik ‘m altijd even, om met mijn hand over de zachte haren te aaien. Heen en weer terug. Ik draaide de stok tussen mijn handen, zodat de haartjes sierlijk rondzwierden, als een wijd uitwaaierend rokje.
Ik kriebelde ermee over mijn gezicht. Lekker zacht en kriebelig. Of ik streek er mijn broertje mee in z’n nek. Of mijn moeder. Dan vroeg ik: ‘Waarom hebben wij niet zo’n ding? Wij moeten ook zo een hebben!’
‘Nee’ fluisterde mijn moeder dan, ik denk zodat oma het niet zou horen ‘bah, doe weg dat ding, da’s een vies ding’.
Ik vroeg me af waarom mijn oma zo’n vies ding in huis had. Ik nam altijd aan dat ze ermee schoonmaakte. Blijkbaar kon je met vieze dingen wel iets schoonmaken.
Alleen mijn moeder dacht er anders over.

Ik had dus ook nooit een plumeau. Want ik houd ook van schoon. Schoonmáken is weer een ander ding, daar heb ik iets minder kaas van gegeten.
Maar hoe dan ook, het leek me in ieder geval niet dat in een schoon huishouden een plumeau zou horen.

Bijna 19 jaar heb ik erover gedaan om er een in huis te halen. Dat ging zo:

We hebben een lamp, een hele hoge in de hal. Een mooie, zware, glimmende lamp. Leunend op een hoge wiebelige ladder heb ‘m zo ongeveer zelf opgehangen. Dat was heel spannend, niet omdat ik last van hoogtevrees had  -integendeel, daarom was ik het die op die ladder stond- maar omdat ik ook iets met draadjes moest doen, enzo. Draadjes met verschillende kleuren en een kroonsteentje en een speciale schroevendraaier. Met instructies vanaf de begane grond.
Gelukkig is het wel gelukt.  Dat was goed voor mijn zelfvertrouwen.

Ter illustratie even de lamp met de ladder:

lamp

Jaaaa… waagstukje…

Zo hing deze lamp er alweer ja-ren.

Al een tijd lang heb ik met enige regelmaat, peinzend naar die lamp gekeken, waar ik een stoffig waasje over het glimmende plaatjes zag. En ik zag spinnenwebben. Maar ik kon er niet bij.

En toen schoot plots me een helder inzicht te binnen: Ik moest een plumeau! Mét een telescoopsteel.
Ik zag het opeens helemaal voor me. Ik zou vanaf de overloop heerlijk met dat zachte geval aan een lange steel de stofjes kunnen weghalen.

Daarvoor ging ik naar de Blokker.
Ik heb me vaak afgevraagd wat ik bij de Blokker zou kunnen kopen. Ik kom er wel eens maar meestal loop ik net zo hard de deur weer uit.
Maar nu had ik eindelijk een serieuze missie om het noodlijdende Blokker te steunen.
Ze hadden Het dus wel bij de Blokker.
Een plumeau. Met een telescoopsteel. Tot  mijn grote verdriet niet in mooie regenboogkleuren. (Maar dat zou welhaast te mooi zijn geweest.) Het werd er een met saaie grijze haren.

Nu komt het mooiste van het hele verhaal: Het Werkt.
Ik blijk onverwacht toch te beschikken over een goed schoonmakelijk inzicht. Mán, wat heb ik die lamp heerlijk schoon gestoft. Het ging fantastisch!
Wie mij een beetje kent kan zich helemaal voorstellen dat ik nu de hele dag rondloop met een plumeau in mijn hand. Op zoek naar onbereikbare stoffige plekken.
Ik weet van geen ophouden.

En als ík er niet meer rondloop, heeft Billyboy ‘m wel in z’n hand. Hij vindt het een mooi ding. En lekker zacht ook.

Dan kriebelt hij er zachtjes mee over zijn gezicht.

De viespeuk.

1

Waarom Henk?

waarom

Hoera, we worden gek van vreugde! Want de moestuintjesweken zijn weer aangebroken bij de Appie. En iedereen weet hoe dol ik ben op moestuintjes, daarom.

Ik dacht heel stiekem nog: als niemand erover begint weet ik van niks.
Ik houd natuurlijk wel echt enorm van de natuur en kick ook heus wel op omhoog piepende, pril ontluikende sprietjes in het potgrond, vol beloftes aan rijke oogsten  maar help, die rommelende rondslingerende potjes en kruimels.

