Vieze praatjes

Ik schrok me een hoedje toen ik gisteren naar de wc wilde. Een dag ervoor had ik ‘m nog grondig schoongemaakt.

Eeej riep ik, allemensen wat een keutel!

–  Ik waarschuw je nu maar vast, het wordt een vies verhaal. Dat heb je soms.
Wanneer je er niet van houdt, stop acuut met lezen. Bij stiekem wel – gewoon doorlezen –

Daar lag dus echt een waanzinnig grote drol in de pot, in een bedje van wc-papier. Snel riep ik iedereen die in de buurt was erbij, om te kijken. En zo  keken vier mensen met stomme verbazing naar de enorme keutel in de pot en we waren het erover eens dat dit wel uit een reuzenpoepert moest zijn gekomen.
Man nam een foto en plaatste ‘m op de gezinsapp. Ook raar. Maar waar.

Iedereen reageerde met gepaste afschuw. Het was trouwens niemand uit ons gezin die het had gedaan. Nee. Natuurlijk niet. Ha.

Ik herinner me nu opeens weer een bericht in een of ander nieuws, over een inbreker die tijdens het inbreken plotseling zo nodig moeten poepen, dat hij eerst ergens in het huis, waar hij op dat moment aan het werk was, zijn behoefte deed.
Logisch natuurlijk, het lucht lekker op en scheelt gewicht als je de buit mee wilt nemen.

Alleen moet je dan wel doorspoelen.

Het kán zijn dat hij gisteren bij ons was . En dat ie er na zijn boodschap meteen helemaal klaar mee was, want ik mis verder geen kostbaarheden.
Ik heb er zogezegd alleen maar iets bij gekregen.

En we hebben er verder niets van gemerkt. Het is natuurlijk ook niet zo dat je heel erg let op iemand die poept. Dat is toch wel een privé aangelegenheid.

Dat vindt ons hondje Jip trouwens ook. Het is een heel net en preuts hondje. Als we hem uitlaten en hij wil een drolletje draaien, dan moeten we op het moment suprême echt niet naar hem kijken. Want als we kijken dan lukt het hem niet zo goed. Met ogen vol schaamte blikt ie een beetje schuin omhoog.  Ik kijk dan altijd even respectvol de andere kant op. Gevolg is wel, dat ik daarna met mijn hondenpoep-zakje weer op zoek moet naar het keuteltje, terwijl Jip er dan al snel vandoor is gegaan (alsof er niks is gebeurd -lalalala). Jip is namelijk een klein hondje die z’n kleine hoopjes het liefst verstopt in het hoge gras. Ik moet met mijn neus tussen de grassprietjes  speuren tot ik het drolletje met het zakje kan oprapen.

Dat is overigens, nu we het over vies hebben, ook best een vies gevoel, zo’n warme keutel in een plastic zakje.
Terwijl het eigenlijk heel schoon is wat je doet.

Als honden uitlater let ik ook op mijn collega-uitlaters. Ik zou allerlei conclusies die ik al wandelend formuleer, met jullie kunnen delen. Ik houd het vandaag maar bij een ding;

Wat me tot nu toe bijvoorbeeld is opgevallen aan de hondenuitlaters, is dat er globaal twee soorten hondenbaasjes zijn.
De eerste soort doen altijd net of ze niet zien dat hun hondje poept. (Waarvan een deel doet of hun hond helegaar niet gepoept heeft – fluit fluit- tralala – en een ander deel omstandig een knisperend zakje opent om de hoop weg te toveren).
De andere soort baasjes kijkt juist wel. Die zie ik, met hondenriempje in de hand, met een intense blik naar hun hond te staren, alsof ze de keutel er hoogstpersoonlijk uit willen kijken. (Waarvan een deel van hen vervolgens alsnog doet of hun hond niet gepoept heeft -fluit fluit fluit – en een ander deel dan weer de truc met het zakje doet)

En dan heb je nog van die hondjes die je ziet lopen, waarvan je denkt; waar is zijn baasje nou? Die zijn zo slim om te ontsnappen om vervolgens zelf een geschikte route en poepplek te kiezen. Maar dat is weer een ander verhaal.

Om nog even terug te komen op soort 2; Wat denk je dan op zo’n moment, dat je je hond ziet poepen? Voel je dan even hetzelfde als je hond? Leef je mee? Lucht het op?
Ik wil het niet te weten… eigenlijk wel maar ik ben een wegkijker dus ik weet het niet.
Maar het fascineert me wel.

Dus dat hebben mijn kinderen niet van een vreemde. Hoewel ik het helemaal niet aanmoedig dat ze tijdens de maaltijd het poep-onderwerp nogmaals aansnijden, praten we hier tijdens het eten wel opvallend vaak over.
F-je houdt daar dan weer niet van. Ja, dat is die propere dame ja, van de huishoudelijke opvoeding. Toen haar broers gisteren weer wat iets viezigs riepen, liet ze boos weten dat ze op deze manier niet meer van haar toetje kon genieten.

‘Nee??’ riep BaasB opgetogen. ‘Poep…!… Tarrel…. Poepkorreltjes’

‘Whaha’ joelde Billy, ‘Wwwind, scheet!’

