0

Wat zeg je?

Ik heb een Oost-Indisch verleden.
Dat zou je niet zeggen als je me ziet.

voc
En dat is nu ook wel voorbij hoor.

Ik ben namelijk een beetje doof. En nu echt.

Altijd gevaarlijk, als je roept dat je nooit ziek bent. Vroeg of laat krijgt een of ander virus je toch weer te pakken. En zo kwam bij mij een virus aanwaaien die mijn keel deed opzetten zodat ik vreselijke keelpijn kreeg en ik een dag niet kon praten.
Het was heel rustig die dag.
Gelukkig was de keelpijn na die dag verdwenen. Helaas steeg de zwelling een stukje op naar mijn oor. En een dicht oor is super lastig.

Vage mededelingen en haastige gesprekjes bleek ik plotseling niet meer te kunnen opvangen. De t.v. stond gisteren aan en ik verstond er niks van, besefte ik een tijd later pas.
Na 20 minuten vroeg ik aan Man-met-de-afstandsbediening of ie wat harder kon, want ik verstond er niks van. Verstoord keek hij mij aan.
Speciaal voor mij had hij op deze zender geduwd (omdat ik geen voetbal en actiefilm bliefde te zien) bleek ik dus al 20 min voor niks te hebben gekeken naar iets wat ik wilde volgen maar niet kon horen, en hij ook, naar iets wat hij niet wilde zien en wel moest horen.
‘Sorry,’ piepte ik ‘maar ik ben een beetje doof’.
‘Ja, Oost-Indisch zeker.’
Alsof ik voor mijn plezier koloniale trucjes zat uit te halen. Als ik dan ’s een beetje ziek ben, wel een beetje respect graag…

oostindisch

Eerder die avond, tijdens het eten, ving ik ook al iets niet goed op. Over het eten. Dat het lekker was ofzo. Maar dat moest ik wel zeker weten natuurlijk.
‘Huh, wat zei je?’ vroeg ik toen.
‘Dat dit hele lekkere snert is 10’ zei man.
‘Ze wou het gewoon nog ’s horen’ verdacht oudste dochter me.
‘Nou nee, mijn oor zit dicht, ik ben een beetje doof’, mompelde ik’.
‘Jaja Oost-Indisch zeker.’

Dat is wel verdrietig, om niet geloofd te worden. Om nu steeds beschuldigd te worden van Oost-Indische doofheid.
Vaak klopt het, maar nu ik op dit moment even echt slechthorend ben, voelt het zo oneerlijk.

Er zijn nu eenmaal dingen die ik graag wil horen.
Er zijn trouwens ook dingen die ik niet wil horen.
Ik bleek namelijk al misofonie te hebben, en kan ik sommige dingen heel moeilijk wegfilteren, zoals eetgeluiden, maar dit terzijde, zie: klik

Maar soms lukt dat filteren me best wel weer redelijk.
Zoals toen Billyboy me weer eens belaagde met zijn kletspraatjes, die overigens vaak heel gezellig zijn.
Goeie grappen en leuke verhalen, daar leg ik mijn werk en leesvertier graag voor aan de kant.

Maar als het gaat over computerspelletjes ,< gaap gaap>, You tube filmpjes die worden naverteld <zucht, haak af> en spannende voetbaltactieken <knikkebol- knikkebol> dan denk ik dat meestal wel op te kunnen vangen en combineren met goed getimede ’ja’s’  en ‘hm hm’s’ onder het lezen van een krant of boek.

Dat lukt helaas niet altijd even overtuigend.

‘He, luister je wel?’ vroeg hij af en toe waarschuwend.
‘Jajajaja, hm zeker’

Dus toen ik ondertussen een paar bladzijden verder was, wat overigens wel veel minder snel leest omdat ik steeds even uit m’n verhaal was om op gepaste momenten overtuigend gespeeld een verbaasde of instemmende blik te werpen, hoorde ik opeens een ander geluid vlak naast me.
Geluid als van pieptonen door het induwen van de toetsen van de telefoon.
Ik keek op en zag dat ik het goed had gehoord. Meneer zat zuchtend op de stoel en toetste overtuigende een reeks cijfers in.

