8

Glazenkast

hoedje

Mijn zoon wil een glazen kast. Of een glazenkast.
Dat maakt op zich niet uit. Zolang zijn hoedje van papier er maar in kan. Dat zou zo mooi passen. Dan klopt het liedje namelijk ook weer. Je weet wel.

Ik kan eigenlijk wel een aparte rubriek beginnen over oprispende hobby’s van mijn jongste.
De hobby van deze week is: 1 2 3 4: Hoedjes van papier. En vervolgens een bootje van papier.

Mooi dat daar op school aandacht voor is. Vroeger hield het vouwen na groep 2 wel op. Vouwde je je voordien een slag in de rondte met al die vouwblaadjes op de kleuterschool, in groep 3 was het blijkbaar opeens niet meer belangrijk.
Ik ben blij dat origami onderwijs tegenwoordig ook nog aandacht krijgt in groep 6.
Wat zeg ik, zelfs op het voortgezet onderwijs is het weer belangrijk.
Toen F-je zich vorige week aan het oriënteren was op haar vervolgschool na groep 8, mocht ze bij een proefles op een school in de buurt zo veel mogelijk vliegtuigjes vouwen. Het idee erachter werd me niet helemaal duidelijk. Iets technisch, of met samenwerken of handvaardigs, zoiets. Vervolgens mocht ze naar een Engelse les.
Het was haar daarna meteen duidelijk waar ze volgend jaar naar school wil.
Niet naar deze school dus… ‘Mam, ik geloof dat deze school niet zo bij me past.’

Maar allez, een hoedje is voor mijn zoon toch een mooi begin. ‘Ik heb eindelijk eens geleerd hoe ik een hoedje moet vouwen,’ roept Billy enthousiast vouwend. En flop, vouw vouw vouw-  ‘Dan maak ik er zo een bootje van!’|
Hoppa, het volgende papier wordt uit de printer getrokken.
‘Kijk, ik zal het nog ’s doen’ zegt hij geduldig.
Vouw vouw vouw…
‘Wil je een hoedje mam?’
‘Ja hoor’ zeg ik enthousiast.
Flapperdeflap – daar overhandigt hij mij al het hoedje. En ik zet ‘m op.
‘Hij is wel iets te klein.’ Peinzend kijkt hij me aan. ‘Tja… eigenlijk moet ie groter.’
‘Móet ik ‘m ophouden?’
‘Dat mag je zelf weten’
‘Dan zet ik ‘m af’
‘Goed hoor. Dan maak ik er een bootje van.’hoedje-bootje

En zo is geen papier meer veilig, heel klein maar ook groot, kranten, folders, snoeppapiertjes. Het zijn de hoedjes van papier, wat de klok slaat hier.  En daarna bootjes van papier. Want van hoedjes kun je dus bootjes maken. Dat is de grap.

Opeens hoor ik zijn adem stokken en zie hem naar de muur staren, waar een grote gebiedskaart hangt van 2 x A 0 papierformaat, en zegt dromerig: ‘Oh, hier kan ik een Heel Groot hoedje van vouwen.’
‘Uhmme, je kunt ook overdrijven schat’ roep ik.

Terwijl we de volgende ochtend de tas inpakken  voor een nieuwe dag origamiplezier op school, vraag ik me af wat ik met al die hoedjes / bootjes in de keuken moet.
‘Ohh, Ho… Ja… die neem ik wel mee naar school. Die ga ik verloten.’ Roept onze vouwkunstenaar, terwijl hij de bootjes bij elkaar grist.

Ik vraag voorzichtig of er wat vraag naar is, naar die hoedjes/bootjes. Hij is overtuigd van wel. ‘Vooral deze kleine gekleurde, die vinden ze wel speciaal.’
‘Ah ja, tuurlijk.’

Dat verloten, is trouwens zijn tweede leuke hobby deze week. Hij verloot namelijk ook graag. Met getallen onder de 20. Misschien heeft hij dat ook op school geleerd.

