0

Moordenaar

Zo, weer een moord gepleegd.
In het toilet. Met mijn blote handen.

Na een eerste moord, lang geleden inmiddels, leek ik een soort van grens over te zijn.

Wij eigenlijk. Want mijn man heeft het ook hoor, die moordlust.

We liquideren dat het een lieve lust is. We draaien er onze hand of vuist niet voor om. Moord en doodslag wat de klok slaat. En ook een beetje dodelijk gif hier en daar schuwen we niet. gif, doden, beestjes, dieren, moorden

 

Ik loop nog steeds vrij rond, hoewel ik de schrik wel een beetje te pakken kreeg toen ik in 1 week 3 dagen achter elkaar met de politie wordt geconfronteerd.

Op mijn (vrije) dag 1 lag ik vrolijk in mijn niemendalletje in bed te sluimeren met een kopje thee, toen ik de bel hoorde. Het eerste wat op zo’n moment in me opkomt is dan toch: ‘politie!’
Nou nee, geintje, tuurlijk niet.

Maar zoontje deed de deur open. Hij moest zijn moeder halen, hoorde ik vanuit mijn sluimerholletje.

‘Mam, de politie aan de deur!’

politie, agent, moord, doden,
‘Verdraaid, dan toch, daar zul je ’t hebben’, dacht ik.
Ik schoot een fatsoenlijke broek aan en dat was meteen het enige wat er fatsoenlijk uitzag aan mij. Maar ja.

‘Schrik niet’, zei de agent geschrokken. ‘Ik kijk alleen of er ook braakschade aan jullie auto te zien is’, waarop hij een rondje om onze auto liep. ‘Wel schade maar geen braak’, dacht hij vermoedelijk.
Natuurlijk niet. Dûh, als ik dief was, zou ik ook wel een andere auto uitproberen. Zoals die andere auto in de buurt waar wij ’s nachts een onmenselijk hard alarm van hoorden afgaan. Zo’n alarm zit er bij ons geeneens op.

Maar goed, op dag 2 fietste ik op mijn gemakje al fluitend naar huis uit mijn werk. Ondertussen at ik een banaan. Hoe gezond was ik daar bezig. Tot er een bananenschil overbleef. En wat doe je dan met een lege bananenschil?

Juist, je kijkt schichtig om je heen, omdat je niet al te aso over wilt komen als zwerfvuilvervuiler, voor je de bananenschil met een sierlijk boogje in het groen laat belanden.
Ik had een optimistische bui blijkbaar, ik keek dit maal niet om me heen maar knikkerde de schil gewoon achteloos in de berm. Nog geen 10 seconden later stopte er een politieauto naast mij. Of het klopte dat ik net wat weggegooid had.

‘Ha, jawel, een bananenschil’, riep ik luchtig. banaan, schil, bananenschil, gooien, politie

Oke, wij dachten al…blabla…niet erg… organisch… prima…daag…

Hahahahahaha.
Fjoe.

En op dag 3… zag ik ergens een politieauto rijden onderweg.

Nou, dat was me wel een weekje dus. En ondertussen maar doormoorden he.

’t Zijn weliswaar maar dieren, beestjes die ik vermoord. Ja.

Maar rotbeestjes hoor; die eikenprocessierupsen, slakken, zilvervisjes, maden. En mieren. En vliegen. En teken.

Laatst zag ik zowaar voor het eerst een teek. Bij Jipje, tussen zijn ogen. Ik kriebelde hem zachtjes op zijn kop en voelde plots een pukkeltje, een gezwelletje. Ik krabde en keek en keek nog eens goed en zag daar een bolletje met hele kleine wriemelende pootjes. Ieuw!
Het goede nieuws was dat ik wel eindelijk voor het eerst de tekentang uit de verpakking kon halen. Ik moest met een speciaal voorwerpje de haartjes opzij duwen en het tangetje op de teek zetten. Ik heb nog een tijdje verdwaasd met de teek in het tangetje rondgelopen onderwijl ‘uh uh uhmme’ prevelend waarop ik het mormel uiteindelijk verdronken heb met stromend water uit de kraan in de gootsteen.

