2

Rare mensen

sloth running

Langs de flats slenterde een vrouw in haar badjas. Ze had een grote roze haai, met wijd opengesperde bek  vol gevaarlijke punt-tanden onder haar arm.
Langzaam werd de stad weer wakker, het was al een uur of negen, deze zondagochtend waar de vrouw op fluffy pantoffels met haar haai over het pad sjokte.

‘Ja Tien, je maakt weer een grapje, je verzint een verhaaltje’ dacht je natuurlijk.
Dat dacht ik eerst ook, dat het niet echt was wat ik zag. Dat ik misschien nog wat beneveld was van al die glazen wijn van de avond ervoor.

sloth_sketch_by_bathhousemorning-d64ikbb.png

Even verderop liep een vrouw met een herdershond. De vrouw keek verbaasd over haar schouder. En toen nog een keer. En nog een keer, naar de vrouw met de grote roze pluchen haai. Toen keek ze naar mij. Ik zag haar nadenken. Wij lachten voorzichtig naar elkaar met een blik van verstandhouding.
Zij vond het misschien wat gek, denk ik.

De vrouw met de haai nam geen enkele notitie van haar omgeving. Ze liep daar maar onderweg te zijn naar…
Tja, waar loop je dan in vredesnaam naar toe, met zo’n haai.

Soms geloof je je eigen zintuigen niet. Dat heeft iedereen wel eens toch? Soms verwacht je zelfs dat er een tv -camera ergens verdekt staat opgesteld.

Ja, je wordt voor de gek gehouden waar je bij staat. Zoals er nu op t.v. bijvoorbeeld al een hele tijd regelmatig grappen gemaakt wordt over een zogenaamde nieuwe president van Amerika, die man met dat rare oranjegele haar, je hebt hem vast ook wel ’s gezien.

trump smile yellowToen ik die man voor het eerst op t.v. zag, wist ik eigenlijk meteen wel dat het een grapje was hoor. Maar op een gegeven moment ga je het dan toch bijna geloven, zo vaak lieten ze beelden van hem zien.
Dat is raar he, dat je je zo voor de gek laat houden terwijl je weet dat zoiets helemaal niet kan. Heel gênant eigenlijk.
Ik bedoel; Amerika, dat is een supergroot land, alsof zo’n persoon serieus president zou worden. Alsof er geen geschiktere persoon te vinden is daar.
Zelfs ík zou nog geschikter zijn.

Want ik wordt vast ook wel eens raar aangekeken. Het kan best zijn dat ik tijdens mijn ochtendlijke hardlooprondje afgelopen zondagochtend, een paar uur voor ik de vrouw met de haai aanschouwde, ook raar ben aangekeken.
Door iemand.
Waarom niet. Het kan best.

Ik beeld me altijd in dat ik de enige ben, die wakker is om 7 uur op zondagochtend.
Heel soms kom ik dan nog wel een kudde schapen tegen, die eerder die week door een schaapherder naar een nieuwe grazige weide zijn gebracht om het land daar kaal te vreten. Ze roepen dan altijd heel hard naar me. Ik versta niet zo goed wat ze steeds zeggen, maar het klinkt als ‘beaaah!’ Ik zeg dat dan ook altijd maar terug, heel hard. Daar schrikken ze dan meestal een beetje van. Maar ja, moeten ze ook maar niet zo hard naar mij roepen.
En als ik me dan even helemaal alleen zit te wanen en heerlijk mijn rondje door de stille natuur ren, met lekkere muziek uit de oordopjes in mijn oren, een beetje vals -want ik hoor mezelf dan niet- meezing en ondertussen af en toe wat coole dansmoves maak…
Kan dat er van een afstandje ook wel raar hebben uitgezien. Of gehoord.
Ik had er alleen geen idee van.

Trouwens uhm; als iemand me zondagochtend denkt te hebben gezien: Ik was het niet. Serieus.ice_age_cute_full

0

Hoe ik relatief kan zijn

natuurkunde volgens 10 …einst

‘Wat sta je daar nou lang te zijn?!’ Riep ik versteld naar oudste zoon. Ik realiseerde me plotseling hoe lang hij was, toen hij daar naast me stond met z’n slungelige lange lijf en ik mijn nek moest verdraaien om hem aan te kunnen kijken.

Laatst was oudste dochter al heel erg geschrokken, toen ze zag dat ze overduidelijk niet meer het langste kind was.

De vader legde dit even vast. En ik heb er even een streepje boven getrokken:

relatief

Als ik er al bij had gestaan, had je mij niet eens gezien op de foto. Zo groot zijn ze nu.

Ik vind het dan toch wel bijzonder om mijn kinderen me voorbij te zien groeien. Dat heeft daar in mijn buik had gezeten en is na een paar keer knipperen opeens langer dan ik.
Blijft een raar fenomeen. Groei.