Zo kan hij het broodje ei waar hij geen zin had, maar Fje wel, mooi verloten. Aan haar dus.
Dan zucht hij: ‘Ik hoef niet meer’
‘Ik wil ‘m wel!’ roept F-je dan.
‘We gaan loten. Moet je raden. Getal onder de 20’ zegt meneer.

Eindeloos lang duurt het, voor ze het goede cijfer onder de 20 heeft geraden. Maarrr, dan is ie wel voor haar!
Zo blijven we lekker bezig.

Dat brengt me plots op een idee. Voor een beetje meer feedback op deze blog, want het blijft vaak wel wat rustig bij de reacties hieronder. En ik heb fantastische prijzen te verloten! Werkelijk waar.

Wat gaan we doen:
Ik heb een Getal in mijn hoofd.
Jullie Moeten Raden Welk Getal. (Vul in bij de reactie.)

Voor de mensen met het goede antwoord liggen de prijzen al klaar.
Hele Speciale!

liedje

0

Een schot in de roos

pijl-hoofd

Mijn jongste zoon werd getroffen door een pijl. De pijl zoefde even daarvoor nog door de lucht, onderweg naar zijn doel: de bullseye, de rode punt op het dartbord. Daar zou de pijl echter nooit arriveren omdat daar onderweg opeens het hoofd van mijn zoon verscheen. De punt boorde zich in het zachte vlees van het jongenshoofdje, bij zijn slaap.

Mijn zoon had kunnen neerstorten, dodelijk gewond, amechtig hijgend op de zoldervloer.

Ik was er niet bij, daar op de zolder, toen hij en een vriendje illegaal aan het freestyle-darten-zonder-regels waren. Dus; of vriendje te snel gooide, of dat de pijl een rare afwijking had, of dat mijn zoon alvast te vroeg opdook om pijltjes te rapen, zal ik nooit weten. De pijl trof een ander doel.
Ik stel me voor dat hij bedremmeld zijn ogen schuin omhoog draaide en beduusd knipperde toen de rode vleugeltjes van het pijltje zag die in de buurt van zijn ogen bleven hangen.

Hij wist vervolgens niet hoe snel hij naar beneden moest rennen om licht geschrokken te vragen of iemand dat pijltje eruit wilde halen. Ik dacht eerst even dat het weer een geintje in de rubriek ‘flauwe grappen en grollen’ was. Dan was ie goed geslaagd geweest. Want van grappen in die categorie, van een afgehakte (plastic) vinger in een lucifersdoosje, die opeens kan bewegen, nepdrollen, horrorclowns, vieze beesten, stiletto’s die in het lichaam lijken te verdwijnen, ben ik de grootste liefhebber hier.
Mijn kinderen vinden het op zich ook wel grappig, maar als je eigen moeder er zo om moet lachen, moet je bij jezelf natuurlijk wel even ernstig nagaan of het echt nog wel zo leuk is.

Zo had ik laatst pissebed/duizendpoot-achtige beestjes gekocht op de Halloween afdeling- van de Action en bij alle kinderen wat beestjes onder hun dekens verstopt. En bij man nog een op het kussen. En een (snoep)gebit onder de kussens.

pisbed
En dan wachten… spannend…!
En terwijl ik me beneden zat te verkneukelen in afwachting van de eerste geschokte gillen en kreten….   …   …

Nou ja, niks dus.

De kinderen hebben waarschijnlijk zuchtend de beestjes uit hun bed geplukt en op hun nachtkastje neergelegd -en een paar in mijn bed-. Dat snoepgebit hebben ze gewoon in bed opgesabbeld. Grappig hoor mama.

Man bleek later het beestje bij mij op het kussen te hebben gelegd, waar ik het ’s nachts zuchtend vanaf haalde.

