0

Hond in de pot

dierendag, luiaard, poepen

Het feest begon vanmorgen meteen al.

Van dierendag bedoel ik.
Oudste zoon kreeg van zijn zus de hartelijke felicitaties met deze dag, op de familieapp.

Hij begreep het niet meteen, die grap op dierendag.

Gelukkig hebben wij ook echte dieren om te verwennen. Zo hebben we naast Eddy onze vogel, sinds gisteren ook enkele maden in de koelkast ach nee he, niet weer! en niemand minder dan onze most famous dog.
Want Jip is een echte BH-er*. Jip van de buurt, wordt hij genoemd.

Dat Jip BH is geworden heeft hij louter aan zichzelf te danken.  Het is enkel en alleen dankzij zijn eigen inzet, geduld, eigenwijsheid en onorthodoxe manier van zijn. Je kunt ervan denken wat je wilt maar hij doet het toch maar.
Het kán natuurlijk zijn dat jullie nog nooit over hem hebben gehoord, maar hij is een rijzende ster, eerst in het klein, dichtbij, maar zijn gebied wordt steeds groter. Houd het in de gaten.

Pas enkele weken geleden werd ik me er overigens goed van bewust. Dat was nadat ik een appje had gekregen van de buurvrouw, dat Jip inmiddels bekend was in de hele buurt, zie de melding in de buurt app.

Na mijn aanvankelijke enthousiasme over de buurtapp  – klik werd het me uiteindelijk toch wat te veel, die eindeloze reeks meldingen en reacties van de voor mij totaal onbekende buren. Zelf nadat ik alleen de meldingen voor Hele Belangrijk Dringende oproepen had aangeklikt, stroomde mijn mail nog steeds vol met buurtsputters. Dus ik heb de app er maar af gegooid.
En als het echt belangrijk is, sturen buren het wel door tenslotte.

Zoals laatst. Want toen ging het over ons.
Of liever over ons hondje.
Maar die is deel van ons gezin dus zijn wij erbij betrokken. Geschrokken zag ik de screenshot van de melding met een foto van ons Jip in een beschamende houding. Daaronder allerlei beschuldigingen, verdenkingen en verwijzingen van buurtbewoners.
Vreselijke mensen dat wij daar zijn, totaal ongeschikt voor het houden van een hond. Ook al is het nog zo’n rot-hond.

IMG_3609IMG_3610

Ik hoopte het te hebben opgelost door mijn excuses te brengen aan de voordeur van de melder, een buurvrouw van 60 huizen verderop. En gelukkig vond ik na enig speurwerk het dropstaafje en heb het keurig in een zakje gestopt en weggegooid. Er zou er maar iemand met z’n grote teen in stappen, ik moet er niet aan denken. Iech!

De rest van het gezin kwam niet bij na dit verhaal. ‘Die Jip, hahahaha!’ Die dag en dagen erna werden er tal van goeie grappen over gemaakt.
‘Ja lach maar’, riep ik naar de nog nahikkende gezinsleden, ‘jullie laten hem elke keer ontsnappen en nu zijn wij een schande voor de buurt’.

De buurtapp had er opeens fans bij, mijn kinderen hebben zich ogenblikkelijk aangemeld voor de app, dit was sensatie! Vooral de opmerkingen over Jip. ‘Oooh, kijk eens wat die zegt!’ werd er dan geroepen.

En blijkbaar had de verre buurvrouw er toch meer last van gehad dan ik had gedacht, gezien een volgende post hierover op Facebook, die we weer van anderen doorgestuurd kregen.
Nu heeft Jip van ons zelf al vele bijnamen gekregen, en spreken wij hem afwisselend aan met wolharige mammoet, cavia of een poes. Maar dat iemand onder de post reageert met een aandoenlijke opmerking, dat zij wel over die cavia heen zou rijden als ie weer los op straat zou lopen, was wel heel roerend.

Toen vond men het hier in huis tijd om de achtergrond van de verre buurvrouw te googelen en bleek ze, jawel, een social influecer te zijn.
Ja, waren we wel even stil van. Ik bedoel maar, ik wist niet eens dat het beroep bestond.
Potverdikkie, die Jip, die weet wél bij wie hij voor de deur schijt.

