3

Chocolalala

choco

De afgelopen dagen ben ik weer behoorlijk preventief bezig geweest. Ik heb gegeten tegen dreigende gezondheidsproblemen.

Eigenlijk doe ik dat al jaren, onbewust, wat zeg ik; mijn hele leven al. Maar sinds kort weet ik dat het nuttig is wat ik doe. Zonder schuldgevoel kan ik nu rustig dagelijks een portie chocola nemen.

Het laatste chocolade-nieuws te weten is, dat chocolade een remedie kan zijn bij een hardnekkige hoest.
Dat komt allemaal door de theobromine, die van nature in chocolade blijkt te zitten. Deze vermindert symptomen van hoest. In een reep pure chocolade zit al voldoende theobromine om effect te hebben op je hoest.
In het bericht las ik aan het eind nog, dat het ook ongewenste effecten kan hebben, zoals gewichtstoename. Maar dat laatste is natuurlijk onzin.

Jaren geleden bleek al dat er in chocola ook flavonols zit, wat het functioneren van de hersenen opvoert en ouderdom vertraagt. Verder wist ik inmiddels al dat het helpt bij het verlagen van de bloeddruk, waar ik dus geen last van heb. Het is goed voor je tanden en de antioxidanten in donkere chocolade remmen ook nog ’s vrije radicalen in het lichaam.
En als klap op de vuurpijl word je er nog ’s heel gelukkig van, doordat bepaalde stoffen die in chocola zitten ervoor zorgen dat endorfine wordt aangemaakt. Jawel.

Nu waai ik met vele gezondheidswinden mee, heb al menig superfood geprobeerd, E-nummers een hele korte tijd in de gaten gehouden, een tijdje suiker geminderd, heb zelfs het boek ‘broodbuik’ in huis gehad en wilde ik al bijna stoppen met brood eten. Het boek was alleen nog dikker dan mijn eigen broodbuik. En toen bleek dat ik zoveel bladzijden moest doornemen om te weten waarom ik geen brood meer zou moeten eten, vond ik het niet meer geloofwaardig. Dus die heb ik snel weer ingeleverd bij de bieb.

chocola

bron: Boeff

Mijn voorkeur gaat dan ook uit naar handige weetjes, en berichten als ‘dit blijkt plotseling supergezond te zijn’. Ik lees dat soort berichten graag. Met name in relatie tot chocolade. Het leuke is dan dat de rest van de gezinsleden deze berichten eindelijk ook eens ogenblikkelijk geloven. De leden van mijn huis hebben namelijk een behoorlijk ziekelijke zucht naar chocolade met mij gemeen.  Dit soort berichten gaan er hier dus in als de spreekwoordelijke zoete chocolade-koek.

Tegenover alle soorten berichten, fabels en feitjes, die ik thuis geestdriftig voorlees over gezondheid zoals: neem eens een koude douche, wok je groenten, smeer kokosolie op je huid, gebruik je ‘andere hand’ wanneer je eet, raak ’s ochtends met je handen je tenen aan, drink zuur in de ochtend staat Man doorgaans uiterst sceptisch; ‘dat had ik je ook wel kunnen vertellen’ of ‘ggh wat een onzin’ of ‘hou nou maar weer op‘ .
Behalve dan natuurlijk op berichten als: snuif mannenzweet op, heb regelmatig seks en ga op tijd naar bed, (in willekeurige volgorde…) daar kan ie zich dan wel weer prima in vinden.
En… bij positieve chocoladeberichten dus. Daar stemt hij dus meestal meteen hartgrondig mee in. ‘Natuurlijk, dat geloof ik wel. Heb je trouwens nog ergens chocola Tien?’.
niet meer…

Op zich heb ik momenteel totaal geen last van hoest. Maar dat kan natuurlijk komen door de chocola. Die theobromine remt alle potentiële hoestprikkels onmiddellijk. Het werkt vermoedelijk dus ook preventief. Vandaar.
Van stoppen met chocolade eten is voorlopig vanzelfsprekend geen sprake meer.