Maar in die categorie bleek het geintje met het pijltje dus niet te vallen. En als het om echt bloed en enge dingen gaat, haak ik meestal snel af. Wat dat betreft ben ik echt een flutheld. Ik draaide me snel om, je kunt tenslotte maar beter voorkomen dat je flauwvalt, en mompelde naar Man dat hij even moest kijken, wat ie natuurlijk al lang aan het doen was.
Man is gelukkig meer van het koelbloedige soort, bleef rustig en trok de pijl er snel en voorzichtig uit.
En zonder een spoortje bloed. Wat dan ook wel weer een beetje eng en verdacht was.
‘Ach, ik had er eerst even een foto van moeten maken’ zei hij daarna.
‘Ow, sukkel, da’s nou te laat’ zuchtte ik.
Het liep gelukkig dus allemaal goed af.

Zo kun je wel schrikken van je kinderen.

Want in diezelfde week reed ik in de auto naar huis, ik was nog maar enkele kilometers van huis verwijderd, toen mijn telefoon ging. Ik griste ‘m uit mijn tas en zag ik dat ik gebeld werd door ‘Thuis’, dus  nam ‘m snel op en riep: ‘ja met mij!’ zette de auto aan de kant zodat ik rustig de telefoon kon opnemen om te bellen…


Dus, ik nam op en schrok me een hoedje want ik hoorde een onbekende mannenstem aan de telefoon. Wát hij zei, kon ik eerst niet goed  verstaan. Hij had het over mijn portemonnee, of zijn ov kaart daar nog in zat, zoiets.

Huh?

‘Maar met wie spreek ik dan?’ vroeg ik verbaasd.

‘Jaha, hm, zucht, met Bram’.

Bram? Ooh, klinkt zijn stem-met-de-baard-in-de-keel zo aan de telefoon. ‘Ik kom eraan, ben al bijna thuis’ riep ik. baard-inkeel

Ja, ik heb wat te verduren als moeder, dat zie je maar weer.

Maar… meestal valt het mee.
En… de ene keer is het erger dan de andere keer.
Of, zoals het oude spreekwoord zegt:

Beter een baard in je keel dan een pijl in je hoofd.

0

Aanstootgevend bloot en drollen

44818_oranje-boven

bron: nonasharon.tumblr.com

We hebben tegenwoordig steeds vaker aanstootgevend nieuws. Of, beter gezegd; nieuws over aanstootgevende zaken.

Neem nou het oranje honden drollen-spektakel. Dat vond ik persoonlijk wel het leukste aanstootgevende nieuws van de afgelopen maand. ‘De Brusselse gemeente Etterbeek gaat hondenpoep te lijf door deze niet direct weg te halen, maar te bespuiten met een fluorescerende oranje kleur’. Stond er in de krant.
Zo hoopt ze hondenuitlaters bewuster te maken van de viezigheid die ze achterlaten.

Nou zal het in Etterbeek wel meer nodig zijn dan in welke andere plaats dan ook, maar ik zou het ook in Nederland wel een strakke actie vinden. Juist in Nederland eigenlijk, zou ik oranje hondendrollen heel feestelijk vinden.

Ik neem, als ik eerlijk ben, als ik m´n hondje uitlaat, ook liever een spuitbusje oranje mee dan zo´n plastic zakje, waar ik het drolletje in moet schuiven.

Een oranje spuitbusje voor alle vieze dingen.
Zoals vrouwen in rokjes met knielange laarzen. Als je als vrouw in een rokje met lange laarzen in Amsterdam-West achter een balie staat, heb je een probleem. Dan geef je aanstoot aan bepaalde mensen. En dat moeten we natuurlijk niet hebben.
Het is goed dat we dat nu weten.

Met een rok-gebod op mijn werk, dacht ik tot voor kort, met een rok en knielange laarzen in refoland, het toppunt van zedigheid te zijn. Blijkt het nu opeens weer schaamteloos ongepast te zijn. In Amsterdam dan.
Hier zijn ze voorlopig nog niet zover.