‘Wie ga jij dan bellen?’ Vroeg ik verbaasd.
‘Hé? Oh…’
Had ik iets gemist? ‘Hé, wie bel je nou?’
‘Nou’, piep piep piep, ‘Ik bel even die man van Beter Horen’.

….

En dat… werkte heel goed toen.doof1

Maar misschien mag hij ‘m nu wel echt bellen.

oostindisch2

0

Als je sok maar goed zit

De O is weer in de maand.
In het kader van: kleine problemen die het leven niet ondraaglijk maar toch een tikkeltje lastiger maken, hebben we het vandaag over de O van, juist ja, sOkken.

Liever had ik ze niet nodig en zou ik bij voorkeur dagelijks een warm briesje tussen mijn tenen voelen wapperen. Maar het is niet altijd feest dus de sok mag weer aan.
Het zijn op zich prima voorwerpen, die sokken; beschermend, dempend en warm.
Dat laatste is met voeten ook best nuttig, want, zoals mijn vader vroeger altijd al zei: ‘Als je voeten maar warm zijn’.

held-sokken

Op het gebied van sokken zijn er, naast de geitenwollen-gevallen ook vele ontwikkelingen, zoals daar zijn: hoge sokken, lage sokken, sneakersokken, anti-zweet-sokken, bamboe-sokken, sokken zonder naadjes, sportsokken in allerlei kleuren, en.. Links-Rechts sokken, die meestal ook onder sportieve sokken vallen.

En over dat laatste wil ik het vandaag met jullie hebben. Ik heb namelijk, nou ja, ik heb dus ook L-R sokken. Zelfs diverse paren en verschillende types en kleuren.
Die trek ik meestal aan als ik ga hardlopen. De ene aan mijn ene voet en de andere aan mijn andere.

Ik heb nu een klein probleempje ontdekt:
Wanneer ik ’s morgens de sokken aantrek, is het meestal nog erg donker. Zeker vanaf oktober. Als ik dan, in het duister gauw mijn sokken aan wil doen, is het best wel even zoeken steeds, want de R en L zie je niet goed staan in het schemerdonker. Het is van belang, aangezien mijn rechtervoet toch wel heel graag de R-sok aan wil. En mijn linkervoet heeft hetzelfde, maar dan met de L.

Het is wel eens voorgekomen dat ik er, vlak voor ik mijn schoenen aantrok, achter kwam dat mijn R-sok aan mijn linkervoet zat. Ik heb ze gelukkig gauw nog kunnen omwisselen.
Het is ook wel eens voorgekomen dat ik er ná het hardlopen achter kwam dat ik R en L sokken aan de verkeerde voeten had zitten. Ik verbeeldde me toen opeens wel dat ik een stuk minder lekker had gerend.
Dat moest me dus niet weer overkomen. Sindsdien let ik er extra goed op.

Eigenlijk  wist ik tot voor kort niet eens bewust, dat ik met dit dilemma zat, tot ik mijn vader afgelopen week zag, zittend op de bank met zijn grote voeten olijk liggend op een poefje.
Mijn vader had, zag ik na een tijdje, ook sportieve ren/loop sokken aan. Met felrode L-R letters.

Het schokkende was, dat hij een L-sok aan zijn rechtervoet had. En de R-sok vanzelfsprekend aan zijn linkervoet.
Hij deed verder heel normaal, niet anders dan anders.

Ik heb er niks van gezegd.
Ja, ik zou als ik hem was, niet lekker meer zitten wanneer ik het wist.

Maar ik vroeg mezelf wel even af: waarom?
Waarom doe je zo’n sok aan de verkeerde voet?

Dat doet hij niet bewust, dat weet ik ook wel, het interesseert hem natuurlijk geen moer, zo’n lettertje.

Waarom maakt het mij iets uit?
En maakt het überhaupt wel iets uit?

Tijd voor een kort onderzoek.

Daar gaan we dan:

 

wp_20161009_21_51_52_pro

 

wp_20161009_21_51_29_pro

tenenkrommend

Dus: met ogen open: ‘brrr, erg’

Even met ogen dicht :’ …’

wp_20161009_21_52_48_pro

Hmmm, tja…

Nou even weer goed:

wp_20161009_21_53_30_pro

L kust R. Zie dan, hoe lief

 

Conclusie:

Het maakt geen moer uit. Zolang je het niet weet of ziet.