‘Hou op’ schreeuwde ze door, ‘nou lust ik het echt niet meer!’

‘Nee? Mag ik ‘t? Geef maar aan mij!’ riep BaasB.

‘Nou jij niet, stommert, door JOU heb ik er helemaal geen zin meer in.’

‘Nou geef dan, geef aan mij, ik lust het wel…! Tarrel*…’

*Timmerende vuisten over. En weer*

En zo eindigde een redelijk vreedzame maaltijd wederom in een jammerlijke ruzie…

Kák!

De vieze toiletfoto is al verwijderd, die kan ik niet meer laten zien. Maar kijk wat ik vond in mijn galerij; we maakten vorige week ook poppetjes van kastanjes. Let op de details. Dat zegt wel weer genoeg.

*zoek de betekenis zelf maar op

Advertenties
vissen, maden, koelkast

Vissen met een bakje

In de rubriek ‘Help, mij kind heeft een hobby!’   hebben we het vandaag over dingen die je misschien nog niet wist en handig zijn om te weten, of dingen die je misschien al wel wist maar evengoed handig zijn om te weten in het kader van vissen.

Vissen is een vrij nutteloze hobby, waaraan jongens over het algemeen, om onduidelijke redenen een groot genoegen beleven.
Ik persoonlijk zou niemand iets van deze geneugten willen onthouden en bijkomend voordeel is dat de mannen even onder de pannen zijn. In de buitenlucht nog wel en dat is natuurlijk gezond.
Maar ik heb nog nooit een gevangen visje uit de buurt in mijn pan gehad, want de geschubde vriendjes worden na een uurtje rondjes doelloos zwemmen in de emmer, weer vrijgelaten in het water waarna de visser huiswaarts keert. Vaak stinkend naar vis of slootwater.

Daarbij zijn we meteen bij de nadelen aangekomen, hoewel ik het natuurlijk niet meteen moet overdrijven.
Met mijn speurneus, vond ik Billy laatst wel heel erg naar vis stinken. ‘Manoman, wat stink je naar vis’ riep ik uit, en een kwartier na zijn vertrek ik riep naar vaderdeman, dat ik het nog steeds naar vis vond ruiken.
‘Zeg Tien’, sprak hij meewarig, ‘die jongens vangen echt geen gebakken vis hoor’.
Goed, dat kwam dus ergens anders vandaan. Bij iemand die de vis thuis wel in de friteuse had gegooid.

Voor een beetje begrip ben ik maar eens meegegaan met mijn vissertje, want dat leek hem gezellig. Hoewel ik het behoorlijk griezelig vond, ben ik de beroerdste niet en was aanwezig bij de aanhaking van een wit wurmpje, ´ach, kijk maar even de andere kant uit hoor mam´.

We zaten verder heerlijk in het zonnetje.
vissen, maden, koelkast

Gelukkig Jammer genoeg werd er geen vis gevangen. Billy dacht dat het misschien kwam door mijn geklets. Dat leek me sterk eigenlijk.
Gelukkig voor hem, ging het de volgende keer, toen ik er nét niet bij was, een stuk beter met de vangst.

Hebben we meteen het volgende nadeel bij de kop en staart:
maden, vissen
Het schijnt van buitengewoon groot belang om maden te gebruiken en die, tussen de visbeurten door, in de koelkast te bewaren waar ze een een heerlijk koud en sluimerend bestaan leiden.
Lijden.

De aangeschafte maden – daar betaal je dan ook nog voor – zaten aanvankelijk heel veilig in een flesje, in een zakje, in een ijsbakje dat voorheen gevuld was met overheerlijke Pecan-Caramel-Roomijs, in de koelkast.
Toen ik ze naar de rand tussen het bakje en deksel zag wriemelen, besefte ik dat ze al uit de fles en het zakje ontsnapt waren en reeds aangekomen in het buitenste bakje. Slimme rakkers dat ze daar waren.

Op zich leek me een leven als made al niet bijster opwindend, dus geef ze eens ongelijk om ’s op avontuur te willen, weg uit zo’n besloten omgeving van een ijsbakje   …
Maar… ik vind ze er gewoon niet zo tof uitzien.

ijs, bakje, maden

Ontsteld riep ik uit:

‘Iehh – Waarom?’

‘Lusten de vissen tegenwoordig geen brood meer?’

´Moet dat echt in de koelkast?!’

Dat moest dus, want dan zouden ze langer goed blijven.
Wanneer maden niet in de koelkast zijn, zijn het al snel geen maden meer. En dat is dus niet de bedoeling.
Van vissers.

Want vissers willen vissen met maden. En niet met vliegen. Behalve vliegvissers. Die vissen met vliegen.

‘Kun je ze dan niet beter in de diepvries bewaren?’ vroeg ik behulpzaam. Maar nee, dat zou te koud zijn voor de maatjes van Billy.

En dat begreep ik ergens ook wel, want je kunt niet zomaar alles in de diepvries stoppen, dan kunnen er ook gekke dingen gebeuren.

Wanneer je bijvoorbeeld iets in de vriezer stopt om het sneller te laten afkoelen, dan is de kans groot dat je het vergeet eruit te halen.

Zoals een flesje bier.