Het zou natuurlijk kunnen dat de roklengte er ietsje mee te maken heeft. Maar een rok is een rok. Daar moet je dan ook weer niet al te moeilijk over doen. En hoe hoger de laarzen hoe meer lichaam bedekt is, als het daarom gaat.

maxima

Wat ik zelf aanstootgevender vind, is babygehuil.
Toen ik de vorige week mijn wekelijkse boodschappen wilde halen, werd ik behoorlijk uit mijn concentratie gebracht door allervreselijkst gehuil van een kleine hongerige baby. Het arme kind huilde zo hartverscheurend dat aanstonds zelfs bij mij de melk weer toeschoot.

Ik kan echt buitengewoon slecht tegen gehuil, ik word er heel onrustig van en mijn denkvermogen neemt dan acuut af.

babyVerdwaasd dwaalde ik met mijn lege karretje door de winkel, want ik kon plots niet meer bedenken wat ik nodig had.
De moeder bleef echter heel geduldig en ook het kleine peuterbroertje bleek ontroerend lief voor het babybroertje.
Ik geloof niet dat ik destijds, met een jankende baby in een Maxi-Cosi in winkelkarretje, en dreinende peuters eromheen die zeurden over snoepjes en opschieten, zo Zen was gebleven.
Ik had er best even over willen nadenken hoe ik zou zijn geweest, maar dat alles heb ik jaren volop lopen verdringen, dat het me zo niet te binnen schoot. Bovendien bleef de baby maar janken dus  van nadenken kwam het niet echt.

Tot het opeens weer stil was. Dat realiseerde ik me enkele minuten later. Het werd plots weer helder in mijn hoofd.
Hoe had ze dat voor elkaar gekregen, die Zen-moeder!

Ik liep nog een rondje en zag een moeder iets tegen haar peutertje zeggen… terwijl ze met 1 arm in de diepvries hing om naar het gehakt te grabbelen en onder haar andere arm haar baby vasthield, die aan haar borst lag te lurken.
Lekker stil.

Er zijn mensen, vooral mannen, die het aanstootgevend vinden. Blote borsten. Vooral met kinderen eraan, vinden ze ongepast en ieuw. Die mannen vinden blote borsten alleen kunnen in vieze blaadjes die ze in hun schuurtje onder een geheime luik verstoppen.  Maar niet voor baby’s, jakkie.

Nou… mannen, wat is dat nou voor bekrompen gezeur. Bang voor bloot? Doe ze dat maar ’s na!
Zo’n moeder is gewoon echt Top! less.
Hoppa, you go girl, gewoon doen met die borsten waarvoor ze bedoeld zijn.

Al die vermeende kuisheid ook van tegenwoordig. Alsof dat hetzelfde is als, ik noem maar wat, poepen op straat.

Hoewel ik daar sinds kort ook niet meer mee zit. Gewoon oranje spuiten.

hondenpoep_etterbeek

2

De luiaard

‘Mam, weet je’ zei mijn jongste zoon afgelopen week ‘kijk, je hebt een luiaard, een luipaard en een lui paard’.
Dat was een waarheid als een paard zo op de vroege ochtend.

Toen vroeg ik hem wat hij dan was.

‘Oh, ik ben een luiaard’ sprak hij. Jawel, da’s waar. Het is dan wel een van de meest energieke luiaards is die ik ken maar ook hij heeft natuurlijk zo z’n slome momentjes.

luiaard, luipaard, feestje, aartslui

Laat de luiaard is dan ook mijn favoriete lievelingsdier zijn. Na de egel dan. Soo cute!

‘Ik ben ook een luiaard’ zei F-je, die aan handen en voeten onder aan de trap hing.

‘Nou nee, jij bent gewoon een lui paard’ zei Billy.

‘Nietes’ gilde F-je, terwijl ze van de trap sprong om haar broertje op z’n hoofd te timmeren.

