0

Hond in de pot

dierendag, luiaard, poepen

Het feest begon vanmorgen meteen al.

Van dierendag bedoel ik.
Oudste zoon kreeg van zijn zus de hartelijke felicitaties met deze dag, op de familieapp.

Hij begreep het niet meteen, die grap op dierendag.

Gelukkig hebben wij ook echte dieren om te verwennen. Zo hebben we naast Eddy onze vogel, sinds gisteren ook enkele maden in de koelkast ach nee he, niet weer! en niemand minder dan onze most famous dog.
Want Jip is een echte BH-er*. Jip van de buurt, wordt hij genoemd.

Dat Jip BH is geworden heeft hij louter aan zichzelf te danken.  Het is enkel en alleen dankzij zijn eigen inzet, geduld, eigenwijsheid en onorthodoxe manier van zijn. Je kunt ervan denken wat je wilt maar hij doet het toch maar.
Het kán natuurlijk zijn dat jullie nog nooit over hem hebben gehoord, maar hij is een rijzende ster, eerst in het klein, dichtbij, maar zijn gebied wordt steeds groter. Houd het in de gaten.

Pas enkele weken geleden werd ik me er overigens goed van bewust. Dat was nadat ik een appje had gekregen van de buurvrouw, dat Jip inmiddels bekend was in de hele buurt, zie de melding in de buurt app.

Na mijn aanvankelijke enthousiasme over de buurtapp  – klik werd het me uiteindelijk toch wat te veel, die eindeloze reeks meldingen en reacties van de voor mij totaal onbekende buren. Zelf nadat ik alleen de meldingen voor Hele Belangrijk Dringende oproepen had aangeklikt, stroomde mijn mail nog steeds vol met buurtsputters. Dus ik heb de app er maar af gegooid.
En als het echt belangrijk is, sturen buren het wel door tenslotte.

Zoals laatst. Want toen ging het over ons.
Of liever over ons hondje.
Maar die is deel van ons gezin dus zijn wij erbij betrokken. Geschrokken zag ik de screenshot van de melding met een foto van ons Jip in een beschamende houding. Daaronder allerlei beschuldigingen, verdenkingen en verwijzingen van buurtbewoners.
Vreselijke mensen dat wij daar zijn, totaal ongeschikt voor het houden van een hond. Ook al is het nog zo’n rot-hond.

IMG_3609IMG_3610

Ik hoopte het te hebben opgelost door mijn excuses te brengen aan de voordeur van de melder, een buurvrouw van 60 huizen verderop. En gelukkig vond ik na enig speurwerk het dropstaafje en heb het keurig in een zakje gestopt en weggegooid. Er zou er maar iemand met z’n grote teen in stappen, ik moet er niet aan denken. Iech!

De rest van het gezin kwam niet bij na dit verhaal. ‘Die Jip, hahahaha!’ Die dag en dagen erna werden er tal van goeie grappen over gemaakt.
‘Ja lach maar’, riep ik naar de nog nahikkende gezinsleden, ‘jullie laten hem elke keer ontsnappen en nu zijn wij een schande voor de buurt’.

De buurtapp had er opeens fans bij, mijn kinderen hebben zich ogenblikkelijk aangemeld voor de app, dit was sensatie! Vooral de opmerkingen over Jip. ‘Oooh, kijk eens wat die zegt!’ werd er dan geroepen.

En blijkbaar had de verre buurvrouw er toch meer last van gehad dan ik had gedacht, gezien een volgende post hierover op Facebook, die we weer van anderen doorgestuurd kregen.
Nu heeft Jip van ons zelf al vele bijnamen gekregen, en spreken wij hem afwisselend aan met wolharige mammoet, cavia of een poes. Maar dat iemand onder de post reageert met een aandoenlijke opmerking, dat zij wel over die cavia heen zou rijden als ie weer los op straat zou lopen, was wel heel roerend.

Toen vond men het hier in huis tijd om de achtergrond van de verre buurvrouw te googelen en bleek ze, jawel, een social influecer te zijn.
Ja, waren we wel even stil van. Ik bedoel maar, ik wist niet eens dat het beroep bestond.
Potverdikkie, die Jip, die weet wél bij wie hij voor de deur schijt.