Zo doe je dat.

Hoewel ik er zelf een beetje stress van krijg om hem in de gaten te houden (en te zorgen dat hij niet weer ontsnapt voor zijn rondjes in de buurt) om zo onze a-sociale imago in de buurt wat op te vijzelen, doet het verscherpte toezicht hem ogenschijnlijk niet zoveel. Natuurlijk blijft het toch onduidelijk wat er van diep vanbinnen in zo’n klein hondenkopje omgaat. Ik hoop maar dat zijn geaardheid desondanks nog voldoende tot uiting kan komen.

Het maakt al met al wat los, dat is duidelijk. Niet in de eerste plaats bij mijzelf. Want ik heb er opeens een signatuur bij.
Want in mijn hoedanigheid als schrijver van dit blogje hier, vind ik mezelf eigenlijk ook wel een ‘social influencer’. Ook al heb ik maar een piepklein ienieminie influensje, who cares…
En, zijn wij mensen, niet allen social influencers?
Dat dus. Top!

Kortom; de moraal van dit verhaal is:

  1. Ik ben een Social Influencer
  2. Besef goed waar je poept

*Bekend Huisdier.

Advertenties
0

Ouwe hipster

ouder sloth mephisto

Ik word ouder. Dat is een gegeven.
Ik word nu echt oud.

Dat ik daar nu achter ben, ligt niet aan het feit dat ik onlangs 40 ben geworden.
Evenmin aan het feit dat dankzij die heuglijke mijlpaal van 40 jaren jong, een -door een paar grapjassen- 10 jaar te vroeg geplaatste opblaas-Sara in de tuin stond, waardoor ik van de schrik bijkans voortijdig in de overgang schoot.
Ook ligt het niet aan mijn dagelijkse confrontatie met mijn voorbij groeiende kinderen, waarbij kind 2 zijn kin op mijn kruin kan leggen, en hierbij hoofdschuddend constateert dat ik echt wel heel klein word.
Al deze dingen lachte ik tot voor kort fluitend weg, want dat zei immers niks.

Nee, het iets heel anders wat serieus aan de loop gaat met mijn leeftijd.

Aanleiding is eigenlijk diezelfde zoon, met dat lange 15-jarige lichaam.

mephisto3

Sinds kort heeft hij namelijk de moed opgevat om krantenbezorger te worden.
Enkel en alleen voor het geld. Uiteraard.
Waarom zou je anders op zo’n onmogelijk tijdstip om 5.00 uur ’s morgens al je bed uit stommelen om met veel lawaai steeds met de deur in (en uit) huis te vallen, om kranten in je fietstassen te stoppen, hierbij je moeder uit haar vredige slaap te halen, met handen zwart van de inkt de witte deuren van kamer, hal, keuken, bijkeuken, vol met grijze vingerafdrukken te stempelen. Dat kan niet anders zijn dan voor de inzameling voor het goede doel: Een Echt Goeie Computer.

Enige werklust juichen we uiteraard wel van harte toe maar van die vingerafdrukken werd ik niet zo heel blij dus ik zei voorzichtig: ‘Hé, Braham…’
Wanneer ik dat zeg, ‘He, Braham…’  weet puberzoon meestal niet hoe snel hij z’n t-shirt al ‘nananana’ roepend over zijn hoofd moet trekken. Dat soort opmerkingen wil hij bij voorbaat niet horen.

Dus kondigde ik tijdens de maaltijd maar aan dat ik vanaf NU liever geen vingerafdrukken op de deuren wilde zien.
Dus vanaf nu: € 0,10 per vingerafdruk.

‘Ha’ zei hij ‘die zijn niet van mij, dat heb ik niet gedaan’.
‘Jawel hoor’ zei ik
‘Nou, bewijs het maar’
‘Ik heb je vingerafdrukken vriend’

Oudste dochter wist: ‘Nou, straffen werkt meestal niet zo goed hoor’
‘Nee straffen werkt niet zo goed’, beaamde baasB.
‘Belonen werkt meestal beter’ zei dochter.
‘Ja!’ BaasB  veerde op ‘Belonen werkt stukken beter’ wist hij plotseling ook.
‘Je kunt beter € 0,50 geven voor elke dag zonder afdruk’, bedacht hij toen.