Of koolzuurhoudend bronwater, wat ik laatst deed. En er de volgende dag pas aan dacht, vervolgens de deur van de diepvries opentrok en zag dat het plastic flesje wel een hele rare vorm had gekregen.
Snel haalde ik het flesje uit de vriezer en liep ermee naar de bijkeuken. Daar aangekomen wist ik niet wat ik moest doen en legde het in de wasbak. Nog geen 2 seconden later explodeerde het flesje. Brokken ijs vlogen door de bijkeuken.
Ik kwam er nog goed vanaf, maar Billy werd geraakt door een ijsschots. Hij huilde van de schrik en een beetje van de pijn.

Nee, dan kun je beter vissen. Dat is veiliger dan flesjes koolzuurhoudende drank in de diepvries stoppen.

Dat hebben we ervan geleerd.

Een diepvries is voor het bewaren van andere zaken. Bijvoorbeeld voor ijsbakjes, met Pecan-Caramel-Roomijs.

pecan caramel roomijs, vissen, maden, diepvries

Het verhaal van het vogeltje dat te ver vloog.

Er zat vanmorgen een vogel op ons dak.

Het was onze vogel.

De vogel was gevlogen. Uit het raam.

Als het niet zulk mooi weer was geweest en het raam niet open had gestaan, was hij vast tegen het raam gevlogen.

Eigenlijk vloog hij normaal nooit meer tegen het raam. Maar het hoeft op zich niets te zeggen over de helderheid van mijn glazen.

Enfin.

We hoorden hem nog fluiten, in de verte.

Dat had het einde kunnen betekenen van onze betrekking met huisgenoot Eddy.

Toen hoorden we het fluitgeluid onverwachts weer dichterbij komen.

Eddy vloog rondjes om het huis en landde tenslotte op het hoogste puntje van het dak.

We riepen, floten, smeekten hem vanaf de grond om bij ons terug te keren.

vogel, eddy, gevlogen,

Eddy floot wat, maar bleef arrogant op het dak zitten.

vogeltje1

Ik rende de trap op naar boven en keek vanuit het dakraam naar hem of haar.

Ik lokte, floot, riep en tuttelde naar hem op m’n allerliefst, maar Eddy keek gewoon de andere kant op.

vogeltje, dak
ik maakte nog maar wat foto’s voor het geval dit de laatste zouden zijn

Na enkele minuten kregen we een helder inzicht:

‘De liefde van het dier gaat door de maag.’ of zoiets.

Dus legden we een heerlijk takje trosgierst op het dakraam.

Eddy vloog van z’n plek.

dak

Hij streek neer op het dakraam en begon onmiddellijk aan een heerlijk ontbijt.

We kantelden het dakraam en Eddy gleed samen met het voedsel weer naar binnen.

Iedereen was blij.

En BaasjeB. nog wel het allermeest.

Einde.

naaktslak, ogen, lang, recept

Ontslakken

Ik zag laatst een Hele Lange man bij de Lidl. Nu vind ik lange mannen altijd best wel stoer, maar deze was niet zomaar lang, nee echt heel lang. Ik schrok me een hoedje.
Ik kijk bij de Lidl sowieso altijd mijn ogen uit, met ogen op steeltjes zeg maar. En dat was ook wel nodig want even later zag ik een nog langere man. Dat verwacht je dan toch niet, bij de Little.
Het viel me er verder op dat er veel buitenlanders waren. Het hoeft niet, maar het kán iets met elkaar te maken hebben.
Of het ligt aan de klimaatverandering.

Mensen worden namelijk steeds langer. Dat is een feit. Ik hoef alleen maar in mijn eigen omgeving te kijken om dat bevestigd te zien. Mijn kinderen worden bijvoorbeeld ook steeds maar langer. Een paar jaar geleden was hun lengte beduidend korter. Nu is mijn oudste me al ruim voorbij in lengte. Ik houd m´n hart vast, dat groeit maar door.

En vervelend vinden ze het ook al niet. Ze willen niets liever. We meten ons suf met dat stel:

meten, ogen, lang,
het ziet er serieus uit en dat is het ook

Die buitenlanders bij de Lidl; Ik snap al trouwens best. Het voelt toch een beetje als thuis, om in het buitenland boodschappen te doen bij de Lidl. Dat doen wij ook. In het buitenland lekker naar de Lidl met al die bekende producten en Nederlanders om ons heen, geeft dan toch een thuisgevoel. Zoiets groeit op een bepaald moment hè.

Wat me tijdens de vakantie opviel, was niet alleen dat de mensen steeds langer worden, ook de slakken. Het was weliswaar niet in Nederland, want geheel volgens ons traditionele voornemen om een jaar in Nederland op vakantie te gaan, belandden we dit keer in Duitsland en Oostenrijk.
En in Oostenrijk zijn de slakken dus al zo lang:

naaktslak, lang, eten

Ik vind slakken echt heel eng. Vooral de naakte. Daarom.  En lange slakken zijn dubbel zo eng.
En die lange Albino-naaktslak vind ik wel het toppunt.
Het was dus erg dapper van mij om mijn hand er naast te leggen.

