0

Niemand wil niet

sloth

Het voordeel van een suffe oudere auto, is het hebben van een stuk minder zorgen.
Zolang ie niet al te oud is tenminste.

Natuurlijk deed het een altijd wel een beetje pijn wanneer we op een nieuwe 5e hands-auto een vers bijgekomen krasje zagen. Dat was echter maar even, het is maar relatief natuurlijk.
Zeker met een persoon als Niemand in de buurt, daarmee houd je immers niks krasvrij.

Wanneer Niemand weer ’s met een fiets of stepje met een stuur zonder handvat, een lijn schreef in de lak van de auto, die met een natgemaakte vinger niet meer weg te poetsen was, viel er echt wel ’s een lelijk woord, heus.
Maar ja, daarna maakte het toch niet meer uit.  En was het minder erg als ik met de achterkant in de bosjes reed. 

Een-bekraste-auto-Foto-Politie

Ik vermoed trouwens dat het diezelfde Niemand is die hier steeds de koekjes opeet, snoep-verstop-plekjes weet op te sporen, broodkruimels door het huis strooit, handafdrukken op de ramen en witte muren maakt, lichten aanlaat,  en de w.c. bij tijden laat verstoppen met rollen w.c. papier.

Maar onze auto,  waar ik liefde voor, noch een band mee voel, daar wordt al een paar dagen wel een hoop plezier aan beleefd. We horen een vrolijk gejoel en het slaan van de deuren.

Het blijkt dat onze jongste twee aan auto-tikkertje doen. Dat is een nieuw ontworpen spel met vage spelregels waarbij je in en uit de auto mag springen, er doorheen kan rennen en klimmen en de deur snel moet dichtslaan. Kortom; niet al te ingewikkeld en bere-leuk, aan het gejoel te horen.
‘Wat vinden we ervan?’ vragen man en ik nog even weifelend aan elkaar, waarna we schouderophalend zuchten ‘ach, ze hebben wel lol hè’ om vervolgens te verder gaan met stofzuigen/koffie drinken/poepsporen van de w.c.bril te boenen/de hond een aai geven/een doek over de vogelkooi met schreeuwende vogel gooien/ramen schoonpoetsen met glassex.

eendje

Bij tijden kijk ik wel eens, heel even, verlangend uit naar later.
Wanneer de hond van ouderdom gestorven is, de vogel ook op een vredige manier zijn laatste adem heeft uitgefloten, we de kinderen hebben uitgezwaaid naar een degelijk zelfstandig leven.
En ik vermoed zomaar dat Niemand tegen die tijd de buurt hier ook wel zal hebben verlaten.

En dan…
Dan zullen we geld voor een nieuwe auto overhebben.
Dan zal het huis schoon zijn. En zonder al teveel moeite schoon blijven.
Dan kan ik allerlei exotische gerechten koken die we allemaal met z’n tweeën lekker vinden.
Dan zal het hier eens heerlijk rustig zijn.
En een beetje saai ook misschien. Dat wel.

Maar vooralsnog zijn we er nog niet aan toe.
Wij niet. En Niemand niet.

 

0

Make my day!

Ik heb de kerstboom buiten de deur gezet. Kerst schijnt al een tijdje voorbij te zijn maar bij mij lopen de feestdagen niet altijd helemaal synchroon met de formeel ingestelde begin en eind data. Ik doe wel mijn best, heus, maar ik vind die twinkelpinkellichtjes in januari ook nog reuze-gezellig. En het kerststalletje gemaakt van Cederhout van de Libanon, opgesteld op de plankjes van onze houten zelf getimmerde boom, mocht van mij ook best even langer staan, zeker nu we kindje Jezus weer terug hadden gevonden.
De kribbe was een tijd geleden namelijk omgevallen en het kindje bleek verdwenen. Gelukkig vonden we, naast de SD kaart van BaasB ook het kindje Jezus terug in de stofzuigerzak. Dat klinkt wat oneerbiedig maar ik voelde me er wel erg schuldig over.

boom

zie de kerststal-opstelling achter Jip

 

Maar tegen mijn plots inkomende veranderdrang kan een boom weinig beginnen, zelfs de onze niet, dus de boom versierd met gezellige lichtjes, moest wijken. Dat was vorige week. Gelukkig nog net op tijd voor het nationale pindakaas-dag was.
Ik had er nog nooit eerder van gehoord maar blijkbaar was er nog een dag vrij om iets nationaals te vieren.