Leuk bedacht.

De volgende dag was het al raak, (theoretische) kassa voor mij:

vingerafdruk

Het deed duidelijk wel wat met mij, want mijn spelling zag er opeens niet meer zo autochtoon uit.

Maar het bijkomende voordeel was wel, eerlijk is eerlijk, iedere dag 1 of 2 overblijvende kranten. Dat was uiteindelijk dan wel weer heel fijn.
Met de eurotekens in zijn ogen bekeek zoon mij, zijn lezende moeder en zag opeens nog een extra bron van inkomsten, ik zat nu tenslotte steeds gratis zijn krantjes te lezen.

Ik ging er even niet op in.
Want wat las ik daar in die krant, en nou komt het, was de hele aanleiding voor mijn opkomende oud-voelende gevoel:

mephisto mephisto

 

 

 

 

 

 

‘Haha’, riep ik ongelovig. ‘Oh bah, oh bah. Mephisto. Nou dát geloof ik niet zo. Daar gaat toch echt niemand meer mee lopen?’

Tot mijn schrik riep mijn dochter van bijna 18, nadat ze het eens had bekeken vrolijk: ‘Oh ja hoor, dat kan ik me wel voorstellen. Ik vind ze eigenlijk best leuk!’

Best leuk?!

De Mephisto’s roepen bij mijn heel andere herinneringen op.
En ik vertelde haar over haar opa, die altijd met díe schoenen liep, gewoon, omdat ze zo lekker liepen. En dat hij dat ook altijd vertelde, dat ze zo geweldig liepen.
Dat ik ze altijd al afschuwelijk heb gevonden.
Ik vertelde haar over de, bij mijn herinnering aan Mephisto’s  horende strontgeur van mijn vaders schoenen, omdat hij overdag, toen hij als vertegenwoordiger bij boerderijen liep, die geur meenam naar huis. En dat die geur ook daarin bleef hangen.
Dat ik er alles aan had gedaan, toen ik haar leeftijd had, om mijn vader aan hippere acceptabele schoenen te helpen, en vertelde dat hij daar veel beter mee zou verkopen.
En dat het me uiteindelijk gelukkig wel gelukt was.
En dat het echt heel, maar dan ook heel erg zou zijn als zij ooit van die schoenen zou gaan dragen.
En dat haar opa haar verschrikkelijk zou uitlachen.

Mijn dochter keek me even twijfelend aan en zei:

‘Mam, weet je, aan deze reactie kan ik wel merken dat je nu echt ouder wordt. Zo was je nooit, maar echt…’

Geen idee waar mijn tolerantie was gebleven maar opeens zag ik zes paar Mephisto’s in de hal staan, in grote en kleine maatjes, voor elk een paar.

hipster

Ik vraag me nu af of ik dat wel goed heb gezien.

Misschien heb ik wel een leesbril nodig.

0

Niemand wil niet

sloth

Het voordeel van een suffe oudere auto, is het hebben van een stuk minder zorgen.
Zolang ie niet al te oud is tenminste.

Natuurlijk deed het een altijd wel een beetje pijn wanneer we op een nieuwe 5e hands-auto een vers bijgekomen krasje zagen. Dat was echter maar even, het is maar relatief natuurlijk.
Zeker met een persoon als Niemand in de buurt, daarmee houd je immers niks krasvrij.

Wanneer Niemand weer ’s met een fiets of stepje met een stuur zonder handvat, een lijn schreef in de lak van de auto, die met een natgemaakte vinger niet meer weg te poetsen was, viel er echt wel ’s een lelijk woord, heus.
Maar ja, daarna maakte het toch niet meer uit.  En was het minder erg als ik met de achterkant in de bosjes reed. 