Derhalve ben ik van het laatste chocoladenieuws weer erg vrolijk, blij en gelukkig geworden. Geen idee hoe dat komt…
Nja, het zal die endorfine wel zijn.

0

Moordenaar

Zo, weer een moord gepleegd.
In het toilet. Met mijn blote handen.

Na een eerste moord, lang geleden inmiddels, leek ik een soort van grens over te zijn.

Wij eigenlijk. Want mijn man heeft het ook hoor, die moordlust.

We liquideren dat het een lieve lust is. We draaien er onze hand of vuist niet voor om. Moord en doodslag wat de klok slaat. En ook een beetje dodelijk gif hier en daar schuwen we niet. gif, doden, beestjes, dieren, moorden

 

Ik loop nog steeds vrij rond, hoewel ik de schrik wel een beetje te pakken kreeg toen ik in 1 week 3 dagen achter elkaar met de politie wordt geconfronteerd.

Op mijn (vrije) dag 1 lag ik vrolijk in mijn niemendalletje in bed te sluimeren met een kopje thee, toen ik de bel hoorde. Het eerste wat op zo’n moment in me opkomt is dan toch: ‘politie!’
Nou nee, geintje, tuurlijk niet.

Maar zoontje deed de deur open. Hij moest zijn moeder halen, hoorde ik vanuit mijn sluimerholletje.

‘Mam, de politie aan de deur!’

politie, agent, moord, doden,
‘Verdraaid, dan toch, daar zul je ’t hebben’, dacht ik.
Ik schoot een fatsoenlijke broek aan en dat was meteen het enige wat er fatsoenlijk uitzag aan mij. Maar ja.

‘Schrik niet’, zei de agent geschrokken. ‘Ik kijk alleen of er ook braakschade aan jullie auto te zien is’, waarop hij een rondje om onze auto liep. ‘Wel schade maar geen braak’, dacht hij vermoedelijk.
Natuurlijk niet. Dûh, als ik dief was, zou ik ook wel een andere auto uitproberen. Zoals die andere auto in de buurt waar wij ’s nachts een onmenselijk hard alarm van hoorden afgaan. Zo’n alarm zit er bij ons geeneens op.

Maar goed, op dag 2 fietste ik op mijn gemakje al fluitend naar huis uit mijn werk. Ondertussen at ik een banaan. Hoe gezond was ik daar bezig. Tot er een bananenschil overbleef. En wat doe je dan met een lege bananenschil?

Juist, je kijkt schichtig om je heen, omdat je niet al te aso over wilt komen als zwerfvuilvervuiler, voor je de bananenschil met een sierlijk boogje in het groen laat belanden.
Ik had een optimistische bui blijkbaar, ik keek dit maal niet om me heen maar knikkerde de schil gewoon achteloos in de berm. Nog geen 10 seconden later stopte er een politieauto naast mij. Of het klopte dat ik net wat weggegooid had.

‘Ha, jawel, een bananenschil’, riep ik luchtig. banaan, schil, bananenschil, gooien, politie

Oke, wij dachten al…blabla…niet erg… organisch… prima…daag…

Hahahahahaha.
Fjoe.

En op dag 3… zag ik ergens een politieauto rijden onderweg.

Nou, dat was me wel een weekje dus. En ondertussen maar doormoorden he.

’t Zijn weliswaar maar dieren, beestjes die ik vermoord. Ja.

Maar rotbeestjes hoor; die eikenprocessierupsen, slakken, zilvervisjes, maden. En mieren. En vliegen. En teken.