Als er iets te vieren valt, zijn wij de beroerdste niet. En zo kwam het, dat we op dinsdagochtend onze messen staken in de xxl-formaat pindakaaspot. Super gezond en mieters lekker. Het ruikt natuurlijk wel een beetje, die pindakaas, maar dat vindt niemand erg.
Nou ja, behalve F-je, die het liefst al haar boterhammen met Nutella besmeert: ‘Bah wat Stinkt het hier! Doe dat weg! Wie laat die pot open staan! Bram, doe het deksel op de pot!’
‘Doe het zelf’ zei B. daarop.
En vervolgens was er weer ruzie.
Zelfs zo’n pindakaasdag kan niet rustig en vredig beginnen blijkbaar. De tijd van vrede op aarde, als die er bij ons al heerste, was met de boom definitief uit het huis verdwenen.

Gelukkig voor BaasB, was hij afgelopen vrijdag (net op de dag van de alimentatie) vrij. De rest niet. Dat was lekker rustig voor hem.

Dus toen Firma vaag&wazig rond een uur of half 11 beneden kwam, dacht hij: ‘waar is iedereen?’ En appte: ‘Waar is iedereen?’

vrijdag

Ik heb het eerlijk gezegd ook wel eens, dat ik denk dat het weekend is. En dat de werkweek dan net begint. Altijd verwarrend zoiets. Maar zoals gezegd, de feesten lopen niet altijd helemaal synchroon met mijn gevoelstijd. Ik vermoed overigens dat wel meer mensen daar last van hebben.

Gelukkig valt er heel wat te vieren en te herdenken dit jaar. Want ik heb even een kijkje genomen op de fijnedag.nl, waarop allerlei feest en herdenk-dagen staan waar ik geen idee van had. Daar heb je ze voor het uitkiezen. Die Lepradag van vandaag bijvoorbeeld, daar kan ik dan niet zoveel mee. Maar volgende week zondag zal het wel weer raak zijn. Naar verwachting is in ieder geval 1 persoon hier blij.
Want dan is het Nutella-dag.

nutella

1

Spanning met de buurtapp

Dacht ik voorheen te wonen in een redelijk suffe buurt in een aardige nieuwbouwwijk, nextdorosinds we lid zijn van de buurtapp heeft het mijn kijk op de buurt volkomen veranderd.

Een buurtapp, nextdoor genaamd, heeft leden uit de hele wijde
buurt, waarin mensen zorgen en problemen kunnen delen. Een modern soort noaberschap in de stad dus.

De buurt blijkt onverwacht een spannende aso-omgeving te zijn waarin razend gevaarlijke en dubieuze zaken passeren. En laat ik daar nu net dol op zijn.

Sinds kort lees ik dagelijks over verdachte zaken. Over Jehova’s getuigen die de ronde doen, of over donkere louche buitenlands sprekende mannen met capuchons op, die al dan niet dure auto’s inspecteren of andere duistere zaken uitbroeden. En over auto’s die langzaam rijden en verdachte Mercedessen. Ik zag ze vroeger nooit, wist ik veel. Naïef als ik was, dacht ik altijd dat wanneer een auto langzaam door de straat reed, er iemand in zat die het goede huisnummer zocht of iemand die z’n ruit ook niet goed had schoongekrabd en daarom voorzichtig moest wegrijden.

jehovas

En was me vroeger nooit opgevallen dat containers voor ons huis bleven staan, hooguit zette ik ze schouderophalend weer aan de overkant van de weg neer of bij een buurtbewoner van wie ik dacht dat ie was, sinds de buurtapp, weet ik dat het nogal aanstootgevend is; containers die nog een paar dagen voor ons huis blijven staan en soms zelfs worden omgegooid.
Sindsdien zit ik me ook de hele tijd af te vragen welke aso ‘m nog niet heeft opgehaald. En hoewel ik de meeste mensen uit de wijde buurt niet eens ken, zorgt dat op de een of andere manier toch voor een aangename verbroedering, kun je je voorstellen. Samen ergert het lekkerder dan alleen, zoiets.

En zo wordt ik echt hoe langer hoe wijzer.

