Vieze praatjes

Ik schrok me een hoedje toen ik gisteren naar de wc wilde. Een dag ervoor had ik ‘m nog grondig schoongemaakt.

Eeej riep ik, allemensen wat een keutel!

–  Ik waarschuw je nu maar vast, het wordt een vies verhaal. Dat heb je soms.
Wanneer je er niet van houdt, stop acuut met lezen. Bij stiekem wel – gewoon doorlezen –

Daar lag dus echt een waanzinnig grote drol in de pot, in een bedje van wc-papier. Snel riep ik iedereen die in de buurt was erbij, om te kijken. En zo  keken vier mensen met stomme verbazing naar de enorme keutel in de pot en we waren het erover eens dat dit wel uit een reuzenpoepert moest zijn gekomen.
Man nam een foto en plaatste ‘m op de gezinsapp. Ook raar. Maar waar.

Iedereen reageerde met gepaste afschuw. Het was trouwens niemand uit ons gezin die het had gedaan. Nee. Natuurlijk niet. Ha.

Ik herinner me nu opeens weer een bericht in een of ander nieuws, over een inbreker die tijdens het inbreken plotseling zo nodig moeten poepen, dat hij eerst ergens in het huis, waar hij op dat moment aan het werk was, zijn behoefte deed.
Logisch natuurlijk, het lucht lekker op en scheelt gewicht als je de buit mee wilt nemen.

Alleen moet je dan wel doorspoelen.

Het kán zijn dat hij gisteren bij ons was . En dat ie er na zijn boodschap meteen helemaal klaar mee was, want ik mis verder geen kostbaarheden.
Ik heb er zogezegd alleen maar iets bij gekregen.

En we hebben er verder niets van gemerkt. Het is natuurlijk ook niet zo dat je heel erg let op iemand die poept. Dat is toch wel een privé aangelegenheid.

Dat vindt ons hondje Jip trouwens ook. Het is een heel net en preuts hondje. Als we hem uitlaten en hij wil een drolletje draaien, dan moeten we op het moment suprême echt niet naar hem kijken. Want als we kijken dan lukt het hem niet zo goed. Met ogen vol schaamte blikt ie een beetje schuin omhoog.  Ik kijk dan altijd even respectvol de andere kant op. Gevolg is wel, dat ik daarna met mijn hondenpoep-zakje weer op zoek moet naar het keuteltje, terwijl Jip er dan al snel vandoor is gegaan (alsof er niks is gebeurd -lalalala). Jip is namelijk een klein hondje die z’n kleine hoopjes het liefst verstopt in het hoge gras. Ik moet met mijn neus tussen de grassprietjes  speuren tot ik het drolletje met het zakje kan oprapen.

Dat is overigens, nu we het over vies hebben, ook best een vies gevoel, zo’n warme keutel in een plastic zakje.
Terwijl het eigenlijk heel schoon is wat je doet.

Als honden uitlater let ik ook op mijn collega-uitlaters. Ik zou allerlei conclusies die ik al wandelend formuleer, met jullie kunnen delen. Ik houd het vandaag maar bij een ding;

Wat me tot nu toe bijvoorbeeld is opgevallen aan de hondenuitlaters, is dat er globaal twee soorten hondenbaasjes zijn.
De eerste soort doen altijd net of ze niet zien dat hun hondje poept. (Waarvan een deel doet of hun hond helegaar niet gepoept heeft – fluit fluit- tralala – en een ander deel omstandig een knisperend zakje opent om de hoop weg te toveren).
De andere soort baasjes kijkt juist wel. Die zie ik, met hondenriempje in de hand, met een intense blik naar hun hond te staren, alsof ze de keutel er hoogstpersoonlijk uit willen kijken. (Waarvan een deel van hen vervolgens alsnog doet of hun hond niet gepoept heeft -fluit fluit fluit – en een ander deel dan weer de truc met het zakje doet)

En dan heb je nog van die hondjes die je ziet lopen, waarvan je denkt; waar is zijn baasje nou? Die zijn zo slim om te ontsnappen om vervolgens zelf een geschikte route en poepplek te kiezen. Maar dat is weer een ander verhaal.

Om nog even terug te komen op soort 2; Wat denk je dan op zo’n moment, dat je je hond ziet poepen? Voel je dan even hetzelfde als je hond? Leef je mee? Lucht het op?
Ik wil het niet te weten… eigenlijk wel maar ik ben een wegkijker dus ik weet het niet.
Maar het fascineert me wel.

Dus dat hebben mijn kinderen niet van een vreemde. Hoewel ik het helemaal niet aanmoedig dat ze tijdens de maaltijd het poep-onderwerp nogmaals aansnijden, praten we hier tijdens het eten wel opvallend vaak over.
F-je houdt daar dan weer niet van. Ja, dat is die propere dame ja, van de huishoudelijke opvoeding. Toen haar broers gisteren weer wat iets viezigs riepen, liet ze boos weten dat ze op deze manier niet meer van haar toetje kon genieten.