Laatst zag ik zowaar voor het eerst een teek. Bij Jipje, tussen zijn ogen. Ik kriebelde hem zachtjes op zijn kop en voelde plots een pukkeltje, een gezwelletje. Ik krabde en keek en keek nog eens goed en zag daar een bolletje met hele kleine wriemelende pootjes. Ieuw!
Het goede nieuws was dat ik wel eindelijk voor het eerst de tekentang uit de verpakking kon halen. Ik moest met een speciaal voorwerpje de haartjes opzij duwen en het tangetje op de teek zetten. Ik heb nog een tijdje verdwaasd met de teek in het tangetje rondgelopen onderwijl ‘uh uh uhmme’ prevelend waarop ik het mormel uiteindelijk verdronken heb met stromend water uit de kraan in de gootsteen.

Wat betreft de mieren; iedere zomer verkeren we met dit volk in staat van oorlog. Twee jaar geleden liepen de mieren ergens via een geheime ingang aan de voorkant ons huis binnen. Wel zagen we zagen ze in colonne door de kamer in een keurige bocht richting de keuken lopen alwaar ze bij tegen aanrecht opklommen en bleven hangen bij allerhandige zoetigheid. ‘Bah’, vond ik dat. Maar zij vonden het wel lekker.

Het is natuurlijk niet zo dat ik meteen aan het massamoorden sla.
Ik heb eerst hele vredelievende oplossingen verzonnen en het boek ‘Oma weet raad’ er weer eens bijgehaald:
Ik heb, serieus!, krijtstreepjes getrokken door het hele huis,
Mieren-LOK-doosjes, ja hah, dom he, geplaatst…
Kopergeld gezocht en de stuivers en centen –weliswaar eurostuivers, maar dat zien die mieren toch niet dacht ik– op strategische plekken neergelegd
Ook nog de vloer abnormaal vaak gedweild (voor mijn doen) om geursporen uit te wissen.mieren portret

Maar verdraaid, ze waren me steeds te slim af.

Dus die zomer daarop namen we serieuze maatregelen. We pakten het probleem bij de bron aan en strooiden de giftigste giften in hun holletjes alwaar ze gelegerd waren, rondom ons huis. Hele volksstammen zijn heel effectief afgeslacht. Op een sporadische verdwaalde mier, ze zijn ons huis niet meer binnengedrongen.

En dan hebben we nog de zilvervisjes. Wat een terror-beestjes zijn het. O-ver-al lopen ze, bij voorkeur in badkamer en toilet. Hoewel gemakkelijk dood te knijpen, toch vlug als water. En irritant hoor, ik voel me dan toch altijd een beetje bekeken daar op het toilet. Daar waar ik het liefst even alleen zit, loopt er altijd wel zo’n exemplaartje schijnbaar onschuldig – pompiedompiedom – rond.zilvervisje, moordenaarzilvervisje, moordenaarzilvervisje, moordenaar
Zo’n schepsel kan en mag eenvoudig niet langer blijven leven, er zit dan niks anders op dan deze meteen om te brengen.

Kortom;. ik heb voorlopig geen andere keuze dan te blijven omleggen, koud maken en executeren.

Ik zou het liever niet doen natuurlijk, een beetje begrip voor deze moordenaar dus… Want eerlijk is eerlijk; het – is – wel- killing hoor. Dat wel.

0

Ik dacht het al

oorlog, snoepje, huh

Toen onze Billy me een tijdje geleden om een snoepje vroeg en daarna met de vraag kwam:

‘Een oorlog is toch heel veel dagen?’

Zei ik: ’Ja dat kannn…’

en hij: ‘Mag ik nou een snoepje?’

Ik: ‘Wat heeft dat met elkaar te maken dan?´

Hij: ‘Dat er veel mensen zijn en ik wil een snoepje.’

Ik: ‘Heb je oorlog met mij dan?’

Hij: ‘Als ik geen snoepje mag wel ja’

Toen dacht ik drie dingen.huh

  1. Huh?
  2. Logica is vaak heel onlogisch
  3. Voor je het weet heb je oorlog.

En nu blijkt mijn gedachte dus heel internationaal te zijn, er zelfs wetenschappelijk onderzoek naar gedaan.