Zo doe je dat.

Hoewel ik er zelf een beetje stress van krijg om hem in de gaten te houden (en te zorgen dat hij niet weer ontsnapt voor zijn rondjes in de buurt) om zo onze a-sociale imago in de buurt wat op te vijzelen, doet het verscherpte toezicht hem ogenschijnlijk niet zoveel. Natuurlijk blijft het toch onduidelijk wat er van diep vanbinnen in zo’n klein hondenkopje omgaat. Ik hoop maar dat zijn geaardheid desondanks nog voldoende tot uiting kan komen.

Het maakt al met al wat los, dat is duidelijk. Niet in de eerste plaats bij mijzelf. Want ik heb er opeens een signatuur bij.
Want in mijn hoedanigheid als schrijver van dit blogje hier, vind ik mezelf eigenlijk ook wel een ‘social influencer’. Ook al heb ik maar een piepklein ienieminie influensje, who cares…
En, zijn wij mensen, niet allen social influencers?
Dat dus. Top!

Kortom; de moraal van dit verhaal is:

  1. Ik ben een Social Influencer
  2. Besef goed waar je poept

*Bekend Huisdier.

Advertenties
0

Later, als ik groot ben

luiaard, peuter, puber,

Later, als ze groot zijn, dan kom ik bij ze op bezoek. Later, als mijn kinderen zelf vadertje of moedertje moeten spelen.
Dan zullen ze voelen hoe het was, voor mij.
Om mij te zijn, met hun.

Je zult maar mij zijn. Of een moeder in het algemeen.
Want moeder zijn is een moeilijk ding. Dat heb ik me onvoldoende gerealiseerd, vroeger toen ik puber was.
Toen leek me het wel leuk. Want ja, hoe moeilijk kan het zijn.

Op zich is het nog wel te doen, om moeder te zijn, alleen moet je dan geen kinderen hebben.

Of je moet het een beetje treffen. Met jezelf of met je kinderen. Ik ben nog aan het nadenken waar het bij mij op vastzit:

óf 1. ik heb moeilijk opvoedbare exemplaren

óf 2. ik heb van opvoeden nog niet zoveel terecht gebracht

óf 3. beide bovenstaande punten.

Misschien ben ik zelf nog teveel puber. Puber in het lijf van een moeder. Als ik snode plannen smeed en me nu al kan verheugen op mijn bezoek, bij hun later.

Ik stel me voor hoe dat zal gaan.
Als ik met vieze schoenen de achterdeur binnen stamp. En ze begroet met een onverstaanbare keelklank, terwijl ik, met mijn oordopjes in  ondertussen op het schermpje tuur en wat selfies maak van mij in de nieuwe omgeving.
Als ik neerplof ik op de bank of op een stoel en mijn benen op tafel gooi.

Al vroeg ik de middag vraag ik dan wat we gaan eten. Maakt niet uit wat het antwoord is, ik antwoord gewoon met: ‘Aaaaah, baaah, waarom geen pataaat?’

Ondertussen eet ik een banaan en leg de schil ergens neer. Bij de t.v. ofzo, of achter een stoel, zodat ie hopelijk wordt gevonden als ie hard zwart en opgekruld schilletje is geworden. En als ze ‘m dan vinden weet ik van niets. Ik geef gewoon de eerste de beste persoon die ik zie dan de schuld.
Ik denk dat ik stiekem nog wat snoepjes uit de kast eet, en koekjes, vooral lekkere en laat hier en daar wat kruimeltjes liggen. Als ze zich afvragen waarom er een lege verpakking ligt weet ik natuurlijk weer van niks, dat gebeurt gewoon.

Ik blijf natuurlijk mee-eten, maar vlak voor het eten klaar is, ga ik nog een boterham roosteren. En nog een. En als het meezit nog een, die ik dan bestrooi met suiker, voor de ultieme kruimelervaring. Daarna laat ik alles gewoon staan en liggen als ik wegloop.