En als je het wel weet…
Dán heb je een probleem.

Gelukkig is dit probleem in dat geval betrekkelijk eenvoudig op te lossen.
Gewoon omwisselen.

Of links laten liggen natuurlijk.

 

 

 

 

0

Ik heb iets

Ik kreeg laatst een citroen van mijn dochter.
Ze bedoelde het niet vervelend.

Want het was eigenlijk een zeep. In de vorm van een citroen, en het ruikt waanzinnig lekker naar citroen. Of limoen of zoiets. Mijn kinderen weten waar ik van hou.

saponi

Ik bedacht me dat de dingen in het leven waar ik het meest van geniet, nogal primair van aard zijn. In mijn geval: Iets wat heel lekker ruikt of iets wat heel lekker smaakt.

Dat ik nogal van ruiken hou is bekend, in ieder geval hier thuis. Ik kan heel verheerlijkt keer na keer mijn neus in een bos bloemen steken, of snuiven boven de pas fijngestampte rozemarijn, tijm of basilicum. En man ruikt vaak ook extreem lekker. Daar heb ik hem op uitgekozen.

Daarentegen kan ik ook buitengewoon onpasselijk worden van vieze geuren. Het valt niet mee om daarmee fatsoenlijk om te gaan.

En met eten is het eigenlijk hetzelfde verhaal. Ik houd echt enorm van eten. Met name wel van lekker eten.
Nou verbeeld ik me niet dat ik me hierin onderscheid van de rest van de wereldbevolking, want eten, tja, da’s een behoorlijk primaire levensbehoefte. Maar het feit ligt daar.

Het afkeeraspect in het geval van eten zit ‘m, in het eten van  bij   door (??) andere mensen.
Natuurlijk, iedereen heeft recht om te eten. Ik eet zelfs graag een hapje mee. Maar het moeten aanhoren dat iemand eet…  vind ik weerzinwekkend.
Ik heb mijn gezinsleden lief, maar ze te moeten horen eten, met name als ik zelf niet eet, kan leiden tot verontrustende woedeaanvallen.

Ik zie zelf ook wel dat het wat sneu is, als ze, inmiddels al heel, heel voorzichtig een chipje in hun mond stoppen… en ik daarna nog tekeer ga en roep dat ze niet zo hard moeten eten en smakken en of ze asjeblieft willen stoppen met dat ge-eet.
Daarom stop ik soms mijn vingers in mijn oren. Dat ziet er vast opmerkelijk uit en het is lastig als ik de bladzijde van mijn boek wil omslaan.
Of ik neurie  of hummmm heel hard.

Zelfs als ik zelf eet, denk ik ook wel eens: ‘hoor mij nou eten’, maar van jezelf kun je toch altijd meer hebben he.

Toen ik laatst met dochter in de trein stapte, die klaar stond bij spoor 10…, jawel, kwamen we te zitten naast een stel met een zak chips. Het zakje was netjes opengevouwen en gruwel de gruwel, om de paar seconden deden ze een greep in het zakje waar ze een chipje uithaalden die ze met zo’n  schraap-schurend geluid in hun mond stopten. Daar werd ik erg onpasselijk van maar ik hield me in. Gelukkig was het zakje snel leeg.

eating chips

Maar toen ik even later weer een chips-hap-geluid hoorde, schoot mijn hoofd met een ruk omhoog.
Daar bleek een dame voor het chips-stel ook heerlijk chips te moeten eten. Dochter keek me verontrust aan toen ik hoorbaar door mijn neusgaten snoof.

En omdat het een lange reis was, werd de zelfbeheersing gedurende de reis vaker op de proef gesteld. De patat etende jongeren, de donkere mevrouw die een pakketje alu-folie openvouwde en al happend van een exotisch gerecht genoot, waarbij mij dat geritsel en de eetgeluiden niet kon ontgaan. De geur, die ongetwijfeld heerlijk paste bij het gerecht maar die minder heerlijk is als je het zelf niet eet, dwong mij om een hele tijd door mijn mond te ademen.