Dat had ik dus gedroomd, van niemand erover beginnen: Billyboy begon er bij de eerste reclame natuurlijk meteen over. Want hij is dol op gadgets van broekzakformaat. En deze kan er wel weer bij, nu we net het verhaal met Henk en de rasp hebben afgerond.

Ongeveer een week heeft hij rondgelopen met Henk in z’n broekzak. Af en toe mocht Henk even genieten van de frisse lucht, misschien mocht ie in de klas wel op tafel liggen en onder het eten lag ie ook vaak op tafel.
Henk is een harde jongen. Bikkelhard, van buiten maar ook van binnen.

Wat er is gebeurd weet ik niet, maar de liefde is inmiddels over. Henk de Steen ligt nu gewoon boven op het bureau.

henk

Maar altijd nog liever een kei dan een ei. Jaren geleden hebben we een, zelfs tot twee maal toe identiek incident beleefd.
Ik zal er 1 vertellen, dan weet je die andere meteen ook.
Eens had Billyb. heimelijk een ongekookt ei in z’n broekzak meegesmokkeld. Om uit te broeden, in de kerk. Toen ik een benauwd gezucht hoorde en me naar opzij wendde, keek ik in zijn paniekerige gezicht. We staarden vervolgens beiden naar de natte vlek bij z’n broekzak. ‘Wat is dat?’ fluisterde ik. ‘Ei’ fluisterde hij terug.
Einde kuikentje.

Heel jammer. Onbegrijpelijk, dat het zo moest aflopen.

‘Hee, Sil…Uh… Wáárom?’ vroeg grote zus dan.
‘Nou, daarom.’

Na het ei en talloze andere snuisterijen kwam Henk de steen dus. En daarna, de minirasp.

rasp

Want toen we op een dag in een hele leuke winkel liepen waar hij op me moest wachten omdat ik diverse onmisbare goederen wilde aanschaffen, zag hij deze schattige laat-mij-niet-liggen-rasp. Hij zou ‘m zelf betalen.
En omdat ik de laatste ben die ontluikende culinaire talenten in de kiem wil smoren, heb ik er uiteraard in toegestemd. Want een rasp is ook gewoon superhandig.
Voor als je wat wilt raspen. Zoals, kaas ofzo.

Bovendien was ie dus best klein.

Ter vergelijking leg ik ‘m even naast…

Laawezegge een gespikkelde banaan:

rasp2

zo klein dus

Het duurde wel een tijdje voor we kwamen tot het werkelijke gebruik.

Maar uiteindelijk dacht ik eraan en legde een stukje kaas klaar op het aanrecht.
Tegen de tijd dat Billy eraan toe was, vroegen we ons weer verwonderd af waar het stukje kaas was gebleven.

‘Waar is de kaas gebleven?…
Hee, wáár is dat stukje kaas gebleven??’

‘Dat kleine stukje? Wat hier net lag, op het aanrecht?’ Vroeg Vaderdeman. ‘…  heb ik opgegeten’.

Echt heel jammer.

Gelukkig heeft het raspje vandaag eindelijk gedaan waarvoor ie is bedoeld.
Eventjes hoor. Want het duurde vet lang, voor je zo’n klein stukje kaas opgeraspt had. Kun je eigenlijk beter meteen in je mond stoppen.

Grootste zus heeft vol onbegrip naar de rasp gekeken. En naar haar broertje.
Waarom? … Waarom wil je raspen? Waarom zo’n klein shit-ding? Waar-om Sil?’

‘Nou. Gewoon. Daarom.’

 

0

Moordenaar

Zo, weer een moord gepleegd.
In het toilet. Met mijn blote handen.

Na een eerste moord, lang geleden inmiddels, leek ik een soort van grens over te zijn.

Wij eigenlijk. Want mijn man heeft het ook hoor, die moordlust.

We liquideren dat het een lieve lust is. We draaien er onze hand of vuist niet voor om. Moord en doodslag wat de klok slaat. En ook een beetje dodelijk gif hier en daar schuwen we niet. gif, doden, beestjes, dieren, moorden

 

Ik loop nog steeds vrij rond, hoewel ik de schrik wel een beetje te pakken kreeg toen ik in 1 week 3 dagen achter elkaar met de politie wordt geconfronteerd.

Op mijn (vrije) dag 1 lag ik vrolijk in mijn niemendalletje in bed te sluimeren met een kopje thee, toen ik de bel hoorde. Het eerste wat op zo’n moment in me opkomt is dan toch: ‘politie!’
Nou nee, geintje, tuurlijk niet.