Zelf was ik als kind altijd erg klein. Gewoon een beetje mini, net zoiets als mijn jongste dochter.

Niet extreem hoor, maar wel behoorlijk. Wel zo dat anderen er regelmatig wat van zeiden. En wel zo dat ik een kleiner tafeltje en stoeltje moest dan de rest. (Voel het onverwerkte trauma…)

Heel geleidelijk ben ik doorgegroeid. Ik had het niet door, maar op een bepaald moment heb ik een normale lengte gekregen, zo rond de 1 meter-zoveel-en-zestig. Nu behoor ik tot de groten der aarde. Nou jaaa, soms dan, naast Aziaten bijvoorbeeld. En bij kleine kinderen. Ja… durf ik wel. ..
Hoe dan ook, eigenlijk ben ik nu gewoon gewoon. Niet opvallend groot en niet extreem klein, gewoon normaal, zoals ik altijd wilde als kind.

Ik heb verder een prima schooltijd gehad, waar ik me niet erg veel meer van kan herinneren. Normaal en/of saai. Het kan zijn dat ik wat heb verdrongen maar dat verwacht ik niet van mezelf. Bovendien was het daar niet traumatisch genoeg voor.

Ik herinner me wel een dag, toen ik in groep 3 zat, toen alle juffen nog achternamen droegen, de tafeltjes in strenge rijtjes opgesteld stonden, en ik een vrolijke grappige juf had die alles wist, en als hobby de loszittende tanden van de wisselgebitjes eruit trok, die je dan samen met een dubbeltje in een luciferdoosje mee naar huis kreeg. Ik heb het tandje nog bewaard.
Op die dag hoorde ik iemand mijn juf roepen bij haar voornaam. Het duurde wel heel even voordat ik door had dat het haar voornaam was. Heel verbaasd riep ik uit: ‘Heet – U.. Mini?!’
Lachend bevestigde ze dat. Ik heb toen zo gelachen, dat de tranen me over de wangen liepen. Want erger om mini te zijn leek het me wel om Mini te heten. Iedere keer als ik haar zag, dacht ik erover na hoe het moest zijn om met zo’n grappige naam te leven. Diep respect had ik. En sindsdien wist ik waarom ze zo grappig was.

Ik hoop, nu ik erover nadenk, dat de juf zich niet beledigd voelde, hoewel je als juf wel wat moet kunnen hebben. Als moeder ook trouwens

Afgelopen maand, na de zomervakantie arriveerde ik weer op mijn werk-school en zag de gegroeide kleuters, die plotseling geen kleuters meer waren en riep: ‘Haa daar, grote kinderen van groep 3!’  en enthousiast riepen ze terug: ‘Haaaalooo, juf Tineke!’ Een meisje zong nog even vrolijk door: ’Ti-neke, ti-ne ke.. tine keee…, wat een grappige naam eigenlijk, Tineke!’
‘Ja hè’ riep ik blij. Ik had zelf mijn naam tot voor kort nog nooit met grappig geassocieerd. Wel met, gewoon, degelijk, volwassen oudere vrouwennaam, met Tineke de Nooij van….1,2,3,4,5,6,7,8,9,10eke… ja echt heel irritant mensen, nooit meer doen…

Maar gewoon. Een normale naam. Normaal en gewoon, dat wel, maar nee grappig…

En zo kan er in 1 maand veel veranderen.
Want toen ik vanmorgen aan mijn zoon vroeg wat hij daar nou groot stond te zijn, zei hij, terwijl hij op me neerkeek: ‘Maar jij bent ook relatief klein’.

En nu heb ik opeens én een grappige naam én ben ik weer relatief klein.

Ik heb nooit heel veel begrepen van natuurkunde en waarschijnlijk slaat het weer nergens op maar ik denk wel dat dit wel een heel mooi illustratief verhaal is bij de uitleg van de relativiteitstheorie.

 

relativitet_emc2

Energie (E) en massa (m) kunnen van plaats verwisselen. Energie kan vastgehouden worden in materie met een massa, en die energie kan later weer vrijkomen.

 

0

Aanstootgevend bloot en drollen

44818_oranje-boven

bron: nonasharon.tumblr.com

We hebben tegenwoordig steeds vaker aanstootgevend nieuws. Of, beter gezegd; nieuws over aanstootgevende zaken.

Neem nou het oranje honden drollen-spektakel. Dat vond ik persoonlijk wel het leukste aanstootgevende nieuws van de afgelopen maand. ‘De Brusselse gemeente Etterbeek gaat hondenpoep te lijf door deze niet direct weg te halen, maar te bespuiten met een fluorescerende oranje kleur’. Stond er in de krant.
Zo hoopt ze hondenuitlaters bewuster te maken van de viezigheid die ze achterlaten.