Een-bekraste-auto-Foto-Politie

Ik vermoed trouwens dat het diezelfde Niemand is die hier steeds de koekjes opeet, snoep-verstop-plekjes weet op te sporen, broodkruimels door het huis strooit, handafdrukken op de ramen en witte muren maakt, lichten aanlaat,  en de w.c. bij tijden laat verstoppen met rollen w.c. papier.

Maar onze auto,  waar ik liefde voor, noch een band mee voel, daar wordt al een paar dagen wel een hoop plezier aan beleefd. We horen een vrolijk gejoel en het slaan van de deuren.

Het blijkt dat onze jongste twee aan auto-tikkertje doen. Dat is een nieuw ontworpen spel met vage spelregels waarbij je in en uit de auto mag springen, er doorheen kan rennen en klimmen en de deur snel moet dichtslaan. Kortom; niet al te ingewikkeld en bere-leuk, aan het gejoel te horen.
‘Wat vinden we ervan?’ vragen man en ik nog even weifelend aan elkaar, waarna we schouderophalend zuchten ‘ach, ze hebben wel lol hè’ om vervolgens te verder gaan met stofzuigen/koffie drinken/poepsporen van de w.c.bril te boenen/de hond een aai geven/een doek over de vogelkooi met schreeuwende vogel gooien/ramen schoonpoetsen met glassex.

eendje

Bij tijden kijk ik wel eens, heel even, verlangend uit naar later.
Wanneer de hond van ouderdom gestorven is, de vogel ook op een vredige manier zijn laatste adem heeft uitgefloten, we de kinderen hebben uitgezwaaid naar een degelijk zelfstandig leven.
En ik vermoed zomaar dat Niemand tegen die tijd de buurt hier ook wel zal hebben verlaten.

En dan…
Dan zullen we geld voor een nieuwe auto overhebben.
Dan zal het huis schoon zijn. En zonder al teveel moeite schoon blijven.
Dan kan ik allerlei exotische gerechten koken die we allemaal met z’n tweeën lekker vinden.
Dan zal het hier eens heerlijk rustig zijn.
En een beetje saai ook misschien. Dat wel.

Maar vooralsnog zijn we er nog niet aan toe.
Wij niet. En Niemand niet.

 

0

Make my day!

Ik heb de kerstboom buiten de deur gezet. Kerst schijnt al een tijdje voorbij te zijn maar bij mij lopen de feestdagen niet altijd helemaal synchroon met de formeel ingestelde begin en eind data. Ik doe wel mijn best, heus, maar ik vind die twinkelpinkellichtjes in januari ook nog reuze-gezellig. En het kerststalletje gemaakt van Cederhout van de Libanon, opgesteld op de plankjes van onze houten zelf getimmerde boom, mocht van mij ook best even langer staan, zeker nu we kindje Jezus weer terug hadden gevonden.
De kribbe was een tijd geleden namelijk omgevallen en het kindje bleek verdwenen. Gelukkig vonden we, naast de SD kaart van BaasB ook het kindje Jezus terug in de stofzuigerzak. Dat klinkt wat oneerbiedig maar ik voelde me er wel erg schuldig over.

boom

zie de kerststal-opstelling achter Jip

 

Maar tegen mijn plots inkomende veranderdrang kan een boom weinig beginnen, zelfs de onze niet, dus de boom versierd met gezellige lichtjes, moest wijken. Dat was vorige week. Gelukkig nog net op tijd voor het nationale pindakaas-dag was.
Ik had er nog nooit eerder van gehoord maar blijkbaar was er nog een dag vrij om iets nationaals te vieren.

Als er iets te vieren valt, zijn wij de beroerdste niet. En zo kwam het, dat we op dinsdagochtend onze messen staken in de xxl-formaat pindakaaspot. Super gezond en mieters lekker. Het ruikt natuurlijk wel een beetje, die pindakaas, maar dat vindt niemand erg.
Nou ja, behalve F-je, die het liefst al haar boterhammen met Nutella besmeert: ‘Bah wat Stinkt het hier! Doe dat weg! Wie laat die pot open staan! Bram, doe het deksel op de pot!’
‘Doe het zelf’ zei B. daarop.
En vervolgens was er weer ruzie.
Zelfs zo’n pindakaasdag kan niet rustig en vredig beginnen blijkbaar. De tijd van vrede op aarde, als die er bij ons al heerste, was met de boom definitief uit het huis verdwenen.