Ik meng me bij voorkeur niet in dergelijke discussies en ruzieachtige aangelegenheden dus ging snel naar boven om nog even mijn tanden te poetsen in de hoop dat de ruzie in de tussentijd opgelost zou zijn. En awel, dat bleek zo te zijn. Men had alweer een ander onderwerp bij de kop.

Zoals wanneer-hun-kinderfeestje-nou-eens gehouden mocht worden. Daar spraken mijn luiaardjes onderweg op de fiets over.

Feestje. Van de verjaardag ja.

F-je was in april jarig. Dus het is nog maar een half jaar geleden. Je kunt van me zeggen wat je wilt; maar uitstellen da’s een vaardigheid die ik onder de knie heb. Ja, laat mij maar schuiven.
Het heeft zelfs wel eens een heel jaar geduurd voordat we haar kinderfeestje vierden.

Dat bleek buitengewoon handig, want toen konden we meteen haar volgende verjaardag vieren. Maar goed, daar kun je niet elk jaar mee komen aanzetten.

Wat het precies is weet ik niet maar ik vind kinderfeestjes behoorlijk ingewikkeld. Gewone feestjes niet, die zijn, zoals het woord al zegt; gewoon leuk.
Kinderfeestjes; iets in de combinatie van een datum prikken, de gastenlijst; ‘die mag komen en die niet want ik was ook niet op haar feestje de vorige keer terwijl ze de keer daarvoor wel bij mij was geweest’- en als dat is opgelost, iets leuks bedenken, voor kinderen, wat niet te saai en niet te duur, niet te lastig en niet iets wat de ander al eens heeft gedaan, en wat doe je als het regent. Zoveel dingen om over na te denken.

Een datum prikken is alleen al een probleem. Er is altijd wel wat leukers anders te doen. Natuurlijk heb ik ook wel eens een vrije zaterdag, maar da’s dan ook wel weer belangrijk voor een mens, zo’n vrije zaterdag.

En ideeën… die zijn er wel, maar daar wordt het zo druk van in m’n hoofd, dat er weinig meer uitkomt.

Schrijf het dan even op, zegt man-verstandig in zo’n geval.

Dat doe ik nu dus.
HaHa.

Jaaaa, hij is bedoelt natuurlijk een lijstje.
Maar dat moet je ook kunnen, zo’n lijstje maken. Een lijstje; da’s voor mensen die er het type voor zijn, de echte lijsters.
Ik probeer het wel, heus, maar als ik een lijstje maak, klopt het nooit. Het maken alleen al is een karwei. En daarna krijg ik ‘m nooit goed afgestreept.

lijstje

Maar.. met de pauzes gaat het nog wel goed.

Ik weet dus niet wat het is, maar een kinderfeestje is voor mij zogezegd niet meteen feestje. Vooral vooraf niet. Ik ga veel liever… een boek lezen ofzo… of chocola eten. In m’n eentje.

Natúúúrlijk mensen, ik heb best wel wat over voor mijn luiaardjes, dat wel. Waarlijk wel. Maar… ik weet het niet.

Of eigenlijk…

weet ik het natuurlijk wel:

Het zit in de familie, stelletje aartsluiaards dat we zijn, en het geeft allemaal niet; ik ben gewoon ook een luiaard!

luiaard

1

Stilte voor de storm

Als hij fietst, dan waait de wind langs zijn oren. Waar hij gaat, daar is het oppassen geblazen. Storm heet hij.

Een paar weken geleden inmiddels, leerde ik Storm kennen. In alle rust fietste ik op een pad door het parkje, tot ik links van mij een klein jongetje op een loopfietsje door het gras mijn kant op zag racen en rechts van mij een verwilderde moeder uit de bosjes zag komen die wanhopig riep:´Kijk dan uit! Let op Storm! Stoppen! Luister dan ook! Wat zeg ik nou Storm!´

storm

De moeder, type vrije school-moeder, ik zie zoiets in een oogopslag, was waarschijnlijk net in alle rust tussen het struikgewas, eetbare paddenstoelen en wilde kruiden aan het verzamelen voor de avondmaaltijd zonder pakjes en zakjes, toevoegingen en E-nummers. Dit vreedzame plukmoment werd nochtans wreed verstoord door het onbenullige en stormachtige gedrag van zoontjepoontje.
Dat krijg je ervan als je je kind Storm noemt dacht ik toen.