Nu hoef ik niet langer in mijn spannende thrillers te lezen maar moet eens vaker uit het raam kijken, speurend naar onbetrouwbare mensen. Eigenlijk zou ik regelmatig de straat op moeten om een rondje door de buurt te lopen, misschien zal ik dan getuige zijn van hele opwindende en bloedstollende zaken.
Alleen… ik zie zoiets dus nooit. Waarom gebeurt er nooit iets spannends als ik naar buiten kijk?!
Ik wil ook op de buurtapp!
Ik wil ook iets melden!

Gelukkig heb ik al iets bedacht  wat mijn bijdrage zou kunnen zijn. Iets wat voor extra spanning en sensatie zorgt op de buurtapp. Ik zal een klein tipje van de sluier lichten;

Het idee is dat wij onszelf binnenkort zwart schminken, een pruik met zwarte krulletjes opdoen, een olijk pak aantrekken en een maffe baret met veer op ons hoofd en oorringen in. Zodat het meteen duidelijk is dat we van Afrikaanse afkomst zijn of minstens voorouders hebben met een slavernijverleden. Misschien dat een van ons bijvoorbeeld alleen een rode mantel omslaat en een rode hoge muts met een kruis erop ofzo en een witte baard… ik bedenk maar wat hoor.
En dan …
Lopen we rond de huizen, of op de daken, nog gekker. En bonken op ramen of roepen door de schoorsteen en gooien spulletjes naar beneden. Super-verdacht natuurlijk…
pietsint
Zoiets. Misschien gaat het anders hoor, en ik verklap ook niet alles, anders weten jullie meteen dat ik het ben.

En daarna ga ik snel naar huis en wacht ik tot ik een melding krijg van de buurtapp.
Kijken hoe lang het duurt voor ik erop kom.emo

0

Hoe ik relatief kan zijn

natuurkunde volgens 10 …einst

‘Wat sta je daar nou lang te zijn?!’ Riep ik versteld naar oudste zoon. Ik realiseerde me plotseling hoe lang hij was, toen hij daar naast me stond met z’n slungelige lange lijf en ik mijn nek moest verdraaien om hem aan te kunnen kijken.

Laatst was oudste dochter al heel erg geschrokken, toen ze zag dat ze overduidelijk niet meer het langste kind was.

De vader legde dit even vast. En ik heb er even een streepje boven getrokken:

relatief

Als ik er al bij had gestaan, had je mij niet eens gezien op de foto. Zo groot zijn ze nu.

Ik vind het dan toch wel bijzonder om mijn kinderen me voorbij te zien groeien. Dat heeft daar in mijn buik had gezeten en is na een paar keer knipperen opeens langer dan ik.
Blijft een raar fenomeen. Groei.

Zelf was ik als kind altijd erg klein. Gewoon een beetje mini, net zoiets als mijn jongste dochter.

Niet extreem hoor, maar wel behoorlijk. Wel zo dat anderen er regelmatig wat van zeiden. En wel zo dat ik een kleiner tafeltje en stoeltje moest dan de rest. (Voel het onverwerkte trauma…)

Heel geleidelijk ben ik doorgegroeid. Ik had het niet door, maar op een bepaald moment heb ik een normale lengte gekregen, zo rond de 1 meter-zoveel-en-zestig. Nu behoor ik tot de groten der aarde. Nou jaaa, soms dan, naast Aziaten bijvoorbeeld. En bij kleine kinderen. Ja… durf ik wel. ..
Hoe dan ook, eigenlijk ben ik nu gewoon gewoon. Niet opvallend groot en niet extreem klein, gewoon normaal, zoals ik altijd wilde als kind.

Ik heb verder een prima schooltijd gehad, waar ik me niet erg veel meer van kan herinneren. Normaal en/of saai. Het kan zijn dat ik wat heb verdrongen maar dat verwacht ik niet van mezelf. Bovendien was het daar niet traumatisch genoeg voor.