Nou zal het in Etterbeek wel meer nodig zijn dan in welke andere plaats dan ook, maar ik zou het ook in Nederland wel een strakke actie vinden. Juist in Nederland eigenlijk, zou ik oranje hondendrollen heel feestelijk vinden.

Ik neem, als ik eerlijk ben, als ik m´n hondje uitlaat, ook liever een spuitbusje oranje mee dan zo´n plastic zakje, waar ik het drolletje in moet schuiven.

Een oranje spuitbusje voor alle vieze dingen.
Zoals vrouwen in rokjes met knielange laarzen. Als je als vrouw in een rokje met lange laarzen in Amsterdam-West achter een balie staat, heb je een probleem. Dan geef je aanstoot aan bepaalde mensen. En dat moeten we natuurlijk niet hebben.
Het is goed dat we dat nu weten.

Met een rok-gebod op mijn werk, dacht ik tot voor kort, met een rok en knielange laarzen in refoland, het toppunt van zedigheid te zijn. Blijkt het nu opeens weer schaamteloos ongepast te zijn. In Amsterdam dan.
Hier zijn ze voorlopig nog niet zover.

Het zou natuurlijk kunnen dat de roklengte er ietsje mee te maken heeft. Maar een rok is een rok. Daar moet je dan ook weer niet al te moeilijk over doen. En hoe hoger de laarzen hoe meer lichaam bedekt is, als het daarom gaat.

maxima

Wat ik zelf aanstootgevender vind, is babygehuil.
Toen ik de vorige week mijn wekelijkse boodschappen wilde halen, werd ik behoorlijk uit mijn concentratie gebracht door allervreselijkst gehuil van een kleine hongerige baby. Het arme kind huilde zo hartverscheurend dat aanstonds zelfs bij mij de melk weer toeschoot.

Ik kan echt buitengewoon slecht tegen gehuil, ik word er heel onrustig van en mijn denkvermogen neemt dan acuut af.

babyVerdwaasd dwaalde ik met mijn lege karretje door de winkel, want ik kon plots niet meer bedenken wat ik nodig had.
De moeder bleef echter heel geduldig en ook het kleine peuterbroertje bleek ontroerend lief voor het babybroertje.
Ik geloof niet dat ik destijds, met een jankende baby in een Maxi-Cosi in winkelkarretje, en dreinende peuters eromheen die zeurden over snoepjes en opschieten, zo Zen was gebleven.
Ik had er best even over willen nadenken hoe ik zou zijn geweest, maar dat alles heb ik jaren volop lopen verdringen, dat het me zo niet te binnen schoot. Bovendien bleef de baby maar janken dus  van nadenken kwam het niet echt.

Tot het opeens weer stil was. Dat realiseerde ik me enkele minuten later. Het werd plots weer helder in mijn hoofd.
Hoe had ze dat voor elkaar gekregen, die Zen-moeder!

Ik liep nog een rondje en zag een moeder iets tegen haar peutertje zeggen… terwijl ze met 1 arm in de diepvries hing om naar het gehakt te grabbelen en onder haar andere arm haar baby vasthield, die aan haar borst lag te lurken.
Lekker stil.

Er zijn mensen, vooral mannen, die het aanstootgevend vinden. Blote borsten. Vooral met kinderen eraan, vinden ze ongepast en ieuw. Die mannen vinden blote borsten alleen kunnen in vieze blaadjes die ze in hun schuurtje onder een geheime luik verstoppen.  Maar niet voor baby’s, jakkie.

Nou… mannen, wat is dat nou voor bekrompen gezeur. Bang voor bloot? Doe ze dat maar ’s na!
Zo’n moeder is gewoon echt Top! less.
Hoppa, you go girl, gewoon doen met die borsten waarvoor ze bedoeld zijn.

Al die vermeende kuisheid ook van tegenwoordig. Alsof dat hetzelfde is als, ik noem maar wat, poepen op straat.

Hoewel ik daar sinds kort ook niet meer mee zit. Gewoon oranje spuiten.

hondenpoep_etterbeek

0

Moordenaar

Zo, weer een moord gepleegd.
In het toilet. Met mijn blote handen.

Na een eerste moord, lang geleden inmiddels, leek ik een soort van grens over te zijn.

Wij eigenlijk. Want mijn man heeft het ook hoor, die moordlust.

We liquideren dat het een lieve lust is. We draaien er onze hand of vuist niet voor om. Moord en doodslag wat de klok slaat. En ook een beetje dodelijk gif hier en daar schuwen we niet. gif, doden, beestjes, dieren, moorden

 

Ik loop nog steeds vrij rond, hoewel ik de schrik wel een beetje te pakken kreeg toen ik in 1 week 3 dagen achter elkaar met de politie wordt geconfronteerd.

