0

Wat zeg je?

Ik heb een Oost-Indisch verleden.
Dat zou je niet zeggen als je me ziet.

voc
En dat is nu ook wel voorbij hoor.

Ik ben namelijk een beetje doof. En nu echt.

Altijd gevaarlijk, als je roept dat je nooit ziek bent. Vroeg of laat krijgt een of ander virus je toch weer te pakken. En zo kwam bij mij een virus aanwaaien die mijn keel deed opzetten zodat ik vreselijke keelpijn kreeg en ik een dag niet kon praten.
Het was heel rustig die dag.
Gelukkig was de keelpijn na die dag verdwenen. Helaas steeg de zwelling een stukje op naar mijn oor. En een dicht oor is super lastig.

Vage mededelingen en haastige gesprekjes bleek ik plotseling niet meer te kunnen opvangen. De t.v. stond gisteren aan en ik verstond er niks van, besefte ik een tijd later pas.
Na 20 minuten vroeg ik aan Man-met-de-afstandsbediening of ie wat harder kon, want ik verstond er niks van. Verstoord keek hij mij aan.
Speciaal voor mij had hij op deze zender geduwd (omdat ik geen voetbal en actiefilm bliefde te zien) bleek ik dus al 20 min voor niks te hebben gekeken naar iets wat ik wilde volgen maar niet kon horen, en hij ook, naar iets wat hij niet wilde zien en wel moest horen.
‘Sorry,’ piepte ik ‘maar ik ben een beetje doof’.
‘Ja, Oost-Indisch zeker.’
Alsof ik voor mijn plezier koloniale trucjes zat uit te halen. Als ik dan ’s een beetje ziek ben, wel een beetje respect graag…

oostindisch

Eerder die avond, tijdens het eten, ving ik ook al iets niet goed op. Over het eten. Dat het lekker was ofzo. Maar dat moest ik wel zeker weten natuurlijk.
‘Huh, wat zei je?’ vroeg ik toen.
‘Dat dit hele lekkere snert is 10’ zei man.
‘Ze wou het gewoon nog ’s horen’ verdacht oudste dochter me.
‘Nou nee, mijn oor zit dicht, ik ben een beetje doof’, mompelde ik’.
‘Jaja Oost-Indisch zeker.’

Dat is wel verdrietig, om niet geloofd te worden. Om nu steeds beschuldigd te worden van Oost-Indische doofheid.
Vaak klopt het, maar nu ik op dit moment even echt slechthorend ben, voelt het zo oneerlijk.

Er zijn nu eenmaal dingen die ik graag wil horen.
Er zijn trouwens ook dingen die ik niet wil horen.
Ik bleek namelijk al misofonie te hebben, en kan ik sommige dingen heel moeilijk wegfilteren, zoals eetgeluiden, maar dit terzijde, zie: klik

Maar soms lukt dat filteren me best wel weer redelijk.
Zoals toen Billyboy me weer eens belaagde met zijn kletspraatjes, die overigens vaak heel gezellig zijn.
Goeie grappen en leuke verhalen, daar leg ik mijn werk en leesvertier graag voor aan de kant.

Maar als het gaat over computerspelletjes ,< gaap gaap>, You tube filmpjes die worden naverteld <zucht, haak af> en spannende voetbaltactieken <knikkebol- knikkebol> dan denk ik dat meestal wel op te kunnen vangen en combineren met goed getimede ’ja’s’  en ‘hm hm’s’ onder het lezen van een krant of boek.

Dat lukt helaas niet altijd even overtuigend.

‘He, luister je wel?’ vroeg hij af en toe waarschuwend.
‘Jajajaja, hm zeker’

Dus toen ik ondertussen een paar bladzijden verder was, wat overigens wel veel minder snel leest omdat ik steeds even uit m’n verhaal was om op gepaste momenten overtuigend gespeeld een verbaasde of instemmende blik te werpen, hoorde ik opeens een ander geluid vlak naast me.
Geluid als van pieptonen door het induwen van de toetsen van de telefoon.
Ik keek op en zag dat ik het goed had gehoord. Meneer zat zuchtend op de stoel en toetste overtuigende een reeks cijfers in.

‘Wie ga jij dan bellen?’ Vroeg ik verbaasd.
‘Hé? Oh…’
Had ik iets gemist? ‘Hé, wie bel je nou?’
‘Nou’, piep piep piep, ‘Ik bel even die man van Beter Horen’.

….

En dat… werkte heel goed toen.doof1

Maar misschien mag hij ‘m nu wel echt bellen.

oostindisch2

0

Een schot in de roos

pijl-hoofd

Mijn jongste zoon werd getroffen door een pijl. De pijl zoefde even daarvoor nog door de lucht, onderweg naar zijn doel: de bullseye, de rode punt op het dartbord. Daar zou de pijl echter nooit arriveren omdat daar onderweg opeens het hoofd van mijn zoon verscheen. De punt boorde zich in het zachte vlees van het jongenshoofdje, bij zijn slaap.