Wanneer we echt gaan eten, kom ik gewoon net iets te laat. En dan zeg ik dat ik geen honger heb, eigenlijk. Ondertussen maak ik wat prikkelende opmerkingen tegen wie er wel of niet op zitten te wachten.
Tegen de tijd dat het tijd is voor een toetje heb ik opeens wel weer veel trek, dus daar neem ik weer lekker veel van.

Opeens bedenk ik dat ik blijf slapen, en laat ze fijn een bed opmaken op een logeerkamer. Ik leg vieze kleren gewoon makkelijk her en der op de grond. Overal wat, mooi verdeeld over de slaapkamer en badkamer. Ik poets mijn tanden terwijl ik op de wc zit en laat mijn tandpasta-speeksel links en rechts wat rond druipen voor mooie witte spateffecten in de badkamer.

Ja, ze zullen dolblij zijn als hun moeder komt.

Zou ik me, als het zover is, al mijn huidige irritaties dan nog kunnen herinneren?
Weet ik dan nog waar ik vroeger om moest zuchten?

Ik vergeet vaak verontrustend snel. Want nu al kan ik me nog maar met moeite herinneren hoe wanhopig ik soms was toen mijn kinderen huilden als baby. Behalve wanneer ik nu een baby hoor huilen.
Wanneer de poep op hun rug zat. Hoe dwars ze waren als peuter. Toen ze met hun kleverige vingertjes overal aanzaten en vieze afdrukken maakten op alle oppervlakken onder de 1 meter. Toen overal speelgoed lag en ik voor de zoveelste keer met mijn blote voeten op zo’n stom legoblokje stond.

Ik denk er nu vooral aan hoe schattig ze toen waren, met die dikke buikjes waar ik steeds in wilde prikken (niet te hard natuurlijk) Aan de zachte kussentjes op hun handen en die heerlijke zoete geur in hun nekjes. En hoe lief hun stemmetjes waren en wat voor grappige dingen ze zeiden.
Hoe ik soms mijn geluk niet op kon omdat ik me zo’n bofkont voelde dat uitgerekend ík de allerleukste kinderen van de wereld had gekregen.

Misschien herinner ik me later, als mijn kinderen vader en moedertje gaan spelen in het echte leven, van die tienerleeftijd alleen nog hoe levendig het toen was.
De rake opmerkingen, de lachsalvo’s en hoe ze me lieten lachen tot de tranen me over de wangen liepen. En hoe ze mijn taarten de lekkerste vonden. Hoe fijn die knuffels van hen waren en hoe gezellig het geklets. Hoe ik geamuseerd zag hoe snel ze groeiden. En dat ik geen moment kans had voor verveling.

En zelfs die onhandige maar liefdevolle stompen tegen m’n bovenarm, geworstel op de grond waarbij ik soms nog kon winnen. En denk ik dan zowaar met weemoed terug aan die blauwe plekken die ik daarbij had opgelopen, als indrukwekkende souvenirs op mijn armen.
En verlang ik naar de momenten op de bank voor de tv waarop ik opeens klem zat tussen een paar lieve kinderlijven. Warm, dat wel.

Maar lief, lief!

Zo lief zijn ze mij. Nu al.

En later, als ze groot zijn…

Dán kom ik bij ze op bezoek…
En geef ik ze eerst een heerlijke knuffel.

sloth hug

p.s. oh ja, ik wil dus ook ooit nog een keer een luiaard knuffelen.

0

Ouwe hipster

ouder sloth mephisto

Ik word ouder. Dat is een gegeven.
Ik word nu echt oud.

Dat ik daar nu achter ben, ligt niet aan het feit dat ik onlangs 40 ben geworden.
Evenmin aan het feit dat dankzij die heuglijke mijlpaal van 40 jaren jong, een -door een paar grapjassen- 10 jaar te vroeg geplaatste opblaas-Sara in de tuin stond, waardoor ik van de schrik bijkans voortijdig in de overgang schoot.
Ook ligt het niet aan mijn dagelijkse confrontatie met mijn voorbij groeiende kinderen, waarbij kind 2 zijn kin op mijn kruin kan leggen, en hierbij hoofdschuddend constateert dat ik echt wel heel klein word.
Al deze dingen lachte ik tot voor kort fluitend weg, want dat zei immers niks.