Op mijn (vrije) dag 1 lag ik vrolijk in mijn niemendalletje in bed te sluimeren met een kopje thee, toen ik de bel hoorde. Het eerste wat op zo’n moment in me opkomt is dan toch: ‘politie!’
Nou nee, geintje, tuurlijk niet.

Maar zoontje deed de deur open. Hij moest zijn moeder halen, hoorde ik vanuit mijn sluimerholletje.

‘Mam, de politie aan de deur!’

politie, agent, moord, doden,
‘Verdraaid, dan toch, daar zul je ’t hebben’, dacht ik.
Ik schoot een fatsoenlijke broek aan en dat was meteen het enige wat er fatsoenlijk uitzag aan mij. Maar ja.

‘Schrik niet’, zei de agent geschrokken. ‘Ik kijk alleen of er ook braakschade aan jullie auto te zien is’, waarop hij een rondje om onze auto liep. ‘Wel schade maar geen braak’, dacht hij vermoedelijk.
Natuurlijk niet. Dûh, als ik dief was, zou ik ook wel een andere auto uitproberen. Zoals die andere auto in de buurt waar wij ’s nachts een onmenselijk hard alarm van hoorden afgaan. Zo’n alarm zit er bij ons geeneens op.

Maar goed, op dag 2 fietste ik op mijn gemakje al fluitend naar huis uit mijn werk. Ondertussen at ik een banaan. Hoe gezond was ik daar bezig. Tot er een bananenschil overbleef. En wat doe je dan met een lege bananenschil?

Juist, je kijkt schichtig om je heen, omdat je niet al te aso over wilt komen als zwerfvuilvervuiler, voor je de bananenschil met een sierlijk boogje in het groen laat belanden.
Ik had een optimistische bui blijkbaar, ik keek dit maal niet om me heen maar knikkerde de schil gewoon achteloos in de berm. Nog geen 10 seconden later stopte er een politieauto naast mij. Of het klopte dat ik net wat weggegooid had.

‘Ha, jawel, een bananenschil’, riep ik luchtig. banaan, schil, bananenschil, gooien, politie

Oke, wij dachten al…blabla…niet erg… organisch… prima…daag…

Hahahahahaha.
Fjoe.

En op dag 3… zag ik ergens een politieauto rijden onderweg.

Nou, dat was me wel een weekje dus. En ondertussen maar doormoorden he.

’t Zijn weliswaar maar dieren, beestjes die ik vermoord. Ja.

Maar rotbeestjes hoor; die eikenprocessierupsen, slakken, zilvervisjes, maden. En mieren. En vliegen. En teken.

Laatst zag ik zowaar voor het eerst een teek. Bij Jipje, tussen zijn ogen. Ik kriebelde hem zachtjes op zijn kop en voelde plots een pukkeltje, een gezwelletje. Ik krabde en keek en keek nog eens goed en zag daar een bolletje met hele kleine wriemelende pootjes. Ieuw!
Het goede nieuws was dat ik wel eindelijk voor het eerst de tekentang uit de verpakking kon halen. Ik moest met een speciaal voorwerpje de haartjes opzij duwen en het tangetje op de teek zetten. Ik heb nog een tijdje verdwaasd met de teek in het tangetje rondgelopen onderwijl ‘uh uh uhmme’ prevelend waarop ik het mormel uiteindelijk verdronken heb met stromend water uit de kraan in de gootsteen.

Wat betreft de mieren; iedere zomer verkeren we met dit volk in staat van oorlog. Twee jaar geleden liepen de mieren ergens via een geheime ingang aan de voorkant ons huis binnen. Wel zagen we zagen ze in colonne door de kamer in een keurige bocht richting de keuken lopen alwaar ze bij tegen aanrecht opklommen en bleven hangen bij allerhandige zoetigheid. ‘Bah’, vond ik dat. Maar zij vonden het wel lekker.

Het is natuurlijk niet zo dat ik meteen aan het massamoorden sla.
Ik heb eerst hele vredelievende oplossingen verzonnen en het boek ‘Oma weet raad’ er weer eens bijgehaald:
Ik heb, serieus!, krijtstreepjes getrokken door het hele huis,
Mieren-LOK-doosjes, ja hah, dom he, geplaatst…
Kopergeld gezocht en de stuivers en centen –weliswaar eurostuivers, maar dat zien die mieren toch niet dacht ik– op strategische plekken neergelegd
Ook nog de vloer abnormaal vaak gedweild (voor mijn doen) om geursporen uit te wissen.mieren portret

Maar verdraaid, ze waren me steeds te slim af.

Dus die zomer daarop namen we serieuze maatregelen. We pakten het probleem bij de bron aan en strooiden de giftigste giften in hun holletjes alwaar ze gelegerd waren, rondom ons huis. Hele volksstammen zijn heel effectief afgeslacht. Op een sporadische verdwaalde mier, ze zijn ons huis niet meer binnengedrongen.