Op zich… valt met deze afwijking natuurlijk verder prima te leven, wat heb ik te klagen; ik ruik goed, ik kan uitstekend proeven, mijn gehoor is in orde…
Toch stond mij vaag iets bij, dat het iets is, wat ik heb. En omdat ik dol ben op etiketjes en labels (…) heb ik het nu onmiddellijk gegoogeld.

Wat blijkt? Ik blijk dus Misofonie te hebben.

Misofonie… blijkt een psychologische overgevoeligheid voor specifieke geluiden. Het kenmerkt zich door extreme afschuw van bepaalde geluiden die zelfs tot woedeuitbarstingen kan leiden. Wooow.

Dat is best erg. Toch?

Het leuke was wel, toen ik verder zocht, bleek dat ik waarschijnlijk geniaal ben! Ik bedoel maar!
Onderzoekers hebben namelijk een link gelegd tussen overgevoeligheid voor geluid en genialiteit.
Ik zou zelfs tot het rijtje van Darwin, Franz Kafka,  Marcel Proust en Anton Chekhov kunnen behoren. Zij konden, net als ik, ook etende mensen en andere vervelende geluidjes niet uitstaan. De theorie van het recente onderzoek gaat als volgt: mensen die ongewenst geluid er niet uit kunnen filteren, zijn creatiever. Hun geest zou in staat zijn om zich te concentreren op meerdere dingen tegelijkertijd, wat weer tot een grotere creativiteit zou leiden.

Er is ook therapie voor deze ziekte. Je schijnt er voor behandeld te kunnen worden.

Ik ben zelf alvast begonnen. (Ja je bent geniaal of je bent het niet)
Heel experimenteel hoor. En heel klein.

Het ging als volgt:

Vanmorgen nam ik een rijstwafel.
Met pindakaas.
Die nam ik mee naar bed.
Daar at ik ‘m op. In stilte. In m’n eentje.

Ging best goed. Dat kan ik langzaam uitbouwen denk ik. Over de vervolgsessies ga ik binnenkort nadenken.

Wie weet, wordt dat weer een inspirerende cursus.

Hoe dan ook; Let maar niet op mij.
Enne, eet vooral smakkelijk!

0

Doe mij maar traditie

Ik hou van tradities.

Ook in december, wanneer mijn stofzuiger ruikt naar dennenboom. En er een halve dennenboom in mijn stofzuiger zit.
Dan  vraag ik me soms wel eens af waar we mee bezig zijn. Maar ik hou nu eenmaal van tradities, dus mij hoor je nu niet klagen.

Bovendien mag je een gegeven paard niet in de bek kijken, zeker het paard van Sinterklaas niet. En helemaal zeker niet daar ik zelf verantwoordelijk ben voor de aanschaf en verdeling van de cadeaus.
Dat krijg je ervan als je niet los kunt laten.

Traditiegetrouw deelde ik dit jaar mee dat we dit jaar geen kerstboom zouden nemen. Want; gedoe, veel werk, lastig, naalden, zere handen. Enzo. Waarop iedereen weer teleurgesteld reageerde. Want; zo leuk en gezellig en knus en passend bij de tijd van het jaar.

Dus togen we dit jaar, zoals ieder jaar, met de auto naar hetzelfde nabuurlijke tuincentrum om de mooiste boom uit te kiezen. Op 5 december dit keer, zodat moeders meteen een mooi sinterklaascadeau had. Want Sint had dit jaar verder nog geen tijd gehad om iets voor haar te vinden.

Ieder jaar lukt het ons werkelijk de allermooiste boom uit te kiezen die bij terugkomst traditioneel weer veel groter blijkt dan eerst leek, daar in de open lucht.

De boom ziet er ook dit jaar weer prachtig uit. Zo buitengewoon authentiek, met z’n scheve stam en schuine top, waar geen fatsoenlijke piek in past. Da’s de charme, roept mijn man. Weer.

traditie boom

En die dennennaalden-geur uit de stofzuiger is natuurlijk ook charmant.  Dus geen kwaad woord over deze boom van Sinterklaas. Sowieso niet over Sinterklaas. Of … Piet in d’een of d’ande’re kleur.