Nee, het iets heel anders wat serieus aan de loop gaat met mijn leeftijd.

Aanleiding is eigenlijk diezelfde zoon, met dat lange 15-jarige lichaam.

mephisto3

Sinds kort heeft hij namelijk de moed opgevat om krantenbezorger te worden.
Enkel en alleen voor het geld. Uiteraard.
Waarom zou je anders op zo’n onmogelijk tijdstip om 5.00 uur ’s morgens al je bed uit stommelen om met veel lawaai steeds met de deur in (en uit) huis te vallen, om kranten in je fietstassen te stoppen, hierbij je moeder uit haar vredige slaap te halen, met handen zwart van de inkt de witte deuren van kamer, hal, keuken, bijkeuken, vol met grijze vingerafdrukken te stempelen. Dat kan niet anders zijn dan voor de inzameling voor het goede doel: Een Echt Goeie Computer.

Enige werklust juichen we uiteraard wel van harte toe maar van die vingerafdrukken werd ik niet zo heel blij dus ik zei voorzichtig: ‘Hé, Braham…’
Wanneer ik dat zeg, ‘He, Braham…’  weet puberzoon meestal niet hoe snel hij z’n t-shirt al ‘nananana’ roepend over zijn hoofd moet trekken. Dat soort opmerkingen wil hij bij voorbaat niet horen.

Dus kondigde ik tijdens de maaltijd maar aan dat ik vanaf NU liever geen vingerafdrukken op de deuren wilde zien.
Dus vanaf nu: € 0,10 per vingerafdruk.

‘Ha’ zei hij ‘die zijn niet van mij, dat heb ik niet gedaan’.
‘Jawel hoor’ zei ik
‘Nou, bewijs het maar’
‘Ik heb je vingerafdrukken vriend’

Oudste dochter wist: ‘Nou, straffen werkt meestal niet zo goed hoor’
‘Nee straffen werkt niet zo goed’, beaamde baasB.
‘Belonen werkt meestal beter’ zei dochter.
‘Ja!’ BaasB  veerde op ‘Belonen werkt stukken beter’ wist hij plotseling ook.
‘Je kunt beter € 0,50 geven voor elke dag zonder afdruk’, bedacht hij toen.

Leuk bedacht.

De volgende dag was het al raak, (theoretische) kassa voor mij:

vingerafdruk

Het deed duidelijk wel wat met mij, want mijn spelling zag er opeens niet meer zo autochtoon uit.

Maar het bijkomende voordeel was wel, eerlijk is eerlijk, iedere dag 1 of 2 overblijvende kranten. Dat was uiteindelijk dan wel weer heel fijn.
Met de eurotekens in zijn ogen bekeek zoon mij, zijn lezende moeder en zag opeens nog een extra bron van inkomsten, ik zat nu tenslotte steeds gratis zijn krantjes te lezen.

Ik ging er even niet op in.
Want wat las ik daar in die krant, en nou komt het, was de hele aanleiding voor mijn opkomende oud-voelende gevoel:

mephisto mephisto

 

 

 

 

 

 

‘Haha’, riep ik ongelovig. ‘Oh bah, oh bah. Mephisto. Nou dát geloof ik niet zo. Daar gaat toch echt niemand meer mee lopen?’

Tot mijn schrik riep mijn dochter van bijna 18, nadat ze het eens had bekeken vrolijk: ‘Oh ja hoor, dat kan ik me wel voorstellen. Ik vind ze eigenlijk best leuk!’

Best leuk?!