En dan hebben we nog de zilvervisjes. Wat een terror-beestjes zijn het. O-ver-al lopen ze, bij voorkeur in badkamer en toilet. Hoewel gemakkelijk dood te knijpen, toch vlug als water. En irritant hoor, ik voel me dan toch altijd een beetje bekeken daar op het toilet. Daar waar ik het liefst even alleen zit, loopt er altijd wel zo’n exemplaartje schijnbaar onschuldig – pompiedompiedom – rond.zilvervisje, moordenaarzilvervisje, moordenaarzilvervisje, moordenaar
Zo’n schepsel kan en mag eenvoudig niet langer blijven leven, er zit dan niks anders op dan deze meteen om te brengen.

Kortom;. ik heb voorlopig geen andere keuze dan te blijven omleggen, koud maken en executeren.

Ik zou het liever niet doen natuurlijk, een beetje begrip voor deze moordenaar dus… Want eerlijk is eerlijk; het – is – wel- killing hoor. Dat wel.

1

Stilte voor de storm

Als hij fietst, dan waait de wind langs zijn oren. Waar hij gaat, daar is het oppassen geblazen. Storm heet hij.

Een paar weken geleden inmiddels, leerde ik Storm kennen. In alle rust fietste ik op een pad door het parkje, tot ik links van mij een klein jongetje op een loopfietsje door het gras mijn kant op zag racen en rechts van mij een verwilderde moeder uit de bosjes zag komen die wanhopig riep:´Kijk dan uit! Let op Storm! Stoppen! Luister dan ook! Wat zeg ik nou Storm!´

storm

De moeder, type vrije school-moeder, ik zie zoiets in een oogopslag, was waarschijnlijk net in alle rust tussen het struikgewas, eetbare paddenstoelen en wilde kruiden aan het verzamelen voor de avondmaaltijd zonder pakjes en zakjes, toevoegingen en E-nummers. Dit vreedzame plukmoment werd nochtans wreed verstoord door het onbenullige en stormachtige gedrag van zoontjepoontje.
Dat krijg je ervan als je je kind Storm noemt dacht ik toen.

Je moet namelijk altijd goed nadenken voor je je kind een naam geeft. Een naam doet iets met een karakter. Het moet dus wel kloppen. Een Storm kan bijvoorbeeld nooit heel fijn, een rustig kind worden. Dan gaan andere mensen hardop tegen elkaar zeggen; ‘Wat een rare naam voor zo’n kind, dat past toch totaal niet bij zo’n stille Willy? Is ie wel normaal?´ In zo’n geval krijgt het kind dan laat of vroeg óf een vervelend complex, of een lastig etiketje en daar heb je het maar druk mee. Wil je een braaf oplettend kind, dan kun je ’m beter Willem Frederik Hendrik noemen.

Ik vond, moet ik bekennen, Storm destijds eventjes ook wel een leuke naam voor ons ongeboren kind m/v, omdat het zo stoer klonk. Maar man vond het idee minder geslaagd en zei: ‘Daar krijg je gedonder van’.
Daarover nagedacht hebbende, hebben we ons laatste kind  maar ‘Stil’ genoemd.
(Zonder t)

Want dat leek ons wel handig na die eerste drie.

Helaas, ik geloof dat de boodschap in zijn geval toen toch niet helemaal goed is doorgekomen. Waarschijnlijk had dat te maken met de oudste drie. Als je te vaak ‘Stil!’ roept, weet zo’n nieuw kind ook niet meer waar het aan toe is.
Hadden we toch niet goed genoeg nagedacht over de consequenties van deze naam.

Storm had de boodschap in ieder geval wel goed begrepen. De wind waaide door zijn wilde lange haren. Daarom zat het ook helemaal in de war.
Maar het kán ook zijn dat zijn moeder dat had gedaan. Misschien wel expres, om erbij te horen. Juf Freya moest natuurlijk niet denken dat moeders’ de creativiteit van hun kind liet beperken door een strak kapsel. Echte Vrijeschool-moeders hebben belangrijker zaken aan hun hoofd. Die hoeven niet in de nieuwste mode te lopen. Daarom hebben deze kinderen ook vaak rare 6e hands kleding aan. Zoals dat gekke fascinerende jaren 70- tuinbroekje dat ik laatst bij iemand zag.
Ik heb er een hele tijd over na moeten denken hoe ze aan dat broekje zijn gekomen. Eerst dacht ik nog dat het bij oma van zolder kwam, maar dat idee heb ik snel laten varen want geen mens bewaart dat soort kleding. Het zou ook kunnen zijn dat ze stad en land waren aflopen in hun geitenwollenkousen, om in een zoveelstehands kledingwinkel onderin een ouwe doos dit collectors-item te vinden. Uiteindelijk kunnen ze het ook gevonden hebben op een internet feestwinkel bij de ´foute themafeestjes´.
Vrijeschool-ouders weten op de een of andere manier altijd heel bijzondere imagoversterkende items te vinden.
Of je wilt of niet; ook het vrije denken kent zo z’n verplichtingen en dus beperkingen en grenzen.