Want de Sint gaf dit jaar nog meer mooie cadeaus;
Naast de, uiteraard, rijkelijk uitgedeelde chocoladeletters, kreeg Billy bijvoorbeeld een stuk kaas, helemaal voor zichzelf, waar hij nog steeds lekkere hapjes uit neemt. Nu kan hij iedere morgen zijn boterhammen rijkelijk beleggen met vele plakjes van zijn eigen kaas.kaas

Verder kreeg hij een muts met ooggaten. Eng, maar effectief tegen een koude boven-hoofd en bevroren oren.
En zijn mooiste cadeau vond hij het spel voor de Wii, Fifa 15. Daar werd door hem de volgende dag meteen het nieuwe voetbal-team uit dit huis aan toegevoegd: FC Kruidhof.
Met de praktische afkorting: FCK. Wat in deze lettercombinatie opeens opmerkelijk banaal oogde, waar de pubers in dit huis hikkend van de lach hem fijntjes op wezen.
Billy haalde z’n schouders op, zat er niet mee en speelde door.

Nonus’ plotseling oprispende sportiviteit van de afgelopen maand, werd door Sint beloond met een mooie sporttas en bidon. Ook F-je werd natuurlijk niet vergeten.
En BaasB maakt, sinds 5 december, hoe zullen we het noemen, verbazingwekkende camera-beelden, met zijn drone.

Dat geeft een nieuwe dimensie aan de reeks van beeldschermactiviteiten waaruit zijn leven grotendeels bestaat. Hoewel hij sinds kort, naast langdurig gamen, z’n eerste wankele schreden op het marktplaats-pad-der-handel zet.

Alreeds een jaar geleden heeft hij een account aangemaakt, dit om betrouwbaarder over te komen. Want ja, al wel een jaar actief op marktplaats- dan denkt men; dat moet wel goed zitten – is de gedachte.
Een gebrek aan vooruitziende blik kunnen we hem niet verwijten.

En nu staat er zijn handelswaar op. Bij antiek. En wel onder het kopje ‘bijbels en boeken’.

Vinden we daar: een blikje cola. Voor 1 euro. Dat loopt tot nu toe nog niet zo heel hard.

traditie cola

 

Ik vraag me ergens nog af, wat hij gaat doen bij een bieding, want het blikje is er al lang niet meer.
Maar het is uiteindelijk niet mijn handel.

Biedt Bram007 verder aan, onder Dameskleding, bij de ‘jurken’;
Een Pen.
Zo’n pen zou elke dame wel willen dragen, vanzelfsprekend.
Nou heeft hij al een bod van 10.000 euro.

traditie pen

Jammer genoeg is het niet mijn maat, denk ik:
‘Ik ben er lang niet dun genoeg voor’. Sprak ze, terwijl ik een hap van haar aller-laatste heerlijke chocoladeletter achteruit schrokte en de lege verpakking van de marsepein verfrommelde in haar hand.

Ik ben zogezegd misschien te dol op tradities in december.

traditie

3

Het haar van de man

‘Ik vind kale Franse mannen eng.’ Dat beweerde jongste zoon, die verder eigenlijk best dapper is.
Overigens is angst voor Nederlandse kale mannen bij hem vooralsnog niet waargenomen.

Persoonlijk vind ik Franse kale mannen niet echt eng. Ik ken er geen en ook afgelopen zomer heb ik geen angstgevoelens bij mezelf waargenomen bij het aanschouwen van kale Franse mannen. Dat kale, daar kan ik nog wel mee handelen. Persoonlijk heb ik meer angst voor met haar. Vooral met te. Teveel.
Zo hadden we laatst een we monteur in huis, met lange grijze vlecht, grijze kleding, bijpassende rooklucht en dito gebit. Dus. Griezelig hè?
Uiteindelijk bleek eigenlijk best een aardige vent, maar ik moest daar eerst behoorlijk doorheen kijken.