Ik herinner me wel een dag, toen ik in groep 3 zat, toen alle juffen nog achternamen droegen, de tafeltjes in strenge rijtjes opgesteld stonden, en ik een vrolijke grappige juf had die alles wist, en als hobby de loszittende tanden van de wisselgebitjes eruit trok, die je dan samen met een dubbeltje in een luciferdoosje mee naar huis kreeg. Ik heb het tandje nog bewaard.
Op die dag hoorde ik iemand mijn juf roepen bij haar voornaam. Het duurde wel heel even voordat ik door had dat het haar voornaam was. Heel verbaasd riep ik uit: ‘Heet – U.. Mini?!’
Lachend bevestigde ze dat. Ik heb toen zo gelachen, dat de tranen me over de wangen liepen. Want erger om mini te zijn leek het me wel om Mini te heten. Iedere keer als ik haar zag, dacht ik erover na hoe het moest zijn om met zo’n grappige naam te leven. Diep respect had ik. En sindsdien wist ik waarom ze zo grappig was.

Ik hoop, nu ik erover nadenk, dat de juf zich niet beledigd voelde, hoewel je als juf wel wat moet kunnen hebben. Als moeder ook trouwens

Afgelopen maand, na de zomervakantie arriveerde ik weer op mijn werk-school en zag de gegroeide kleuters, die plotseling geen kleuters meer waren en riep: ‘Haa daar, grote kinderen van groep 3!’  en enthousiast riepen ze terug: ‘Haaaalooo, juf Tineke!’ Een meisje zong nog even vrolijk door: ’Ti-neke, ti-ne ke.. tine keee…, wat een grappige naam eigenlijk, Tineke!’
‘Ja hè’ riep ik blij. Ik had zelf mijn naam tot voor kort nog nooit met grappig geassocieerd. Wel met, gewoon, degelijk, volwassen oudere vrouwennaam, met Tineke de Nooij van….1,2,3,4,5,6,7,8,9,10eke… ja echt heel irritant mensen, nooit meer doen…

Maar gewoon. Een normale naam. Normaal en gewoon, dat wel, maar nee grappig…

En zo kan er in 1 maand veel veranderen.
Want toen ik vanmorgen aan mijn zoon vroeg wat hij daar nou groot stond te zijn, zei hij, terwijl hij op me neerkeek: ‘Maar jij bent ook relatief klein’.

En nu heb ik opeens én een grappige naam én ben ik weer relatief klein.

Ik heb nooit heel veel begrepen van natuurkunde en waarschijnlijk slaat het weer nergens op maar ik denk wel dat dit wel een heel mooi illustratief verhaal is bij de uitleg van de relativiteitstheorie.

 

relativitet_emc2

Energie (E) en massa (m) kunnen van plaats verwisselen. Energie kan vastgehouden worden in materie met een massa, en die energie kan later weer vrijkomen.

 

0

Ik heb iets

Ik kreeg laatst een citroen van mijn dochter.
Ze bedoelde het niet vervelend.

Want het was eigenlijk een zeep. In de vorm van een citroen, en het ruikt waanzinnig lekker naar citroen. Of limoen of zoiets. Mijn kinderen weten waar ik van hou.

saponi

Ik bedacht me dat de dingen in het leven waar ik het meest van geniet, nogal primair van aard zijn. In mijn geval: Iets wat heel lekker ruikt of iets wat heel lekker smaakt.

Dat ik nogal van ruiken hou is bekend, in ieder geval hier thuis. Ik kan heel verheerlijkt keer na keer mijn neus in een bos bloemen steken, of snuiven boven de pas fijngestampte rozemarijn, tijm of basilicum. En man ruikt vaak ook extreem lekker. Daar heb ik hem op uitgekozen.

Daarentegen kan ik ook buitengewoon onpasselijk worden van vieze geuren. Het valt niet mee om daarmee fatsoenlijk om te gaan.

En met eten is het eigenlijk hetzelfde verhaal. Ik houd echt enorm van eten. Met name wel van lekker eten.
Nou verbeeld ik me niet dat ik me hierin onderscheid van de rest van de wereldbevolking, want eten, tja, da’s een behoorlijk primaire levensbehoefte. Maar het feit ligt daar.

Het afkeeraspect in het geval van eten zit ‘m, in het eten van  bij   door (??) andere mensen.
Natuurlijk, iedereen heeft recht om te eten. Ik eet zelfs graag een hapje mee. Maar het moeten aanhoren dat iemand eet…  vind ik weerzinwekkend.
Ik heb mijn gezinsleden lief, maar ze te moeten horen eten, met name als ik zelf niet eet, kan leiden tot verontrustende woedeaanvallen.