Wat betreft de mieren; iedere zomer verkeren we met dit volk in staat van oorlog. Twee jaar geleden liepen de mieren ergens via een geheime ingang aan de voorkant ons huis binnen. Wel zagen we zagen ze in colonne door de kamer in een keurige bocht richting de keuken lopen alwaar ze bij tegen aanrecht opklommen en bleven hangen bij allerhandige zoetigheid. ‘Bah’, vond ik dat. Maar zij vonden het wel lekker.

Het is natuurlijk niet zo dat ik meteen aan het massamoorden sla.
Ik heb eerst hele vredelievende oplossingen verzonnen en het boek ‘Oma weet raad’ er weer eens bijgehaald:
Ik heb, serieus!, krijtstreepjes getrokken door het hele huis,
Mieren-LOK-doosjes, ja hah, dom he, geplaatst…
Kopergeld gezocht en de stuivers en centen –weliswaar eurostuivers, maar dat zien die mieren toch niet dacht ik– op strategische plekken neergelegd
Ook nog de vloer abnormaal vaak gedweild (voor mijn doen) om geursporen uit te wissen.mieren portret

Maar verdraaid, ze waren me steeds te slim af.

Dus die zomer daarop namen we serieuze maatregelen. We pakten het probleem bij de bron aan en strooiden de giftigste giften in hun holletjes alwaar ze gelegerd waren, rondom ons huis. Hele volksstammen zijn heel effectief afgeslacht. Op een sporadische verdwaalde mier, ze zijn ons huis niet meer binnengedrongen.

En dan hebben we nog de zilvervisjes. Wat een terror-beestjes zijn het. O-ver-al lopen ze, bij voorkeur in badkamer en toilet. Hoewel gemakkelijk dood te knijpen, toch vlug als water. En irritant hoor, ik voel me dan toch altijd een beetje bekeken daar op het toilet. Daar waar ik het liefst even alleen zit, loopt er altijd wel zo’n exemplaartje schijnbaar onschuldig – pompiedompiedom – rond.zilvervisje, moordenaarzilvervisje, moordenaarzilvervisje, moordenaar
Zo’n schepsel kan en mag eenvoudig niet langer blijven leven, er zit dan niks anders op dan deze meteen om te brengen.

Kortom;. ik heb voorlopig geen andere keuze dan te blijven omleggen, koud maken en executeren.

Ik zou het liever niet doen natuurlijk, een beetje begrip voor deze moordenaar dus… Want eerlijk is eerlijk; het – is – wel- killing hoor. Dat wel.

Advertenties
1

Stilte voor de storm

Als hij fietst, dan waait de wind langs zijn oren. Waar hij gaat, daar is het oppassen geblazen. Storm heet hij.

Een paar weken geleden inmiddels, leerde ik Storm kennen. In alle rust fietste ik op een pad door het parkje, tot ik links van mij een klein jongetje op een loopfietsje door het gras mijn kant op zag racen en rechts van mij een verwilderde moeder uit de bosjes zag komen die wanhopig riep:´Kijk dan uit! Let op Storm! Stoppen! Luister dan ook! Wat zeg ik nou Storm!´

storm

De moeder, type vrije school-moeder, ik zie zoiets in een oogopslag, was waarschijnlijk net in alle rust tussen het struikgewas, eetbare paddenstoelen en wilde kruiden aan het verzamelen voor de avondmaaltijd zonder pakjes en zakjes, toevoegingen en E-nummers. Dit vreedzame plukmoment werd nochtans wreed verstoord door het onbenullige en stormachtige gedrag van zoontjepoontje.
Dat krijg je ervan als je je kind Storm noemt dacht ik toen.

Je moet namelijk altijd goed nadenken voor je je kind een naam geeft. Een naam doet iets met een karakter. Het moet dus wel kloppen. Een Storm kan bijvoorbeeld nooit heel fijn, een rustig kind worden. Dan gaan andere mensen hardop tegen elkaar zeggen; ‘Wat een rare naam voor zo’n kind, dat past toch totaal niet bij zo’n stille Willy? Is ie wel normaal?´ In zo’n geval krijgt het kind dan laat of vroeg óf een vervelend complex, of een lastig etiketje en daar heb je het maar druk mee. Wil je een braaf oplettend kind, dan kun je ’m beter Willem Frederik Hendrik noemen.