Mijn eigenste man heeft meestal ook weinig trek in kappersbezoeken. Wanneer zijn haar dan echt weer te lang wordt, vraagt ie vaak: ‘Zal ik het anders lang laten groeien, doe ik zo’n staart in. Ik heb toch best geschikt haar?’

IIIEEEUW!

Vaak komt het erop neer dat ik dan zelf schaar en tondeuse ter hand neem en her en der wat knip en scheer. Maar omdat ik geen echte kapper ben en het resultaat nogal afhangt van mijn stemming, is de afloop altijd wat onzeker. Rond de kerstdagen was daar plots weer zo’n moment dat ik het echt niet meer vond kunnen, z’n lange haar.
De kapperszaken waren op dat moment inmiddels allemaal al gesloten en Hubs vroeg of ik het deze keer dan toch misschien weer eventjes zou willen knippen, waarop ik grimmig en ongeïnspireerd de knipattributen pakte. Halverwege al riep ik kregelig uit: ‘Ik voel het, ’t wordt niks vandaag. Ik scheer je gewoon kort, all over je kop.’
‘Maar misschien kun je het bovenop toch nog ietsje langer houden?’ opperde hij angstig. ‘Ik weet het niet’ sprak ik dreigend ‘het wordt ‘m gewoon niet. Eigen schuld, had je maar naar de kapper moeten gaan’.
Het gekke was uiteindelijk, dat men het over het algemeen heel leuk vond zitten. Zelfs oudste dochter.

kapper

en zeg nou zelf…

Ik ben een zeer geschikte kapper als ik in een woeste bui ben.

Er zijn ook mannen die echt kaal zijn van boven, maar vervolgens hun wanghaar welig laten tieren. Ik kan er niets aan doen dat ik dan elke keer denk: ‘Compensatie…’
Ik denk dat trouwens ook als ik een kleine mannetjes in (of uit) te grote en te dure auto’s zie stappen. Compensatie…
Of mannen met een veel te grote bek: kompesaasie. Zo valt er heel wat te compenseren op velerlei vlak, maar laten we het even houden bij de hogere haarpsychologie.

Ik las laatst dat er uit verschillende experimenten bleek dat kaalgeschoren hoofden als mannelijker en dominanter worden ervaren. Kale mannen werden ook gezien als betere leiders. Kale mannen leken bovendien gemiddeld 2,5 centimeter groter volgens de proefpersonen en werden ze sterker en sportiever gevonden dan mannen met een vol hoofd haar. Mooi hè, dat alles z’n voordeel weer heeft.

Goed, dat zal allemaal wel, maar wanneer je als kale man lijdt aan compensatiegedrag, werkt dat weer net even anders. Dat concludeerde ik toen ik laatst in een semi-wetenschappelijk tv-programma een kale deskundige met een opmerkelijk fascinerende compensatieattitude zag. Van boven was de man weliswaar glimmend kaal, maar aan zijn kin hing een flinke gesplitste sik met 2 vlechtjes, die elk onderaan middels een dubieuze zilverkleurige kraal werden afgesloten. Best wel scary.
Het leidde ook behoorlijk af, kan ik wel zeggen. Ik kon absoluut niet meer volgen waar hij het over had en dat lag aan dat haar, ik weet het zeker.
Het kan zijn dat ‘de man’ in het algemeen zich niets van aantrekt van zulk een gekkigheid, maar ik kan me niet voorstellen dat vrouwen een verhaal of boeiende mening dan nog kunnen volgen. Ik was in ieder geval erg bezig met dat enge baardje. (Waarom, hoezo, hoelang, wanneer)
Zoals mannen nog wel eens door afgeleid schijnen te worden door een zichtbaar decolleté bij dames, verlies ik mijn verstand bij deze haarkwesties. Nochtans is zulks allesbehalve erotisch.

Nu we het er toch over hebben; sowieso vind ik dat het nu maar weer ’s afgelopen moet zijn met de baarden-trend. Het heeft wat mij betreft weer méér dan lang genoeg geduurd.

 

arie boomsma, baard, stoppenToen Arie Boomsma op een bepaald moment stopte met scheren, en zijn best wel leuke stoppelbaard griezelige vormen begon aan te nemen, dacht ik al: Kom op man, wat flik je me nou, Arie, niet doen gast, ‘Jammer van die mooie kop’.
Maar Arie wil graag opgemerkt worden. Bovendien is zijn beard alweer exit als ik het goed heb.