Wat 10, jij in-ter-na-sjo-naal? En ook nog wetenscháppelijk? Het is ongeloóófelijk, Amazing!

Jawel, let op, ik kwam mijn gedachte tegen in de krant, waarin stond dat wetenschapper Mark Dingemanse heeft de Ig Nobel Literatuurprijs gewonnen. Samen met twee mede-onderzoekers is de Nederlander bekroond voor een onderzoek naar het woord ‘huh?’.
Ja, dat dacht ik dus ook .

huh, onderzoek, krant

De onderzoekers ontdekten dat het woord, of iets dat erop lijkt, in vrijwel iedere menselijke taal voor lijkt te komen, al is niet duidelijk waarom… (dus toen zeiden ze: ‘huh?’)

Blijkt dus dat mensen in gesprekken in alle talen ongeveer hetzelfde woord gebruiken. Als je tijdens een gesprek iets niet snapt moet je heel snel een woord inzetten om het bij te sturen. Een klank die voorin je mond ligt.

De grap is dat waar je ook bent; in de New Delhi, Novosibirsk, Llanfairpwll­gwyngyllgogerychwyrndrobwllllantysiliogogogoch, (spreek uit:..klik ) of als je verdwaald bent in de binnenlanden van Friesland in Jubbegaastercompagnie; wanneer je iets niet helemaal begrijpt, je natuurlijk gewoon iets kunt roepen als: ‘wazegje?’ of ‘I beg your pardon?’ of ‘excuseer, ik denk het niet geheel begrepen te hebben zou u het nog eens het liefst in iets eenvoudiger bewoordingen kunnen herzeggennn?’.

Alleen is de kans dan groot dat ook die boodschap weer niet geheel begrepen wordt.

Maarrr… wanneer je dan het universele ‘huh-woord’ gebruikt, snapt iedereen het, over de ge-he-le wereld!

Is dat niet grappig? Dat niemand daar eerder op is gekomen. Ik vind het echt een wereld-onderzoek, ik hou daarvan.

Dat onderzoek gaat dus in feite over mij. Een soort van. Want ik gebruik dat ook vaak.

En van het een komt het ander, vorige week had ik al een interview.

….

Nou ja oké, met BaasB., maar toch.

Voor z’n opdracht Nederlands.
Ja.

‘Mam, ik wil je interviewen’

En toen dacht ik weer 3 dingen:huh, pardon,

  1. Huh?

Dus ik zei: ‘Huh?’

B: ‘Ja, ik moest mijn held interviewen’

  1. Oh ja, logisch

B: ‘Dus iedereen uit m’n klas interviewt z’n moeder. Eigenlijk.’

  1. Oh, dan komt het misschien nog goed met de wereldvrede. Moeders zijn helden.

Het werd een diepte-interview van formaat. Hij vroeg me de hemd van het lijf, zoals dat gaat met helden, hij wilde alles van me weten.
Er werden wel een stuk of 7 vragen gesteld.
Zoals: ‘Hoe oud ben je?’ (geheim),
‘Hou je van vakantie?’ (Ja, wat denk je)
‘Waaróm hou je van vakantie?’ (tja…)
Later appte hij nog even om te er achter te komen wat mijn lievelingsdier was (egel). Ik vroeg ‘m nog; ‘Wil je niet weten waarom?’ maar dat was niet nodig.

Ik weet niet wanneer het interview gepubliceerd wordt maar we wachten af. Jullie willen er vast alles van weten. En als jullie nog vragen hebben, dan hoor ik het wel. Huh?

0

Wilde verhalen

Ik heb iets heel spannends gedaan. In de supermarkt. Ik moet eerlijk toegeven dat het niet de eerste keer is dat ik het gedaan heb, maar het blijft spannend. Je weet maar nooit of je ermee weg komt.

Ik nam wat mee uit de supermarkt. Voor ik het pakte keek ik schichtig om me heen en griste de verpakking vervolgens uit het schap.