Maar zoontje deed de deur open. Hij moest zijn moeder halen, hoorde ik vanuit mijn sluimerholletje.

‘Mam, de politie aan de deur!’

politie, agent, moord, doden,
‘Verdraaid, dan toch, daar zul je ’t hebben’, dacht ik.
Ik schoot een fatsoenlijke broek aan en dat was meteen het enige wat er fatsoenlijk uitzag aan mij. Maar ja.

‘Schrik niet’, zei de agent geschrokken. ‘Ik kijk alleen of er ook braakschade aan jullie auto te zien is’, waarop hij een rondje om onze auto liep. ‘Wel schade maar geen braak’, dacht hij vermoedelijk.
Natuurlijk niet. Dûh, als ik dief was, zou ik ook wel een andere auto uitproberen. Zoals die andere auto in de buurt waar wij ’s nachts een onmenselijk hard alarm van hoorden afgaan. Zo’n alarm zit er bij ons geeneens op.

Maar goed, op dag 2 fietste ik op mijn gemakje al fluitend naar huis uit mijn werk. Ondertussen at ik een banaan. Hoe gezond was ik daar bezig. Tot er een bananenschil overbleef. En wat doe je dan met een lege bananenschil?

Juist, je kijkt schichtig om je heen, omdat je niet al te aso over wilt komen als zwerfvuilvervuiler, voor je de bananenschil met een sierlijk boogje in het groen laat belanden.
Ik had een optimistische bui blijkbaar, ik keek dit maal niet om me heen maar knikkerde de schil gewoon achteloos in de berm. Nog geen 10 seconden later stopte er een politieauto naast mij. Of het klopte dat ik net wat weggegooid had.

‘Ha, jawel, een bananenschil’, riep ik luchtig. banaan, schil, bananenschil, gooien, politie

Oke, wij dachten al…blabla…niet erg… organisch… prima…daag…

Hahahahahaha.
Fjoe.

En op dag 3… zag ik ergens een politieauto rijden onderweg.

Nou, dat was me wel een weekje dus. En ondertussen maar doormoorden he.

’t Zijn weliswaar maar dieren, beestjes die ik vermoord. Ja.

Maar rotbeestjes hoor; die eikenprocessierupsen, slakken, zilvervisjes, maden. En mieren. En vliegen. En teken.

Laatst zag ik zowaar voor het eerst een teek. Bij Jipje, tussen zijn ogen. Ik kriebelde hem zachtjes op zijn kop en voelde plots een pukkeltje, een gezwelletje. Ik krabde en keek en keek nog eens goed en zag daar een bolletje met hele kleine wriemelende pootjes. Ieuw!
Het goede nieuws was dat ik wel eindelijk voor het eerst de tekentang uit de verpakking kon halen. Ik moest met een speciaal voorwerpje de haartjes opzij duwen en het tangetje op de teek zetten. Ik heb nog een tijdje verdwaasd met de teek in het tangetje rondgelopen onderwijl ‘uh uh uhmme’ prevelend waarop ik het mormel uiteindelijk verdronken heb met stromend water uit de kraan in de gootsteen.

Wat betreft de mieren; iedere zomer verkeren we met dit volk in staat van oorlog. Twee jaar geleden liepen de mieren ergens via een geheime ingang aan de voorkant ons huis binnen. Wel zagen we zagen ze in colonne door de kamer in een keurige bocht richting de keuken lopen alwaar ze bij tegen aanrecht opklommen en bleven hangen bij allerhandige zoetigheid. ‘Bah’, vond ik dat. Maar zij vonden het wel lekker.

Het is natuurlijk niet zo dat ik meteen aan het massamoorden sla.
Ik heb eerst hele vredelievende oplossingen verzonnen en het boek ‘Oma weet raad’ er weer eens bijgehaald:
Ik heb, serieus!, krijtstreepjes getrokken door het hele huis,
Mieren-LOK-doosjes, ja hah, dom he, geplaatst…
Kopergeld gezocht en de stuivers en centen –weliswaar eurostuivers, maar dat zien die mieren toch niet dacht ik– op strategische plekken neergelegd
Ook nog de vloer abnormaal vaak gedweild (voor mijn doen) om geursporen uit te wissen.mieren portret

Maar verdraaid, ze waren me steeds te slim af.