Ik vond, moet ik bekennen, Storm destijds eventjes ook wel een leuke naam voor ons ongeboren kind m/v, omdat het zo stoer klonk. Maar man vond het idee minder geslaagd en zei: ‘Daar krijg je gedonder van’.
Daarover nagedacht hebbende, hebben we ons laatste kind  maar ‘Stil’ genoemd.
(Zonder t)

Want dat leek ons wel handig na die eerste drie.

Helaas, ik geloof dat de boodschap in zijn geval toen toch niet helemaal goed is doorgekomen. Waarschijnlijk had dat te maken met de oudste drie. Als je te vaak ‘Stil!’ roept, weet zo’n nieuw kind ook niet meer waar het aan toe is.
Hadden we toch niet goed genoeg nagedacht over de consequenties van deze naam.

Storm had de boodschap in ieder geval wel goed begrepen. De wind waaide door zijn wilde lange haren. Daarom zat het ook helemaal in de war.
Maar het kán ook zijn dat zijn moeder dat had gedaan. Misschien wel expres, om erbij te horen. Juf Freya moest natuurlijk niet denken dat moeders’ de creativiteit van hun kind liet beperken door een strak kapsel. Echte Vrijeschool-moeders hebben belangrijker zaken aan hun hoofd. Die hoeven niet in de nieuwste mode te lopen. Daarom hebben deze kinderen ook vaak rare 6e hands kleding aan. Zoals dat gekke fascinerende jaren 70- tuinbroekje dat ik laatst bij iemand zag.
Ik heb er een hele tijd over na moeten denken hoe ze aan dat broekje zijn gekomen. Eerst dacht ik nog dat het bij oma van zolder kwam, maar dat idee heb ik snel laten varen want geen mens bewaart dat soort kleding. Het zou ook kunnen zijn dat ze stad en land waren aflopen in hun geitenwollenkousen, om in een zoveelstehands kledingwinkel onderin een ouwe doos dit collectors-item te vinden. Uiteindelijk kunnen ze het ook gevonden hebben op een internet feestwinkel bij de ´foute themafeestjes´.
Vrijeschool-ouders weten op de een of andere manier altijd heel bijzondere imagoversterkende items te vinden.
Of je wilt of niet; ook het vrije denken kent zo z’n verplichtingen en dus beperkingen en grenzen.

Ik heb trouwens volstrekt geen last van vooroordelen hoor, mocht u die indruk krijgen.
Ik vind het allemaal helemaal prima, dat vrije denken. Vrijheid blijheid.
Wat dat betreft zou ik een prima vrije-school-hulpmoeder kunnen zijn. En dan natuurlijk geen leesmoeder over overblijfouder, want dat is niet nodig daar, maar aan het vak ‘vaag filosoferen’ bijvoorbeeld, zou ik beslist een uitstekende bijdrage kunnen leveren.

Helaas zijn mijn kinderen er geen types voor.
Zulke lange warrige kapsels zou ik persoonlijk nog wel handig vinden maar daar hoef ik thuis niet mee aan te komen. Onze jongens prefereren hun haar in een kaarsrechte zijwaartse brillantine scheiding met lijntjes van de kamstrepen, terwijl de meisjes hun haren graag in twee strakke vlechten met een keurige strik onderaan dragen.

Daarom fietsen wij altijd, als de wilde kapsel kinderen linksaf slaan, een stukje rechtdoor naar een keurig nette school met keurig nette kindertjes waar kinderen worden gebracht met degelijke fietsen of nette auto’s in plaats van in roestige oude rammelbusjes.
Dat komt uiteindelijk waarschijnlijk allemaal door de keurig nette namen die ze hebben gekregen van hun ouders. Daar kunnen de kinderen niks aan doen. Keurig net, maar wel beperkt in hun creativiteit.

Goed, hoe liep het nou met Storm en mij af. Dat wordt nu onderhand wel behoorlijk spannend natuurlijk.

kind fiets

Op het moment dat ik hem passeerde, wist Storm toch ruim op tijd te stoppen, met z’n loopfietsje. Ik hoorde moeder het kind nog wat vermanend toespreken. En ik fietste rustig door naar huis. Einde.

Het was zogezegd, eigenlijk, niet meer dan ‘Storm in een glas water’.