Je moet namelijk altijd goed nadenken voor je je kind een naam geeft. Een naam doet iets met een karakter. Het moet dus wel kloppen. Een Storm kan bijvoorbeeld nooit heel fijn, een rustig kind worden. Dan gaan andere mensen hardop tegen elkaar zeggen; ‘Wat een rare naam voor zo’n kind, dat past toch totaal niet bij zo’n stille Willy? Is ie wel normaal?´ In zo’n geval krijgt het kind dan laat of vroeg óf een vervelend complex, of een lastig etiketje en daar heb je het maar druk mee. Wil je een braaf oplettend kind, dan kun je ’m beter Willem Frederik Hendrik noemen.

Ik vond, moet ik bekennen, Storm destijds eventjes ook wel een leuke naam voor ons ongeboren kind m/v, omdat het zo stoer klonk. Maar man vond het idee minder geslaagd en zei: ‘Daar krijg je gedonder van’.
Daarover nagedacht hebbende, hebben we ons laatste kind  maar ‘Stil’ genoemd.
(Zonder t)

Want dat leek ons wel handig na die eerste drie.

Helaas, ik geloof dat de boodschap in zijn geval toen toch niet helemaal goed is doorgekomen. Waarschijnlijk had dat te maken met de oudste drie. Als je te vaak ‘Stil!’ roept, weet zo’n nieuw kind ook niet meer waar het aan toe is.
Hadden we toch niet goed genoeg nagedacht over de consequenties van deze naam.

Storm had de boodschap in ieder geval wel goed begrepen. De wind waaide door zijn wilde lange haren. Daarom zat het ook helemaal in de war.
Maar het kán ook zijn dat zijn moeder dat had gedaan. Misschien wel expres, om erbij te horen. Juf Freya moest natuurlijk niet denken dat moeders’ de creativiteit van hun kind liet beperken door een strak kapsel. Echte Vrijeschool-moeders hebben belangrijker zaken aan hun hoofd. Die hoeven niet in de nieuwste mode te lopen. Daarom hebben deze kinderen ook vaak rare 6e hands kleding aan. Zoals dat gekke fascinerende jaren 70- tuinbroekje dat ik laatst bij iemand zag.
Ik heb er een hele tijd over na moeten denken hoe ze aan dat broekje zijn gekomen. Eerst dacht ik nog dat het bij oma van zolder kwam, maar dat idee heb ik snel laten varen want geen mens bewaart dat soort kleding. Het zou ook kunnen zijn dat ze stad en land waren aflopen in hun geitenwollenkousen, om in een zoveelstehands kledingwinkel onderin een ouwe doos dit collectors-item te vinden. Uiteindelijk kunnen ze het ook gevonden hebben op een internet feestwinkel bij de ´foute themafeestjes´.
Vrijeschool-ouders weten op de een of andere manier altijd heel bijzondere imagoversterkende items te vinden.
Of je wilt of niet; ook het vrije denken kent zo z’n verplichtingen en dus beperkingen en grenzen.

Ik heb trouwens volstrekt geen last van vooroordelen hoor, mocht u die indruk krijgen.
Ik vind het allemaal helemaal prima, dat vrije denken. Vrijheid blijheid.
Wat dat betreft zou ik een prima vrije-school-hulpmoeder kunnen zijn. En dan natuurlijk geen leesmoeder over overblijfouder, want dat is niet nodig daar, maar aan het vak ‘vaag filosoferen’ bijvoorbeeld, zou ik beslist een uitstekende bijdrage kunnen leveren.