Ik heb trouwens volstrekt geen last van vooroordelen hoor, mocht u die indruk krijgen.
Ik vind het allemaal helemaal prima, dat vrije denken. Vrijheid blijheid.
Wat dat betreft zou ik een prima vrije-school-hulpmoeder kunnen zijn. En dan natuurlijk geen leesmoeder over overblijfouder, want dat is niet nodig daar, maar aan het vak ‘vaag filosoferen’ bijvoorbeeld, zou ik beslist een uitstekende bijdrage kunnen leveren.

Helaas zijn mijn kinderen er geen types voor.
Zulke lange warrige kapsels zou ik persoonlijk nog wel handig vinden maar daar hoef ik thuis niet mee aan te komen. Onze jongens prefereren hun haar in een kaarsrechte zijwaartse brillantine scheiding met lijntjes van de kamstrepen, terwijl de meisjes hun haren graag in twee strakke vlechten met een keurige strik onderaan dragen.

Daarom fietsen wij altijd, als de wilde kapsel kinderen linksaf slaan, een stukje rechtdoor naar een keurig nette school met keurig nette kindertjes waar kinderen worden gebracht met degelijke fietsen of nette auto’s in plaats van in roestige oude rammelbusjes.
Dat komt uiteindelijk waarschijnlijk allemaal door de keurig nette namen die ze hebben gekregen van hun ouders. Daar kunnen de kinderen niks aan doen. Keurig net, maar wel beperkt in hun creativiteit.

Goed, hoe liep het nou met Storm en mij af. Dat wordt nu onderhand wel behoorlijk spannend natuurlijk.

kind fiets

Op het moment dat ik hem passeerde, wist Storm toch ruim op tijd te stoppen, met z’n loopfietsje. Ik hoorde moeder het kind nog wat vermanend toespreken. En ik fietste rustig door naar huis. Einde.

Het was zogezegd, eigenlijk, niet meer dan ‘Storm in een glas water’.

1

Buitenechtelijke relatie

Ik heb een verhouding.

Met een man. Al een paar jaar inmiddels.
Het is best een ingewikkelde relatie die ik met deze vent heb. Ik zie hem dan ook maar heel weinig, veel te weinig naar mijn zin. Zo weinig dat ik hem laatst maar heb gebeld.
Dat doe je ook niet zomaar, alleen als je echt wanhopig bent, dan doe je dat.

Ik kreeg hem niet zelf aan de lijn toen ik belde. Ik denk dat het zijn secretaresse was. Ik heb heel discreet gevraagd of ze wilde doorgeven dat ik hem weer eens wilde zien. Want ik hou van zijn prestaties.
Dat laatste heb ik er niet bijgezegd uiteraard, alleen gedacht.

Gisteren is hij langs geweest. Best snel na het telefoontje. Maar ja, ik betaal hem er vorstelijk voor.
Dus.
Toen hij gisteren langskwam, was ik er zelf weer net niet. Wel vond ik een briefje in de brievenbus. Dat briefje bracht me danig in de war. Want tot nu toe schreef hij me nooit briefjes.

Nu schijnt een brief veel te zeggen over een persoon. Alleen al aan het handschrift kun je zoveel aflezen. Dat weet ik door een vroegere fascinatie voor handschriftanalyse. Volgens Amerikaans onderzoek kan je handschrift aanwijzingen geven voor maar liefst 5.000 verschillende persoonlijkheidskenmerken. Ga d’r maar aanstaan.
Dat is bij het ene handschrift natuurlijk gemakkelijker dan bij het andere handschrift.
Mijn handschrift is bijvoorbeeld behoorlijk ingewikkeld. Zelfs voor doorgewinterde grafologen. Mijn handschrift kan er op de ene dag totaal anders uitzien dan op een volgende dag. Wat zeg ik, per moment kan het zelfs veranderen. En als ik een pen gebruik die kort daarvoor door een collega is gebruikt, dan schrijf ik plots in haar handschrift.
Dat was best eng toen ik me dat ging realiseren. Wat zou dit zeggen over mijn persoonlijkheid? Wisselend? Meervoudig? Dissociatief?