Ik zie zelf ook wel dat het wat sneu is, als ze, inmiddels al heel, heel voorzichtig een chipje in hun mond stoppen… en ik daarna nog tekeer ga en roep dat ze niet zo hard moeten eten en smakken en of ze asjeblieft willen stoppen met dat ge-eet.
Daarom stop ik soms mijn vingers in mijn oren. Dat ziet er vast opmerkelijk uit en het is lastig als ik de bladzijde van mijn boek wil omslaan.
Of ik neurie  of hummmm heel hard.

Zelfs als ik zelf eet, denk ik ook wel eens: ‘hoor mij nou eten’, maar van jezelf kun je toch altijd meer hebben he.

Toen ik laatst met dochter in de trein stapte, die klaar stond bij spoor 10…, jawel, kwamen we te zitten naast een stel met een zak chips. Het zakje was netjes opengevouwen en gruwel de gruwel, om de paar seconden deden ze een greep in het zakje waar ze een chipje uithaalden die ze met zo’n  schraap-schurend geluid in hun mond stopten. Daar werd ik erg onpasselijk van maar ik hield me in. Gelukkig was het zakje snel leeg.

eating chips

Maar toen ik even later weer een chips-hap-geluid hoorde, schoot mijn hoofd met een ruk omhoog.
Daar bleek een dame voor het chips-stel ook heerlijk chips te moeten eten. Dochter keek me verontrust aan toen ik hoorbaar door mijn neusgaten snoof.

En omdat het een lange reis was, werd de zelfbeheersing gedurende de reis vaker op de proef gesteld. De patat etende jongeren, de donkere mevrouw die een pakketje alu-folie openvouwde en al happend van een exotisch gerecht genoot, waarbij mij dat geritsel en de eetgeluiden niet kon ontgaan. De geur, die ongetwijfeld heerlijk paste bij het gerecht maar die minder heerlijk is als je het zelf niet eet, dwong mij om een hele tijd door mijn mond te ademen.

Op zich… valt met deze afwijking natuurlijk verder prima te leven, wat heb ik te klagen; ik ruik goed, ik kan uitstekend proeven, mijn gehoor is in orde…
Toch stond mij vaag iets bij, dat het iets is, wat ik heb. En omdat ik dol ben op etiketjes en labels (…) heb ik het nu onmiddellijk gegoogeld.

Wat blijkt? Ik blijk dus Misofonie te hebben.

Misofonie… blijkt een psychologische overgevoeligheid voor specifieke geluiden. Het kenmerkt zich door extreme afschuw van bepaalde geluiden die zelfs tot woedeuitbarstingen kan leiden. Wooow.

Dat is best erg. Toch?

Het leuke was wel, toen ik verder zocht, bleek dat ik waarschijnlijk geniaal ben! Ik bedoel maar!
Onderzoekers hebben namelijk een link gelegd tussen overgevoeligheid voor geluid en genialiteit.
Ik zou zelfs tot het rijtje van Darwin, Franz Kafka,  Marcel Proust en Anton Chekhov kunnen behoren. Zij konden, net als ik, ook etende mensen en andere vervelende geluidjes niet uitstaan. De theorie van het recente onderzoek gaat als volgt: mensen die ongewenst geluid er niet uit kunnen filteren, zijn creatiever. Hun geest zou in staat zijn om zich te concentreren op meerdere dingen tegelijkertijd, wat weer tot een grotere creativiteit zou leiden.

Er is ook therapie voor deze ziekte. Je schijnt er voor behandeld te kunnen worden.

Ik ben zelf alvast begonnen. (Ja je bent geniaal of je bent het niet)
Heel experimenteel hoor. En heel klein.

Het ging als volgt:

Vanmorgen nam ik een rijstwafel.
Met pindakaas.
Die nam ik mee naar bed.
Daar at ik ‘m op. In stilte. In m’n eentje.

Ging best goed. Dat kan ik langzaam uitbouwen denk ik. Over de vervolgsessies ga ik binnenkort nadenken.

Wie weet, wordt dat weer een inspirerende cursus.

Hoe dan ook; Let maar niet op mij.
Enne, eet vooral smakkelijk!

0

Aanstootgevend bloot en drollen

44818_oranje-boven

bron: nonasharon.tumblr.com

We hebben tegenwoordig steeds vaker aanstootgevend nieuws. Of, beter gezegd; nieuws over aanstootgevende zaken.