Helaas zijn mijn kinderen er geen types voor.
Zulke lange warrige kapsels zou ik persoonlijk nog wel handig vinden maar daar hoef ik thuis niet mee aan te komen. Onze jongens prefereren hun haar in een kaarsrechte zijwaartse brillantine scheiding met lijntjes van de kamstrepen, terwijl de meisjes hun haren graag in twee strakke vlechten met een keurige strik onderaan dragen.

Daarom fietsen wij altijd, als de wilde kapsel kinderen linksaf slaan, een stukje rechtdoor naar een keurig nette school met keurig nette kindertjes waar kinderen worden gebracht met degelijke fietsen of nette auto’s in plaats van in roestige oude rammelbusjes.
Dat komt uiteindelijk waarschijnlijk allemaal door de keurig nette namen die ze hebben gekregen van hun ouders. Daar kunnen de kinderen niks aan doen. Keurig net, maar wel beperkt in hun creativiteit.

Goed, hoe liep het nou met Storm en mij af. Dat wordt nu onderhand wel behoorlijk spannend natuurlijk.

kind fiets

Op het moment dat ik hem passeerde, wist Storm toch ruim op tijd te stoppen, met z’n loopfietsje. Ik hoorde moeder het kind nog wat vermanend toespreken. En ik fietste rustig door naar huis. Einde.

Het was zogezegd, eigenlijk, niet meer dan ‘Storm in een glas water’.

0

Piraterij

Er liggen twee schepen midden in de kamer. Lekkere zachte schepen. Ze zijn gemaakt van dekbed.

Of misschien is het ook wel één schip. Met twee eensgezinde kapiteins.

De ene kapitein vraagt aan de andere: ‘kan ik nog wat voor je doen?’

‘Ja’ zegt de andere kapitein ‘maak maar een lekker potje eten voor me’.
Aldus geschiedt.
Zogenaamd ja.
piraterij, boot, dekbed, ruzie, opdringerig
Aan de opvarenden zal het niet liggen, wat hen betreft wordt dit een voorspoedige reis op het zachte schip.
Maar die gevaren hè, op zee. Ben je net lekker aan het varen, komt er opeens een irritante belager over het schip gestapt.

Mamaaaa! Hij neemt extra kleine stapjes met z’n vieze voeten’ roept Fje. ‘En ik heb mijn dek nog wel net geschrobd.’

Ja, je bent mamaaaa of je bent het niet. En ‘streng’ is my middle name, dus vanuit mijn luie stoel roep ik streng:

‘He, BaasB, nam je extra kleine stapjes over het pas geschrobde dek?’

‘Jahaha’ kakelt hij gemeen.

‘Heb je aandacht nodig?’

‘Jahaha’

Opdringerige kindertjes kunnen zóóó vervelend zijn. Vertel mij wat.

Jarenlang heb ik ervaren, dat als ik met mijn kapitein eens eensgezind op een zacht scheepje lag, of ergens anders knus dicht bij hem stond, er zich dan plots een of meerdere opdringerige kindjes tussen drongen, die ‘ik ook, mij ook!’ riepen.
Dan was het weer gedaan met de pret.

Edoch; het kan verkeren, realiseerde ik me vandaag.
Terwijl ik in de keuken genoeglijk een knusje stond te bietsen bij mijn kapitein en ondertussen mijn handen opwarmde onder zijn warme trui, liepen de eens zo opdringerige kindjes hard weg terwijl ze riepen; ‘Iiieeeuw, niet zo klef!’

Och, er zijn mindere manieren om van je belagers af te komen.

1

Het V-woord

En zo zit ik opeens weer in een krakend vers nieuw jaar. Met weer vele enkele goede voornemens, waar het tot nu toe uitstekend mee gaat.

Zo gaat dat, de oliebollen zijn op, kerstversiering is opgeruimd, mijn laatste thriller (van Jane Casey dit keer) is uit – de moordenaar zit vast, de handen zijn geschud, beste wensen uitgesproken en de koortsige vuurwerkgloed op de gezichten van mijn jongens is verdwenen.
De vrede keert weder. We kunnen weer een jaar (min 1 week) vooruit zonder waarschuwing op het verboden V-woord.