‘Nee??’ riep BaasB opgetogen. ‘Poep…!… Tarrel…. Poepkorreltjes’

‘Whaha’ joelde Billy, ‘Wwwind, scheet!’

‘Hou op’ schreeuwde ze door, ‘nou lust ik het echt niet meer!’

‘Nee? Mag ik ‘t? Geef maar aan mij!’ riep BaasB.

‘Nou jij niet, stommert, door JOU heb ik er helemaal geen zin meer in.’

‘Nou geef dan, geef aan mij, ik lust het wel…! Tarrel*…’

*Timmerende vuisten over. En weer*

En zo eindigde een redelijk vreedzame maaltijd wederom in een jammerlijke ruzie…

Kák!

De vieze toiletfoto is al verwijderd, die kan ik niet meer laten zien. Maar kijk wat ik vond in mijn galerij; we maakten vorige week ook poppetjes van kastanjes. Let op de details. Dat zegt wel weer genoeg.

*zoek de betekenis zelf maar op

Advertenties

Dat doet maar…

Het is alweer enkele jaren geleden dat het voor het eerst m´n bewustzijn binnendrong.

Niet eens echt apart: Ik op de fiets en andere mensen fietsen me voorbij, of je nu wilt of niet, dat kómt gewoon voor.

Dat voorbijfietsen op zich is dus nog niet het probleem. Een breedgeschouderde sterke racefietser met bruine gespierde kuiten… hmmm, nee, geen probleem mee, mag me best voorbij fietsen.

Alleen, het type mensen, dát is het ´m, dat type mensen wat steeds vaker passeerde, fietste me voorheen nooit voorbij. En vanaf een bepaald moment opeens wel. ‘Die ouderen van tegenwoordig, worden ook steeds sneller’, dacht ik eerst nog. ‘Krijg je zeker energie van, zo’n pensioen.’

En vanaf het moment dat ik er op begon te letten, werd het langzaam steeds irritanter. Met een flinke regelmaat waren daar mensen, zeker 40 jaren ouder dan ik, die me vrolijk voorbij fietsten. Vroeger was dat gewoon anders. toen was het meestal nog: hoe jonger hoe sneller – hoe ouder hoe trager. Dat was vroeger.

senioren fiets

Nou kijk, stel je nou ’s voor, imagine…

Er staat een flinke tegenwind, echt een flinke. En ik heb een zware fiets. Maar ja, de test op de sportschool wees laatst ook weer uit dat het zéér goed gesteld was met m’n conditie en ik heb sterke fietsbenen, dus, ik kan wat hebben. Het gaat heus prima, trap..trap..trap… Dan komt het viaduct. Dat is pas echt pfff, trap…. trap…. trap…. nou ik zeg het eerlijk, gewoon zwáár.Als ik op zo’n moment dan zing; ‘Hoe sterk is de eenzame fietser die kromgebogen over het stuur tegen de wind…’ heeft het ook wel wat, dat lied is zo roerend en bemoedigend onder die omstandigheden…

Maar goed, verder heb ik genoeg aan mezelf. En plots, gebeurt het weer. Uit mijn ooghoek zie ik daar een oud grijs duifje op de fiets, traptraptrap, mij voorbij fietsen met een Lance Armstrong -(met doping)-snelheid van heb-ik-jou-daar. Denk er nog even een fluitend mondje bij, fluit-fluit-trap-trap, en voor ik het weet is die frisse fruitige grijze fietser mij ver vooruit, allang weer aan het afdalen. Ook niet even verontschuldigend opzij kijken, van ‘ja, sorry dat ik zo hard ga, oef wat zwaar hè?’

speedy

Dan… beleef ik echt zo’n ‘kiezen op elkaar – pvdku- moment’, killing…

Maar nu mensen, ben ik ergens achter gekomen en sindsdien gaat het weer een stuk beter met me. Tromgeroffel…

Wat blijkt… die mensen, die me steeds zo onnatuurlijk hard voorbij fietsten… Ze gaan gewoon Eléktrisch!

Jah! Je hoort het niet, maar het is er wel, ze hebben gewoon een stiekem motortje. De boefjes…

Hoera handen omhoog, het ligt niet aan mij!

En blijmoedig fietste ík de afgelopen week een oude man op een oude fiets voorbij. – Ja, doe maar wild, ik ben me d’r een…

Toen de oude man bewonderend riep: ‘Zó, wat een snelheid!’, keek ik blij als een kind ik nog even om en riep terug ‘Ja snel he? Helemaal selluf!’