Gelukkig voor BaasB, was hij afgelopen vrijdag (net op de dag van de alimentatie) vrij. De rest niet. Dat was lekker rustig voor hem.

Dus toen Firma vaag&wazig rond een uur of half 11 beneden kwam, dacht hij: ‘waar is iedereen?’ En appte: ‘Waar is iedereen?’

vrijdag

Ik heb het eerlijk gezegd ook wel eens, dat ik denk dat het weekend is. En dat de werkweek dan net begint. Altijd verwarrend zoiets. Maar zoals gezegd, de feesten lopen niet altijd helemaal synchroon met mijn gevoelstijd. Ik vermoed overigens dat wel meer mensen daar last van hebben.

Gelukkig valt er heel wat te vieren en te herdenken dit jaar. Want ik heb even een kijkje genomen op de fijnedag.nl, waarop allerlei feest en herdenk-dagen staan waar ik geen idee van had. Daar heb je ze voor het uitkiezen. Die Lepradag van vandaag bijvoorbeeld, daar kan ik dan niet zoveel mee. Maar volgende week zondag zal het wel weer raak zijn. Naar verwachting is in ieder geval 1 persoon hier blij.
Want dan is het Nutella-dag.

nutella

1

Spanning met de buurtapp

Dacht ik voorheen te wonen in een redelijk suffe buurt in een aardige nieuwbouwwijk, nextdorosinds we lid zijn van de buurtapp heeft het mijn kijk op de buurt volkomen veranderd.

Een buurtapp, nextdoor genaamd, heeft leden uit de hele wijde
buurt, waarin mensen zorgen en problemen kunnen delen. Een modern soort noaberschap in de stad dus.

De buurt blijkt onverwacht een spannende aso-omgeving te zijn waarin razend gevaarlijke en dubieuze zaken passeren. En laat ik daar nu net dol op zijn.

Sinds kort lees ik dagelijks over verdachte zaken. Over Jehova’s getuigen die de ronde doen, of over donkere louche buitenlands sprekende mannen met capuchons op, die al dan niet dure auto’s inspecteren of andere duistere zaken uitbroeden. En over auto’s die langzaam rijden en verdachte Mercedessen. Ik zag ze vroeger nooit, wist ik veel. Naïef als ik was, dacht ik altijd dat wanneer een auto langzaam door de straat reed, er iemand in zat die het goede huisnummer zocht of iemand die z’n ruit ook niet goed had schoongekrabd en daarom voorzichtig moest wegrijden.

jehovas

En was me vroeger nooit opgevallen dat containers voor ons huis bleven staan, hooguit zette ik ze schouderophalend weer aan de overkant van de weg neer of bij een buurtbewoner van wie ik dacht dat ie was, sinds de buurtapp, weet ik dat het nogal aanstootgevend is; containers die nog een paar dagen voor ons huis blijven staan en soms zelfs worden omgegooid.
Sindsdien zit ik me ook de hele tijd af te vragen welke aso ‘m nog niet heeft opgehaald. En hoewel ik de meeste mensen uit de wijde buurt niet eens ken, zorgt dat op de een of andere manier toch voor een aangename verbroedering, kun je je voorstellen. Samen ergert het lekkerder dan alleen, zoiets.

En zo wordt ik echt hoe langer hoe wijzer.

Nu hoef ik niet langer in mijn spannende thrillers te lezen maar moet eens vaker uit het raam kijken, speurend naar onbetrouwbare mensen. Eigenlijk zou ik regelmatig de straat op moeten om een rondje door de buurt te lopen, misschien zal ik dan getuige zijn van hele opwindende en bloedstollende zaken.
Alleen… ik zie zoiets dus nooit. Waarom gebeurt er nooit iets spannends als ik naar buiten kijk?!
Ik wil ook op de buurtapp!
Ik wil ook iets melden!