Toch verontrustend dat de slakken nu al zo lang zijn in Oostenrijk. Ik vraag me af hoe lang het gaat duren voor we deze joekels in Nederland tegenkomen. En waar stopt het? En wanneer?
Ik las namelijk dat de slakken met de huidige weersomstandigheden veel langer worden. Nu kreeg ik al de indruk dat er tegenwoordig meer slakken zijn dan ooit, maar dat ze ook nog langer worden, betekent derhalve meer slak in ons leven. Allemaal buitenlanders…
Of het ligt aan de klimaatverandering.

Ik zal het probleem uiteindelijk gewoon onder ogen -op steeltjes- moeten zien.
Het is eten of gegeten worden.

Welbeschouwd  is er eigenlijk maar een klein probleem, met een grootse oplossing: We hebben we een supermarkt in onze achtertuin.
En ik vond de oplossing:


Een recept voor het klaarmaken van naaktslakken

Dit recept is voor een overheerlijke soep.

40 verse zwarte naaktslakken, het liefst uit eigen tuin (met kop)

2 eetlepels olijfolie

3 ui, 1 knoflook, 1 laurierblad

3 winterwortelen

2 vleesbouillonblokjes

1 flesje oud bruin bier.

Wrijf de pan in met de knoflook. Fruit de in ringen gesneden ui in de olijfolie. Was de verse, nog levende slakken onder koud water goed af en snij ze in dobbelsteentjes van ± 1,5 cm. Voeg de slakken bij de uien, even aanbakken en vervolgens 0,75 l water toevoegen. Smoor uien en slakken op een laag vuurtje in ca. 15 minuten samen met de bouillonblokjes, het laurierblad, de in stukjes gesneden wortel en naar smaak lettervermicelli of snelkookrijst. Voeg daarna nog 1 liter water en het flesje oud bruin toe (en eventueel zout en peper). Eén minuut laten doorkoken. Serveren met versgehakte peterselie.

naaktslak, ogen, lang, recept

Eet slakelijk!

wild thing

Wilde verhalen

Ik heb iets heel spannends gedaan. In de supermarkt. Ik moet eerlijk toegeven dat het niet de eerste keer is dat ik het gedaan heb, maar het blijft spannend. Je weet maar nooit of je ermee weg komt.

Ik nam wat mee uit de supermarkt. Voor ik het pakte keek ik schichtig om me heen en griste de verpakking vervolgens uit het schap.

Niemand had iets door en ik kon ongemoeid de winkel verlaten.

wild thing

Zo spannend, om Wilde Perziken te kopen.

Mijn hart begint altijd meteen te bonken als ik dat soort etiketten zie.

wilde perzik, sappig en zoet,

Ik kom nog uit de tijd van gewone perziken. Gewone perziken die, wanneer je ze op het juiste moment opat, niet te hard, niet te zacht, maar precies goed, de juiste zoetheid en sappigheid hadden. Gewoon uit de hand, waarbij het harige velletje wat onwennig aan de tong voelde, maar na even doorbijten het zoete sap de overhand had en heerlijk smaakte.
Toen daar de nectarine op een bepaald moment in opkomst kwam, nam ik bij voorkeur liever dit gladde zusje met haar kale vel, vanwege een iets minder harige, dus fijnere 1e hapervaring.

En nu, is daar na een hééle tijd zoeken blijkbaar, een wilde perzik gevonden. Een wilde perzik!
Zo spannend, dat mensen eerst een tamme perzik hebben gevonden en plots blijkt daar ook een wilde perzik te bestaan!

Hoe zou dat zijn gegaan, die ontdekking… Zouden het woeste taferelen zijn geweest, toen de ontdekkers achter de wilde perzik aangingen? Zouden ze de vruchten met pijlen en geweren overmeesterd hebben? Of was het met een valstrik? Hoe is het zover gekomen dat dit wilde exemplaar zich heeft laten vangen?
Dat staat er dan niet bij hè, als je wilde perziken koopt.

Eerlijk gezegd heb ik het wel eerder geprobeerd, in de afgelopen jaren, met die wilde perziken. En tot nu toe ging het ook altijd wel goed. Maar het blijft spannend! Stel je voor dat ze na vertrek uit de winkel helemaal door hun plastic dakje zouden springen van gekkigheid. Of dat ik niet veilig thuis zou komen op mijn fiets omdat de wilde perziken het zo bont zouden maken.
Wanneer zouden ze hun echte wilde aardje tonen. Daar wilde (…) ik wel eens achter komen.

De eerste dagen bleek mijn veiligheid geheel geen gevaar te lopen. Mak als zachte zoete perzikjes lagen ze keurig in hun bakje. Wat dat betreft verschilden ze niet zoveel van de eveneens aangeschafte zachte zoete abrikozen. Daar had ik dan ook helemaal geen zorgen over. Die zachte zoete abrikozen, daar hoef je niet zoveel reuring van te verwachten.

In afwachting van de perfecte staat om opgegeten te worden, legde ik ze nog even rustig in hun plastic bakje op het aanrecht. Enkele dagen tot rust laten komen. En ook om hun ware aard naar boven te laten komen.

Dat is gelukt.