Neem nou het oranje honden drollen-spektakel. Dat vond ik persoonlijk wel het leukste aanstootgevende nieuws van de afgelopen maand. ‘De Brusselse gemeente Etterbeek gaat hondenpoep te lijf door deze niet direct weg te halen, maar te bespuiten met een fluorescerende oranje kleur’. Stond er in de krant.
Zo hoopt ze hondenuitlaters bewuster te maken van de viezigheid die ze achterlaten.

Nou zal het in Etterbeek wel meer nodig zijn dan in welke andere plaats dan ook, maar ik zou het ook in Nederland wel een strakke actie vinden. Juist in Nederland eigenlijk, zou ik oranje hondendrollen heel feestelijk vinden.

Ik neem, als ik eerlijk ben, als ik m´n hondje uitlaat, ook liever een spuitbusje oranje mee dan zo´n plastic zakje, waar ik het drolletje in moet schuiven.

Een oranje spuitbusje voor alle vieze dingen.
Zoals vrouwen in rokjes met knielange laarzen. Als je als vrouw in een rokje met lange laarzen in Amsterdam-West achter een balie staat, heb je een probleem. Dan geef je aanstoot aan bepaalde mensen. En dat moeten we natuurlijk niet hebben.
Het is goed dat we dat nu weten.

Met een rok-gebod op mijn werk, dacht ik tot voor kort, met een rok en knielange laarzen in refoland, het toppunt van zedigheid te zijn. Blijkt het nu opeens weer schaamteloos ongepast te zijn. In Amsterdam dan.
Hier zijn ze voorlopig nog niet zover.

Het zou natuurlijk kunnen dat de roklengte er ietsje mee te maken heeft. Maar een rok is een rok. Daar moet je dan ook weer niet al te moeilijk over doen. En hoe hoger de laarzen hoe meer lichaam bedekt is, als het daarom gaat.

maxima

Wat ik zelf aanstootgevender vind, is babygehuil.
Toen ik de vorige week mijn wekelijkse boodschappen wilde halen, werd ik behoorlijk uit mijn concentratie gebracht door allervreselijkst gehuil van een kleine hongerige baby. Het arme kind huilde zo hartverscheurend dat aanstonds zelfs bij mij de melk weer toeschoot.

Ik kan echt buitengewoon slecht tegen gehuil, ik word er heel onrustig van en mijn denkvermogen neemt dan acuut af.

babyVerdwaasd dwaalde ik met mijn lege karretje door de winkel, want ik kon plots niet meer bedenken wat ik nodig had.
De moeder bleef echter heel geduldig en ook het kleine peuterbroertje bleek ontroerend lief voor het babybroertje.
Ik geloof niet dat ik destijds, met een jankende baby in een Maxi-Cosi in winkelkarretje, en dreinende peuters eromheen die zeurden over snoepjes en opschieten, zo Zen was gebleven.
Ik had er best even over willen nadenken hoe ik zou zijn geweest, maar dat alles heb ik jaren volop lopen verdringen, dat het me zo niet te binnen schoot. Bovendien bleef de baby maar janken dus  van nadenken kwam het niet echt.

Tot het opeens weer stil was. Dat realiseerde ik me enkele minuten later. Het werd plots weer helder in mijn hoofd.
Hoe had ze dat voor elkaar gekregen, die Zen-moeder!

Ik liep nog een rondje en zag een moeder iets tegen haar peutertje zeggen… terwijl ze met 1 arm in de diepvries hing om naar het gehakt te grabbelen en onder haar andere arm haar baby vasthield, die aan haar borst lag te lurken.
Lekker stil.

Er zijn mensen, vooral mannen, die het aanstootgevend vinden. Blote borsten. Vooral met kinderen eraan, vinden ze ongepast en ieuw. Die mannen vinden blote borsten alleen kunnen in vieze blaadjes die ze in hun schuurtje onder een geheime luik verstoppen.  Maar niet voor baby’s, jakkie.

Nou… mannen, wat is dat nou voor bekrompen gezeur. Bang voor bloot? Doe ze dat maar ’s na!
Zo’n moeder is gewoon echt Top! less.
Hoppa, you go girl, gewoon doen met die borsten waarvoor ze bedoeld zijn.