Dus die zomer daarop namen we serieuze maatregelen. We pakten het probleem bij de bron aan en strooiden de giftigste giften in hun holletjes alwaar ze gelegerd waren, rondom ons huis. Hele volksstammen zijn heel effectief afgeslacht. Op een sporadische verdwaalde mier, ze zijn ons huis niet meer binnengedrongen.

En dan hebben we nog de zilvervisjes. Wat een terror-beestjes zijn het. O-ver-al lopen ze, bij voorkeur in badkamer en toilet. Hoewel gemakkelijk dood te knijpen, toch vlug als water. En irritant hoor, ik voel me dan toch altijd een beetje bekeken daar op het toilet. Daar waar ik het liefst even alleen zit, loopt er altijd wel zo’n exemplaartje schijnbaar onschuldig – pompiedompiedom – rond.zilvervisje, moordenaarzilvervisje, moordenaarzilvervisje, moordenaar
Zo’n schepsel kan en mag eenvoudig niet langer blijven leven, er zit dan niks anders op dan deze meteen om te brengen.

Kortom;. ik heb voorlopig geen andere keuze dan te blijven omleggen, koud maken en executeren.

Ik zou het liever niet doen natuurlijk, een beetje begrip voor deze moordenaar dus… Want eerlijk is eerlijk; het – is – wel- killing hoor. Dat wel.

1

Gevaarlijke sokken

Ik heb vanmorgen nieuwe sokken aangetrokken. Nieuwe sokken zitten altijd lekker zacht.
En glad.

Toen viel ik van de trap, met mijn gladde sokken. Ik gleed uit met een volle wasmand onder mijn arm. Vieze sokken en onderbroeken vlogen door de hal, terwijl de wasmand op z’n zij onderaan de trap tot stilstand kwam.
Toen ik op mijn zij stil kwam te liggen op het onderste gedeelte van de trap, dacht ik even dat mijn kleren gescheurd waren. Gelukkig was het maar een sok, die over mijn mouw gedrapeerd lag. Mijn oude sok, die met een gat bij de hak, een blauwe. Zo blauw als mijn elleboog en mijn heup nu zijn.

trap, vallen
En als getuige van mijn onfortuinlijke val staat er een zwarte streep op de muur.
Jammer van die witte muur, want ik had ‘m laatst nog gewit. Dat doe ik eens in de zoveel tijd, omdat er op de een of andere manier steeds bruine en zwarte vegen en handafdrukken op de muur staan. Aan de grootte van de handafdruk bepaal ik dan, dat ze zeer waarschijnlijk afkomstig zijn van kind 3 of kind 4.
Of van hun vriendjes.

Ja, van hun vriendjes waarschijnlijk. Van mijn eigen kinderen verwacht ik zoiets eigenlijk niet. Die zetten geen vieze handen op een witte muur. Mijn kinderen zijn zeer proper en net.

Zelfs onze jongste doucht zich regelmatig. Soms wel 1 keer per week als het meezit en als het aan hem ligt.
En hij wast zijn handen. Nog wel eens. Als ik eraan denk…
Niet zo vaak dus, maar ach hij is toch nooit ziek, wat waarschijnlijk komt door zijn opgebouwde weerstand, want die overdreven hygiënische toestanden van tegenwoordig blijken ook niet zo goed te zijn voor de gezondheid en de weerstand,  dus eigenlijk ben ik toch nog niet zo’n slechte moeder.

Ja, wat er niet door je heengaat als je op de trap zit, na zo´n val.
Overigens wel nadat ik luid had geschreeuwd. Het deed machtig veel pijn. En ik was toch alleen.
Ik ga trouwens ook wel tekeer wanneer ik pijn heb, als ik niet alleen ben. Jammer wel, dat  ´men´ dan vindt dat ik overdrijf. Alleen voelt ´men´ niet wat ik voel. Ook toen ik nummer 1 t/m 4 moest baren.
Hoewel ik me toen natuurlijk ook wel vreselijk aanstelde.
Tsss…

Ach ja, mag ik ook eens. Ik ben altijd al zo ingetogen. Niets is zo goed, als even goed brullen, wanneer je pijn hebt. Dat lucht op en daarna kun je er weer lekker tegenaan.

Want dat deed ik natuurlijk wel. Ik ging er weer lekker tegenaan vandaag.
Ik moet alleen niet interessant op mijn ellebogen gaan leunen.
Of op mijn rechterzij slapen vannacht…
Mijn rechterzij… En dat is nog wel mijn slaapzij!