De Mephisto’s roepen bij mijn heel andere herinneringen op.
En ik vertelde haar over haar opa, die altijd met díe schoenen liep, gewoon, omdat ze zo lekker liepen. En dat hij dat ook altijd vertelde, dat ze zo geweldig liepen.
Dat ik ze altijd al afschuwelijk heb gevonden.
Ik vertelde haar over de, bij mijn herinnering aan Mephisto’s  horende strontgeur van mijn vaders schoenen, omdat hij overdag, toen hij als vertegenwoordiger bij boerderijen liep, die geur meenam naar huis. En dat die geur ook daarin bleef hangen.
Dat ik er alles aan had gedaan, toen ik haar leeftijd had, om mijn vader aan hippere acceptabele schoenen te helpen, en vertelde dat hij daar veel beter mee zou verkopen.
En dat het me uiteindelijk gelukkig wel gelukt was.
En dat het echt heel, maar dan ook heel erg zou zijn als zij ooit van die schoenen zou gaan dragen.
En dat haar opa haar verschrikkelijk zou uitlachen.

Mijn dochter keek me even twijfelend aan en zei:

‘Mam, weet je, aan deze reactie kan ik wel merken dat je nu echt ouder wordt. Zo was je nooit, maar echt…’

Geen idee waar mijn tolerantie was gebleven maar opeens zag ik zes paar Mephisto’s in de hal staan, in grote en kleine maatjes, voor elk een paar.

hipster

Ik vraag me nu af of ik dat wel goed heb gezien.

Misschien heb ik wel een leesbril nodig.

2

Rare mensen

sloth running

Langs de flats slenterde een vrouw in haar badjas. Ze had een grote roze haai, met wijd opengesperde bek  vol gevaarlijke punt-tanden onder haar arm.
Langzaam werd de stad weer wakker, het was al een uur of negen, deze zondagochtend waar de vrouw op fluffy pantoffels met haar haai over het pad sjokte.

‘Ja Tien, je maakt weer een grapje, je verzint een verhaaltje’ dacht je natuurlijk.
Dat dacht ik eerst ook, dat het niet echt was wat ik zag. Dat ik misschien nog wat beneveld was van al die glazen wijn van de avond ervoor.

sloth_sketch_by_bathhousemorning-d64ikbb.png

Even verderop liep een vrouw met een herdershond. De vrouw keek verbaasd over haar schouder. En toen nog een keer. En nog een keer, naar de vrouw met de grote roze pluchen haai. Toen keek ze naar mij. Ik zag haar nadenken. Wij lachten voorzichtig naar elkaar met een blik van verstandhouding.
Zij vond het misschien wat gek, denk ik.

De vrouw met de haai nam geen enkele notitie van haar omgeving. Ze liep daar maar onderweg te zijn naar…
Tja, waar loop je dan in vredesnaam naar toe, met zo’n haai.

Soms geloof je je eigen zintuigen niet. Dat heeft iedereen wel eens toch? Soms verwacht je zelfs dat er een tv -camera ergens verdekt staat opgesteld.

Ja, je wordt voor de gek gehouden waar je bij staat. Zoals er nu op t.v. bijvoorbeeld al een hele tijd regelmatig grappen gemaakt wordt over een zogenaamde nieuwe president van Amerika, die man met dat rare oranjegele haar, je hebt hem vast ook wel ’s gezien.

trump smile yellowToen ik die man voor het eerst op t.v. zag, wist ik eigenlijk meteen wel dat het een grapje was hoor. Maar op een gegeven moment ga je het dan toch bijna geloven, zo vaak lieten ze beelden van hem zien.
Dat is raar he, dat je je zo voor de gek laat houden terwijl je weet dat zoiets helemaal niet kan. Heel gênant eigenlijk.
Ik bedoel; Amerika, dat is een supergroot land, alsof zo’n persoon serieus president zou worden. Alsof er geen geschiktere persoon te vinden is daar.
Zelfs ík zou nog geschikter zijn.

Want ik wordt vast ook wel eens raar aangekeken. Het kan best zijn dat ik tijdens mijn ochtendlijke hardlooprondje afgelopen zondagochtend, een paar uur voor ik de vrouw met de haai aanschouwde, ook raar ben aangekeken.
Door iemand.
Waarom niet. Het kan best.