Wat blijkt? De wilde perzik is echt wild. Maarr, ´t zijn wel stiekemerds. Toen ik een paar dagen geleden op een ochtend een perzik pakte voor een sappigheidscheck, vertoonde deze sporen van flinke nachtelijke uitzinnigheid. Allemaal witte wollige vlekken werden zichtbaar op hun zachte velletje. Ik denk echt dat ze die nacht flink tekeer zijn gegaan.

Het zag er werkelijk heel onsmakelijk uit. Ik heb ze nog een tijdje laten liggen in de hoop dat het wat weg zou trekken. Maar het werd alleen maar erger. Niet te eten!

wilde perzik blauwe plekken

Conclusie: Houd de wilde perzik dus goed in de gaten, eet ‘m op tijd, voor hij wild wordt. Of lees het etiket meteen zodat je weet dat ze in de koelkast bewaard moeten worden om verdere rijping te voorkomen..

Loopt u liever geen risico, koop dan zachte zoete abrikozen. Want zoals verwacht, liggen die nog steeds heerlijk zacht en zoet in hun bakje, zo lief en snoezig, om op te eten eigenlijk…

En aldus geschiedde…

zachte zoete abrikozen perziken

Kaaskop

Ik hou van kaas. Kaas is mijn guilty pleasure, heerlijk, hoe ouwer hoe beter.
Vet en ongezond, maar niets is zo lekker als kaas bij een glaasje wijn. Of op brood, of als ontbijt, of tussendoor, of tijdens het koken, of op de lasagne, of ’s avonds bij de borrel, of zomaar…
En ik ben niet de enige, hier in het huis.

Alleen, nu heeft jongste zoon gisteren een belangrijke ontdekking gedaan. Ik ben namelijk nog veel te jong voor kaas.

S: ´Zit er zoveel alcohol in de kaas?´ vroeg hij zich ongerust af.

Ik: ?

S: ‘Hier staat 48 +…’

jong belegen, 48+, kaas,
Jong, maar toch belegen…

Ik: ‘Dat zou wel heel sterk spul zijn’

S: ‘Zo oud ben ik nog niet’

Ik: ‘Nee zo oud ben je nog lang niet.’

S: ‘Dus ik mag nog geen kaas?’

Ik: ‘Hmm, nee. Nou, vooruit, een klein beetje dan.’

S: ‘En papa dan?’

Ik: ‘Zelfs papa mag nog geen kaas eten. HAHAHA’

…en ik ook nog lááááng niet.

Denk je al een beetje belegen te zijn, blijk je eigenlijk nog maar een snotneusje.

Over snotneusjes gesproken;

Ik heb leuk werk. Echt heel leuk. Ik klets een paar dagen in de week de hele dag door met kinderen en dat is reuze gezellig. Ondertussen leren ze er nog wat van en ik ook. Zo snijdt het kaasmes aan twee kanten.
Dat lijkt allemaal heel ontspannen, maar het is soms zwaar hoor.

Zoals vandaag, toen er een kind langskwam met een groen gelig kloddertje in een neusgat. We hebben heel gezellig gepraat en een spelletje gedaan maar ondertussen zag ik dat kloddertje wel zitten. Het gluurde vanuit het rechter neusgat geanimeerd naar buiten. Tot het wat begon te kriebelen, en het jongetje het met zijn hand uit over z’n wang smeerde.
Jaaaa….

Het volgende kind had ook snot in haar neusgat, maar dit was transparant. Ze ging met haar hand langs haar neus en pakte een blokje van het spel. Ik zag het doorzichtige snotspettertje op het blokje. Het bleef maar zitten. Ik heb haar maar gevraagd of ze zelf de blokjes weer wilde opruimen. Dat deed ze.

Even slikken en gewoon weer doorgaan.
Want daarna heb ik gezellig zitten kletsen met een 5 jarig jongetje met onbedwingbare graaf en peuterneigingen. Ik denk dat er veel zat, want hij deed er best lang over.
Na zulke sessies denk ik wel:’Ik heb echt zwaar werk. Lichamelijk niet, maar gééstelijk… naaah… En het is nog wel bijna zomer!’mask-man-with-snot

Want in de winter is het veel erger. Hoe vaak ik niet oog in oog zit met een schattig kinderneusje met daaronder een geel-groene 11, en flubbers die bij het inademen weliswaar verdwijnen maar elke uitademing keihard terug komen, om nog maar niet te spreken van al die snuivers en snorkers. Ja, ik moet wat kunnen hebben.

Natuurlijk heb ik altijd wel een pak tissues in de buurt, maar de meeste kinderen kunnen zoo slecht neuzen afvegen… ik weet niet wat erger is. Heel onsmakelijk.

Dit hele verhaal wordt trouwens wel erg onsmakelijk. Ik begrijp het helemaal als de meeste mensen inmiddels zijn afgehaakt.

Nee, doe dan maar een stukje kaas, heerlijk, dat heb ik dan wel verdiend na zo’n werkdag.
Met een glaasje wijn. Gelukkig ben ik al wel 18 +.

En wat betreft die kaas, tja…48+ is wel oud…

Gelukkig blijkt er ook 30+ te bestaan. voedingscentrum, kaas
En 20+ .

En 10+
Maar dat is natuurlijk eigenlijk snotneus-kaas.