Natuurlijk blijven er wel terugkerende patronen in mijn handschriften. Die terugkerende patronen zijn namelijk het belangrijkste bij de analyse. Het opvallendste is dat het handschrift van mij meestal wat slordig is. Het ligt voor de hand om nu aan te nemen dat ik tamelijk slordig of vies ben, ik hoor u wel denken. Maar nee, ik hou best van schoon. Daarbij is optisch schoon is mijn persoonlijke specialiteit. Het schoonmáken is wel een dingetje en het moeilijkst vind ik het om tot het schoonmaken te komen. Meestal ga ik eerst maar even lezen ter ontspanning vooraf en vervolgens alles op een rijtje zetten. Soms is er daarna nog wel tijd over om wat te poetsen.
Maar om kort te gaan; opgeruimd en schoon, daar hou ik van.

kopje koffie, glazenwasser, poetsen, ramen, relatie, schoon

kopje koffie?

Vandaar mijn liefde voor de man waar ik die moeilijke verhouding mee heb. Ik zou het een haat-liefde verhouding kunnen noemen.
Wanneer hij zich namelijk heel lang niet laat zien, dringen zich echt een soort haat-gevoelens aan me op. Zoals in de afgelopen maanden.
Voor de kerstdagen zat ik al op hem te wachten. Ik tuurde door de groezelige ruiten naar buiten. Mooi dat meneer niet kwam, voor zover ik het al had kunnen zien.
Niettemin, zo gauw hij is geweest, heeft mijn leven opeens weer stukken meer glans, als ik naar buiten kijk.

Ja ik heb een moeilijke relatie met mijn glazenwasser. Mijn man weet ervan.

Ik begrijp hem vaak ook niet helemaal. Het is namelijk gebeurd dat ik op een bepaald moment ten einde raad mijn ruiten aan de buitenkant zelf maar eens heb gelapt, om mijn leven wat meer glans te geven. Nog dezelfde dag stond hij voor mijn deur. Hij wilde weten of het goed was dat hij de ruiten ging doen.
Ik bedoel maar! Dat ie niet zag dat ze al blinkend schoon waren. Of in ieder geval optisch schoon.
Nou, op dat moment heb ik hem ook wel afgewezen.

Maar, hij is weer terug! Ik kan gewoonweg niet zonder.
En… ik heb een handgeschreven brief. Die kan ik wel lekker gaan analyseren.
Het is geschreven in een heel vrouwelijk handschrift en dat kan gecompliceerd worden, want dat handschrift past van geen kant bij het beeld dat ik van hem heb. Vrouwelijk is hij bepaald niet, met zijn ongeschoren wangen, warrige grijze haarbos en onbetwiste mannelijke zweetlucht. Nee, ik laat me niet voor de gek houden want daar zie ik ook de sterke verticale lijnen in de letters. Deze zullen wel aangeven dat hij niet bang is om de lucht in te gaan.
De glazenwasser, op de ladder natuurlijk, stevig op de ladder voor de bovenste ramen.
(Ja, voordat jullie rare dingen gaan denken).

Goed, het rechte handschrift geeft bovendien aan dat hij logisch en praktisch in ingesteld.
En kijk ik dan naar de manier waarop hij de ‘b’ schrijft bijvoorbeeld, dan zegt dit over deze persoon dat hij een gezonde kijk heeft op geld streeft naar een rechtvaardige beloning.
Yep, er zit heel veel in.

Maar uiteindelijk gaat het wel om de boodschap.

Want, ik word over 3 maanden weer ingepland.

afspraak, date, glazenwasser, verhouding

Wat denk je; Mooi dat ik geen tegenbericht ga geven!

3

Het haar van de man

‘Ik vind kale Franse mannen eng.’ Dat beweerde jongste zoon, die verder eigenlijk best dapper is.
Overigens is angst voor Nederlandse kale mannen bij hem vooralsnog niet waargenomen.

Persoonlijk vind ik Franse kale mannen niet echt eng. Ik ken er geen en ook afgelopen zomer heb ik geen angstgevoelens bij mezelf waargenomen bij het aanschouwen van kale Franse mannen. Dat kale, daar kan ik nog wel mee handelen. Persoonlijk heb ik meer angst voor met haar. Vooral met te. Teveel.
Zo hadden we laatst een we monteur in huis, met lange grijze vlecht, grijze kleding, bijpassende rooklucht en dito gebit. Dus. Griezelig hè?
Uiteindelijk bleek eigenlijk best een aardige vent, maar ik moest daar eerst behoorlijk doorheen kijken.

Mijn eigenste man heeft meestal ook weinig trek in kappersbezoeken. Wanneer zijn haar dan echt weer te lang wordt, vraagt ie vaak: ‘Zal ik het anders lang laten groeien, doe ik zo’n staart in. Ik heb toch best geschikt haar?’

IIIEEEUW!