Al die vermeende kuisheid ook van tegenwoordig. Alsof dat hetzelfde is als, ik noem maar wat, poepen op straat.

Hoewel ik daar sinds kort ook niet meer mee zit. Gewoon oranje spuiten.

hondenpoep_etterbeek

1

Waarom Henk?

waarom

Hoera, we worden gek van vreugde! Want de moestuintjesweken zijn weer aangebroken bij de Appie. En iedereen weet hoe dol ik ben op moestuintjes, daarom.

Ik dacht heel stiekem nog: als niemand erover begint weet ik van niks.
Ik houd natuurlijk wel echt enorm van de natuur en kick ook heus wel op omhoog piepende, pril ontluikende sprietjes in het potgrond, vol beloftes aan rijke oogsten  maar help, die rommelende rondslingerende potjes en kruimels.

Dat had ik dus gedroomd, van niemand erover beginnen: Billyboy begon er bij de eerste reclame natuurlijk meteen over. Want hij is dol op gadgets van broekzakformaat. En deze kan er wel weer bij, nu we net het verhaal met Henk en de rasp hebben afgerond.

Ongeveer een week heeft hij rondgelopen met Henk in z’n broekzak. Af en toe mocht Henk even genieten van de frisse lucht, misschien mocht ie in de klas wel op tafel liggen en onder het eten lag ie ook vaak op tafel.
Henk is een harde jongen. Bikkelhard, van buiten maar ook van binnen.

Wat er is gebeurd weet ik niet, maar de liefde is inmiddels over. Henk de Steen ligt nu gewoon boven op het bureau.

henk

Maar altijd nog liever een kei dan een ei. Jaren geleden hebben we een, zelfs tot twee maal toe identiek incident beleefd.
Ik zal er 1 vertellen, dan weet je die andere meteen ook.
Eens had Billyb. heimelijk een ongekookt ei in z’n broekzak meegesmokkeld. Om uit te broeden, in de kerk. Toen ik een benauwd gezucht hoorde en me naar opzij wendde, keek ik in zijn paniekerige gezicht. We staarden vervolgens beiden naar de natte vlek bij z’n broekzak. ‘Wat is dat?’ fluisterde ik. ‘Ei’ fluisterde hij terug.
Einde kuikentje.

Heel jammer. Onbegrijpelijk, dat het zo moest aflopen.

‘Hee, Sil…Uh… Wáárom?’ vroeg grote zus dan.
‘Nou, daarom.’

Na het ei en talloze andere snuisterijen kwam Henk de steen dus. En daarna, de minirasp.

rasp

Want toen we op een dag in een hele leuke winkel liepen waar hij op me moest wachten omdat ik diverse onmisbare goederen wilde aanschaffen, zag hij deze schattige laat-mij-niet-liggen-rasp. Hij zou ‘m zelf betalen.
En omdat ik de laatste ben die ontluikende culinaire talenten in de kiem wil smoren, heb ik er uiteraard in toegestemd. Want een rasp is ook gewoon superhandig.
Voor als je wat wilt raspen. Zoals, kaas ofzo.

Bovendien was ie dus best klein.

Ter vergelijking leg ik ‘m even naast…

Laawezegge een gespikkelde banaan:

rasp2

zo klein dus

Het duurde wel een tijdje voor we kwamen tot het werkelijke gebruik.

Maar uiteindelijk dacht ik eraan en legde een stukje kaas klaar op het aanrecht.
Tegen de tijd dat Billy eraan toe was, vroegen we ons weer verwonderd af waar het stukje kaas was gebleven.

‘Waar is de kaas gebleven?…
Hee, wáár is dat stukje kaas gebleven??’

‘Dat kleine stukje? Wat hier net lag, op het aanrecht?’ Vroeg Vaderdeman. ‘…  heb ik opgegeten’.

Echt heel jammer.

Gelukkig heeft het raspje vandaag eindelijk gedaan waarvoor ie is bedoeld.
Eventjes hoor. Want het duurde vet lang, voor je zo’n klein stukje kaas opgeraspt had. Kun je eigenlijk beter meteen in je mond stoppen.

Grootste zus heeft vol onbegrip naar de rasp gekeken. En naar haar broertje.
Waarom? … Waarom wil je raspen? Waarom zo’n klein shit-ding? Waar-om Sil?’

‘Nou. Gewoon. Daarom.’