Misschien valt het toch nog wel tegen vannacht. En doet het verschrikkelijk veel pijn om te slapen!

Gelukkig weet ik wat ik moet doen als ik pijn heb.

Lekker hard schreeuwen.

1

Buitenechtelijke relatie

Ik heb een verhouding.

Met een man. Al een paar jaar inmiddels.
Het is best een ingewikkelde relatie die ik met deze vent heb. Ik zie hem dan ook maar heel weinig, veel te weinig naar mijn zin. Zo weinig dat ik hem laatst maar heb gebeld.
Dat doe je ook niet zomaar, alleen als je echt wanhopig bent, dan doe je dat.

Ik kreeg hem niet zelf aan de lijn toen ik belde. Ik denk dat het zijn secretaresse was. Ik heb heel discreet gevraagd of ze wilde doorgeven dat ik hem weer eens wilde zien. Want ik hou van zijn prestaties.
Dat laatste heb ik er niet bijgezegd uiteraard, alleen gedacht.

Gisteren is hij langs geweest. Best snel na het telefoontje. Maar ja, ik betaal hem er vorstelijk voor.
Dus.
Toen hij gisteren langskwam, was ik er zelf weer net niet. Wel vond ik een briefje in de brievenbus. Dat briefje bracht me danig in de war. Want tot nu toe schreef hij me nooit briefjes.

Nu schijnt een brief veel te zeggen over een persoon. Alleen al aan het handschrift kun je zoveel aflezen. Dat weet ik door een vroegere fascinatie voor handschriftanalyse. Volgens Amerikaans onderzoek kan je handschrift aanwijzingen geven voor maar liefst 5.000 verschillende persoonlijkheidskenmerken. Ga d’r maar aanstaan.
Dat is bij het ene handschrift natuurlijk gemakkelijker dan bij het andere handschrift.
Mijn handschrift is bijvoorbeeld behoorlijk ingewikkeld. Zelfs voor doorgewinterde grafologen. Mijn handschrift kan er op de ene dag totaal anders uitzien dan op een volgende dag. Wat zeg ik, per moment kan het zelfs veranderen. En als ik een pen gebruik die kort daarvoor door een collega is gebruikt, dan schrijf ik plots in haar handschrift.
Dat was best eng toen ik me dat ging realiseren. Wat zou dit zeggen over mijn persoonlijkheid? Wisselend? Meervoudig? Dissociatief?

Natuurlijk blijven er wel terugkerende patronen in mijn handschriften. Die terugkerende patronen zijn namelijk het belangrijkste bij de analyse. Het opvallendste is dat het handschrift van mij meestal wat slordig is. Het ligt voor de hand om nu aan te nemen dat ik tamelijk slordig of vies ben, ik hoor u wel denken. Maar nee, ik hou best van schoon. Daarbij is optisch schoon is mijn persoonlijke specialiteit. Het schoonmáken is wel een dingetje en het moeilijkst vind ik het om tot het schoonmaken te komen. Meestal ga ik eerst maar even lezen ter ontspanning vooraf en vervolgens alles op een rijtje zetten. Soms is er daarna nog wel tijd over om wat te poetsen.
Maar om kort te gaan; opgeruimd en schoon, daar hou ik van.

kopje koffie, glazenwasser, poetsen, ramen, relatie, schoon

kopje koffie?

Vandaar mijn liefde voor de man waar ik die moeilijke verhouding mee heb. Ik zou het een haat-liefde verhouding kunnen noemen.
Wanneer hij zich namelijk heel lang niet laat zien, dringen zich echt een soort haat-gevoelens aan me op. Zoals in de afgelopen maanden.
Voor de kerstdagen zat ik al op hem te wachten. Ik tuurde door de groezelige ruiten naar buiten. Mooi dat meneer niet kwam, voor zover ik het al had kunnen zien.
Niettemin, zo gauw hij is geweest, heeft mijn leven opeens weer stukken meer glans, als ik naar buiten kijk.

Ja ik heb een moeilijke relatie met mijn glazenwasser. Mijn man weet ervan.

Ik begrijp hem vaak ook niet helemaal. Het is namelijk gebeurd dat ik op een bepaald moment ten einde raad mijn ruiten aan de buitenkant zelf maar eens heb gelapt, om mijn leven wat meer glans te geven. Nog dezelfde dag stond hij voor mijn deur. Hij wilde weten of het goed was dat hij de ruiten ging doen.
Ik bedoel maar! Dat ie niet zag dat ze al blinkend schoon waren. Of in ieder geval optisch schoon.
Nou, op dat moment heb ik hem ook wel afgewezen.