Niemand had iets door en ik kon ongemoeid de winkel verlaten.

wild thing

Zo spannend, om Wilde Perziken te kopen.

Mijn hart begint altijd meteen te bonken als ik dat soort etiketten zie.

wilde perzik, sappig en zoet,

Ik kom nog uit de tijd van gewone perziken. Gewone perziken die, wanneer je ze op het juiste moment opat, niet te hard, niet te zacht, maar precies goed, de juiste zoetheid en sappigheid hadden. Gewoon uit de hand, waarbij het harige velletje wat onwennig aan de tong voelde, maar na even doorbijten het zoete sap de overhand had en heerlijk smaakte.
Toen daar de nectarine op een bepaald moment in opkomst kwam, nam ik bij voorkeur liever dit gladde zusje met haar kale vel, vanwege een iets minder harige, dus fijnere 1e hapervaring.

En nu, is daar na een hééle tijd zoeken blijkbaar, een wilde perzik gevonden. Een wilde perzik!
Zo spannend, dat mensen eerst een tamme perzik hebben gevonden en plots blijkt daar ook een wilde perzik te bestaan!

Hoe zou dat zijn gegaan, die ontdekking… Zouden het woeste taferelen zijn geweest, toen de ontdekkers achter de wilde perzik aangingen? Zouden ze de vruchten met pijlen en geweren overmeesterd hebben? Of was het met een valstrik? Hoe is het zover gekomen dat dit wilde exemplaar zich heeft laten vangen?
Dat staat er dan niet bij hè, als je wilde perziken koopt.

Eerlijk gezegd heb ik het wel eerder geprobeerd, in de afgelopen jaren, met die wilde perziken. En tot nu toe ging het ook altijd wel goed. Maar het blijft spannend! Stel je voor dat ze na vertrek uit de winkel helemaal door hun plastic dakje zouden springen van gekkigheid. Of dat ik niet veilig thuis zou komen op mijn fiets omdat de wilde perziken het zo bont zouden maken.
Wanneer zouden ze hun echte wilde aardje tonen. Daar wilde (…) ik wel eens achter komen.

De eerste dagen bleek mijn veiligheid geheel geen gevaar te lopen. Mak als zachte zoete perzikjes lagen ze keurig in hun bakje. Wat dat betreft verschilden ze niet zoveel van de eveneens aangeschafte zachte zoete abrikozen. Daar had ik dan ook helemaal geen zorgen over. Die zachte zoete abrikozen, daar hoef je niet zoveel reuring van te verwachten.

In afwachting van de perfecte staat om opgegeten te worden, legde ik ze nog even rustig in hun plastic bakje op het aanrecht. Enkele dagen tot rust laten komen. En ook om hun ware aard naar boven te laten komen.

Dat is gelukt.

Wat blijkt? De wilde perzik is echt wild. Maarr, ´t zijn wel stiekemerds. Toen ik een paar dagen geleden op een ochtend een perzik pakte voor een sappigheidscheck, vertoonde deze sporen van flinke nachtelijke uitzinnigheid. Allemaal witte wollige vlekken werden zichtbaar op hun zachte velletje. Ik denk echt dat ze die nacht flink tekeer zijn gegaan.

Het zag er werkelijk heel onsmakelijk uit. Ik heb ze nog een tijdje laten liggen in de hoop dat het wat weg zou trekken. Maar het werd alleen maar erger. Niet te eten!

wilde perzik blauwe plekken

Conclusie: Houd de wilde perzik dus goed in de gaten, eet ‘m op tijd, voor hij wild wordt. Of lees het etiket meteen zodat je weet dat ze in de koelkast bewaard moeten worden om verdere rijping te voorkomen..

Loopt u liever geen risico, koop dan zachte zoete abrikozen. Want zoals verwacht, liggen die nog steeds heerlijk zacht en zoet in hun bakje, zo lief en snoezig, om op te eten eigenlijk…

En aldus geschiedde…

zachte zoete abrikozen perziken