Mijn zoon had kunnen neerstorten, dodelijk gewond, amechtig hijgend op de zoldervloer.

Ik was er niet bij, daar op de zolder, toen hij en een vriendje illegaal aan het freestyle-darten-zonder-regels waren. Dus; of vriendje te snel gooide, of dat de pijl een rare afwijking had, of dat mijn zoon alvast te vroeg opdook om pijltjes te rapen, zal ik nooit weten. De pijl trof een ander doel.
Ik stel me voor dat hij bedremmeld zijn ogen schuin omhoog draaide en beduusd knipperde toen de rode vleugeltjes van het pijltje zag die in de buurt van zijn ogen bleven hangen.

Hij wist vervolgens niet hoe snel hij naar beneden moest rennen om licht geschrokken te vragen of iemand dat pijltje eruit wilde halen. Ik dacht eerst even dat het weer een geintje in de rubriek ‘flauwe grappen en grollen’ was. Dan was ie goed geslaagd geweest. Want van grappen in die categorie, van een afgehakte (plastic) vinger in een lucifersdoosje, die opeens kan bewegen, nepdrollen, horrorclowns, vieze beesten, stiletto’s die in het lichaam lijken te verdwijnen, ben ik de grootste liefhebber hier.
Mijn kinderen vinden het op zich ook wel grappig, maar als je eigen moeder er zo om moet lachen, moet je bij jezelf natuurlijk wel even ernstig nagaan of het echt nog wel zo leuk is.

Zo had ik laatst pissebed/duizendpoot-achtige beestjes gekocht op de Halloween afdeling- van de Action en bij alle kinderen wat beestjes onder hun dekens verstopt. En bij man nog een op het kussen. En een (snoep)gebit onder de kussens.

pisbed
En dan wachten… spannend…!
En terwijl ik me beneden zat te verkneukelen in afwachting van de eerste geschokte gillen en kreten….   …   …

Nou ja, niks dus.

De kinderen hebben waarschijnlijk zuchtend de beestjes uit hun bed geplukt en op hun nachtkastje neergelegd -en een paar in mijn bed-. Dat snoepgebit hebben ze gewoon in bed opgesabbeld. Grappig hoor mama.

Man bleek later het beestje bij mij op het kussen te hebben gelegd, waar ik het ’s nachts zuchtend vanaf haalde.

Maar in die categorie bleek het geintje met het pijltje dus niet te vallen. En als het om echt bloed en enge dingen gaat, haak ik meestal snel af. Wat dat betreft ben ik echt een flutheld. Ik draaide me snel om, je kunt tenslotte maar beter voorkomen dat je flauwvalt, en mompelde naar Man dat hij even moest kijken, wat ie natuurlijk al lang aan het doen was.
Man is gelukkig meer van het koelbloedige soort, bleef rustig en trok de pijl er snel en voorzichtig uit.
En zonder een spoortje bloed. Wat dan ook wel weer een beetje eng en verdacht was.
‘Ach, ik had er eerst even een foto van moeten maken’ zei hij daarna.
‘Ow, sukkel, da’s nou te laat’ zuchtte ik.
Het liep gelukkig dus allemaal goed af.

Zo kun je wel schrikken van je kinderen.

Want in diezelfde week reed ik in de auto naar huis, ik was nog maar enkele kilometers van huis verwijderd, toen mijn telefoon ging. Ik griste ‘m uit mijn tas en zag ik dat ik gebeld werd door ‘Thuis’, dus  nam ‘m snel op en riep: ‘ja met mij!’ zette de auto aan de kant zodat ik rustig de telefoon kon opnemen om te bellen…


Dus, ik nam op en schrok me een hoedje want ik hoorde een onbekende mannenstem aan de telefoon. Wát hij zei, kon ik eerst niet goed  verstaan. Hij had het over mijn portemonnee, of zijn ov kaart daar nog in zat, zoiets.

Huh?

‘Maar met wie spreek ik dan?’ vroeg ik verbaasd.

‘Jaha, hm, zucht, met Bram’.

Bram? Ooh, klinkt zijn stem-met-de-baard-in-de-keel zo aan de telefoon. ‘Ik kom eraan, ben al bijna thuis’ riep ik. baard-inkeel

Ja, ik heb wat te verduren als moeder, dat zie je maar weer.

Maar… meestal valt het mee.
En… de ene keer is het erger dan de andere keer.
Of, zoals het oude spreekwoord zegt:

Beter een baard in je keel dan een pijl in je hoofd.