Maar, hij is weer terug! Ik kan gewoonweg niet zonder.
En… ik heb een handgeschreven brief. Die kan ik wel lekker gaan analyseren.
Het is geschreven in een heel vrouwelijk handschrift en dat kan gecompliceerd worden, want dat handschrift past van geen kant bij het beeld dat ik van hem heb. Vrouwelijk is hij bepaald niet, met zijn ongeschoren wangen, warrige grijze haarbos en onbetwiste mannelijke zweetlucht. Nee, ik laat me niet voor de gek houden want daar zie ik ook de sterke verticale lijnen in de letters. Deze zullen wel aangeven dat hij niet bang is om de lucht in te gaan.
De glazenwasser, op de ladder natuurlijk, stevig op de ladder voor de bovenste ramen.
(Ja, voordat jullie rare dingen gaan denken).

Goed, het rechte handschrift geeft bovendien aan dat hij logisch en praktisch in ingesteld.
En kijk ik dan naar de manier waarop hij de ‘b’ schrijft bijvoorbeeld, dan zegt dit over deze persoon dat hij een gezonde kijk heeft op geld streeft naar een rechtvaardige beloning.
Yep, er zit heel veel in.

Maar uiteindelijk gaat het wel om de boodschap.

Want, ik word over 3 maanden weer ingepland.

afspraak, date, glazenwasser, verhouding

Wat denk je; Mooi dat ik geen tegenbericht ga geven!

2

Krijg nou toch plantjes!

‘Leuk hoor die moestuintjes’ dacht ik, toen ik ze kreeg bij de kassa. Dus ik nam ze mee om ze aan de kindertjes bij mij op school te geven.

Dat ging een week goed. Tot mijn eigen kindertjes er lucht van kregen. Die wilden namelijk ook Heel Graag Moestuintjes. Nah, Waarom mogen die kindertjes van jouw school wel en Wij Niet??
Dus vanaf dat moment spaarde ik ze ook maar voor thuis. Want ze hadden wel een punt; het is natuurlijk heel educatief. En gezond. Als het allemaal gaat lukken uiteindelijk.
En het geeft troep. Dat wel. Daar was ik al bang voor. Die potgrondjes kruimelen me daar wat in het het rond, overal vind ik druppeltjes water en overal staan nu plantjes in diverse stadia van ontkiemen.

Je kunt het zo gek niet bedenken.

Op het aanrecht:

tuintje, moestuintje, potgrond, zaadjes

Op de grond:

plantjes, grond, bak, potgrond,

Op de vensterbank:

tuinkers, vensterbank, moestuin

In de koelkast:

tuinkers, koelkast, plantje??

In de kast bij de schoteltjes:

tuinkers, kast, moestuin, potgrond, plantje

??

En toen riep ik: ‘Krijg nou toch plantjes zeg! Nou staat het hier ook al!’

Maar die laatste drie waren van BaasB. Want dat bleek bij zijn opdracht voor school te horen. ‘Waar groeit de tuinkers het best’ of iets dergelijks.

Dat wordt nog een spannende strijd voor de tuinkersjes, maar ik heb al een gokje gewaagd:

In de koelkast –  dat wordt ‘m niet. Veel te koud, veel te donker, dat worden nooit blije tuinkersjes.

In de kast – die plantjes komen zowaar boven maar ze hebben zo’n vieze gele kleur. Lijkt me niet gezond.

Voor het raam – wat een prachtige tuinkers. Om óp te eten gewoonweg. Zie die prachtige glanzend groene blaadjes. Tuinkers zoals je van tuinkers mag verwachten hoe hij zijn moet. Lekker op, in, bij, uhm, wat doe je eigenlijk met tuinkers nou vult u zelf maar in. U weet het ongetwijfeld nog wel van vroeger.

Maar de rest van de groene jongelingen in ons huis, vallen onder de verantwoordelijkheid van onze jongsten. Ze zijn er maar druk mee. Al om 6 uur ’s ochtends zijn ze in de weer met het begieten, stickeren, beschrijven, overplanten. En laatst hoorden we al roepen: ‘Zoo héé, dat is een mega-groeispurt hier!’ Het bleek echter een bos klavertjevier te zijn, die vadertjelief er in had gestopt. Had ie ook weer z’n pretmomentje.