Gelukkig heb ik al iets bedacht  wat mijn bijdrage zou kunnen zijn. Iets wat voor extra spanning en sensatie zorgt op de buurtapp. Ik zal een klein tipje van de sluier lichten;

Het idee is dat wij onszelf binnenkort zwart schminken, een pruik met zwarte krulletjes opdoen, een olijk pak aantrekken en een maffe baret met veer op ons hoofd en oorringen in. Zodat het meteen duidelijk is dat we van Afrikaanse afkomst zijn of minstens voorouders hebben met een slavernijverleden. Misschien dat een van ons bijvoorbeeld alleen een rode mantel omslaat en een rode hoge muts met een kruis erop ofzo en een witte baard… ik bedenk maar wat hoor.
En dan …
Lopen we rond de huizen, of op de daken, nog gekker. En bonken op ramen of roepen door de schoorsteen en gooien spulletjes naar beneden. Super-verdacht natuurlijk…
pietsint
Zoiets. Misschien gaat het anders hoor, en ik verklap ook niet alles, anders weten jullie meteen dat ik het ben.

En daarna ga ik snel naar huis en wacht ik tot ik een melding krijg van de buurtapp.
Kijken hoe lang het duurt voor ik erop kom.emo

0

Hoe ik relatief kan zijn

natuurkunde volgens 10 …einst

‘Wat sta je daar nou lang te zijn?!’ Riep ik versteld naar oudste zoon. Ik realiseerde me plotseling hoe lang hij was, toen hij daar naast me stond met z’n slungelige lange lijf en ik mijn nek moest verdraaien om hem aan te kunnen kijken.

Laatst was oudste dochter al heel erg geschrokken, toen ze zag dat ze overduidelijk niet meer het langste kind was.

De vader legde dit even vast. En ik heb er even een streepje boven getrokken:

relatief

Als ik er al bij had gestaan, had je mij niet eens gezien op de foto. Zo groot zijn ze nu.

Ik vind het dan toch wel bijzonder om mijn kinderen me voorbij te zien groeien. Dat heeft daar in mijn buik had gezeten en is na een paar keer knipperen opeens langer dan ik.
Blijft een raar fenomeen. Groei.

Zelf was ik als kind altijd erg klein. Gewoon een beetje mini, net zoiets als mijn jongste dochter.

Niet extreem hoor, maar wel behoorlijk. Wel zo dat anderen er regelmatig wat van zeiden. En wel zo dat ik een kleiner tafeltje en stoeltje moest dan de rest. (Voel het onverwerkte trauma…)

Heel geleidelijk ben ik doorgegroeid. Ik had het niet door, maar op een bepaald moment heb ik een normale lengte gekregen, zo rond de 1 meter-zoveel-en-zestig. Nu behoor ik tot de groten der aarde. Nou jaaa, soms dan, naast Aziaten bijvoorbeeld. En bij kleine kinderen. Ja… durf ik wel. ..
Hoe dan ook, eigenlijk ben ik nu gewoon gewoon. Niet opvallend groot en niet extreem klein, gewoon normaal, zoals ik altijd wilde als kind.

Ik heb verder een prima schooltijd gehad, waar ik me niet erg veel meer van kan herinneren. Normaal en/of saai. Het kan zijn dat ik wat heb verdrongen maar dat verwacht ik niet van mezelf. Bovendien was het daar niet traumatisch genoeg voor.

Ik herinner me wel een dag, toen ik in groep 3 zat, toen alle juffen nog achternamen droegen, de tafeltjes in strenge rijtjes opgesteld stonden, en ik een vrolijke grappige juf had die alles wist, en als hobby de loszittende tanden van de wisselgebitjes eruit trok, die je dan samen met een dubbeltje in een luciferdoosje mee naar huis kreeg. Ik heb het tandje nog bewaard.
Op die dag hoorde ik iemand mijn juf roepen bij haar voornaam. Het duurde wel heel even voordat ik door had dat het haar voornaam was. Heel verbaasd riep ik uit: ‘Heet – U.. Mini?!’
Lachend bevestigde ze dat. Ik heb toen zo gelachen, dat de tranen me over de wangen liepen. Want erger om mini te zijn leek het me wel om Mini te heten. Iedere keer als ik haar zag, dacht ik erover na hoe het moest zijn om met zo’n grappige naam te leven. Diep respect had ik. En sindsdien wist ik waarom ze zo grappig was.