 

Persoonlijk vind ik het weinig fleurigs hebben, zo’n hele harige kin. Ook goedbedoelde creatieve uitspattingen met baardhaar zoals allerhande sikken in diverse formaten zijn uiteindelijk gewoon heel afleidend. Uiteraard moeten jullie het natuurlijk zelf weten, Jan, Piet, Joris en Corneel, maar neem mijn advies toch maar ter harte. Het zijn stofnesten, bronnen van bacteriën, haarballen, vergaarbakken van gft en restafval.
En eng. Helemaal als je Mohammed en Abdul heet.

Hoe het ook zij, man, doe wat u niet laten kan. Nogmaals; echt zelf weten.

baarden, haar, kaal

Maar ik zeg altijd maar zo: het wordt    Hoe langer… – …hoe erger.

strijders, baarden

2

Käsekuchen

Het is februari, en voor de meeste Nederlanders is het dan al helder waar ze hun zomervakantie willen doorbrengen. In Frankrijk ofzo.

Wij zijn uiteraard niet de meeste, we hebben dus nog geen flauw idee. Daarom besloten eerst maar tot weekend ontspanning voor we verder gaan denken.

Ergens hebben we natuurlijk wel een idee, we hebben namelijk  het opwindende voornemen om dit jaar dichtbij huis te blijven. Bijvoorbeeld in Friesland.
Hoewel Man en ik het een uitermate goede propositie vinden, moet puberdochter er niet aan moet denken om in het suffe, grauwe, geestdodende Nederland te blijven. Ze wil naar het buitenland.
Want iederéén gaat naar het buitenland. Daarom.

Ik weet niet wat het is met de jeugd van tegenwoordig, ik kan het ook nauwelijks geloven dat ze het echt voorstelde maar in haar hoofd had zich al de pregnante gedachte vastgezet voor een vakantietijd in Duitsland. Ofzo. Met als reden: ‘goed voor mijn Duits’.
Persoonlijk vind ik het behoorlijk ver gaan. Dat idee dus.

Op mijn leeftijd was er geen haar op mijn boze bolletje dat er aan dacht om aan mijn ouders voor te stellen om naar Duitsland te gaan voor een vakantie. Het is me inmiddels ontschoten welke redenen ik had om er niet heen te willen, maar het had vast te maken met associaties aan Duitse lessen vol onbegrijpelijke naamvallen en bijpassende leraren.
Of met het feit dat ik graag naar de zee wilde en ze daar wel See hebben wat heimelijk gewoon een meer blijkt te zijn.
En dat de Duitsers allemaal graag naar een Meer gaan maar uiteindelijk gewoon de zee bedoelen.
En dat ze daarvoor naar Nederland komen om te lopen mollen in onze stranden.strand, kuil, duits

Maar daar gaat het nu niet om. Ik weet inmiddels, niet uit eigen ervaring maar van horen zeggen, dat Duitsland ook een prachtig vakantieland is.

Dus bakten Nonus en ik vorige week een Käsekuchen. Uit een pak.
Ik had het gekocht bij de Action en zoals je weet kun je daar rare dingen verwachten, zoals een pak met mix voor Käsekuchen van dr. Oetker. Met ‘nur’ een Duitse Anleitung.  Kasekuchen, duits, taart, cheesecake,
Käsekuchen klinkt vertaalt naar het Nederlands als Kaastaart wat minder geslaagd, hoewel ik overigens dol ben op kaas. Maar  vervolgens had ik het vlug even naar het Engels vertaald (jaja, talenwonder dat ik daar ben) scheen het me een soort van cheesecake te zijn, wat op de een of andere manier een stuk lekkerder leek te klinken.
En zo waagden we ons aan het bakproces.
Harmonieus en grondig hebben we Käsekuchen bereid, wat in dit geval betekende dat Nonus aanwijzing hardop voorlas –goed voor haar uitspraak- en ik uitvoerde en in mijn beste Duits terug sprak. Werkelijk bijzonder leerzaam.
Ons Duits knapte er gaandeweg een stuk van op.