Stilte voor de storm

Als hij fietst, dan waait de wind langs zijn oren. Waar hij gaat, daar is het oppassen geblazen. Storm heet hij.

Een paar weken geleden inmiddels, leerde ik Storm kennen. In alle rust fietste ik op een pad door het parkje, tot ik links van mij een klein jongetje op een loopfietsje door het gras mijn kant op zag racen en rechts van mij een verwilderde moeder uit de bosjes zag komen die wanhopig riep:´Kijk dan uit! Let op Storm! Stoppen! Luister dan ook! Wat zeg ik nou Storm!´

storm

De moeder, type vrije school-moeder, ik zie zoiets in een oogopslag, was waarschijnlijk net in alle rust tussen het struikgewas, eetbare paddenstoelen en wilde kruiden aan het verzamelen voor de avondmaaltijd zonder pakjes en zakjes, toevoegingen en E-nummers. Dit vreedzame plukmoment werd nochtans wreed verstoord door het onbenullige en stormachtige gedrag van zoontjepoontje.
Dat krijg je ervan als je je kind Storm noemt dacht ik toen.

Je moet namelijk altijd goed nadenken voor je je kind een naam geeft. Een naam doet iets met een karakter. Het moet dus wel kloppen. Een Storm kan bijvoorbeeld nooit heel fijn, een rustig kind worden. Dan gaan andere mensen hardop tegen elkaar zeggen; ‘Wat een rare naam voor zo’n kind, dat past toch totaal niet bij zo’n stille Willy? Is ie wel normaal?´ In zo’n geval krijgt het kind dan laat of vroeg óf een vervelend complex, of een lastig etiketje en daar heb je het maar druk mee. Wil je een braaf oplettend kind, dan kun je ’m beter Willem Frederik Hendrik noemen.

Ik vond, moet ik bekennen, Storm destijds eventjes ook wel een leuke naam voor ons ongeboren kind m/v, omdat het zo stoer klonk. Maar man vond het idee minder geslaagd en zei: ‘Daar krijg je gedonder van’.
Daarover nagedacht hebbende, hebben we ons laatste kind  maar ‘Stil’ genoemd.
(Zonder t)

Want dat leek ons wel handig na die eerste drie.

Helaas, ik geloof dat de boodschap in zijn geval toen toch niet helemaal goed is doorgekomen. Waarschijnlijk had dat te maken met de oudste drie. Als je te vaak ‘Stil!’ roept, weet zo’n nieuw kind ook niet meer waar het aan toe is.
Hadden we toch niet goed genoeg nagedacht over de consequenties van deze naam.

Storm had de boodschap in ieder geval wel goed begrepen. De wind waaide door zijn wilde lange haren. Daarom zat het ook helemaal in de war.
Maar het kán ook zijn dat zijn moeder dat had gedaan. Misschien wel expres, om erbij te horen. Juf Freya moest natuurlijk niet denken dat moeders’ de creativiteit van hun kind liet beperken door een strak kapsel. Echte Vrijeschool-moeders hebben belangrijker zaken aan hun hoofd. Die hoeven niet in de nieuwste mode te lopen. Daarom hebben deze kinderen ook vaak rare 6e hands kleding aan. Zoals dat gekke fascinerende jaren 70- tuinbroekje dat ik laatst bij iemand zag.
Ik heb er een hele tijd over na moeten denken hoe ze aan dat broekje zijn gekomen. Eerst dacht ik nog dat het bij oma van zolder kwam, maar dat idee heb ik snel laten varen want geen mens bewaart dat soort kleding. Het zou ook kunnen zijn dat ze stad en land waren aflopen in hun geitenwollenkousen, om in een zoveelstehands kledingwinkel onderin een ouwe doos dit collectors-item te vinden. Uiteindelijk kunnen ze het ook gevonden hebben op een internet feestwinkel bij de ´foute themafeestjes´.
Vrijeschool-ouders weten op de een of andere manier altijd heel bijzondere imagoversterkende items te vinden.
Of je wilt of niet; ook het vrije denken kent zo z’n verplichtingen en dus beperkingen en grenzen.

Ik heb trouwens volstrekt geen last van vooroordelen hoor, mocht u die indruk krijgen.
Ik vind het allemaal helemaal prima, dat vrije denken. Vrijheid blijheid.
Wat dat betreft zou ik een prima vrije-school-hulpmoeder kunnen zijn. En dan natuurlijk geen leesmoeder over overblijfouder, want dat is niet nodig daar, maar aan het vak ‘vaag filosoferen’ bijvoorbeeld, zou ik beslist een uitstekende bijdrage kunnen leveren.

Helaas zijn mijn kinderen er geen types voor.
Zulke lange warrige kapsels zou ik persoonlijk nog wel handig vinden maar daar hoef ik thuis niet mee aan te komen. Onze jongens prefereren hun haar in een kaarsrechte zijwaartse brillantine scheiding met lijntjes van de kamstrepen, terwijl de meisjes hun haren graag in twee strakke vlechten met een keurige strik onderaan dragen.