Ik hoop, nu ik erover nadenk, dat de juf zich niet beledigd voelde, hoewel je als juf wel wat moet kunnen hebben. Als moeder ook trouwens

Afgelopen maand, na de zomervakantie arriveerde ik weer op mijn werk-school en zag de gegroeide kleuters, die plotseling geen kleuters meer waren en riep: ‘Haa daar, grote kinderen van groep 3!’  en enthousiast riepen ze terug: ‘Haaaalooo, juf Tineke!’ Een meisje zong nog even vrolijk door: ’Ti-neke, ti-ne ke.. tine keee…, wat een grappige naam eigenlijk, Tineke!’
‘Ja hè’ riep ik blij. Ik had zelf mijn naam tot voor kort nog nooit met grappig geassocieerd. Wel met, gewoon, degelijk, volwassen oudere vrouwennaam, met Tineke de Nooij van….1,2,3,4,5,6,7,8,9,10eke… ja echt heel irritant mensen, nooit meer doen…

Maar gewoon. Een normale naam. Normaal en gewoon, dat wel, maar nee grappig…

En zo kan er in 1 maand veel veranderen.
Want toen ik vanmorgen aan mijn zoon vroeg wat hij daar nou groot stond te zijn, zei hij, terwijl hij op me neerkeek: ‘Maar jij bent ook relatief klein’.

En nu heb ik opeens én een grappige naam én ben ik weer relatief klein.

Ik heb nooit heel veel begrepen van natuurkunde en waarschijnlijk slaat het weer nergens op maar ik denk wel dat dit wel een heel mooi illustratief verhaal is bij de uitleg van de relativiteitstheorie.

 

relativitet_emc2

Energie (E) en massa (m) kunnen van plaats verwisselen. Energie kan vastgehouden worden in materie met een massa, en die energie kan later weer vrijkomen.

 

0

Ik heb iets

Ik kreeg laatst een citroen van mijn dochter.
Ze bedoelde het niet vervelend.

Want het was eigenlijk een zeep. In de vorm van een citroen, en het ruikt waanzinnig lekker naar citroen. Of limoen of zoiets. Mijn kinderen weten waar ik van hou.

saponi

Ik bedacht me dat de dingen in het leven waar ik het meest van geniet, nogal primair van aard zijn. In mijn geval: Iets wat heel lekker ruikt of iets wat heel lekker smaakt.

Dat ik nogal van ruiken hou is bekend, in ieder geval hier thuis. Ik kan heel verheerlijkt keer na keer mijn neus in een bos bloemen steken, of snuiven boven de pas fijngestampte rozemarijn, tijm of basilicum. En man ruikt vaak ook extreem lekker. Daar heb ik hem op uitgekozen.

Daarentegen kan ik ook buitengewoon onpasselijk worden van vieze geuren. Het valt niet mee om daarmee fatsoenlijk om te gaan.

En met eten is het eigenlijk hetzelfde verhaal. Ik houd echt enorm van eten. Met name wel van lekker eten.
Nou verbeeld ik me niet dat ik me hierin onderscheid van de rest van de wereldbevolking, want eten, tja, da’s een behoorlijk primaire levensbehoefte. Maar het feit ligt daar.

Het afkeeraspect in het geval van eten zit ‘m, in het eten van  bij   door (??) andere mensen.
Natuurlijk, iedereen heeft recht om te eten. Ik eet zelfs graag een hapje mee. Maar het moeten aanhoren dat iemand eet…  vind ik weerzinwekkend.
Ik heb mijn gezinsleden lief, maar ze te moeten horen eten, met name als ik zelf niet eet, kan leiden tot verontrustende woedeaanvallen.