3

Het haar van de man

‘Ik vind kale Franse mannen eng.’ Dat beweerde jongste zoon, die verder eigenlijk best dapper is.
Overigens is angst voor Nederlandse kale mannen bij hem vooralsnog niet waargenomen.

Persoonlijk vind ik Franse kale mannen niet echt eng. Ik ken er geen en ook afgelopen zomer heb ik geen angstgevoelens bij mezelf waargenomen bij het aanschouwen van kale Franse mannen. Dat kale, daar kan ik nog wel mee handelen. Persoonlijk heb ik meer angst voor met haar. Vooral met te. Teveel.
Zo hadden we laatst een we monteur in huis, met lange grijze vlecht, grijze kleding, bijpassende rooklucht en dito gebit. Dus. Griezelig hè?
Uiteindelijk bleek eigenlijk best een aardige vent, maar ik moest daar eerst behoorlijk doorheen kijken.

Mijn eigenste man heeft meestal ook weinig trek in kappersbezoeken. Wanneer zijn haar dan echt weer te lang wordt, vraagt ie vaak: ‘Zal ik het anders lang laten groeien, doe ik zo’n staart in. Ik heb toch best geschikt haar?’

IIIEEEUW!

Vaak komt het erop neer dat ik dan zelf schaar en tondeuse ter hand neem en her en der wat knip en scheer. Maar omdat ik geen echte kapper ben en het resultaat nogal afhangt van mijn stemming, is de afloop altijd wat onzeker. Rond de kerstdagen was daar plots weer zo’n moment dat ik het echt niet meer vond kunnen, z’n lange haar.
De kapperszaken waren op dat moment inmiddels allemaal al gesloten en Hubs vroeg of ik het deze keer dan toch misschien weer eventjes zou willen knippen, waarop ik grimmig en ongeïnspireerd de knipattributen pakte. Halverwege al riep ik kregelig uit: ‘Ik voel het, ’t wordt niks vandaag. Ik scheer je gewoon kort, all over je kop.’
‘Maar misschien kun je het bovenop toch nog ietsje langer houden?’ opperde hij angstig. ‘Ik weet het niet’ sprak ik dreigend ‘het wordt ‘m gewoon niet. Eigen schuld, had je maar naar de kapper moeten gaan’.
Het gekke was uiteindelijk, dat men het over het algemeen heel leuk vond zitten. Zelfs oudste dochter.

kapper

en zeg nou zelf…

Ik ben een zeer geschikte kapper als ik in een woeste bui ben.

Er zijn ook mannen die echt kaal zijn van boven, maar vervolgens hun wanghaar welig laten tieren. Ik kan er niets aan doen dat ik dan elke keer denk: ‘Compensatie…’
Ik denk dat trouwens ook als ik een kleine mannetjes in (of uit) te grote en te dure auto’s zie stappen. Compensatie…
Of mannen met een veel te grote bek: kompesaasie. Zo valt er heel wat te compenseren op velerlei vlak, maar laten we het even houden bij de hogere haarpsychologie.

Ik las laatst dat er uit verschillende experimenten bleek dat kaalgeschoren hoofden als mannelijker en dominanter worden ervaren. Kale mannen werden ook gezien als betere leiders. Kale mannen leken bovendien gemiddeld 2,5 centimeter groter volgens de proefpersonen en werden ze sterker en sportiever gevonden dan mannen met een vol hoofd haar. Mooi hè, dat alles z’n voordeel weer heeft.

Goed, dat zal allemaal wel, maar wanneer je als kale man lijdt aan compensatiegedrag, werkt dat weer net even anders. Dat concludeerde ik toen ik laatst in een semi-wetenschappelijk tv-programma een kale deskundige met een opmerkelijk fascinerende compensatieattitude zag. Van boven was de man weliswaar glimmend kaal, maar aan zijn kin hing een flinke gesplitste sik met 2 vlechtjes, die elk onderaan middels een dubieuze zilverkleurige kraal werden afgesloten. Best wel scary.
Het leidde ook behoorlijk af, kan ik wel zeggen. Ik kon absoluut niet meer volgen waar hij het over had en dat lag aan dat haar, ik weet het zeker.
Het kan zijn dat ‘de man’ in het algemeen zich niets van aantrekt van zulk een gekkigheid, maar ik kan me niet voorstellen dat vrouwen een verhaal of boeiende mening dan nog kunnen volgen. Ik was in ieder geval erg bezig met dat enge baardje. (Waarom, hoezo, hoelang, wanneer)
Zoals mannen nog wel eens door afgeleid schijnen te worden door een zichtbaar decolleté bij dames, verlies ik mijn verstand bij deze haarkwesties. Nochtans is zulks allesbehalve erotisch.