Daarom fietsen wij altijd, als de wilde kapsel kinderen linksaf slaan, een stukje rechtdoor naar een keurig nette school met keurig nette kindertjes waar kinderen worden gebracht met degelijke fietsen of nette auto’s in plaats van in roestige oude rammelbusjes.
Dat komt uiteindelijk waarschijnlijk allemaal door de keurig nette namen die ze hebben gekregen van hun ouders. Daar kunnen de kinderen niks aan doen. Keurig net, maar wel beperkt in hun creativiteit.

Goed, hoe liep het nou met Storm en mij af. Dat wordt nu onderhand wel behoorlijk spannend natuurlijk.

kind fiets

Op het moment dat ik hem passeerde, wist Storm toch ruim op tijd te stoppen, met z’n loopfietsje. Ik hoorde moeder het kind nog wat vermanend toespreken. En ik fietste rustig door naar huis. Einde.

Het was zogezegd, eigenlijk, niet meer dan ‘Storm in een glas water’.

tuinkers, vensterbank, moestuin

Krijg nou toch plantjes!

‘Leuk hoor die moestuintjes’ dacht ik, toen ik ze kreeg bij de kassa. Dus ik nam ze mee om ze aan de kindertjes bij mij op school te geven.

Dat ging een week goed. Tot mijn eigen kindertjes er lucht van kregen. Die wilden namelijk ook Heel Graag Moestuintjes. Nah, Waarom mogen die kindertjes van jouw school wel en Wij Niet??
Dus vanaf dat moment spaarde ik ze ook maar voor thuis. Want ze hadden wel een punt; het is natuurlijk heel educatief. En gezond. Als het allemaal gaat lukken uiteindelijk.
En het geeft troep. Dat wel. Daar was ik al bang voor. Die potgrondjes kruimelen me daar wat in het het rond, overal vind ik druppeltjes water en overal staan nu plantjes in diverse stadia van ontkiemen.

Je kunt het zo gek niet bedenken.

Op het aanrecht:

tuintje, moestuintje, potgrond, zaadjes

Op de grond:

plantjes, grond, bak, potgrond,

Op de vensterbank:

tuinkers, vensterbank, moestuin

In de koelkast:

tuinkers, koelkast, plantje??

In de kast bij de schoteltjes:

tuinkers, kast, moestuin, potgrond, plantje

??

En toen riep ik: ‘Krijg nou toch plantjes zeg! Nou staat het hier ook al!’

Maar die laatste drie waren van BaasB. Want dat bleek bij zijn opdracht voor school te horen. ‘Waar groeit de tuinkers het best’ of iets dergelijks.

Dat wordt nog een spannende strijd voor de tuinkersjes, maar ik heb al een gokje gewaagd:

In de koelkast –  dat wordt ‘m niet. Veel te koud, veel te donker, dat worden nooit blije tuinkersjes.

In de kast – die plantjes komen zowaar boven maar ze hebben zo’n vieze gele kleur. Lijkt me niet gezond.

Voor het raam – wat een prachtige tuinkers. Om óp te eten gewoonweg. Zie die prachtige glanzend groene blaadjes. Tuinkers zoals je van tuinkers mag verwachten hoe hij zijn moet. Lekker op, in, bij, uhm, wat doe je eigenlijk met tuinkers nou vult u zelf maar in. U weet het ongetwijfeld nog wel van vroeger.

Maar de rest van de groene jongelingen in ons huis, vallen onder de verantwoordelijkheid van onze jongsten. Ze zijn er maar druk mee. Al om 6 uur ’s ochtends zijn ze in de weer met het begieten, stickeren, beschrijven, overplanten. En laatst hoorden we al roepen: ‘Zoo héé, dat is een mega-groeispurt hier!’ Het bleek echter een bos klavertjevier te zijn, die vadertjelief er in had gestopt. Had ie ook weer z’n pretmomentje.

Het probleem met die moestuintjes is dat het een heimelijk supermarkt-spaarsysteem is waardoor alle kinderen Alle Soorten Willen Hebben, zodat ouders steeds weer naar diezelfde supermarkt moeten, zo gaat dat.
Met een levendige ruilhandel in de buurt zijn ze al een heel eind gekomen. Maar er moest nog wel andijvie en aubergine en weet-ik-veel komen.

Daar ga je dan weer.

Billy wilde me vorige week nog best even vergezellen voor een bezoekje aan de Appie. Terwijl hij er vrolijk op los scande met z’n handscanner begon ik me tijdens het winkelen zieker en zieker te voelen. Echt ziek dus. Na het afrekenen mocht meneer helaas bij de uitgang nog uitgebreid in de potjes kijken en zoeken van de aardige mevrouw van de winkel, om te zien of er een Aubergine, Prei of Andijvie of… tussen zat.

Helaas. Maar ik beloofde hem maandag op ‘mijn’ school te zullen kijken, waar er vast nog wel een paar van ‘de goeien’ bijzaten.
Toch een paar potjes rijker, kwamen we die middag thuis waar ik aanstonds met 2 paar sokken, een dik vest, een paar handschoenen en 3 kruiken mijn bed indook, desondanks nog een paar uur lag te bibberen, daarna een paar uur lag te koken, in de nacht zwom in mijn eigen zweet en er de volgende dag voorzichtig uitkwam om te douchen, om er vervolgens snel weer in te duiken.