Ik zie zelf ook wel dat het wat sneu is, als ze, inmiddels al heel, heel voorzichtig een chipje in hun mond stoppen… en ik daarna nog tekeer ga en roep dat ze niet zo hard moeten eten en smakken en of ze asjeblieft willen stoppen met dat ge-eet.
Daarom stop ik soms mijn vingers in mijn oren. Dat ziet er vast opmerkelijk uit en het is lastig als ik de bladzijde van mijn boek wil omslaan.
Of ik neurie  of hummmm heel hard.

Zelfs als ik zelf eet, denk ik ook wel eens: ‘hoor mij nou eten’, maar van jezelf kun je toch altijd meer hebben he.

Toen ik laatst met dochter in de trein stapte, die klaar stond bij spoor 10…, jawel, kwamen we te zitten naast een stel met een zak chips. Het zakje was netjes opengevouwen en gruwel de gruwel, om de paar seconden deden ze een greep in het zakje waar ze een chipje uithaalden die ze met zo’n  schraap-schurend geluid in hun mond stopten. Daar werd ik erg onpasselijk van maar ik hield me in. Gelukkig was het zakje snel leeg.

eating chips

Maar toen ik even later weer een chips-hap-geluid hoorde, schoot mijn hoofd met een ruk omhoog.
Daar bleek een dame voor het chips-stel ook heerlijk chips te moeten eten. Dochter keek me verontrust aan toen ik hoorbaar door mijn neusgaten snoof.

En omdat het een lange reis was, werd de zelfbeheersing gedurende de reis vaker op de proef gesteld. De patat etende jongeren, de donkere mevrouw die een pakketje alu-folie openvouwde en al happend van een exotisch gerecht genoot, waarbij mij dat geritsel en de eetgeluiden niet kon ontgaan. De geur, die ongetwijfeld heerlijk paste bij het gerecht maar die minder heerlijk is als je het zelf niet eet, dwong mij om een hele tijd door mijn mond te ademen.

Op zich… valt met deze afwijking natuurlijk verder prima te leven, wat heb ik te klagen; ik ruik goed, ik kan uitstekend proeven, mijn gehoor is in orde…
Toch stond mij vaag iets bij, dat het iets is, wat ik heb. En omdat ik dol ben op etiketjes en labels (…) heb ik het nu onmiddellijk gegoogeld.

Wat blijkt? Ik blijk dus Misofonie te hebben.

Misofonie… blijkt een psychologische overgevoeligheid voor specifieke geluiden. Het kenmerkt zich door extreme afschuw van bepaalde geluiden die zelfs tot woedeuitbarstingen kan leiden. Wooow.

Dat is best erg. Toch?

Het leuke was wel, toen ik verder zocht, bleek dat ik waarschijnlijk geniaal ben! Ik bedoel maar!
Onderzoekers hebben namelijk een link gelegd tussen overgevoeligheid voor geluid en genialiteit.
Ik zou zelfs tot het rijtje van Darwin, Franz Kafka,  Marcel Proust en Anton Chekhov kunnen behoren. Zij konden, net als ik, ook etende mensen en andere vervelende geluidjes niet uitstaan. De theorie van het recente onderzoek gaat als volgt: mensen die ongewenst geluid er niet uit kunnen filteren, zijn creatiever. Hun geest zou in staat zijn om zich te concentreren op meerdere dingen tegelijkertijd, wat weer tot een grotere creativiteit zou leiden.

Er is ook therapie voor deze ziekte. Je schijnt er voor behandeld te kunnen worden.

Ik ben zelf alvast begonnen. (Ja je bent geniaal of je bent het niet)
Heel experimenteel hoor. En heel klein.

Het ging als volgt:

Vanmorgen nam ik een rijstwafel.
Met pindakaas.
Die nam ik mee naar bed.
Daar at ik ‘m op. In stilte. In m’n eentje.

Ging best goed. Dat kan ik langzaam uitbouwen denk ik. Over de vervolgsessies ga ik binnenkort nadenken.

Wie weet, wordt dat weer een inspirerende cursus.

Hoe dan ook; Let maar niet op mij.
Enne, eet vooral smakkelijk!