Ik beeld me altijd in dat ik de enige ben, die wakker is om 7 uur op zondagochtend.
Heel soms kom ik dan nog wel een kudde schapen tegen, die eerder die week door een schaapherder naar een nieuwe grazige weide zijn gebracht om het land daar kaal te vreten. Ze roepen dan altijd heel hard naar me. Ik versta niet zo goed wat ze steeds zeggen, maar het klinkt als ‘beaaah!’ Ik zeg dat dan ook altijd maar terug, heel hard. Daar schrikken ze dan meestal een beetje van. Maar ja, moeten ze ook maar niet zo hard naar mij roepen.
En als ik me dan even helemaal alleen zit te wanen en heerlijk mijn rondje door de stille natuur ren, met lekkere muziek uit de oordopjes in mijn oren, een beetje vals -want ik hoor mezelf dan niet- meezing en ondertussen af en toe wat coole dansmoves maak…
Kan dat er van een afstandje ook wel raar hebben uitgezien. Of gehoord.
Ik had er alleen geen idee van.

Trouwens uhm; als iemand me zondagochtend denkt te hebben gezien: Ik was het niet. Serieus.ice_age_cute_full

0

Rustgevend groen

sloth-grass

Mijn buurman maait het gras. Zoals altijd, al bijna 10 jaar lang met grote regelmaat.
Hoe vaak kun je maaien, vraag ik me dan steeds af. In ieder geval steeds als ik in de tuin zit.

Ik had zojuist besloten om wat meer tijd aan mijn hobby’s te besteden. En een van de grootste daarvan is niks doen. Niets is zo heerlijk als laveloos voor je uit liggen staren, zo nodig wat onzinnige opmerkingen uitkramen naar degenen die toevallig passeren. Zoiets. Heerlijk.

Meestal, als ik dan al lig niks te doen, heb ik wel een boekje bij me. Wellicht omdat iets in me zegt: ‘Je gaat toch niet zomaar niks doen, je moet nog zoveel uitlezen’. Begrijp me goed, lezen is dan ook weer een hobby van me. Maar blijkbaar is de drang om toch iets te doen vaak groter dan het nietsdoen.
En… het moet je wel gegund worden, genieten van de rust.
Dat is met zo’n aangrenzende lawaaiende, maaiende buurman een hele opgave.

Of misschien is het de buurvrouw wel, die het gras maait. Ik weet het niet, maar nu ik erover nadenk kan dat natuurlijk best. Een schutting scheidt de grenzen van onze tuin en daarmee het zicht op wat zich daar afspeelt. Niet het geluid, dat gaat over houten grenzen.
Nu ik er zo over nadenk, is het vast mijn buurvrouw die het gras maait.
Want mijn buurman is een rustige man. Ik heb hem zelden horen spreken. Het is een man die alles in stilte doet denk ik. Nou, bijna alles.
Aan 1 ding weet ik zeker dat hij een stem heeft. Dat is zijn nies. Mijn buurman niest echt als een malle. Zo ingetogen als hij in het gewone leven is, zo buitengewoon hard laat hij zich gaan in zijn niezen.
Iedereen heeft een uitlaatklep nodig, ook ingetogen mensen en het is voor mij wel duidelijk wat dat voor hem is. Dan komt ie helemaal los.

Ik moet eerlijk zeggen dat ik mezelf ook heerlijk kan laten gaan in het niezen. Niets is dan zo heerlijk om bij een opkomende kriebel al die opgekropte energie de wijde wereld in te laten spetteren. Dat is dan bij mij meestal 1 keer, soms nog een keer. En dan laat ik het daar gewoon bij.