Want hoe irritant is het om onder het koken of nog erger; onder het oplossen van een paar lugubere moordzaken, steeds gestoord te worden met gezeur over V.uurwerk. Nee, doe mij maar een sappige moord. Niet in het echte leven uiteraard, maar ik ben gek op spanning en sensatie in een boek. Hoewel ik ook niet vies ben van een Scandinavische misdaadserie op tv of dvd.

thrillers, spannend, boek

Ik moet zeggen dat het qua gespreksonderwerpen tot aan de kerst nog wel behoorlijk vuurwerkvrij was. De vuurwerkfoldertjes had ik vakkundig weggewerkt, en dat leek z’n vruchten af te werpen.
De maaltijd op eerste kerstdag werd ook nog vredig doorgebracht met een discussie over ‘doodstraf wel of niet’, ‘hoe moet de doodstraf worden uitgevoerd’ (stoel, injectie of toch liever een kogel) en de keuze voor de laatste maaltijd, ‘het galgenmaal’.  galgenmaal
BaasB, die zich goed had ingelezen is in dit onderwerp, vertelde ons dat de ene gevangene koos voor een uitgebreid ontbijt of een maaltijd van KFC, terwijl een andere ter-dood-veroordeelde koos voor enkel een olijf-met-pit. Saillant detail is dat men de pit na z’n dood terug vond in de zak van zijn kostuum. Wie wat bewaard…
Uiteraard waren de meningen ook over dit alles weer zeer verdeeld.
BaasB zou het in dat geval wel weten; een flinke maaltijd uiteraard. Nonus als MacD-addict wil dan natuurlijk wat van de MAC. Mocht ze de doodstraf krijgen dan hè. Jaah…
Mij zou de eetlust wel vergaan op zo’n moment. Dacht ik hoor. Maar ik kan er nog even over nadenken.

Maar goed, toen het voorbij was met de kerst, was er nog maar 1 ding waar Billy aan kon denken. En over praten. En over zeuren. En herhalen. En herhalen. O ja dat had ik al gezegd HAHA.
Het verboden V-woord mocht dan niet meer gezegd, maar bleek ook geschreven en omschreven te kunnen worden.

vuurwerk, v, De oorlog was in de kleine man.
De weldaad van het leven in vrede lijkt mannen, groot en klein, op sommige momenten toch opeens bij de keel te grijpen. Bij gebrek aan echte beschietingen en veldslagen, worden vele kerels tegen het einde van het jaar helemaal wild bij het idee van gruwelijk zware knallen, wrede knappers, denderende explosies en meedogenloze lichtflitsen.

Gelukkig kwam er ook bij ons echt vuurwerk. Uit Duitsland gehaald zelfs. Dat hadden we 70 jaar geleden ook niet kunnen denken…
Wel jammer voor Billy, dat hij het voor 12 uur al op had. ’s Middags dus, 12 uur a.m. We hebben eigenlijk weinig spectaculairs gezien in het daglicht. Wel gehoord.
Uiteraard is het volstrekt onverantwoord om een 7-jarige vuurwerk te laten afsteken, dat vond ik ook toen ik nog geen jongens had. Maar ik heb dat losgelaten, het is niet tegen te houden.

Gelukkig kon Billy ook rond middernacht nog goed praten. En vragen. Zo wist hij her en der wat af te troggelen zodat hij vanaf 00.00 uur ook weer rottige knallers en vurige pijlen kon afsteken.
Nu de mistige kruitdamp is opgetrokken, wordt het weer een serene Kruid-hof (jaaa héb je ‘m?) van weleer. Het V-woord is in rook opgegaan en zal ik voorlopig niet meer horen.

Het is 2015. En ik kan verder met een volgende moord.      thriller, boek, spannend

Een heel vurig maar vredig 2015 toegewenst!