Het probleem met die moestuintjes is dat het een heimelijk supermarkt-spaarsysteem is waardoor alle kinderen Alle Soorten Willen Hebben, zodat ouders steeds weer naar diezelfde supermarkt moeten, zo gaat dat.
Met een levendige ruilhandel in de buurt zijn ze al een heel eind gekomen. Maar er moest nog wel andijvie en aubergine en weet-ik-veel komen.

Daar ga je dan weer.

Billy wilde me vorige week nog best even vergezellen voor een bezoekje aan de Appie. Terwijl hij er vrolijk op los scande met z’n handscanner begon ik me tijdens het winkelen zieker en zieker te voelen. Echt ziek dus. Na het afrekenen mocht meneer helaas bij de uitgang nog uitgebreid in de potjes kijken en zoeken van de aardige mevrouw van de winkel, om te zien of er een Aubergine, Prei of Andijvie of… tussen zat.

Helaas. Maar ik beloofde hem maandag op ‘mijn’ school te zullen kijken, waar er vast nog wel een paar van ‘de goeien’ bijzaten.
Toch een paar potjes rijker, kwamen we die middag thuis waar ik aanstonds met 2 paar sokken, een dik vest, een paar handschoenen en 3 kruiken mijn bed indook, desondanks nog een paar uur lag te bibberen, daarna een paar uur lag te koken, in de nacht zwom in mijn eigen zweet en er de volgende dag voorzichtig uitkwam om te douchen, om er vervolgens snel weer in te duiken.

Zondagavond zag ik een bezorgd gezichtje voor mijn ogen zweven. Billy klopte een paar keer liefdevol op mijn wangen, rook in mijn hals, streek over mijn borsten en informeerde of ik nog ziek was en of ik morgen wel naar mijn school zou kunnen.

‘Ik weet het niet’ zuchtte ik amechtig terwijl ik mijn ogen weer sloot.

‘Hoezo?’ dacht ik.

Dus ik vroeg: ‘Hoezo?’ terwijl ik mijn ogen weer opende.

‘Voor die andijvie’ lispelde mijn zoontje.

‘Wil je zo graag andijvie eten?’ fluisterde ik.

‘Nou, nee hoor, ik hoef alleen maar het moestuintje’ was zijn reactie.

Ach, alleen het moestuintje, ’t lieve kind is ook zo snel tevreden…

1

Handige cursus

Beste cursisten,

Welkom bij de online-cursus Hoe raak ik van alles kwijt’
Ik ben blij dat ik u als deelnemer mag verwelkomen. Deze cursus is geheel gratis en geschikt voor iedereen.

Deze eerste les begint met het onderdeel: Hoe raak ik mijn handschoenen/wanten kwijt.

Is er een reden waarom we beginnen we met specifiek dit onderdeel?

Jazeker, dit ligt  meer voor de hand dan u in eerste instantie zou denken. Ja, haha, woordgrapje.
De motivatie voor deze keuze, zijn de huidige (weers)omstandigheden. Zo worden ze gekoppeld aan de les, wat de herkenbaarheid maar ook uw betrokkenheid bij de les zal vergroten.

Laten we beginnen met de les.
De handschoen.  

wanten, handschoenen, koud

Handschoenen worden met name gebruikt in de koude wintermaanden. Vooral de dames onder ons zullen dit herkennen; het gebruik van handschoenen kan het ontstaan van pijnlijke kloofjes aan de vingers helpen voorkomen of helpen bij de genezing.

Om niet de hele winter in dezelfde handschoenen rond te hoeven lopen of een legitieme reden te hebben om weer eens een nieuw setje kekke handschoenen te kopen, bestaat er de mogelijkheid ze met beleid te verliezen.

Ik geef u een voorbeeld.

 

U begeeft zich naar de Appie Gein waar u uw fiets of auto parkeert, het muntje in uw karretje stopt en de tas vervolgens in het kinderzitje legt. De handschoenen legt u er keurig bovenop.
Na het gebruikelijke rondje door de winkel te hebben te hebben gelopen, de spullen in de tas te hebben gedaan, zet u de kar terug, haalt het muntje uit de kar en begeeft u zich naar huis. Halverwege de terugreis realiseert u zich: ‘het is weer gelukt, ik heb een paar achtergelaten in het winkelkarretje’.