Wanneer mijn buurman op dreef is, is ie niet te houden. Keer op keer knalt met donderend geweld zijn krachtige nies vanuit het openstaande slaapkamerraam naar beneden. Hij haalt met gemak 30 keer achter elkaar.
Om na een korte pauze gewoon ook weer vrolijk verder te gaan.

hatsjoe_0

Hoezeer ik ook mijn begrip kan opbrengen voor een krachtige explosie -het onbegrip van mijn huisgenoten over mijn eigen niesgedrag in mijn achterhoofd- ‘man man ik schrik me rot, kan het niet wat rustiger?’ het heeft ook voor mij z’n grenzen..
‘Jonge jonge’, roep ik dan na de zoveelste uitbarsting, ‘houd nou maar weer op zeg’. Gek genoeg hoor ik mijn huisgenoten hier niet eens over.
Man denkt vergoelijkend dat de buurman misschien hooikoorts heeft.
En hooikoorts is een naar ding lijkt me. Die tranende ogen, volle neus, niet te stuiten kriebel, je zou er gek van worden. Ik moet wat meer begrip opbrengen.

Gelukkig hoor ik vandaag alleen het maaien van het gras. Dat is al erg genoeg wanneer je net Zen voor je uit wilt liggen staren.
Ik dommel weg bij het brommende geluid van de grasmaaier, het is net als in een auto, het geeft dat ook een slaapverwekkend effect. Telkens wanneer het geluid even ophoudt schrik ik wakker en denk verheugd: ‘yes, eindelijk is het klaar’, om kort daarop weer teleurgesteld te worden wanneer ik hoor dat de buur aan een volgend rondje op hetzelfde gazonnetje is begonnen.
‘Grondig’ mijmer ik, dat is wel een woord wat bij deze buren past.
Een paar uur later wordt het gebrom eindelijk afgezet. De bak wordt leeg gekieperd in de container, zo te horen.

Dan kijk ik naar ons eigen gazon. Lange sprieten, weelderige bos. Ik zucht.

Ik vind lang gras eigenlijk ook gewoon veel mooier.

grass

0

Ontvoerd

luiaard geel

Zijn fiets stond er wel.
In huis was het doodstil.

Ik riep naar boven, er kwam geen antwoord terug.
Op de meest voor de hand liggende plek, in de werkkamer achter de computer, geen spoor van mijn zoon.

Toen wist ik het; mijn zoon is ontvoerd.

Ja, wat anders?

oops

Het zijn barre tijden. Met aanslagen. En codes. Geel bijvoorbeeld.

De angst regeert, dat moge duidelijk zijn.

Mijn leven, ook jouw leven… kan in een klap veranderen. Omslaan. Op z’n kop staan.

Zo denk je het ene moment bijvoorbeeld nog dat je kinderen die avond gaan meedoen aan de avond4daagse.
De hele ochtend dacht ik het nog gewoon. Tot ik ’s middags bericht kreeg dat het evenement vanwege de veiligheid werd afgelast. De wandeling kon niet doorgaan.

Vanwege het voorspelde noodweer met harde onweers- en regenbuien. Ja, want Code Geel.

En zo kan het gebeuren dat je dacht dat je een lekker rustige avond zou hebben, kopje koffie, glaasje wijn erbij, je kent het wel, een paar uur zonder kinderen want die lopen zo heerlijk sportief en gezond de snoepwandel4daagse…
Dat je ineens de hele warme zomerse avond kinderen om je heen hebt springen. Vanwege het onweer, dat in geen velden of wegen te bekennen is. Dat maakt het nog wel het meest dreigend.

Maar terug naar mijn ontvoerde zoon, ik heb een heel zwaar leven, dat moge duidelijk zijn.

Toen ik dus na een kwartier nog niks had gezien en geroken hij ook niet uit de w.c. kwam, appte ik hem maar even: ben je ontvoerd ofzo?

Ik zag dat hij een paar minuten daarvoor nog online was geweest.

Hij had daar dus wel wifi.
In die kelder.

Toen ik het al  bijna was vergeten, kreeg ik antwoord.

ontvoerd

Toen vroeg hij om een hartslagmeter dus.

Ik schrok me helemaal kapot omdat ik toen besefte dat hij waarschijnlijk hartproblemen had.
Niet echt natuurlijk, want BaasB heeft nooit problemen.
Alleen kleine.
Zoals ik.
Met mij, op momenten, wanneer ik soms thuiskom, zijn fiets zie staan en denk dat hij thuis is.
En tot de ontdekking komt dat hij er ook echt is, op zijn vaste plek, te gamen achter zijn computer.
En dan begin te mopperen en zeuren, zoals zeurmoeders dat kunnen, over de kruimels die zijn blijven liggen rond de plek waar hij heeft gegeten. En ik daarna allerlei andere nalatigheden er meteen maar even bij opnoem.
Dat zijn de problemen in zijn leven, om te zuchten.