Nu we het er toch over hebben; sowieso vind ik dat het nu maar weer ’s afgelopen moet zijn met de baarden-trend. Het heeft wat mij betreft weer méér dan lang genoeg geduurd.

 

arie boomsma, baard, stoppenToen Arie Boomsma op een bepaald moment stopte met scheren, en zijn best wel leuke stoppelbaard griezelige vormen begon aan te nemen, dacht ik al: Kom op man, wat flik je me nou, Arie, niet doen gast, ‘Jammer van die mooie kop’.
Maar Arie wil graag opgemerkt worden. Bovendien is zijn beard alweer exit als ik het goed heb.

 

Persoonlijk vind ik het weinig fleurigs hebben, zo’n hele harige kin. Ook goedbedoelde creatieve uitspattingen met baardhaar zoals allerhande sikken in diverse formaten zijn uiteindelijk gewoon heel afleidend. Uiteraard moeten jullie het natuurlijk zelf weten, Jan, Piet, Joris en Corneel, maar neem mijn advies toch maar ter harte. Het zijn stofnesten, bronnen van bacteriën, haarballen, vergaarbakken van gft en restafval.
En eng. Helemaal als je Mohammed en Abdul heet.

Hoe het ook zij, man, doe wat u niet laten kan. Nogmaals; echt zelf weten.

baarden, haar, kaal

Maar ik zeg altijd maar zo: het wordt    Hoe langer… – …hoe erger.

strijders, baarden

Afbeelding
0

Zomerse liefde

Het ruikt naar de winter. Dat dacht ik toen ik vanmiddag naar buiten liep.
En het is raar, maar als ik dát ruik schieten er allemaal zomerse beelden door mijn hoofd. Terwijl de geur van de winter niets maar dan ook niets met het heerlijke zomerse leven te maken heeft. Behalve dan misschien het verlangen wat je kan bevangen naar betere tijden. Zon, zee en strand…

voeten, strand, zon, zee

Dus toen dacht dus ik aan de heerlijke zomers in Frankrijk, waar we met onze Sharan, die toen nog met ons was, naar toe reden.

sharan, frankrijk, ijsje

Aan die keer dat we F’je op het strand kwijtraakten en ze weer teruggevonden werd op het naaktstrand.

Aan barbecue op het strand, met knarsende stukjes vlees tussen de kiezen.

Aan de zoveelste keer dat we met een flesje wijn op het strand bij de ondergaande zon zaten en de kurkentrekker waren vergeten. En dat mijn inventieve man de kurk in de fles duwde. En dat de fles onder het zand zat maar de wijn nergens zo lekker smaakte als daar.

fles, strand, kurk

kurkindefles

En aan een zwembadje in de tuin om in te plonsen. En deze foto, wat Nonus me misschien niet in dank zal afnemen, maar omdat ik zo vreselijk vrolijk wordt van die foto. Want je zult het maar voor elkaar krijgen om op zo’n wonderlijke manier in een zwembadje te springen en dat het dan ook nog lukt om het op de foto te krijgen.

zwembad, springen

Aan die heerlijke wandelingen langs het strand met mijn geliefde.

strand, george, wandeling

En voor de oplettende kijker die denkt: Wat lijkt die man van haar verdacht veel op George Clooney, is dat wel haar man? You dare..
Nou, dat is wel mijn man. Maar ik bewaak graag zijn privacy, zodat hij nergens met zijn snufferd op het wereldwijde web te vinden is, naar zijn wens. Dus ik dacht: ik plak er maar een fotootje van een andere oudere aantrekkelijke man op.
En dan zegt mijn dochter; ‘Nou, je valt wel op oudere mannen he?’ Dat lijkt zo.
Ik zal de andere foto maar niet laten zien, want als je eenmaal bezig bent wordt het steeds leuker. De maakbare man.
Nou vooruit dan maar, er is toch al niemand meer die dit beeld zal geloven na dit verhaal.

george, strand

Maar ik dacht verder.