Vaak komt het erop neer dat ik dan zelf schaar en tondeuse ter hand neem en her en der wat knip en scheer. Maar omdat ik geen echte kapper ben en het resultaat nogal afhangt van mijn stemming, is de afloop altijd wat onzeker. Rond de kerstdagen was daar plots weer zo’n moment dat ik het echt niet meer vond kunnen, z’n lange haar.
De kapperszaken waren op dat moment inmiddels allemaal al gesloten en Hubs vroeg of ik het deze keer dan toch misschien weer eventjes zou willen knippen, waarop ik grimmig en ongeïnspireerd de knipattributen pakte. Halverwege al riep ik kregelig uit: ‘Ik voel het, ’t wordt niks vandaag. Ik scheer je gewoon kort, all over je kop.’
‘Maar misschien kun je het bovenop toch nog ietsje langer houden?’ opperde hij angstig. ‘Ik weet het niet’ sprak ik dreigend ‘het wordt ‘m gewoon niet. Eigen schuld, had je maar naar de kapper moeten gaan’.
Het gekke was uiteindelijk, dat men het over het algemeen heel leuk vond zitten. Zelfs oudste dochter.

kapper

en zeg nou zelf…

Ik ben een zeer geschikte kapper als ik in een woeste bui ben.

Er zijn ook mannen die echt kaal zijn van boven, maar vervolgens hun wanghaar welig laten tieren. Ik kan er niets aan doen dat ik dan elke keer denk: ‘Compensatie…’
Ik denk dat trouwens ook als ik een kleine mannetjes in (of uit) te grote en te dure auto’s zie stappen. Compensatie…
Of mannen met een veel te grote bek: kompesaasie. Zo valt er heel wat te compenseren op velerlei vlak, maar laten we het even houden bij de hogere haarpsychologie.

Ik las laatst dat er uit verschillende experimenten bleek dat kaalgeschoren hoofden als mannelijker en dominanter worden ervaren. Kale mannen werden ook gezien als betere leiders. Kale mannen leken bovendien gemiddeld 2,5 centimeter groter volgens de proefpersonen en werden ze sterker en sportiever gevonden dan mannen met een vol hoofd haar. Mooi hè, dat alles z’n voordeel weer heeft.

Goed, dat zal allemaal wel, maar wanneer je als kale man lijdt aan compensatiegedrag, werkt dat weer net even anders. Dat concludeerde ik toen ik laatst in een semi-wetenschappelijk tv-programma een kale deskundige met een opmerkelijk fascinerende compensatieattitude zag. Van boven was de man weliswaar glimmend kaal, maar aan zijn kin hing een flinke gesplitste sik met 2 vlechtjes, die elk onderaan middels een dubieuze zilverkleurige kraal werden afgesloten. Best wel scary.
Het leidde ook behoorlijk af, kan ik wel zeggen. Ik kon absoluut niet meer volgen waar hij het over had en dat lag aan dat haar, ik weet het zeker.
Het kan zijn dat ‘de man’ in het algemeen zich niets van aantrekt van zulk een gekkigheid, maar ik kan me niet voorstellen dat vrouwen een verhaal of boeiende mening dan nog kunnen volgen. Ik was in ieder geval erg bezig met dat enge baardje. (Waarom, hoezo, hoelang, wanneer)
Zoals mannen nog wel eens door afgeleid schijnen te worden door een zichtbaar decolleté bij dames, verlies ik mijn verstand bij deze haarkwesties. Nochtans is zulks allesbehalve erotisch.

Nu we het er toch over hebben; sowieso vind ik dat het nu maar weer ’s afgelopen moet zijn met de baarden-trend. Het heeft wat mij betreft weer méér dan lang genoeg geduurd.

 

arie boomsma, baard, stoppenToen Arie Boomsma op een bepaald moment stopte met scheren, en zijn best wel leuke stoppelbaard griezelige vormen begon aan te nemen, dacht ik al: Kom op man, wat flik je me nou, Arie, niet doen gast, ‘Jammer van die mooie kop’.
Maar Arie wil graag opgemerkt worden. Bovendien is zijn beard alweer exit als ik het goed heb.

 

Persoonlijk vind ik het weinig fleurigs hebben, zo’n hele harige kin. Ook goedbedoelde creatieve uitspattingen met baardhaar zoals allerhande sikken in diverse formaten zijn uiteindelijk gewoon heel afleidend. Uiteraard moeten jullie het natuurlijk zelf weten, Jan, Piet, Joris en Corneel, maar neem mijn advies toch maar ter harte. Het zijn stofnesten, bronnen van bacteriën, haarballen, vergaarbakken van gft en restafval.
En eng. Helemaal als je Mohammed en Abdul heet.

Hoe het ook zij, man, doe wat u niet laten kan. Nogmaals; echt zelf weten.

baarden, haar, kaal

Maar ik zeg altijd maar zo: het wordt    Hoe langer… – …hoe erger.

strijders, baarden