En het leuke met Duits is, dat je altijd wel iets duitsachtigs kunt verzinnen als je een woord niet meer weet.
Ik had op een gegeven moment, zoals dat gaat, ook moeite om te stoppen met m’n Duitse accent.  Ook lang nadat de Käsekuchen al uit de oven was gekomen. Het duurde, schat ik ongeveer, een week maar toen was het wel afgelopen.

Best jammer eigenlijk, want toen we het afgelopen weekend op een Centerparcs-park zaten, en ik zo wat om me heen luisterde, waande ik me terstond in Duitsland. Als dochter nou mee had willen gaan, had ze hier ook prima kunnen oefenen.

Geen Centerparcs zonder zwembad en aldus togen we dahin. Ik moet zeggen dat het me al tijdens het eerste (en dus tevens laatste zwembadbezoek dat weekend) haast teveel werd.

Waarna we, in goede harmonie overigens, overeen kwamen met de kinderen, dat ze er voortaan alleen mochten zwemmen, wat uiteindelijk ten goede kwam aan ons aller gevoel van vrijheid en ontspanning. Maar dit terzijde.

Zo moest ik me eerst nog  dobberend begeven in het half-warme water bevolkt met weet-ik-het wat voor schimmels, bacteriën en infecties, hotseklotsend in de wild-waterbaan wat me gegarandeerd enkele vorstelijke blauwe plekken opleverde, een overvol golfslagbad, de illusie gevend van een deinende zoetwater-zee (of Meer) met rondom me heen wit lillend vlees van menselijke lichamen. Je moet er niet teveel over nadenken.

Dat deed ik dus wel. En zo aanschouwde ik al die vreemde lijven waar we onbedoeld tegenaan botsten, blèrende kinderen, apathisch starende mensen in plastic groene stoeltjes op de kant, naast heel veel stoeltjes bezet met handdoeken en tassen, en geen enkel stoeltje met niks erop, zodat ik zelf niet laveloos in een stoeltje op de kant kon opdrogen. stoel, zwembad
Het was jaren geleden dat ik een dergelijk subtropisch paradijs had bezocht. Meegetrokken door mijn nageslacht merkte ik terloops een forse toename op van de getatoeëerde medemens, sinds die laatste keer.

Ik ontwaarde een voorliefde voor het optekenen der namen van het nageslacht, als daar zijn; Bo, Rodney, Wesley, Priscilla of Shirley. Een geliefde plek daarvoor lijkt te zijn, voor zover ik het met mijn blote oog kon vaststellen, de onderrug, geflatteerd met geheimzinnig versiering in puntige suggestieve pijlvorm  naar lagere regionen.
Tevens nam ik bonte versieringen waar, op armen of zonnebank-gebruinde uitgelubberde buiken.

Uiteindelijk meende ik de nieuwste trend te bespeuren, volgend op de aandrang in de woondecoratie tot het uitschrijven van meer of minder zinvolle teksten, levenswijsheden en doordachte uitspraken op allerhande gebruiksvoorwerpen als glazen, trommels, tafels, op wandborden, spiegels en muren: Het tekstbranden van regels en gedichten op het blote lijf.

Uiteraard was ik dan wel zeer geïnteresseerd naar de strekking van het veelal uiterst priegelig getatoeëerde opschrift, ware het niet dat ik toch enige schroom voelde om met mijn blikveld te dicht bij bipsregionen te komen om de tekst tot me te nemen. Je weet maar nooit wat ze dan gaan denken.
Ja, er valt heel wat te zien in zo’n zwembad.

Terwijl onze kinderen joelend van de glijbaan af gleden, mijmerde ik over de behoefte tot tatoeëren. Ieder mens wil tenslotte uniek zijn en zich onderscheiden.

Daarom heeft straks iedereen een tattoo, kuddedieren dat we zijn.

Misschien moeten wij ook gewoon ’s gek doen.
En een tattoo nemen.
En op vakantie naar Duitsland gaan.
tattoo, duitser, tekst

En lekker bijkomen aan See.

Trouwens, goed voor mijn Duits ook.