Zondagavond zag ik een bezorgd gezichtje voor mijn ogen zweven. Billy klopte een paar keer liefdevol op mijn wangen, rook in mijn hals, streek over mijn borsten en informeerde of ik nog ziek was en of ik morgen wel naar mijn school zou kunnen.

‘Ik weet het niet’ zuchtte ik amechtig terwijl ik mijn ogen weer sloot.

‘Hoezo?’ dacht ik.

Dus ik vroeg: ‘Hoezo?’ terwijl ik mijn ogen weer opende.

‘Voor die andijvie’ lispelde mijn zoontje.

‘Wil je zo graag andijvie eten?’ fluisterde ik.

‘Nou, nee hoor, ik hoef alleen maar het moestuintje’ was zijn reactie.

Ach, alleen het moestuintje, ’t lieve kind is ook zo snel tevreden…

Het V-woord

En zo zit ik opeens weer in een krakend vers nieuw jaar. Met weer vele enkele goede voornemens, waar het tot nu toe uitstekend mee gaat.

Zo gaat dat, de oliebollen zijn op, kerstversiering is opgeruimd, mijn laatste thriller (van Jane Casey dit keer) is uit – de moordenaar zit vast, de handen zijn geschud, beste wensen uitgesproken en de koortsige vuurwerkgloed op de gezichten van mijn jongens is verdwenen.
De vrede keert weder. We kunnen weer een jaar (min 1 week) vooruit zonder waarschuwing op het verboden V-woord.

Want hoe irritant is het om onder het koken of nog erger; onder het oplossen van een paar lugubere moordzaken, steeds gestoord te worden met gezeur over V.uurwerk. Nee, doe mij maar een sappige moord. Niet in het echte leven uiteraard, maar ik ben gek op spanning en sensatie in een boek. Hoewel ik ook niet vies ben van een Scandinavische misdaadserie op tv of dvd.

thrillers, spannend, boek

Ik moet zeggen dat het qua gespreksonderwerpen tot aan de kerst nog wel behoorlijk vuurwerkvrij was. De vuurwerkfoldertjes had ik vakkundig weggewerkt, en dat leek z’n vruchten af te werpen.
De maaltijd op eerste kerstdag werd ook nog vredig doorgebracht met een discussie over ‘doodstraf wel of niet’, ‘hoe moet de doodstraf worden uitgevoerd’ (stoel, injectie of toch liever een kogel) en de keuze voor de laatste maaltijd, ‘het galgenmaal’.  galgenmaal
BaasB, die zich goed had ingelezen is in dit onderwerp, vertelde ons dat de ene gevangene koos voor een uitgebreid ontbijt of een maaltijd van KFC, terwijl een andere ter-dood-veroordeelde koos voor enkel een olijf-met-pit. Saillant detail is dat men de pit na z’n dood terug vond in de zak van zijn kostuum. Wie wat bewaard…
Uiteraard waren de meningen ook over dit alles weer zeer verdeeld.
BaasB zou het in dat geval wel weten; een flinke maaltijd uiteraard. Nonus als MacD-addict wil dan natuurlijk wat van de MAC. Mocht ze de doodstraf krijgen dan hè. Jaah…
Mij zou de eetlust wel vergaan op zo’n moment. Dacht ik hoor. Maar ik kan er nog even over nadenken.

Maar goed, toen het voorbij was met de kerst, was er nog maar 1 ding waar Billy aan kon denken. En over praten. En over zeuren. En herhalen. En herhalen. O ja dat had ik al gezegd HAHA.
Het verboden V-woord mocht dan niet meer gezegd, maar bleek ook geschreven en omschreven te kunnen worden.

vuurwerk, v, De oorlog was in de kleine man.
De weldaad van het leven in vrede lijkt mannen, groot en klein, op sommige momenten toch opeens bij de keel te grijpen. Bij gebrek aan echte beschietingen en veldslagen, worden vele kerels tegen het einde van het jaar helemaal wild bij het idee van gruwelijk zware knallen, wrede knappers, denderende explosies en meedogenloze lichtflitsen.

Gelukkig kwam er ook bij ons echt vuurwerk. Uit Duitsland gehaald zelfs. Dat hadden we 70 jaar geleden ook niet kunnen denken…
Wel jammer voor Billy, dat hij het voor 12 uur al op had. ’s Middags dus, 12 uur a.m. We hebben eigenlijk weinig spectaculairs gezien in het daglicht. Wel gehoord.
Uiteraard is het volstrekt onverantwoord om een 7-jarige vuurwerk te laten afsteken, dat vond ik ook toen ik nog geen jongens had. Maar ik heb dat losgelaten, het is niet tegen te houden.

Gelukkig kon Billy ook rond middernacht nog goed praten. En vragen. Zo wist hij her en der wat af te troggelen zodat hij vanaf 00.00 uur ook weer rottige knallers en vurige pijlen kon afsteken.
Nu de mistige kruitdamp is opgetrokken, wordt het weer een serene Kruid-hof (jaaa héb je ‘m?) van weleer. Het V-woord is in rook opgegaan en zal ik voorlopig niet meer horen.

Het is 2015. En ik kan verder met een volgende moord.      thriller, boek, spannend

Een heel vurig maar vredig 2015 toegewenst!