‘Mam, wánneer werk je eigenlijk?’ Vraagt hij, met zijn koptelefoon op zijn oren.

‘Werken, werken?! Ik werk ALTIJD, ik werk DAG en NACHT, ik werk me helemaal te pletter!’

‘Oempf’ mompelt hij waarop hij snel verder gamet.

Dus waar híj een hartslagmeter voor nodig heeft…
Misschien voor mij.

ontvoerd2

Oh nee.
Voor natuurkundeproefjes in Walibi. Ah natuurlijk…

En z’n zakgeld is nog kapot.

Lijkt me typisch een geval van Code Geel.

0

Niemand wil niet

sloth

Het voordeel van een suffe oudere auto, is het hebben van een stuk minder zorgen.
Zolang ie niet al te oud is tenminste.

Natuurlijk deed het een altijd wel een beetje pijn wanneer we op een nieuwe 5e hands-auto een vers bijgekomen krasje zagen. Dat was echter maar even, het is maar relatief natuurlijk.
Zeker met een persoon als Niemand in de buurt, daarmee houd je immers niks krasvrij.

Wanneer Niemand weer ’s met een fiets of stepje met een stuur zonder handvat, een lijn schreef in de lak van de auto, die met een natgemaakte vinger niet meer weg te poetsen was, viel er echt wel ’s een lelijk woord, heus.
Maar ja, daarna maakte het toch niet meer uit.  En was het minder erg als ik met de achterkant in de bosjes reed. 

Een-bekraste-auto-Foto-Politie

Ik vermoed trouwens dat het diezelfde Niemand is die hier steeds de koekjes opeet, snoep-verstop-plekjes weet op te sporen, broodkruimels door het huis strooit, handafdrukken op de ramen en witte muren maakt, lichten aanlaat,  en de w.c. bij tijden laat verstoppen met rollen w.c. papier.

Maar onze auto,  waar ik liefde voor, noch een band mee voel, daar wordt al een paar dagen wel een hoop plezier aan beleefd. We horen een vrolijk gejoel en het slaan van de deuren.

Het blijkt dat onze jongste twee aan auto-tikkertje doen. Dat is een nieuw ontworpen spel met vage spelregels waarbij je in en uit de auto mag springen, er doorheen kan rennen en klimmen en de deur snel moet dichtslaan. Kortom; niet al te ingewikkeld en bere-leuk, aan het gejoel te horen.
‘Wat vinden we ervan?’ vragen man en ik nog even weifelend aan elkaar, waarna we schouderophalend zuchten ‘ach, ze hebben wel lol hè’ om vervolgens te verder gaan met stofzuigen/koffie drinken/poepsporen van de w.c.bril te boenen/de hond een aai geven/een doek over de vogelkooi met schreeuwende vogel gooien/ramen schoonpoetsen met glassex.

eendje

Bij tijden kijk ik wel eens, heel even, verlangend uit naar later.
Wanneer de hond van ouderdom gestorven is, de vogel ook op een vredige manier zijn laatste adem heeft uitgefloten, we de kinderen hebben uitgezwaaid naar een degelijk zelfstandig leven.
En ik vermoed zomaar dat Niemand tegen die tijd de buurt hier ook wel zal hebben verlaten.

En dan…
Dan zullen we geld voor een nieuwe auto overhebben.
Dan zal het huis schoon zijn. En zonder al teveel moeite schoon blijven.
Dan kan ik allerlei exotische gerechten koken die we allemaal met z’n tweeën lekker vinden.
Dan zal het hier eens heerlijk rustig zijn.
En een beetje saai ook misschien. Dat wel.

Maar vooralsnog zijn we er nog niet aan toe.
Wij niet. En Niemand niet.