 

Ik geef u nog een paar voorbeelden voor u zelf aan de slag met het verzinnen of ophalen van enkele scenario’s.

Het is mogelijk om naar de bibliotheek te gaan en daar uw handschoenen ergens neer te leggen, om vervolgens boeken uit te zoeken. Bij thuiskomst bedenkt u zich dat de handschoenen nog in de bieb liggen. U zult merken; dit zal heel eenvoudig gaan, zonder dat het enige moeite kost.

 

Kennen we niet allemaal situaties waar zomaar een enkele handschoen, helemaal alleen op de weg ligt? Menigeen zal zich dan afvragen; hoe is het mogelijk dat iemand 1 handschoen verliest. Hoe doet die persoon dat?

 

Nou, laat ik vast een voorzetje geven.
U kunt zich ongetwijfeld een voorstelling maken van een situatie waarin de handschoenen even op de bagagedrager gelegd worden, om uw handen te gebruiken bij een activiteit waarbij handschoenen niet handig zijn.
Bij thuiskomst is het zeer wel mogelijk dat u zult bemerken dat er nog slechts 1 handschoen achterop ligt.

Theoretisch is het uiteraard ook mogelijk dat dan beide handschoenen verdwenen zijn. Zo kan er een rechter exemplaar op de brug liggen terwijl de linker zich ter hoogte van de kruising bevindt, om maar eens een voorbeeld te noemen.

Een ander klein handigheidje is dat u jaszakken gebruikt die niet diep genoeg zijn, zodat ze er vanzelf uit zullen vallen.

Ook een hond kan voor (tijdelijke) verdwijning zorgen.

 

Tot zover de voorbeelden.

Jullie mogen nu zelf aan de slag gaan. Bedenk bij het onderdeel ‘hoe verlies ik twee handschoenen’ en ‘hoe verlies ik 1 handschoenen’ beide 2 voorbeelden.

U mag ten allen tijde meer situaties visualiseren, zodat u zich heel onbewust, wanneer de mogelijkheid zich aandient, op behoorlijke wijze kunt ontdoen van een paar oude handschoenen.

wanten, touwtje, koud

Laat ik nog een kleine kanttekening hierbij geven: het is ten allen tijde mogelijk dat op de een of andere manier uw handschoen(en) op wonderlijke wijze toch opeens weer verschijnen. Zit hier dan niet teveel over in en bekijk het positief:

U heeft immers opeens nog meer handschoenen om te verliezen!

 

In deze cursusreeks volgen hierna de onderdelen:

  •  Hoe krijg ik het voor elkaar de vooral de fijnste koffiekopjes hun oortje te laten verliezen en de mooiste glazen kapot te laten vallen
  •  Hoe zorg ik dat ik na de was van elk sokkenpaar maar 1 exemplaar overhoud
  •  Hoe raak ik mijn schilmesjes en dunschillers kwijt bij het groenafval
  •  Hoe zorg ik dat alle lekkere koeken en snoeprollen verdwijnen zonder dat ik er zelf van eet
  •  Hoe zorg ik ervoor dat ik aan het einde van de maand zo min mogelijk geld overhoud
  •  Hoe raak ik mijn kinderen eens kwijt
  •  Hoe verlies ik in no time mijn zongebruinde vakantiekleur na terugkeer uit warme zonnige vakantieoorden. Deze laatste les kunt u als zomereditie, rond de maand augustus volgen.

 

Natuurlijk kan het ook zijn dat u na deze eerste les denkt: ik wil eigenlijk helemaal niets kwijtraken.
Geen nood, ook dan is deze cursus uitermate bruikbaar. Wat u dan kunt doen is de inhoud zogezegd Omdenken. Dan maakt u wel gebruik van de tips maar dan juist andersom.

 


 

Tevens worden er cursussen aangeboden in de reeks: ‘Hoe krijg ik zoveel mogelijk.

 

Onderdelen die hierin zoal aan de orde komen zijn:

  • Hoe krijg ik mijn stapel strijkgoed zo hoog mogelijk
  • Hoe zorg ik voor een zo dik mogelijk stoflaagje op de meubels
  • Hoe verdubbel ik mijn gewicht
  • Wat kan ik doen om het stressniveau omhoog te krijgen
  • Hoe krijg ik mijn grijze container vol, zodat bij voorkeur het deksel nog open blijft staan

 


 

De samensteller van de les wenst u veel succes om het geleerde al dan niet in de praktijk te brengen.