Aan bruine velletjes, zand in de oren, zoute happen zeewater, roze gelakte teennagels.

En aan die keer dat we bij het strand waren geweest en mijn George Clooney de auto wel wilde halen terwijl wij op slippers met de strandtassen op hem wachtten. En dat er een grijze Sharan kwam aangereden en Nonus vol afschuw uitriep: ‘Wat rijdt daar een lelijke auto’
En dat ik, toen ie wat dichterbij kwam, zei: ‘maar er zit wel een hele leuke man in’. En dat zij zei: ‘Ja dat is waar, maar aan de auto te zien is ie al bezet’. En dat ik toch gewoon bij die leuke man in die lelijke auto stapte. Want het ging mij om de inhoud.

En daar dacht ik aan. En daar droom ik van tot de lucht weer naar zomer ruikt.

0

Navelstaren

In deze zomertijd is de tijd van zwembroeken en bikini´s weer daar. Zonminnaars laten hun lichaam zien aan de zon, waarop de zon ze een bruin kleurtje geeft. Of rood.

Oudste dochter wil erg graag een bruin kleurtje van de zon krijgen. Liefst een zo groot mogelijk lichaamsoppervlak. Dus ruikend naar kokosolie factor 15, zitten we op het terras achter onze stacaravan, waar we de shirtjes opstropen voor een bruine buik. Al kletsend pulkt ze in haar navel. ´Heb je last van navelpluis?’ vraag ik haar belangstellend. Ze vraagt me wat dat precies is, en ik antwoord dat het pluisjes in je navel zijn. ‘Aha’ zegt ze, ‘misschien’.

Nu komt in ons gezin ‘de navel’ regelmatig op tafel als gespreksonderwerp. Vraag me niet waar die fascinatie vandaan komt, maar geef nou toe, interessant is het absoluut. Je navel is net een vingerafdruk, iedereen heeft een unieke print. Dus het zegt misschien wel meer over je dan je denkt.

navel

ja, ook jij…

Ik vertel haar over mijn observatie van een paar dagen geleden bij het zwembad. ‘Weet je’ zeg ik, ‘als je erop let, dan zie je dat echt ie-dereen een navel heeft.’ ‘Joh!’ zegt m’n dochter. Het lijkt erop of ze dit al wist, maar ze vraagt: ‘Dusse, net zoals iedereen een neus heeft?’

Omdat mijn dochter me heel weifelend aankijkt moet ik blijkbaar meer uitleggen. Ik licht toe, dat als je er bewust naar gaat kijken, het gewoon echt apart is. Echt íedereen heeft het; jong, oud, dik, dun. Dat is natuurlijk gewoon een bewijs dat je geboren bent.

En ook bij dat oude mannetje. Je kijkt naar z’n navel en dan kun je zeggen: ‘Jaha, ook jij bent geboren, ik zie het aan je navel’.

‘Haha’ lacht mijn dochter toegeeflijk, ‘nou, ik zal erop letten de volgende keer’.

Nog diezelfde middag zitten kleine f. en ik naast elkaar heel blotebuikerig op een ligstoel. Ook zij pulkt in haar navel. Ik vermoed navelpluis, maar ik vraag niks. En dan blijkt dat ze duidelijk van het navelstarende soort is. Ze zegt namelijk plotseling: ‘mám, ik zag gisteren een man, zónder navel!’ Mijn hart slaat een slagje over en even denk ik dat ik beet heb; de uitzondering die de regel bevestigt. Maar dan zegt ze: ‘hij had hier alleen maar een klein deukje’. Licht teleurgesteld vertel ik dus maar, dat het zeer waarschijnlijk gewoon een mens is, met een heel óndiepe navel.

Het is wel duidelijk waar we ons dit zomer mee bezig houden. Lekker belangrijk. Maar ach, zolang we ons maar bij dit navelstaren houden, hebben we wel een leven. We zijn in ieder geval geboren.Ja ook jij, kijk maar naar je navel.

navel

iedereen